Kerstboom, kerststal en kerstkoor

Bij ons thuis thuis trof je vroeger geen kerstboom aan.

En al helemaal geen kerststal.

De buren hadden wel een kerstboom. Maar ja, die waren Rooms-Katholiek en wisten dus niet beter. Dat was bijna heidens. Mijn jongere zussen mochten daar wel even kijken, maar de oudere broers moesten in hun eigen beschutte omgeving blijven om de verleiding te weerstaan.

Met kerststallen maakte ik nog later kennis. Meestal bij Rooms-Katholieke kerken in het zuiden van het land. En later op mijn werk. Ooit zelfs met een heuse kameel.

Ieder jaar werd er meerdere malen een kerstmusical opgevoerd. Eerst nog met een heuse baby (zoon of dochter van een personeelslid), maar toen de kribbe een keer was omgegooid door een boos lid van het engelenkoor werd de baby vervangen door een pop.

Tijdens één van de uitvoeringen kregen twee van mijn Scheveningse ‘bewoners’ zusdanig slaande ruzie dat ze elkaar al vloekend van het podium sloegen. Dat was de climax van de oplopende kerststress.

Later werden de kerstmusicals vervangen door de kerstreizen. In een reeks van tenten viel van alles te beleven en als je de goede volgorde liep klopte het kerstverhaal redelijk.

Als verteller moest ik 15 keer hetzelfde verhaal vertellen. Dat was aan mij niet zo besteed, dus het verhaal veranderde geleidelijk. Misschien ook wel doordat het zo koud was en ik – om mezelf te verwarmen – nogal wat glühwein tot mij nam.

De directeur (die het de eerste en de laatste keer hoorde) was het opgevallen dat de inhoud van de boodschap weliswaar hetzelfde was kerststal-liergebleven maar dat de verpakking aanzienlijk was veranderde. Zo werd het geboortekaartje van Jezus de laatste keer door de PTT door de brievenbus afgeleverd. Zonder postzegel, en toch geen straf(port)…

Op de foto een kerststal in Lier. 

Religie en wantrouwen tegen de Nederlandse cultuur

Volgens Professor Lotty Eldering is de wens om de eigen cultuur te behouden een belangrijke factor in de wijze waarop Marokkaanse en Turkse ouders naar Nederland kijken.

Van de jongeren in deze gezinnen zegt 90% moslim te zijn. Moslims betreuren het dat religie in Nederland niet meer belangrijk is.

Religieuze plichten

Ouders vinden het belangrijk dat hun kinderen de waarden en de normen van de islam over nemen. Daar komt nog bij dat de islam (meer dan het christendom en het hindoeïsme) een religie is met veel verplichtingen en gedragsregels voor het dagelijks leven. Er is sprake van zeer veel rituelen.

Kinderen beginnen al enkele dagen te vasten en vanaf de puberteit vasten ze de hele ramadan.

Koranlessen

Zeventig procent van de kinderen van moslims volgt koranlessen (dat is een hogere frequentie dan bij hun ouders het geval was). Ze leren er arabisch, leren islamitische leefregels en moeten hoofdstukken uit de koran uit hun hoofd op kunnen zeggen.

Kijk op opvoeding

Ouders die in Marokko en Turkije zijn opgegroeid vinden de Nederlandse opvoeding veel te vrij en te kindvriendelijk, aldus Lotty Eldering.

Aan dat kindvriendelijk valt overigens nog wel een beetje te tornen. Het is namelijk maar hoe je het bekijkt. Zo vond een vader die ik sprak over de opvoeding de Nederlandse opvoeding juist kindonvriendelijk.  Juist door kinderen streng aan te pakken maakte je hen tot gelukkige volwassenen. Deze vader begreep er niets van dat het slaan van kinderen door de Nederlandse wetgever verboden was. Je moest het kwaad juist uit het kind slaan. Daarbij baseerde hij zich op de koran.

Christelijk wantrouwen

Maar is het wantrouwen jegens de westerse opvoedingscultuur alleen een islamistisch verschijnsel? Nee, dat is het zeker niet. Bram de Muynck schrijft in het boek ‘Tijd voor verlangen’ dat deze maand verscheen het volgende: “In de eerste plaats bestaat er de neiging om subculturele codes strakker te hanteren om zo de markeringslijnen van de eigen identiteit te beschermen”.

