Prettige Hemelvaart

Dat zei iemand gisteren tegen mij…
Dat is (nu nog niet) te hopen, dacht ik bij mijzelf.

Je kunt het op allerlei manieren opvatten.
Zoals bij een man uit onze kerk, die ik zondag nog gesproken heb en die dinsdagavond is overleden. Bij hem kan ik dat woord bijna letterlijk opvatten: ik geloof (en dat is in dit verband: zeker weten) dat hij nu in de hemel is.

In een volle Kapelkerk dachten we vandaag aan de hemelvaart. De dominee legde aan de kinderen uit dat het nét zo is als wanneer de juf op school zegt: “Ik moet even weg, maar ik kom zo meteen weer terug.” Wat gebeurt er dan ondertussen in de klas? En weet je ook precies wanneer de juf terug komt?”

Over de hemel heeft iedereen zijn eigen gedachten. De Indianen dachten aan de eeuwige jachtvelden. Die aardse voorstelling heeft te maken met waar je hart(stocht) ligt.

De dominee vertelde in de preek welke beelden je daar bij kunt hebben. Maar we kunnen het ons niet voorstellen hoe het er werkelijk zal zijn. Wél dat er nooit meer oorlog en ellende zal zijn, nooit meer pijn.

Herder of huurling?

Zo had ik het nog niet bekeken…
De dominee (op TV) preekte over één van de bekendste gedeelten uit de Bijbel: de gelijkenis van de goede herder. Wie is er eigenlijk een goede herder? Dat is iemand die zijn schapen kent.

Nu ken ik deze dominee wel en ik weet dat hij ook op de hoogte is van wat er bijvoorbeeld in de zorg gebeurt. 

“Er zijn teveel mensen die leiding kunnen geven, er zijn te weinig mensen die herder kunnen zijn. Er worden tegenwoordig managers met een missie ingevlogen: zij moeten de tent efficiënt draaiende houden. Maar kennen ze ook de mensen om wie het gaat?”

Ik ken instellingen waar zulke ingevlogen managers – zonder dat ze ooit de mensen hebben gezien om wie het gaat – zeer ingrijpende en schadelijke beslissingen hebben genomen. Hoe groter de organisatie, des te meer kans bestaat dat het op dit punt mis gaat. Een groot hoofdgebouw vér van de cliënten af, waar de beslissingen worden genomen. Sorry, dominee Willem, ik dacht even verder op mijn eigen spoor…

De dominee zei: zulke leidinggevenden zijn geen herders, dat zijn huurlingen. Oftewel om mijn vroegere collega Chiel Egberts te citeren (jn Klik): “Het zijn net meeuwen. Ze pikken weg waar ze iets weg kunnen pikken”. Maar verbondenheid, ho maar!

Tsja, en de dominee nam meteen ook nog een ander thema mee. “En dan heb je goed gezorgd voor iemand, maar nee hoor, je krijgt alsnog op je kop, want je hebt het protocol niet gevolgd…”

Was dat nou vervelend om tijdens de kerkdienst zó aan het werk te moeten denken? Nee, dat was het niet. Ik dacht ook meteen: wat gaat zo’n gelijkenis in de Bijbel diep. Hoe ánders kijkt Jezus naar mensen! Als goede herder die zijn schapen kent!

Pasen 2012

 Wat betekent Pasen eigenlijk?
Daar waren een paar jongeren in de trein met elkaar over in discussie.
Twee jongeren zeiden dat Pasen gaat over de dood van Jezus.
Niemand gaf het goede antwoord: Pasen gaat over Jezus die leeft.
Met Pasen viert de kerk al bijna 2000 jaar dat de dood niet het laatste woord heeft.

Voor veel mensen is dat een onmogelijk verhaal. Niemand kan immers opstaan uit de dood? Vreemd is dat natuurlijk niet. Ook de discipelen bleken hun ogen en oren niet te kunnen geloven toen Maria hen deze boodschap kwam brengen (Marcus 16 vers 11). Maria zou wel in de war zijn. Ze geloofden het pas toen ze Jezus met eigen ogen hadden gezien en ook de wonden zagen die in zijn lichaam zichtbaar waren als gevolg van de kruisiging. 

Tientallen mensen hebben Jezus na zijn dood gezien. Ook buiten de kring van zijn volgelingen – door onafhankelijke getuigen – wordt verteld over dit wonder. Een wonder boven wonder: het gaat al ons bevattingsvermogen te boven.

Vanmorgen vierden we in de munumentale Kapelkerk het feest van dit wonder. Een volle kerk met mensen die geloven dat de dood uiteindelijk niet het laatste woord heeft.

Doodstraf op geloofsafval

In een groot aantal islamitische landen staat de doodstraf op het vaarwel zeggen van de islam.
Om die reden zitten er in diverse islamistische landen christenen in erbarmelijke omstandigheden gevangen in afwachting van de uitvoering van het vonnis. Zoals Youcef Nadarkhani in Iran. Hij is inmiddels 30 jaar oud. Zijn misdaad? Hij bekeerde zich als tiener tot het christelijk geloof.

De afgelopen jaren is er in veel islamitische landen sprake van een toename van intolerantie tegenover andersdenkenden. Dat de doodstraf een passende straf is voor iemand die de islam de rug toekeert is daar een wijd verbreide opvatting aan het worden. De orthodoxe islam is met een opmars bezig.

