Haaksbergen


Het was weer eens zo ver.
Henk vertrok met de eerste trein met onbekende bestemming vanuit Alkmaar.
Uiteindelijk stapte hij in Goor uit de trein. Ook daar had hij nog geen enkel idee waar zijn Gazelle hem zou brengen.
Hij fietste over de brug over het Twenthekanaal en belandde een uur later in Haaksbergen.

Het was lang geleden dat Henk 50 in Haaksbergen was. Dat was op de terugweg van een fietstocht naar Denemarken vice versa in 1972. We gingen heen zonder versnellingen en met nieuwe fietsbanden en kwamen terug zonder versnellingen en met dusdanig versleten fietsbanden dat we ze met repen canvas moesten versterken.

Haaksbergen heeft een eigen station, maar is niet aangesloten bij de Nederlandse Spoorwegen. De spoorlijn loopt namelijk dood. Maar je kunt er wel in de zomer een treinrit maken met de Stichting Museum Buurtspoorweg, naar Boekelo en weer terug. Ik ben echter veel te vroeg, de trein wordt wel gepoetst, maar is nog niet van plan om te gaan rijden.  

Daarom fiets ik maar weer verder door het centrum. Haaksbergen heeft de voordelen van een plaats met tegen de 20.000 inwoners: voldoende voorzieningen, een aardig winkelbestand en toch kleinschalige afmetingen. Bovendien ontdek ik dat je hier voor één euro kunt ontbijten… Ik ga echter niet naar Haaksbergen verhuizen, want zonder NS gaat Henk op de fles.

Haaksbergen is een kerks dorp. Op het marktplein staat de historische Sint Pancratiuskerk. Even verderop de Nederlands Hervormde Kerk met een bijzondere vormgeving. Het blijkt een kerk te zijn die werd ontworpen door een ingenieur van Rijkswaterstaat (dat was rond 1850 gebruikelijk, maar deze ingenieur had originele gedachten).

Het ontstaan van de protestantse kerk in Haaksbergen kent overigens nog een bijzonder detail. De plaatselijke pastoor werd verliefd op zijn huishoudster. Dat kon natuurlijk niet. Op een zondagmorgen preekte hij ’s morgens nog gewoon als pastoor in de Rooms-Katholieke Kerk. ’s Avonds preekte hij in de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij was toen dominee geworden en zijn vrouw mocht blijven…

Enschede laat ik links liggen: de Gazelle hobbelt mij over de Duitse grens heen. Drie uur later ben ik in Coesfeld.

Advertenties

Verboden in de kerk te komen

Dit is de zeer oude Kloosterkerk in Ten Boer (Groningen).

We stonden voor de kerk en hadden de indruk dat we niet erg welkom waren. Je ziet geen bord met een bericht dat je welkom bent in de kerk en/of een opgave van de kerkdiensten, maar wel een bord met Verboden Toegang voor onbevoegden.

In het Wetboek van Strafrecht staat als tekst bij artikel 461:

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op eens anders grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, bevindt of daar vee laat lopen, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Noot: De eventuele boete schijnt ruim 300 euro te kunnen bedragen, exclusief administratiekosten.

In het Oude Testament waren veel mensen niet bevoegd om het tempelplein te betreden. Maar hoe zit dat nu met ons?

We hebben onszelf maar bevoegd verklaard en zijn een rondje om de kerk gelopen.

Luther en de zwaan


Nu we het toch over zwanen hebben…
Op Rooms-Katholieke kerken staat bijna altijd een kruis.
Op de meeste protestantse kerktorens staat een haan.
Lutherse kerken herken je aan de zwaan op de toren of boven aan de gevel.

In de kerk waar wij 30 jaar kerkten zaten die zwaan ook als houtsnijwerk aan de zijkant van alle banken..
Die zwaan voert terug naar de dood van Johannes Hus, de Tsjechische kerkhervormer die vanwege zijn geloof gedood werd. Zijn naam schijnt ‘zwaan’ te betekenen.

In Lied 265 (Liedboek voor de Kerken) verwijst dominee-dichter Willem Barnard naar Luther en de zwaan:

En Luther zingt er als een zwaan
en Bach, de grote Bach,
die mag de maat der engelen slaan
de lieve lange dag.

Op de foto zie je de zwaan op de kerktoren van de Lutherse Kerk in Den Helder.

Prettige Hemelvaart

Dat zei iemand gisteren tegen mij…
Dat is (nu nog niet) te hopen, dacht ik bij mijzelf.

