Disfunctionele gezinnen (9)

Als je de kenmerken van disfunctionele gezinnen leest ga je misschien al snel denken dat jij ook uit zo’n gezin komt. Dat is hetzelfde verschijnsel als wanneer je leest over persoonlijkheidsstoornissen. We vertonen allemaal wel in zekere mate kenmerken van persoonlijkheidsstoornissen. Om met mijn vroegere leermeester Prof. J.W. Van Hulst te spreken: “En wie dat ontkent, die liegt of kent zichzelf niet”.

Christelijke gezinnen

Het boek dat mij de meeste informatie heeft verschaft over disfunctionele gezinnen is: When love is not enough (Arterburn en Burns). We zijn geneigd om allerlei opvoedingsfouten en tekorten naar deze tijd toe te schrijven, maar volgens deze auteurs zijn er altijd disfunctionele gezinnen geweest. Ze noemen een aantal voorbeelden uit het Oude Testament. Maar ze schrijven ook dat er in onze tijd miljoenen gezinnen zijn die trekken vertonen van het disfunctionele gezin. Arterburn en Burns schrijven vanuit een christelijke achtergrond en ze signaleren deze kenmerken ook bij een aanzienlijk aantal christelijke gezinnen.

Een gevolg in zo’n gezin is dat het geloofsleven onder druk kan komen te staan: woede en pijn maken het vertrouwen in God en in de naaste moeilijk. Hoewel de rebellie van pubers dan lijkt op verzet tegen God merken de auteurs op dat het veel vaker gaat om een opstand tegen de onuitgesproken pijn in het gezin.

Alle gezinnen disfunctioneel?
Wie de kenmerken van disfunctionele gezinnen ziet stelt -zoals ik aan het begin van dit blog noemde – vanzelf ook een andere vraag: zijn niet àlle gezinnen disfunctioneel? Inderdaad maakt de gebrokenheid van de wereld dat alle gezinnen trekken van disfunctionaliteit vertonen. In ieder gezin kom je kenmerken uit de eerder geciteerde lijst tegen.

Niettemin vragen de auteurs extra aandacht voor die gezinnen die continu ontregeld zijn als gevolg van het niet goed kunnen functioneren van de gezinsleden ten opzichte van elkaar. Een criterium is daarbij hoe lang de symptomen voortduren en hoe ernstig de gevolgen zijn. Een gezin kan door een gebeurtenis van slag raken (ontslag, verhuizing, ziekte, kinderen in de puberteit), maar zich daarna weer herstellen.

Er zijn echter ook families waar de problemen chronisch zijn. “Zelfs toen ze 80 jaar werd gaf de dochter haar moeder nog de schuld van de problemen die ze in haar leven tegen kwam” (naar aanleiding van een cartoon van Peter van Straaten). Dat is wel erg chronisch: op je 80e jaar nog gebonden aan (en dus niet: verbonden met) je moeder…

Advertenties

Eeuwigheidszondag

Volgende week is het de eerste advent: de eerste zondag van het kerkelijk jaar.
Dat betekent dat het vandaag de laatste zondag van kerkelijk jaar is.
Die laatste zondag worden de mensen die overleden zijn herdacht. Niet als ‘voorvader-verering’, maar je denkt met de familie nog eens terug aan de mensen van wie door de dood in dit leven afscheid moest worden genomen. Dat waren in onze kerk: Dirk, John en Monique.

“Zij die ons zijn voorgegaan. Dat betekent geen definitief afscheid, je staat juist stil bij de toekomst”.

In de kerk geloven we dat de dood niet het laatste woord heeft. De apostel Paulus schrijft: ‘stel je voor dat je alles uit dit leven moet halen, want ben je dán te beklagen’.

Voor veel mensen is het eind van hun leven een kwetsbare en moeilijke periode. En dfan kun je terugdenken en je afvragen: was dát nu alles?

Bij Dirk, John en Monique klonken bij het graf de woorden van de geloofsbelijdenis: “Ik geloof in de opstanding van het lichaam én ik geloof in het eeuwig leven”. Zij zijn ons voorgegaan. Niet als definitief afscheid. Daarom kunnen we ook zeggen: tot ziens!

Emden

In Duitsland ben ik het afgelopen jaar veel minder vaak geweest dan in voorgaande jaren. Maar hier toch drie Duitse plaatjes.
Vanuit Emmen fietste ik Duitsland in naar de Ems.
Die volgde ik (globaal) tot Emden.

