Gods water over Gods akker

 Het schijnt dat na afloop van de eucharistie de priester het (resterende) wijwater liet weglopen door een gat in de muur. Dat gat heeft ook een naam: wie het weet mag het zeggen (oftewel: ik weet het niet meer…).

Daarmee liet hij letterlijk Gods water over Gods akker lopen (de ruimte rond de kerk; bij oude kerken vaak de begraafplaats).

Inmiddels heeft dit gezegde een negatieve klank gekregen. Je laat de zaken op zijn beloop en je ziet wel wat er van komt.

Maar je zou het ook om kunnen draaien zonder de eigen menselijke verantwoordelijkheid te ontkennen. Er kunnen momenten zijn in je leven, dingen waar je geen grip op hebt. Dan moet je los kunnen laten en zeggen: ik vertrouw er op dat God er verder voor zorgt… Oftewel: (kunnen) loslaten is mijn beste houvast.

Op de foto een gootje aan de buitenkant van een kerkgebouw (de Nederlands Hervormde Kerk van Heusden), waar het wijwater door stroomde. Na de Reformatie hebben de protestanten het gat gedicht, alleen het gootje is nog aanwezig…

Mooiplaatsen


Zo’n tien jaar geleden was het zo ver.
Ik had alle Nederlandse steden, groot en klein, befietst.
Maar ik was er nog niet uit wat ik de mooiste plaats vond.
Niet dat dat persé moet, maar ik was altijd nogal van de rijtjes.
Misschien moet ik maar een Top 10 van persoonlijke mooiplaatsen in Nederland maken. Zonder een volgorde vast te stellen…
In ieder geval hoort daar het Zeeuwse Zierikzee bij.
Maar ook het Friese Harlingen…

Radio Kootwijk


Waar is Henk50 nu weer aangeland?
Henk50 was uitgenodigd voor een verjaardag in Apeldoorn.
Dan is het handig om met de trein naar Ede te gaan en van daar over de Veluwe te fietsen naar Apeldoorn.

Je kunt natuurlijk ook met de trein rechtstreeks naar Apeldoorn, maar dat is minder interessant dan een combinatie van fiets & trein, gezond en fijn.

Henk, zijn Gazelle en ook Tineke bevinden zich hier bij Radio Kootwijk.
Dat zendstation werd in de jaren ’20 gebouwd ten behoeve van de radio-verbindingen met het voormalige Nederlands Indië. Hier was veel fysieke ruimte en weinig storing als gevolg van bebouwing. Bovendien was het terrein toch al in het bezit van de overheid.

Het gebouw is geheel in Art Deco-stijl gebouwd, in de vorm van een sfinx.
Vanwege de enorme afmetingen wordt het gebouw ook wel ‘De Kathedraal’ genoemd.

Op de tweede foto heb ik de telelens ingezet om het gebouw nog wat beter te kunnen bekijken.

Van Almelo naar (10) …

In Schoonoord komen weer dreigende luchten opzetten. Het lijkt mij dat in het oosten de lucht nog het meest schoon blijft. Dus sla ik nu rechtsaf, naar het noordoosten. Geen idee welke dorpen mij nu te wachten staan, dat blijft een verrassing.

Helaas houd ik het toch niet droog. Ik fiets spetterend over de Hondsrug. Mijn fototoestel heb ik even diep onder het plastic verborgen, want het regent stevig door. Gelukkig geen onweer, want dan is fietsen te gevaarlijk. Ik kom weer door een dorp waar ik nog nooit van gehoord heb: Eesergroen.

Pas een paar kilometer voor Gasselte wordt het droog. En even voorbij Gasselte lijkt het zelfs of het hier helemaal niet geregend heeft. Ik was dus net iets te laat van koers veranderd.