Je kunt het op allerlei manieren opvatten.
Zoals bij een man uit onze kerk, die ik zondag nog gesproken heb en die dinsdagavond is overleden. Bij hem kan ik dat woord bijna letterlijk opvatten: ik geloof (en dat is in dit verband: zeker weten) dat hij nu in de hemel is.

In een volle Kapelkerk dachten we vandaag aan de hemelvaart. De dominee legde aan de kinderen uit dat het nét zo is als wanneer de juf op school zegt: “Ik moet even weg, maar ik kom zo meteen weer terug.” Wat gebeurt er dan ondertussen in de klas? En weet je ook precies wanneer de juf terug komt?”

Over de hemel heeft iedereen zijn eigen gedachten. De Indianen dachten aan de eeuwige jachtvelden. Die aardse voorstelling heeft te maken met waar je hart(stocht) ligt.

De dominee vertelde in de preek welke beelden je daar bij kunt hebben. Maar we kunnen het ons niet voorstellen hoe het er werkelijk zal zijn. Wél dat er nooit meer oorlog en ellende zal zijn, nooit meer pijn.

Herder of huurling?

Zo had ik het nog niet bekeken…
De dominee (op TV) preekte over één van de bekendste gedeelten uit de Bijbel: de gelijkenis van de goede herder. Wie is er eigenlijk een goede herder? Dat is iemand die zijn schapen kent.

Nu ken ik deze dominee wel en ik weet dat hij ook op de hoogte is van wat er bijvoorbeeld in de zorg gebeurt. 

“Er zijn teveel mensen die leiding kunnen geven, er zijn te weinig mensen die herder kunnen zijn. Er worden tegenwoordig managers met een missie ingevlogen: zij moeten de tent efficiënt draaiende houden. Maar kennen ze ook de mensen om wie het gaat?”

Ik ken instellingen waar zulke ingevlogen managers – zonder dat ze ooit de mensen hebben gezien om wie het gaat – zeer ingrijpende en schadelijke beslissingen hebben genomen. Hoe groter de organisatie, des te meer kans bestaat dat het op dit punt mis gaat. Een groot hoofdgebouw vér van de cliënten af, waar de beslissingen worden genomen. Sorry, dominee Willem, ik dacht even verder op mijn eigen spoor…

De dominee zei: zulke leidinggevenden zijn geen herders, dat zijn huurlingen. Oftewel om mijn vroegere collega Chiel Egberts te citeren (jn Klik): “Het zijn net meeuwen. Ze pikken weg waar ze iets weg kunnen pikken”. Maar verbondenheid, ho maar!

Tsja, en de dominee nam meteen ook nog een ander thema mee. “En dan heb je goed gezorgd voor iemand, maar nee hoor, je krijgt alsnog op je kop, want je hebt het protocol niet gevolgd…”

Was dat nou vervelend om tijdens de kerkdienst zó aan het werk te moeten denken? Nee, dat was het niet. Ik dacht ook meteen: wat gaat zo’n gelijkenis in de Bijbel diep. Hoe ánders kijkt Jezus naar mensen! Als goede herder die zijn schapen kent!

Pasen 2012

 Wat betekent Pasen eigenlijk?
Daar waren een paar jongeren in de trein met elkaar over in discussie.
Twee jongeren zeiden dat Pasen gaat over de dood van Jezus.
Niemand gaf het goede antwoord: Pasen gaat over Jezus die leeft.
Met Pasen viert de kerk al bijna 2000 jaar dat de dood niet het laatste woord heeft.

Voor veel mensen is dat een onmogelijk verhaal. Niemand kan immers opstaan uit de dood? Vreemd is dat natuurlijk niet. Ook de discipelen bleken hun ogen en oren niet te kunnen geloven toen Maria hen deze boodschap kwam brengen (Marcus 16 vers 11). Maria zou wel in de war zijn. Ze geloofden het pas toen ze Jezus met eigen ogen hadden gezien en ook de wonden zagen die in zijn lichaam zichtbaar waren als gevolg van de kruisiging. 

Tientallen mensen hebben Jezus na zijn dood gezien. Ook buiten de kring van zijn volgelingen – door onafhankelijke getuigen – wordt verteld over dit wonder. Een wonder boven wonder: het gaat al ons bevattingsvermogen te boven.

Vanmorgen vierden we in de munumentale Kapelkerk het feest van dit wonder. Een volle kerk met mensen die geloven dat de dood uiteindelijk niet het laatste woord heeft.