Emden is zo’n stad waar in de oorlog bijna geen steen op de andere is blijven staan.
Het centrum werd op 6 september 1944 totaal verwoest door geallieerde bombardementen, 21.000 mensen raakten dakloos. Dat het aantal slachtoffers mee viel kwam door de vele bunkers (nu nog te zien in het stadsbeeld). 

Waar dat bombardement op de stad voor nodig was is de vraag: de industrie lag buiten het centrum. Het paste in de strategie om de bevolking te demoraliseren. Maar dat gebeurde niet. En Hitler trok zich helemaal niets aan van de verwoestingen van zijn land en het lijden van de bevolking.

In de Nederlandse kerkgeschiedenis is Emden een belangrijke plaats. In 1571 werd hier de eerste Synode van de Gereformeerde kerken gehouden (op de bovenste foto één van de Gereformeerde kerken). Veel Nederlandse protestanten vestigden zich in de 16e eeuw in de stad, op de vlucht voor het godsdienstig geweld in Nederland.

Tegenwoordig is Emden een belangrijke Duitse haven-en industriestad (met o.a. fabrieken van Volkswagen). Qua sfeer en grootte doet de plaats aan Den Helder denken, maar Emden heeft een meer gezonde en meer diverse economische ‘ondergrond’.

Gods water over Gods akker

 Het schijnt dat na afloop van de eucharistie de priester het (resterende) wijwater liet weglopen door een gat in de muur. Dat gat heeft ook een naam: wie het weet mag het zeggen (oftewel: ik weet het niet meer…).

Daarmee liet hij letterlijk Gods water over Gods akker lopen (de ruimte rond de kerk; bij oude kerken vaak de begraafplaats).

Inmiddels heeft dit gezegde een negatieve klank gekregen. Je laat de zaken op zijn beloop en je ziet wel wat er van komt.

Maar je zou het ook om kunnen draaien zonder de eigen menselijke verantwoordelijkheid te ontkennen. Er kunnen momenten zijn in je leven, dingen waar je geen grip op hebt. Dan moet je los kunnen laten en zeggen: ik vertrouw er op dat God er verder voor zorgt… Oftewel: (kunnen) loslaten is mijn beste houvast.

Op de foto een gootje aan de buitenkant van een kerkgebouw (de Nederlands Hervormde Kerk van Heusden), waar het wijwater door stroomde. Na de Reformatie hebben de protestanten het gat gedicht, alleen het gootje is nog aanwezig…

Een preek op zondag

Vandaag neem ik een stukje over uit een preek.
De dominee preekte over (o.a.) de manier waarop kerkleden (vaak) omgaan met anderen en met zichzelf. Volgens hem stappen ze nogal eens in allerlei valkuilen die helemaal niet nodig zijn. Daardoor raak je als mens beschadigd en kom je niet tot je bestemming.

1. We zijn vaak bang dat dingen uit de hand lopen. We willen de controle houden. Waarom zo overheersend over anderen? Dat is helemaal niet nodig. Je mag loslaten, omdat je dingen waar je mee zit bij God neer mag leggen.
2. We hunkeren naar goedkeuring door anderen en zijn bang voor afwijzing. Maar waarom zou je bang zijn voor anderen? We mogen leven onder de paraplu van Gods genade.

3. Waarom zouden we ons geluk zoeken in zaken als een opvallende auto, een dure vakantie of een mooi huis? Natuurlijk mag je genieten van de dingen die je ontvangt. Maar als je die dingen nodig hebt om je gelukkig te voelen gaat er iets niet goed. God is goed, dus je geluk hoef je niet in allerlei tijdelijke dingen te zoeken.

4. Waarom zou je zo afhankelijk zijn van goedkeuring door anderen? Waarom wil je je niet bewijzen? Dat is allemaal niet nodig. Schaamte en bitterheid hoeven niet.   Je mag gewoon wie je bent, zoals je geschapen bent. Omdat God genadig is.

Als je de hele preek wilt horen -helaas is het geluid niet helemaal optimaal- is hier de link: http://www.deopenhof-alkmaar.nl/index.php?option=com_docman&Itemid=75 (preek van Jos Douma op zondagmiddag 16 september 2012)

Massificatie

Het woord kende ik nog niet.
Ik las het in een artikel van Ds. Wim Rietkerk, predikant in Utrecht en o.a. auteur van de boeken ‘Ik wou dat ik kon geloven’ en ‘De kunst van het loslaten’.