Na Gasselte fiets ik de veenkoloniën weer binnen. Dat betekent een open landschap, kilometerslange lintbebouwing en kaarsrechte wegen. Er wordt geprotesteerd tegen een gepland windmolenpark. Ik ben hier in Gasselternijveen, met een opvallend grote Nederlands Hervormde dorpskerk. Gebouwd rond 1850, dus zoals te verwachten was alweer een zogenaamde waterstaatskerk.

Kerkelijk gezien is deze plaats ook de bakermat van de Baptisten. Destijds werd de plaatselijke predikant afgezet omdat hij tegen de kinderdoop was. Hij stichtte toen een nieuwe kerk. De leden werden gedoopt in het veenkanaal van Gasselternijveen. De Baptistenweg herinnert aan deze geschiedenis.

Gasselternijveen gaat vanzelf over in Gasselternijveenschemond. Opnieuw een plaatsnaam waar je zo ongeveer een halve enveloppe voor nodig hebt (zie nummer 3 uit deze serie voor ook zo’n lange plaatsnaam). Maar het kan nóg langer. Wat te denken van het nabijgelegen Gasselterboerveenschemond?

Pedagogische foutbouw (5)

Het meest extreme bericht dat ik ooit gelezen heb rond de bouw voor mensen met een verstandelijke beperking was een woonruimte met nauwelijks verwarming.

Het bestuur van het gesticht zat er niet zo mee, want de patiënten voelden dat toch niet. Of ze het niet voelden is de vraag, maar ze reageerden er niet zichtbaar op. Het personeel wel: dat kreeg het te koud tijdens de dienst…

Pedagogisch was het misschien nog niet zo fout, het volgende bericht uit de oude doos. Zo oud is die doos trouwens nog niet. Het komt uit mijn loopbaan in de gehandicaptenzorg.

Op twee leefgroepen waar ik bij betrokken was woonden bejaarde mensen die afkomstig waren uit de psychiatrie. Binnen een paar weken hadden ze mijn hart gestolen… Allemaal dames van boven de 70 jaar die op chronische afdelingen binnen de psychiatrie hadden gewoond. Ooit probeerden we of die groepen ook gemengd konden zijn, maar de heren hadden tussen die dames geen leven…

De dames gingen wonen op leefgroepen van 12 cliënten (ze kwamen uit groepen met 40 mensen) en deelden met 3 of 4 personen een slaapkamer (al een heel verschil met de vroegere slaapzalen).

Je zou zeggen: groepen met bejaarde cliënten, daar zijn toch wel aanpassingen in de bouw voor bedacht? Nee dus. Gladde badkamervloeren, en onhandige en krap bemeten badruimtes zonder ruimte voor een tillift.

Maar het meest bijzondere was nog dat er geen brancard door de deur kon. Als iemand haar been brak of een hartstilstand had was er dus een acuut probleem. Gelukkig waren de dames buitengewoon taai en waren ze bepaald niet van plan om binnenkort ‘te gaan hemelen’…

Pedagogische foutbouw (3)

Nu nog een paar foute bouwprojecten uit het verleden…

Vandaag het eerste project in de schijnwerpers…

Op een instelling werden rond 1980 twee paviljoens gebouwd voor kinderen.
Het was de tijd dat de instellingen in het westen uit de grond werden gestampt. Daarvoor bestonden ze ook al, maar dan vooral op de Veluwe en in het katholieke zuiden. Ouders uit de Kop van Noord-Holland werden op die manier gedwongen om hun kind in de buurt van Roermond op te laten nemen. Verschillende van mijn cliënten hebben daar een zeer originele zachte ‘g’  aan over gehouden.
Maar nu kwamen er in het westen gloednieuwe instellingen om de wachtlijsten weg te werken. Er werden vooral kinderen geplaatst. De volwassenen kwamen vaak (terug) uit de instellingen in de bossen, vér van de Randstad.