Met andere worden: de regels worden strenger gehanteerd. Om naar de buitenkant te kijken: zoals de hoofddoek voor moslims symbool staat voor een goed moslima zijn, zo is de lange rok dat voor vrouwen op de Bible Belt. Die druk wordt niet minder, maar sterker. De Muynck ziet deze scherpere afgrenzing o.a. bij het toelatingsbeleid voor en door scholen.

“In de tweede plaats is er sprake van meer intellectuele toerusting…” Je zou kunnen zeggen: dat wat de koranscholen beogen (meer kennis) zie je ook in christelijke kring, vroeger door catechisatie, tegenwoordig door meer op de leerlingen en studenten gerichte scholing en vorming.

Lotty Eldering: Opvoeding en leefsituatie van allochtone jongeren (Tijdschrift voor Orthopdagogiek, juli/augustus 2016)

Bram de Munck: Tijd voor verlangen, Persoonsvorming als toetssteen voor bevindelijke pedagogiek, Apeldoorn, december 2016

Kerstboom met theepotten

Vandaag is het de tweede advent. In veel kerken is het traditie om de (vier) weken voor kerst ‘af te tellen’. Iedere zondag wordt er een nieuwe kaars aangestoken.

In een aantal kerken staat in de weken voor kerst ook een kerstboom. Zo’n boom heeft niets met kerst te maken. Daar zouden we trouwens nog een aardige boom over op kunnen zetten.

In de kerk waar bij op bezoek waren stond wel een kerstboom. Deze was eigenhandig door iemand uit de kerk in elkaar gezet. Er waren meer knutselaars aan de slag geweest, want er was ook een complete deur met kozijn geplaatst waar de kinderen door naar binnen kwamen. Mogelijk heeft onze aannemer dit op zijn ‘geweten’, want hij kerkt in deze kerk en heeft hier ook eigenhandig deuren geplaatst.

kerstboom-theepottenIn ieder geval stond er ook een kerstboom. Deze was geheel gevuld met theepotten. De dominee zei dat volgende week zou worden uitgelegd waarom de ontwerper van deze kerstboom al die potten in de boom had gezet.

Na afloop van de kerkdienst vroeg ik aan een kerkganger of er nu thuis nergens meer thee werd gedronken. Maar volgens die kerkganger viel het wel mee, de bouwer verzamelde theepotten en had deze nu maar eens in de boom gehangen. Misschien wilde hij eindelijk eens zijn huis opgeruimd hebben.

Nationale Synode

Van jongs af aan zijn we regelmatige kerkgangers. Met die regelmaat bedoel ik niet: “Ieder jaar met kerst.” Dat is ook regelmatig. Maar we behoren tot de ruim 10% Nederlanders die iedere zondag een kerkdienst bezoekt.

Kerkdiensten

Een kerkdienst duurde een halve eeuw geleden vaak 1½ uur, waarbij de preek het meest uitgesproken deel was.

Daarna was er een periode waarbij de norm leek te zijn dat kerkdiensten niet langer dan een uur mochten duren. Die periode is alweer voorbij.

Tegenwoordig duurt een dienst weer gemakkelijk 1½ uur. De preek is niet langer geworden, er is veel meer aandacht voor interactie en voor muziek. Zongen we vroeger 150 Psalmen en Enige Gezangen (dat waren er 29), tegenwoordig zijn de liedbundels niet aan te slepen. En het orgel heeft al lang plaats gemaakt voor bands met verschillende muziekstijlen.

Koude kerk

Maar gisteren zaten we 8 uur in de kerk. Dat was in de Grote Kerk van Dordrecht. Die kerk valt niet warm te stoken. Maar dat wisten we al van vorige bezoeken. Dus gewapend met extra warme kleding hebben we geprobeerd onszelf een beetje warm te houden.

Nederland telt tientallen kerkgenootschappen. Die zijn vaak ontstaan naar aanleiding van een kerkstrijd in het verleden. De afgelopen jaren is er een beweging ontstaan waarbij de kerken weer naar elkaar toegroeien. Dat heeft te maken met een sterk verminderd aantal kerkgangers, kleiner wordende kerken hebben elkaar meer nodig. Maar dat hoeft niet altijd. Er zijn ook groeiende kerken die steeds meer open zijn gaan staan voor contacten met andere kerken.

Het betrokken zijn bij allerlei diaconale projecten (straatpastoraat, voedselbank, ontmoetingsplekken, Present) helpt daar een stevig handje bij mee.

Ontmoetingsdag

nationale-synode-1Zaterdag was zo’n ontmoetingsdag. Neem alleen al de muziek: van een mannenkoor uit Urk tot de band Trinity die wereldmuziek ten gehore bracht. Begeleiding door het grootse kerkorgel en door slagwerk.

