Afscheid van Dennis

Gisteren namen we afscheid van Dennis.

Ik heb vaak in mijn leven afscheid genomen van mensen. Die gebrokenheid went nooit. Maar het ene afscheid is toch anders dan het andere afscheid. Bijvoorbeeld rond de vraag wie er achter blijven.

Voor de derde keer in twee maanden tijds werden we geconfronteerd met het overlijden van een jong iemand. Een vriend uit de kerk, een collega, een familielid. Dennis liet een vrouw en twee jonge kinderen achter. Die ‘mannetjes’ moeten nu zonder hun vader als voorbeeld verder.

Ze hebben gelukkig een geweldige grootvader, die dag en nacht voor hun klaar staat. Maar toch: wat een gebrokenheid.

afscheid-dennis-2De dominee kende Dennis al heel lang. Al sinds de tijd dat de vader van Dennis is overleden. Dat was te merken aan zijn pastorale afscheidswoorden.

Vanuit mijn geloof ben ik er van overtuigd dat de dood niet het laatste woord heeft. Dat maakt de gebrokenheid niet minder, maar er is toch nog een perspectief. De dominee preekte over Openbaringen 21 vers 1 tot 4. Er komen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal zijn.

Dat was ook waar Dennis naar verlangde. Naar een wereld waar iedereen tot zijn recht zou kunnen komen en waar een einde zou zijn gemaakt aan alle onrecht.

Advertenties

Kerst een feest?

Het is natuurlijk saai en hélemaal niet origineel als ik zeg dat ik niet veel met kerst heb. Dat beweert misschien wel de helft van de Nederlandse bevolking.

De allergie voor kerst heb ik misschien wel een beetje van mijn vader overgenomen. Hij was dominee en had niet veel op met kerst. Hoe kan dat dan? Hij vond dat kerst dusdanig was geseculariseerd dat we door de kerstbomen de betekenis van kerst niet meer zagen. Eigenlijk was het op deze manier geen christelijk feest meer. Hij preekte zelfs een keer niet uit het Kerstevangelie tijdens een kerstdienst op Eerste Kerstdag…

Daar komt nog eens bij dat kerst een bijzonder drukke periode was. Mijn vader had het wel over de Tiendaagse Veldtocht. Als kerst niet op een zondag viel moest hij (in de jaren ’60) op Eerste Kerstdag twee keer preken, daarna was er op Tweede Kerstdag een dienst, dan volgde de zondag met twee diensten en dan waren Oud-en Nieuw en de volgende zondag ook alweer in aantocht. Ruilen was toen allerminst gebruikelijk, dus je moest als predikant een hele reeks preken en kerkdiensten voorbereiden.

Bovendien was er vaak ook nog eens een begrafenis tussen Kerst en Oud-en Nieuw. Dat was een logistiek onhandige week om dood te gaan, maar er viel kennelijk niet altijd aan te ontkomen.

Op mijn 19e jaar ging ik de deur uit. Vanaf die tijd maakte ik kerst mee in Amsterdam, Den Helder, Alkmaar en nu in Delft. Ondanks de allergie voor kerst bezocht ik met kerst altijd één of meer kerkdiensten. Samen met Tineke, trouwens. Want we hadden ook al vanaf mijn 19e jaar verkering.

Kerststal Open Hof 3En ik moet zeggen dat we in die tijd bijzondere kerkdiensten hebben meegemaakt. Ik had die diensten toch niet willen missen.

Zoals gisteren, voor het eerst in Delft. We hebben ons nog niet ergens kerkelijk aangesloten, maar bezoeken meestal op zondag inmiddels wel een vaste kerk.

Op en rond kerst waren er drie kerkdiensten. Met een actieve rol voor de kinderen, met veel muziek (orgel, piano en trompet; en piano, violen, gitaar en zang door een inspirerende jongerengroep). Een preek waar duidelijk werd uitgelegd hoe God juist gewone mensen uitkiest om het Licht te laten schijnen in deze wereld.

We konden trouwens zo ongeveer het hele weekend wel in de kerk zitten, want er was een kerstnachtdienst geweest en bijna de hele dag was de kerk open voor gemeenteleden, gasten en mensen uit de wijk.

Dus ondanks de kerstallergie was kerst tóch een feest.