Volgens Abdoelah Ghzili is die opvatting in Nederland ook helemaal niet ongewoon onder Nederlandse moslim-jongeren. Ze durven er alleen niet zo voor uit te komen.

Ghzili is aan de Vrije Universiteit opgeleid tot geestelijk verzorger. Hij verdedigt het voltrekken van de doodstraf aan mensen de islam de rug toekeren. Dat blijkt uit een vraaggesprek met het Nederlands Dagblad. En hij vindt zijn opvattingen volstrekt logisch. Het is juist inconsequent als christenen vinden dat op het loslaten van hún geloof niet de doodstraf staat…

Volgens Ghzili heeft de doodstraf een afschrikwekkende werking. En daar red je meer mensen van de hel dan door de afvalligen niet te straffen. Bovendien kan iemand die het geloof vaarwel heeft gezegd ook nog eens anderen infecteren. Kortom: die doodstraf is zo gek nog niet.

Daar kijk ik toch wel heel anders naar. Als je werkelijk vanuit een diepe innerlijke overtuiging leeft, dan heb je niet zulke middelen nodig. Een overheid of een rechtbank die op deze manier anderen het zwijgen oplegt heeft kennelijk weinig vertrouwen in de kracht van de eigen boodschap.

Zwerver in de kerk

 Een aantal leden van onze kerk is nauw betrokken bij de opvang van mensen in het centrum van de stad.

Maar omdat ons kerkgebouw aan de rand van de stad ligt komen daar niet zo vaak ‘onverwachtse’ gasten binnen. We zijn dat trouwens in veel Nederlandse kerken ook niet zo gewend. Bij het begin van de dienst zit iedereen netjes op zijn plek. In sommige buitenlandse kerken heb ik je bijna geen idee wanneer de dienst begint en eindigt, want er komen voortdurend mensen binnen of er lopen mensen naar buiten.

Maar vanmorgen kwam er tijdens de dienst, toen de preek al halverwege was, opeens iemand binnen. Ik kende hem wel een beetje, maar voor de (gast-) predikant was hij een onbekende. 

Die preek ging er over dat veel ‘genodigden’ niet reageren op de uitnodiging van Jezus. Dan zegt Jezus dat de mensen aan de rand van de samenleving moeten worden uitgenodigd: de gehandicapten, de armen, de zwervers. En precies op dát moment ging de deur nadrukkelijk open en liep deze meneer de kerk binnen, helemaal naar voren. Hij installeerde zich met zijn plastic tassen en viel nog even in slaap in het warme kerkgebouw.

De dominee heette de meneer welkom en ging verder met zijn preek. Achteraf vertelde hij dat hij dat wel een bijzonder moment vond, zo’n treffende illustratie. Alsof het van tevoren zo afgesproken was… En die meneer, hij bleef ook nog even na de dienst, koffiedrinken, een praatje maken.

 

 

Mene mene tekel upharsin

Koning Belsazar viert feest alsof er niets aan de hand is.

En dat terwijl ondertussen de vijandelijke legers al voor de poorten van de stad staan.

Dan verschijnt er opeens een hand op de muur. Die hand schrijft: Mene, mene, tekel, upharsin.

De koning wordt wit van schrik. Hij begrijpt er niets van. In de zaal zijn ook zijn wijzen aanwezig. Ook zij begrijpen niets van deze tekst. Voor hen is dat een hachelijke situatie. Het kan ze letterlijk de kop kosten als ze de koning geen uitleg kunnen geven. Er staat iets zoals (in de tijd van de gulden vertaald): gulden, gulden, kwartje, dubbeltje. Maar wat moet je nu met zó’n tekst op de muur?

Dan wordt de hoogbejaarde Daniël gehaald. Hij kijkt naar deze tekst met andere ogen. Het zijn alleen de medeklinkers; Daniël vult de klinkers anders in.

Mene: God heeft uw koningschap geteld en er een eind aan gemaakt.

Tekel: U bent in de weegschaal gewogen en te licht bevonden.

Upharsin: Uw koningschap is gebroken en aan de Meden en de Perzen gegeven.

Maar hoe kan dat nu? Waarom hebben al die aanwezigen in de feestzaal de tekst op de muur maar op één manier gelezen? Dat komt omdat hun denken maar in één richting ging: de richting van het geld. Daardoor zagen ze andere verklaringen over het hoofd.

Daarmee trok de dominee meteen een parallel met onze tijd. Bijna iedere dag lees je in de kranten over de Euro-crisis. En mensen denken: die crisis is een kwestie van geld. Als we de crisis financiëel de baas kunnen, zijn de problemen opgelost. Euro, euro, eurodubbeltje, eurocent.

Waar zit nu werkelijk de crisis in de samenleving? Er wordt zó gespeculeerd op de voedselmarkt dat mensen in arme landen hun eten nauwelijks meer kunnen betalen.

Achter de hele crisis rond de euro zit iets anders: niet het geld is de boosdoener of het middel dat ons uit de problemen kan helpen; het is de wijze waarop wij met dat geld om gaan. Als we dát niet zien, raken we verstrikt in een vorm van kokerdenken: net als Dagobert Duck zien we alleen nog maar muntstukken.

Kunnen we achter de crisis nog de dieperliggende oorzaken zien? Een veel meer fundamenteel probleem… Deze crisis heeft te maken met onze manier van denken, de wijze waarop de westerse samenlevingen met kwetsbare mensen en groepen om gaan. Juist als je oog hebt voor anderen zie je een stukje van Gods Koninkrijk en lees je ook de crisis met andere ogen…