Acht verschillende kerken stelden zich door middel van een videopresentatie voor en acht andere kerken leverden commentaar: wat kun je van deze gemeente leren?

nationale-synode-trinitySprekers uit verschillende kerken vertelden hoe ze aankijken tegen een ‘verbond van kerken’, een meer officiële samenwerking tussen de (meeste) protestantse kerken in Nederland.

Net als in het voorjaar was er een bijzondere plek voor de migrantenkerken, die – zonder de Nederlandse kerkgeschiedenis – opeens mee zijn gaan doen. Veel leden komen uit landen waar christenen steeds meer vervolgd worden. Ze hadden ook een antwoord om het warm van te krijgen: niet blijven zitten als je zingt, maar ga dansen voor God, dan word je vanzelf warm!

Esther Maria Magnis

esther-maria-leest-voor-2Daarnaast was er een vraaggesprek met de Duitse schrijfster Esther Maria Magnis. Ze vertelde over haar levensverhaal, het overlijden van haar vader en haar broer, hoe ze in die tijd de God van haar kinderjaren kwijt was geraakt en later toch weer werd aangeraakt en stukje bij beetje haar geloof terug vond. Ze las daarbij voor uit haar boek Mintijteer, dat enige tijd geleden in het Nederlands is verschenen en dat al meerdere drukken heeft beleefd. Het was een kwetsbaar maar zeer indrukwekkend verhaal.

Schmink

Rest nog een persoonlijke noot: Ik moest een klein stukje officiële bijdrage aan de bijeenkomst leveren en omdat de TV de hele dag aanwezig was moesten die mensen geschminkt worden. Maar ik ben overgeslagen. Is dat:

a) omdat er toch niets meer aan mij te veranderen valt: mijn gezicht is hopeloos verouderd?

b) omdat ik er zo geweldig uitzie dat ik gewoon niet geschminkt hoef te worden?

Aan het schminken ontkom ik de komende maand niet helemaal, want ik moet weer optreden in de pastorale bijrol van Sinterklaas. Die man moet kennelijk nog steeds op allerlei manieren geverfd en gepoederd worden.

Afscheid

Ik had er helemaal niet op gerekend.

Maar na een intensieve en interactieve preek waarbij de dominee enkele confronterende vragen aan gemeenteleden stelde was er opeens ook nog een toespraak ‘vanwege het afscheid van Henk en Tineke’.

Dertien jaar geleden waren we uit Den Helder naar Alkmaar verhuisd. We werden lid van deze kerkelijke gemeente. Men had enkele jaren eerder een gebouw van de padvinders eigenhandig verbouwd tot een kerkgebouw.  We waren er zeer gastvrij ontvangen.

Kerkdienst Open HofIn al die jaren hebben we veel waardevolle contacten opgebouwd, met kinderen, leeftijdgenoten, en met mensen die door allerlei omstandigheden niet de kerkdienst konden bezoeken. Ook maakten we deel uit van een ‘huiskring’ (de kerk is opgebouwd uit kringen die op allerlei manieren met elkaar optrekken en lief en leed met elkaar kunnen delen). Dat laatste voelde steeds meer als ‘familie’. Voor de kinderen van de kring waren we dan ook opa Henk en oma Tineke.

Zo’n kerkelijke familie loslaten vind ik niet gemakkelijk. Maar als je het omdraait mag je zeggen: wat hebben we veel met elkaar kunnen delen en wat is dat waardevol geweest.

In de toespraak werden veel mooie dingen gezegd. En na de dienst was er gelegenheid om iedereen de hand te drukken. Ik was liever ondergedoken, maar uiteindelijk is het goed om op zo’n manier een periode af te sluiten. Goed afscheid (kunnen) nemen hoort bij het leven.

(de foto nam ik tijdens een eerdere kerkdienst en laat iets zien van  – de sfeer van – het eigenhandig verbouwde kerkgebouw).

Christenvervolging

In de Volkskrant van vrijdag 15 september 2016 spreekt Elma Drayer er haar verwondering over uit dat Nederlandse kerken decennia lang hebben gezwegen over de vervolging van christenen in andere landen.

“Als ’s lands grootste kerkgenootschap de afgelopen decennia iets negeerde, dan was het wel de christenvervolging. De onderdrukking van andere volkeren mocht op solidariteit vanuit de kerk rekenen, maar als het om onderdrukking van de eigen geloofsgenoten ging deed de PKN er bij voorkeur het zwijgen toe.” Aldus Elma Drayer.