Kerstboom, kerststal en kerstkoor

Bij ons thuis thuis trof je vroeger geen kerstboom aan.

En al helemaal geen kerststal.

De buren hadden wel een kerstboom. Maar ja, die waren Rooms-Katholiek en wisten dus niet beter. Dat was bijna heidens. Mijn jongere zussen mochten daar wel even kijken, maar de oudere broers moesten in hun eigen beschutte omgeving blijven om de verleiding te weerstaan.

Met kerststallen maakte ik nog later kennis. Meestal bij Rooms-Katholieke kerken in het zuiden van het land. En later op mijn werk. Ooit zelfs met een heuse kameel.

Ieder jaar werd er meerdere malen een kerstmusical opgevoerd. Eerst nog met een heuse baby (zoon of dochter van een personeelslid), maar toen de kribbe een keer was omgegooid door een boos lid van het engelenkoor werd de baby vervangen door een pop.

Tijdens één van de uitvoeringen kregen twee van mijn Scheveningse ‘bewoners’ zusdanig slaande ruzie dat ze elkaar al vloekend van het podium sloegen. Dat was de climax van de oplopende kerststress.

Later werden de kerstmusicals vervangen door de kerstreizen. In een reeks van tenten viel van alles te beleven en als je de goede volgorde liep klopte het kerstverhaal redelijk.

Als verteller moest ik 15 keer hetzelfde verhaal vertellen. Dat was aan mij niet zo besteed, dus het verhaal veranderde geleidelijk. Misschien ook wel doordat het zo koud was en ik – om mezelf te verwarmen – nogal wat glühwein tot mij nam.

De directeur (die het de eerste en de laatste keer hoorde) was het opgevallen dat de inhoud van de boodschap weliswaar hetzelfde was kerststal-liergebleven maar dat de verpakking aanzienlijk was veranderde. Zo werd het geboortekaartje van Jezus de laatste keer door de PTT door de brievenbus afgeleverd. Zonder postzegel, en toch geen straf(port)…

Op de foto een kerststal in Lier. 

Religie en wantrouwen tegen de Nederlandse cultuur

Volgens Professor Lotty Eldering is de wens om de eigen cultuur te behouden een belangrijke factor in de wijze waarop Marokkaanse en Turkse ouders naar Nederland kijken.

Van de jongeren in deze gezinnen zegt 90% moslim te zijn. Moslims betreuren het dat religie in Nederland niet meer belangrijk is.

Religieuze plichten

Ouders vinden het belangrijk dat hun kinderen de waarden en de normen van de islam over nemen. Daar komt nog bij dat de islam (meer dan het christendom en het hindoeïsme) een religie is met veel verplichtingen en gedragsregels voor het dagelijks leven. Er is sprake van zeer veel rituelen.

Kinderen beginnen al enkele dagen te vasten en vanaf de puberteit vasten ze de hele ramadan.

Koranlessen

Zeventig procent van de kinderen van moslims volgt koranlessen (dat is een hogere frequentie dan bij hun ouders het geval was). Ze leren er arabisch, leren islamitische leefregels en moeten hoofdstukken uit de koran uit hun hoofd op kunnen zeggen.

Kijk op opvoeding

Ouders die in Marokko en Turkije zijn opgegroeid vinden de Nederlandse opvoeding veel te vrij en te kindvriendelijk, aldus Lotty Eldering.

Aan dat kindvriendelijk valt overigens nog wel een beetje te tornen. Het is namelijk maar hoe je het bekijkt. Zo vond een vader die ik sprak over de opvoeding de Nederlandse opvoeding juist kindonvriendelijk.  Juist door kinderen streng aan te pakken maakte je hen tot gelukkige volwassenen. Deze vader begreep er niets van dat het slaan van kinderen door de Nederlandse wetgever verboden was. Je moest het kwaad juist uit het kind slaan. Daarbij baseerde hij zich op de koran.

Christelijk wantrouwen

Maar is het wantrouwen jegens de westerse opvoedingscultuur alleen een islamistisch verschijnsel? Nee, dat is het zeker niet. Bram de Muynck schrijft in het boek ‘Tijd voor verlangen’ dat deze maand verscheen het volgende: “In de eerste plaats bestaat er de neiging om subculturele codes strakker te hanteren om zo de markeringslijnen van de eigen identiteit te beschermen”.