Wim Rietkerk woont op de plek waar Utrecht al als stad bestond in het jaar 1000, vlak achter de Domkerk. De stad had toen ongeveer 1200 inwoners. Hoe zal het leven er toen zijn geweest?
Rietkerk stelt dat er veel problemen zullen zijn geweest, maar er was weinig eenzaamheid. Iedereen kende elkaar. “Maar in het Utrecht van vandaag zal niemand je groeten en kijkt men zelfs vreemd op als je dat wél doet “. Met een air van ‘wat moet je van me?’
Volgens Rietkerk heeft deze anonimiteit een diepe uitwerking op ons zelfbesef. In de grote steden zijn we een naamloos sofinummer geworden in de grote stad. Een gemiddelde ambtenaar aan de balie komt op één dag meer verschillende mensen tegen dan een middeleeuwse boer gedurende zijn héle leven. Zoiets ontmoedigt mensen. Ze brengen het niet meer op om écht contact te maken.

Deze ‘massificatie’ leidt tot anonimiteit en tot sociale isolatie. Mensen geven aan te lijden onder dit isolement. En dat lijden gaat op zijn beurt weer gepaard met gevoelens van zinloosheid. Waar dien ik nu nog voor? Waar hoor ik bij? Doe ik er toe?

De kerk in Utrecht is actief betrokken bij de zorg en het pastoraat aan mensen aan de rand van de samenleving. Juist zij zijn de meest duidelijke slachtoffers van de gevolgen van deze massificatie.

Maar het is ook opvallend dat in alle grote Nederlandse steden tegen de stroom van de secularisatie nieuwe kerken ontstaan. Alleen al in Amsterdam zijn in de afgelopen tien jaar uit een achttal, steeds in ledental  teruglopende kerken twaalf nieuwe en groeiende gemeenten ontstaan… (Zie bijvoorbeeld: http://www.hoopvoornoord.nl/). Ik dacht wel eens ‘zal straks de laatste kerkganger het licht uit doen?’ Maar wat gebeurt er? Er komen kerken bij! Zou dat te maken hebben met het opnieuw zoeken naar zingeving?

Spektakel of kerkdienst?

Er waren verschillende reacties op de (s)preekstijl van dominees.
Bij kerkgangers in Nederland is dat ook regelmatig onderwerp van gesprek.
Daar zit oprechte betrokkenheid en zorg bij, maar het komt ook regelmatig voor dat de discussies een gevolg zijn van het feit dat  kerkgangers nogal eens consumenten zijn geworden. Waar het meest te halen valt ga je naar de kerk.

Dat leidt er toe dat er voorgangers zijn die in de fuik belanden dat het allemaal steeds meer spectaculair moet worden. Hoe meer spektakel, des te meer publiek. Alsof de kerkdienst het net als de omroep van de kijkcijfers moet hebben. Een voorbeeld zijn de kerkdiensten van Hour of Power: veel spektakel, maar met een oppervlakkige en goedkope inhoud.

In een analyse in het Nederlands Dagblad werd de vraag gesteld waarom sommige voorgangers steeds speculatiever gaan preken. Met allerlei diepzinnige quasi-exegetische spitsvondige vondsten menen ze bijvoorbeeld allerlei gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis bijbels te kunnen duiden. Daar gaan ze vervolgens de mist mee in, zoals bijvoorbeeld bleek uit de ontwikkelingen rond ‘bijbelleraar’ Frank Ouweneel. 

Op mijn weblog stelde ik ooit de vraag: van welke docent heb je het meest geleerd op school? Bijna iedereen geeft aan dat het om docenten gaat met liefde voor hun vak en waarbij je tegelijk denkt: hij/zij staat achter de boodschap. Wat hij zegt klopt met wie hij is.

Van welke predikanten neem ik het meeste mee naar huis? Van predikanten van wie duidelijk is dat ze helemaal vol zijn van de boodschap die ze brengen. En waarbij ik niet denk: je staat hier wel heel spannend te doen, maar het is eigenlijk maar een stuk toneel. 

Daarnaast wil ik wel graag iets ‘leren’. Dat is spannend in deze tijd, met de roep om laagdrempelige kerkdiensten voor iedereen. Maar ik vind dat het één het ander helemaal niet uitsluit.

Zoals de kerkdiensten van zondag. Twee kerkdiensten over één thema. ’s Morgens preekte de dominee over het onderwerp, ’s middags kon je daar op verder studeren, daarna kon je de vragen aan hem voorleggen.

In de avonddienst (in een ander kerkgebouw met meer ruimte voor interactie) behandelde de dominee de vragen die door gemeenteleden gesteld waren. Op die manier werd vieren en leren op een goede manier met elkaar verbonden. Niet voor een select publiek van studiebollen, maar voor de hele gemeente.

Helemaal geen spektakel, twee redelijk traditionele kerkdiensten en een bevlogen voorganger…