Dus kwamen er op deze instelling twee paviljoens voor twee maal vier groepen kinderen. Halve WC-deuren garandeerden permanent toezicht. Buiten de onvermijdelijke schommels en zandbakken, gefinancierd door de plaatselijke middenstand. En de burgemeester toonde zich bij de opening zeer trots op dit wonder van moderne architectuur, dat geheel was toegesneden op het welzijn van onze geestelijk gehandicapte medemens.

Helaas was er in de bouw helemaal geen rekening mee gehouden dat deze kinderen na tien jaar fysiek volwassen waren. De groepsruimte was totaal niet berekend op 12 volwassen mannen, hij was bedoeld geweest voor tien jonge kinderen. Die twee extra was om de personeelsbezetting te kunnen garanderen. Maar nu was het alsof je lange slungels van pubers in de kleuterklas in bankjes liet zitten. Er was zelfs een jongen die eigenlijk niet meer op het toilet kon zitten: hij zat compleet klem.
Daar kwam nog eens bij dat er helemaal niet met dagbesteding was gerekend. Veel kinderen verlieten voortijdig de school voor zeer moeilijk lerende kinderen, maar vervolgens bood de instelling hen geen plek voor dagbesteding.
Als je iets bouwt voor kinderen en je gaat er vanuit dat die kinderen van jouw voorziening afhankelijk blijven, dan zul je er ook over na moeten denken hoe de toekomst er uit ziet…

Pedagogische foutbouw (3)

Wat willen kinderen van twee jaar?
Ze willen het lijntje met hun moeder (of vader) houden. Of anders met een ander persoon aan wie ze gehecht zijn.
Dorothea Timmers-Huigens geeft in dit verband de al eerder genoemde vuistregel: “De afstand in meters is gelijk aan de leeftijd in jaren”. Oftewel: een kind van twee voelt zich in spannende situaties veilig binnen de afstand van twee meter tot zijn moeder. Het is de leeftijd waarbij je ’s avonds zingend op de overloop moet gaan staat strijken. Anders durft je zoon of je dochter niet te gaan slapen.
En hoe ziet de nieuwbouw er op een groot aantal instellingen uit? Precies zo als de appartementen-bouw die het meestal goed doet voor cliënten met een lichte verstandelijke beperking.
Een lange gang met een hele rij appartementen. Aan het einde van de gang vinden we een relatief klein uitgevallen woonkamer. Het gevolg is dat er instellingen zijn waar cliënten (met een emotionele leeftijd van beneden de drie jaar) op een afstand van zo’n 30 meter van de begeleider geacht worden zich veilig te voelen. Maar vaak raken ze bij zo’n afstand verloren in hun bestaan. Het gaat ten koste van hun welbevinden. Daarmee slaan de architecten (en de organisaties) voor deze groepen cliënten volledig de plank mis. De bouw gaat ten koste van de ervaren emotionele veiligheid.

Nog een voorbeeld. Ik ben op bezoek op een instelling in het Noorden van het land. Er is flink geïnvesteerd in de nieuwbouw. Ik kom daar op verzoek van familie die zich zorgen maakt over hun zus. Het betreft een woning met cliënten met een ernstige verstandelijke beperking.
Meer dan de helft van de cliënten met een ernstige verstandelijke beperking is slechtziend.
Ik kom een gezamenlijke ruimte binnen die er uit ziet als een balzaal. De jonge vrouw waar ik voor kom zit in een hoek van de ruimte. Haar gezichtsvermogen is minder dan 20%. Heel in de verte staat een groepsleidster aan het aanrecht. Ieder contact tussen deze jonge vrouw en de groepsleidster is verdwenen. De afstand is er veel te groot voor.
Eén van de hypothesen die ik heb rond de terugval van haar gedrag is er dat op deze woning nauwelijks nabijheid mogelijk is. De afstand tussen de begeleiding en deze slechtziende mevrouw met een ernstige verstandelijke beperking is gewoon veel te groot.