Met andere worden: de regels worden strenger gehanteerd. Om naar de buitenkant te kijken: zoals de hoofddoek voor moslims symbool staat voor een goed moslima zijn, zo is de lange rok dat voor vrouwen op de Bible Belt. Die druk wordt niet minder, maar sterker. De Muynck ziet deze scherpere afgrenzing o.a. bij het toelatingsbeleid voor en door scholen.

“In de tweede plaats is er sprake van meer intellectuele toerusting…” Je zou kunnen zeggen: dat wat de koranscholen beogen (meer kennis) zie je ook in christelijke kring, vroeger door catechisatie, tegenwoordig door meer op de leerlingen en studenten gerichte scholing en vorming.

Lotty Eldering: Opvoeding en leefsituatie van allochtone jongeren (Tijdschrift voor Orthopdagogiek, juli/augustus 2016)

Bram de Munck: Tijd voor verlangen, Persoonsvorming als toetssteen voor bevindelijke pedagogiek, Apeldoorn, december 2016

Kerstboom met theepotten

Vandaag is het de tweede advent. In veel kerken is het traditie om de (vier) weken voor kerst ‘af te tellen’. Iedere zondag wordt er een nieuwe kaars aangestoken.

In een aantal kerken staat in de weken voor kerst ook een kerstboom. Zo’n boom heeft niets met kerst te maken. Daar zouden we trouwens nog een aardige boom over op kunnen zetten.

In de kerk waar bij op bezoek waren stond wel een kerstboom. Deze was eigenhandig door iemand uit de kerk in elkaar gezet. Er waren meer knutselaars aan de slag geweest, want er was ook een complete deur met kozijn geplaatst waar de kinderen door naar binnen kwamen. Mogelijk heeft onze aannemer dit op zijn ‘geweten’, want hij kerkt in deze kerk en heeft hier ook eigenhandig deuren geplaatst.

kerstboom-theepottenIn ieder geval stond er ook een kerstboom. Deze was geheel gevuld met theepotten. De dominee zei dat volgende week zou worden uitgelegd waarom de ontwerper van deze kerstboom al die potten in de boom had gezet.

Na afloop van de kerkdienst vroeg ik aan een kerkganger of er nu thuis nergens meer thee werd gedronken. Maar volgens die kerkganger viel het wel mee, de bouwer verzamelde theepotten en had deze nu maar eens in de boom gehangen. Misschien wilde hij eindelijk eens zijn huis opgeruimd hebben.

Nationale Synode

Van jongs af aan zijn we regelmatige kerkgangers. Met die regelmaat bedoel ik niet: “Ieder jaar met kerst.” Dat is ook regelmatig. Maar we behoren tot de ruim 10% Nederlanders die iedere zondag een kerkdienst bezoekt.

Kerkdiensten

Een kerkdienst duurde een halve eeuw geleden vaak 1½ uur, waarbij de preek het meest uitgesproken deel was.

Daarna was er een periode waarbij de norm leek te zijn dat kerkdiensten niet langer dan een uur mochten duren. Die periode is alweer voorbij.

Tegenwoordig duurt een dienst weer gemakkelijk 1½ uur. De preek is niet langer geworden, er is veel meer aandacht voor interactie en voor muziek. Zongen we vroeger 150 Psalmen en Enige Gezangen (dat waren er 29), tegenwoordig zijn de liedbundels niet aan te slepen. En het orgel heeft al lang plaats gemaakt voor bands met verschillende muziekstijlen.

Koude kerk

Maar gisteren zaten we 8 uur in de kerk. Dat was in de Grote Kerk van Dordrecht. Die kerk valt niet warm te stoken. Maar dat wisten we al van vorige bezoeken. Dus gewapend met extra warme kleding hebben we geprobeerd onszelf een beetje warm te houden.

Nederland telt tientallen kerkgenootschappen. Die zijn vaak ontstaan naar aanleiding van een kerkstrijd in het verleden. De afgelopen jaren is er een beweging ontstaan waarbij de kerken weer naar elkaar toegroeien. Dat heeft te maken met een sterk verminderd aantal kerkgangers, kleiner wordende kerken hebben elkaar meer nodig. Maar dat hoeft niet altijd. Er zijn ook groeiende kerken die steeds meer open zijn gaan staan voor contacten met andere kerken.