Vanaf vandaag vraagt de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) aandacht voor de vervolging van christenen in het Midden-Oosten, die hier vanwege hun christelijke geloof gediscrimineerd, vervolgd, gevangen gezet en gedood worden. Zo staat er op de overgang van de islam naar het christelijk geloof in een aantal islamitische landen de doodstraf.

Selectieve verontwaardiging

Volgens Drayer was er sprake van selectieve verontwaardiging, maar dat niet alleen binnen de kerken, maar ook bijvoorbeeld bij Amnesty International. Men bekritiseerde het boerkaverbod in Frankrijk (boetes), maar kritiek op besluiten in moslimlanden om christelijke uitingen van geloof te verbieden (met als gevolg langdurige gevangenisstraffen) hoorde je niet. Waarschijnlijk, aldus Drayer, uit angst om anders voor islamofoob te worden aangezien. Die angst is zo groot dat men liever een andere kant uit kijkt.

Gevraagd naar concrete voorbeelden van christenvervolging in Afghanistan, Pakistan (de blasfemie-wet: een andere uiting van geloof dan de islam wordt als vloeken, als blasfemie beschouwd) en China antwoordde een woordvoerder: “dat is geen vervolging, het is slechts achterstelling”. 

Moslims

Op dit moment hebben moslims het het zwaarste te verduren als het om vervolging gaat. Zo zijn bij veruit de meeste aanslagen van IS moslims vooral slachtoffer.

Dat laat onverlet dat in de afgelopen decennia ook tienduizenden christenen zijn gedood vanwege hun geloof. Met name in het noorden van Nigeria worden kerken en christenen vaak aangevallen, vermoord en ontvoerd.

En in gebieden waar IS heerst zijn – naast de yezidi’s en sjiieten – ook bijna alle christelijke gemeenschappen verdwenen. De Joodse bevolking daar zag de bui al eerder hangen en was op tijd vertrokken naar andere landen.

Vervolging in islamitische landen

Nogmaals: we mogen de ogen niet sluiten voort discriminatie en vervolging van moslims. Maar aan de andere kant – en dat is waar Elma Drayer op doelt – mag ook niet ontkend worden: dat van de 50 landen waar christenen het het zwaarste te verduren hebben er 35 zijn met een islamitische overheid.

Maar tussen die landen zitten ook overheden die geen gezag hebben over delen van hun grondgebied. Daar is de vervolging deels een gevolg van de opkomst van extremistische groeperingen (zoals in Irak en Syrië de gebieden waar IS aan de macht is).

Ranglijst

Dit is de lijst van landen waar in 2015 (percentueel) de meeste christenen vanwege de uiting van hun geloof werden onderdrukt, gevangen gezet of gedood en/ of  waar het christelijke geloof niet openlijk geuit mag worden (bron: Open Doors): 

  1. Noord-Korea
  2. Irak
  3. Eritrea
  4. Afghanistan
  5. Syrië
  6. Pakistan
  7. Somalië
  8. Soedan (Noord)
  9. Iran
  10. Libië
  11. Jemen
  12. Nigeria
  13. Malediven
  14. Saudi-Arabië
  15. Kenya
  16. Oezbekistan
  17. India
  18. Ethiopië
  19. Turkmenistan
  20. Vietnam

Eritrea en Nigeria

De plaatsing van Eritrea, Ethiopië, Kenya en Nigeria op deze lijst is opmerkelijk omdat het landen zijn met een (deels) christelijke regering. Maar in Nigeria en Kenya heeft de overheid geen controle over het noorden (daar werden in 2015 door Boko Haram 4000 christenen vermoord en in Kenya vonden tientallen christenen de dood vanwege aanslagen door moslim-terreurgroepen uit Somalië).

Onlangs sprak ik een mevrouw uit Eritrea. Zij beweerde bij hoog en bij laag dat er in haar land van geloofsvervolging geen sprake was. Maar het probleem in dat land is dat je verplicht bent om je aan te sluiten bij een door de overheid gecontroleerde religieuze groepering. Langs de grens met Somalië is sprake van vervolging door extremistische moslims en in het centrale deel van het land loop je het risico op lange gevangenisstraffen als je niet de lijn volgt van de door de overheid verplichte geloofsovertuiging (de Eritrees Koptische Kerk).

Gefixeerde mindset (2) : Christine

Dankzij enig lichamelijk ongemak heb ik gisteren TV gekeken. Daar vertelde een zekere Christine dat ze precies wist hoe de wereld in elkaar zat. Ze was er van overtuigd dat ze gelijk had. Het probleem was alleen dat anderen datgene wat ze wist niet erkenden. Ze voelde zich dus miskend.