Maar niet alleen gesomberd. Op de foto een woongebouw waar ik als orthopedagoog bij betrokken ben (niet bij het gebouw, wel bij de 37 hier wonende oudere cliënten). Hier geen lange gangen, maar een ronde bouw met de gezamenlijke ruimte in het midden. Ook bij dit gebouw kun je nog allerlei verbeteringen bedenken, maar het concept van de bouw voldoet aan de vraag naar relatieve nabijheid van de begeleiding.

Pedagogische foutbouw (2)

Het blog over onjuiste bouw op zorginstellingen heeft de aandacht getrokken.
Ook persoonlijk hebben diverse mensen met instemming en herkenning gereageerd. Maar ook is er sprake van boosheid. Hoe kan het dat er op zóveel instellingen zó pedagogisch onverantwoord wordt gebouwd?

Wat er gebeurt is dat er geen bouwzorg op maat wordt geleverd. Niet de individuele zorgvraag bepaalt hoe er gebouwd wordt, maar de waan van de dag.
Zo werd het in de jaren ’80 en ’90 de norm dat veel cliënten buiten het terrein van de instelling moesten gaan wonen. Daar hadden ze niet zelf om gevraagd. Het was het dictaat van de overheid.
Ooit gaf ik een reeks dagen cursus op een instelling in de Randstad. Iedere dag stapte een mevrouw halverwege op de bus en reed mee naar de instelling. Daar bleef ze dan de hele dag. Ik dacht dat ze daar dagbesteding had, maar dat was niet zo. Waarom reed ze mee met de bus? Omdat ze heimwee had naar het besloten terrein. ’s Avonds reed ze weer terug naar haar woning in een saaie nieuwbouwwijk. Misschien was die nieuwbouw nog aardig geweest als ze er was opgegroeid, maar nu was ze ontworteld geraakt door het beleid van de overheid en de gedwongen uitplaatsingen vanuit de instelling.

En hoe zagen die nieuwbouwwoningen er uit? Vaak in een nieuwbouwwijk zonder sociale cohesie. Gewone rijtjeswoningen: het moest immers zo gewoon mogelijk? Vooral niet opvallen. Alleen hing er soms wel een bord met een naam op het huis. Downtown, daar woonden allemaal mensen met het Syndroom van Down. Festina Lente, alsof iemand van de bewoners die naam begreep.

Die huizen waren bedoeld voor vader, moeder, twee opgroeiende kinderen en een poes. En wie kwamen er te wonen? Vier volwassen verstandelijk gehandicapten die alle vier moeite hadden met onderlinge sociale contacten. Dus liep de zaak af en toe behoorlijk uit de hand. Hoe deel je een gezamenlijke woonkamer en een gezamenlijke badkamer als je weinig rekening met elkaar kunt houden?
Wat dat betreft sluit het huidige appartementsdenken beter aan op de vragen van die groepen mensen met een verstandelijke beperking. Maar dat geldt niet voor cliënten met een sociaal-emotionele leeftijd van beneden de drie jaar. En dat zijn de cliënten die vaak op het terrein van de instelling wonen.

(wordt vervolgd)

Van Almelo naar … (2)


Plaatsen met een minderwaardigheidscomplex: ik mag ze wel.
Vaak zijn ze een stuk aardiger dan steden die zichzelf ontzettend mooi en cultureel vinden.
Almelo valt dus best wel mee. En er is af en toe ook best wel wat te doen. Zo zijn er al diverse café’s ’s morgens om 8 uur open. Maar daar strijk ik toch maar niet neer. Het is ook weer niet de bedoeling dat ik vandaag in Almelo blijf steken.

Almelo is een oude plaats die pas echt ging groeien door de opkomst van de textielindustrie. Uit die tijd dateren ook mooie villa’s van de textielbaronnen en wijken (deels nog in uitstekende staat) met karakteristieke arbeiderswoningen. Na 1960 ging het mis met de textiel en raakte Almelo in de crisis. De plaats (met 72.000 inwoners) is nog steeds bezig om uit het dal op te krabbelen.