Het betrokken zijn bij allerlei diaconale projecten (straatpastoraat, voedselbank, ontmoetingsplekken, Present) helpt daar een stevig handje bij mee.

Ontmoetingsdag

nationale-synode-1Zaterdag was zo’n ontmoetingsdag. Neem alleen al de muziek: van een mannenkoor uit Urk tot de band Trinity die wereldmuziek ten gehore bracht. Begeleiding door het grootse kerkorgel en door slagwerk.

Acht verschillende kerken stelden zich door middel van een videopresentatie voor en acht andere kerken leverden commentaar: wat kun je van deze gemeente leren?

nationale-synode-trinitySprekers uit verschillende kerken vertelden hoe ze aankijken tegen een ‘verbond van kerken’, een meer officiële samenwerking tussen de (meeste) protestantse kerken in Nederland.

Net als in het voorjaar was er een bijzondere plek voor de migrantenkerken, die – zonder de Nederlandse kerkgeschiedenis – opeens mee zijn gaan doen. Veel leden komen uit landen waar christenen steeds meer vervolgd worden. Ze hadden ook een antwoord om het warm van te krijgen: niet blijven zitten als je zingt, maar ga dansen voor God, dan word je vanzelf warm!

Esther Maria Magnis

esther-maria-leest-voor-2Daarnaast was er een vraaggesprek met de Duitse schrijfster Esther Maria Magnis. Ze vertelde over haar levensverhaal, het overlijden van haar vader en haar broer, hoe ze in die tijd de God van haar kinderjaren kwijt was geraakt en later toch weer werd aangeraakt en stukje bij beetje haar geloof terug vond. Ze las daarbij voor uit haar boek Mintijteer, dat enige tijd geleden in het Nederlands is verschenen en dat al meerdere drukken heeft beleefd. Het was een kwetsbaar maar zeer indrukwekkend verhaal.

Schmink

Rest nog een persoonlijke noot: Ik moest een klein stukje officiële bijdrage aan de bijeenkomst leveren en omdat de TV de hele dag aanwezig was moesten die mensen geschminkt worden. Maar ik ben overgeslagen. Is dat:

a) omdat er toch niets meer aan mij te veranderen valt: mijn gezicht is hopeloos verouderd?

b) omdat ik er zo geweldig uitzie dat ik gewoon niet geschminkt hoef te worden?

Aan het schminken ontkom ik de komende maand niet helemaal, want ik moet weer optreden in de pastorale bijrol van Sinterklaas. Die man moet kennelijk nog steeds op allerlei manieren geverfd en gepoederd worden.

Afscheid

Ik had er helemaal niet op gerekend.

Maar na een intensieve en interactieve preek waarbij de dominee enkele confronterende vragen aan gemeenteleden stelde was er opeens ook nog een toespraak ‘vanwege het afscheid van Henk en Tineke’.

Dertien jaar geleden waren we uit Den Helder naar Alkmaar verhuisd. We werden lid van deze kerkelijke gemeente. Men had enkele jaren eerder een gebouw van de padvinders eigenhandig verbouwd tot een kerkgebouw.  We waren er zeer gastvrij ontvangen.

Kerkdienst Open HofIn al die jaren hebben we veel waardevolle contacten opgebouwd, met kinderen, leeftijdgenoten, en met mensen die door allerlei omstandigheden niet de kerkdienst konden bezoeken. Ook maakten we deel uit van een ‘huiskring’ (de kerk is opgebouwd uit kringen die op allerlei manieren met elkaar optrekken en lief en leed met elkaar kunnen delen). Dat laatste voelde steeds meer als ‘familie’. Voor de kinderen van de kring waren we dan ook opa Henk en oma Tineke.

Zo’n kerkelijke familie loslaten vind ik niet gemakkelijk. Maar als je het omdraait mag je zeggen: wat hebben we veel met elkaar kunnen delen en wat is dat waardevol geweest.

In de toespraak werden veel mooie dingen gezegd. En na de dienst was er gelegenheid om iedereen de hand te drukken. Ik was liever ondergedoken, maar uiteindelijk is het goed om op zo’n manier een periode af te sluiten. Goed afscheid (kunnen) nemen hoort bij het leven.

(de foto nam ik tijdens een eerdere kerkdienst en laat iets zien van  – de sfeer van – het eigenhandig verbouwde kerkgebouw).