Strijd in de familie

De strijd die ze had ging op dat moment tegen haar ouders en tegen haar zus. Vooral tussen moeder en dochter vlogen de psychologische vonken er af. Zodra de moeder een mening had zag Christine dat als een aanval. Zo was het altijd al geweest in het gezin. En dus ging ze in de tegenaanval. “Jullie zitten helemaal verkeerd, bemoei je dus niet met mij!”

Christine ging nog een stap verder: ze voelde zich vervolgd. Ze mocht de waarheid niet vertellen. En overal waar de waarheid niet verteld mag worden is sprake van vervolging.

Eén van haar bezigheden was het aanklagen van mensen. Zo had ze een brief naar 29 kerken gestuurd om te waarschuwen tegen een predikant die de waarheid niet verkondigde.

Christine heeft (g) een probleem

Volgens haar behandelaar had Christine een probleem. Dat zag ze zelf niet zo. Want als je gelijk hebt heb je geen probleem. De anderen hadden een probleem. Ze zagen namelijk niet in dat zij gelijk had.

Inmiddels was Christine haar baan kwijt geraakt en ze dreigde dakloos te worden. Haar moeder maakte zich zorgen over de (klein) kinderen. Dat was volgens Christine géén probleem, want er was genoeg eten in huis. Bovendien moest oma zich niet met de kleinkinderen bemoeien, want zo’n goede moeder was oma zelf helemaal niet geweest.

Bijzondere gaven

Christine was er van overtuigd dat ze bijzondere gaven had. Ze was een profetes. Onlangs had ze een kikker uit de dood doen opstaan. Ze had een man genezen van acute leukemie. Een vrouw was direct hersteld van chronische rugklachten. En haar man was vroeger homo en nu moest hij in seksueel opzicht niets meer van mannen hebben.

Op de vraag van de behandelaar of er misschien een andere verklaring mogelijk was voor het uit de dood opstaan van de kikker was haar antwoord dat dat helemaal niet nodig was. Ze had immers zelf gezien dat de dode kikker opeens tot leven kwam en haar strak aankeek.

De eigen waarheid

Christine zag maar één mogelijke verklaring. Alle andere verklaringen waren dus per definitie fout. Het deed denken aan de manier van redeneren van een peuter of een jonge kleuter. “Het is zo, want ik heb het zelf gezien”. Maar ze voegde er nog iets aan toe: wie het niet eens is met mij heeft het op mij gemunt. Die persoon vervolgt mij.

Eén van de kenmerken van de gefixeerde mindset is dat de persoon niet in staat is om andere verklaringen mee te nemen in het denken over een bepaalde situatie. Het is geen meer of minder, het is gelijk of ongelijk.

Kenmerken gefixeerde mindset

Christine voldeed aan veel kenmerken van de gefixeerde mindset (blog van 5 september).

  1. Als iemand een andere mening heeft ziet ze dat als een aanval en dus als een bedreiging. Ze staat op scherp en gaat direct in de tegenaanval.

2. Als iemand mogelijk meer of andere kennis heeft reageert ze daar scherp op met ‘dat  kan niet waar zijn’. Haar eigen kennis is de norm. Ze is niet open, maar ze vraagt: klopt wat de ander zegt met wat ik denk?

3. Ze gaat nog een stap verder: wie het niet met mij eens is, is een tegenstander. Iedereen die anders denkt dan ik is uit op mijn ondergang.

Christine wil gezien worden

Er viel nog heel wat meer te zeggen over het TV-programma met Christine. Zoals de vraag: wat zat er eigenlijk áchter haar gedrag? Waarom was er zo’n strijd tussen haar en de andere gezinsleden? Naar mijn idee was Christine zó bezig met het gezien en erkend willen worden dat dit pathologische trekken aan had genomen. Dat wat ze niet kon bereiken werd opgevuld door een schijnwereld waarin zij de redder moest spelen en mensen kon genezen. In zo’n schijnwereld wordt iedereen die anders denkt meteen verdacht (gemaakt).

Religie als verlengstuk

Volgens de behandelaar was haar religieuze overtuiging geen inspiratiebron meer, maar een verlengstuk van haar persoonlijke problematiek. Op zo’n manier wordt religie een gevaarlijk instrument. Dat kun je bijvoorbeeld zien aan het functioneren van sektes met leiders die zichzelf op een voetstuk zetten.