Op de foto zie je de Grote Kerk van Almelo. Almelo is niet zo kerks, maar de kerk is best wel groot.

Wat Almelo ook aantrekkelijk maakt is de stervormige structuur van de stad. Er ligt uitgebreide nieuwbouw rond Almelo, maar het groen dringt ook diep de stad in. Ik ben dan ook al snel buiten de stad, maar heb helemaal geen plan waar ik heen zal fietsen. 

En ziedaar: in de verte doemen een watertoren en een bijzondere kerktoren op. Bij benadering blijkt dit Vriezenveen te zijn. Dat is waar ook: ook in Overijssel liggen veenkoloniën.

De kerk is de Grote Kerk, één van de 24 kerkgebouwen binnen de gemeente (met 13.500 inwoners). Daar blijkt wel uit dat Vriezenveen (i.t.t. Almelo) deel uit maakt van de Bible Belt, de gordel van orthodox-christelijke dorpen van Zeeland tot het noordoosten van Overijssel.

De plaatselijke HEMA gaat net open, maar hier hebben ze geen goedkoop ontbijt (zelfs helemaal geen ontbijt) dus ik fiets maar knorrend verder. Waarheen leidt de weg die ik moet gaan?

Haaksbergen


Het was weer eens zo ver.
Henk vertrok met de eerste trein met onbekende bestemming vanuit Alkmaar.
Uiteindelijk stapte hij in Goor uit de trein. Ook daar had hij nog geen enkel idee waar zijn Gazelle hem zou brengen.
Hij fietste over de brug over het Twenthekanaal en belandde een uur later in Haaksbergen.

Het was lang geleden dat Henk 50 in Haaksbergen was. Dat was op de terugweg van een fietstocht naar Denemarken vice versa in 1972. We gingen heen zonder versnellingen en met nieuwe fietsbanden en kwamen terug zonder versnellingen en met dusdanig versleten fietsbanden dat we ze met repen canvas moesten versterken.

Haaksbergen heeft een eigen station, maar is niet aangesloten bij de Nederlandse Spoorwegen. De spoorlijn loopt namelijk dood. Maar je kunt er wel in de zomer een treinrit maken met de Stichting Museum Buurtspoorweg, naar Boekelo en weer terug. Ik ben echter veel te vroeg, de trein wordt wel gepoetst, maar is nog niet van plan om te gaan rijden.  

Daarom fiets ik maar weer verder door het centrum. Haaksbergen heeft de voordelen van een plaats met tegen de 20.000 inwoners: voldoende voorzieningen, een aardig winkelbestand en toch kleinschalige afmetingen. Bovendien ontdek ik dat je hier voor één euro kunt ontbijten… Ik ga echter niet naar Haaksbergen verhuizen, want zonder NS gaat Henk op de fles.

Haaksbergen is een kerks dorp. Op het marktplein staat de historische Sint Pancratiuskerk. Even verderop de Nederlands Hervormde Kerk met een bijzondere vormgeving. Het blijkt een kerk te zijn die werd ontworpen door een ingenieur van Rijkswaterstaat (dat was rond 1850 gebruikelijk, maar deze ingenieur had originele gedachten).

Het ontstaan van de protestantse kerk in Haaksbergen kent overigens nog een bijzonder detail. De plaatselijke pastoor werd verliefd op zijn huishoudster. Dat kon natuurlijk niet. Op een zondagmorgen preekte hij ’s morgens nog gewoon als pastoor in de Rooms-Katholieke Kerk. ’s Avonds preekte hij in de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij was toen dominee geworden en zijn vrouw mocht blijven…

Enschede laat ik links liggen: de Gazelle hobbelt mij over de Duitse grens heen. Drie uur later ben ik in Coesfeld.