Stadhuis van Delft

Je houdt het niet voor mogelijk. Henk50 heeft een oude hobby nieuw lezen ingeblazen.

Vorige week ben ik begonnen aan het in miniatuur bouwen van het stadhuis van Delft. Nee, geen eigenhandig hakken en zagen. Daarvoor ben ik in 1950 niet in de wieg gelegd. Al snel bleek namelijk dat ik met twee linkerhanden geboren was.

Stadhuis van Delft als 3-D puzzel

Het stadhuis van Delft is dan ook gewoon een bouwplaat. Tegenwoordig heet zoiets een 3 D puzzel. Er komt geen lijm meer aan te pas. dat is jammer, want van de vluchtige stoffen in de lijm werd ik meestal nogal vrolijk.

Vroeger bouwde ik van alles, maar het liefste zette ik gebouwen in elkaar. Geen militaire voertuigen, zoals sommige van mijn leeftijdgenoten.

Een tijdje geleden zag ik dat het oude stadhuis van Delft als 3 D puzzel op aarde verschenen was. Ik dacht dat dat misschien een leuk project zou zijn. En toen ik de drukproef van het boek had gecorrigeerd dacht ik: ‘ik ga nog eens proberen of ik zo’n bouwplaat in elkaar kan flansen’. En ben inmiddels over de helft.

Delft heeft een bijzonder prettige en toegankelijke burgemeester: Marja van Bijsterveldt. Met dt, want het is 'zij veldt'. Als ik nu nog een minituurfotootje van haar heb kan ik haar als extraatje achter het raam plakken.  

De U is van Uelzen

De Duitse plaats Uelzen was echt een fietsdoel. Ik moest er een taai eind voor fietsen door een niet al te spannend landschap, maar het doel werd bereikt.

Waarom Uelzen? Dat zal ik jullie zeggen. Daar staat een Hundertwasser-station. En zeg: Hundertwasser en ik ben verkocht. Tineke trouwens nog meer.

Uelzen, Bahnhof (Friedensreich Hundertwasser)

Jullie weten niet wie Hundertwasser was? Dat is een ernstige zaak. Friedensreich Hundertwasser was een Oostenrijks kunstenaar en architect. Hij slaagde er in om de meest saaie betonnen bouwwerken om te bouwen tot kleurrijke kunstwerken. Bovendien bleek dat de mensen in zo’n ‘organisch’ gebouw meer tevreden waren en beter presteerden.

Bahnhof Uelzen (detail)

In Lutherstadt Wittenberg staat een middelbare school die ook door Hundertwasser helemaal werd omgebouwd. Ik ben daar een paar keer tot in de gebouwen doorgedrongen en trof er louter tevreden leerlingen en docenten aan.

In Uelzen nu staat één van de weinige Hundertwasser-gebouwen die ik nog niet bezichtigd had. Het betreft hier het plaatselijke Bahnhof. Dat is een Duits station. Op de eerste foto zie je het station en op de tweede foto een onderdeel van het station. Planten en bomen zijn volgens Hundertwasser een essentieel onderdeel van een gebouw en in het station vind je een heuse waterval, omzoomd door tropische planten en lege bekers van Mc Donalds.

Hoofdstraat in Uelzen

In tegenstelling tot veel andere Duitse steden heeft Uelzen niet zo vaak te maken gehad met oorlogszuchtige verwoestingen. Wel overleed in de 14 eeuw een aanzienlijk deel van de bevolking als gevolg van de pest (een soort middeleeuwse covid-19) en de stad fikte ook twee keer voor een groot deel af. In de Tweede Wereldoorlog werd de stad voor een groot deel verwoest als gevolg van geallieerde bombardementen. Wat er nu aan historische gebouwen staat is deels namaak.

Uelzen was lange tijd een welvarende stad.  Men handelde er in honing, bijenwas, hout, vee, bont, granen, bier, keramiek en zelfs tot in Engeland verhandeld linnen. 

Uelzen, aan de voet van de Marienkirche

De vroegere welvaart kun je o.a. aflezen aan de robuuste Mariënkirche (van rond 1300), een stadskerk die doet denken aan de grootse kerken in baksteengothiek in de Hanzesteden Hamburg, Lübeck en Stralsund.

Uelzen heeft niet direct een interessante fietsomgeving. Het is een beetje veel van hetzelfde, een soort heel groot Brabants platteland zonder veel water, dorpen en steden. Wel vind je in het noordwesten de uitgestrekte Lüneburgerheide.

Uelzen telt zo'n 35.000 inwoners en naar schatting 6300 poezen. Het station is een spoorwegknooppunt. Ook als je geen auto hebt kun je snel ergens anders een kijkje nemen. De dichtsbijzijnde grote stad is Hamburg. 

Via Rotterdam (3)

Ik bevond mij in hogere sferen in de lift van metrostation Rijnhaven. Gelukkig kan ik afdalen naar de begane grond en daar weer meer frisse lucht tot mij nemen. 
De Rijnhaven in Rotterdam-Zuid

De omgeving van station Rijnhaven laat in één oogopslag de tegenstellingen binnen Nederland zien. Aan de ene kant de peperdure koopappartementen van het Manhattan aan de Maas, aan de andere kant de 19e eeuwse Afrikaanderwijk in van de wijk Feyenoord in Rotterdam-Zuid. Deze wijk werd aan het eind van de 19e eeuw uit de grond gestampt om hier Zeeuwse havenarbeiders te huisvesten. Dit deel van Rotterdam lag dan ook het dichtste bij Zeeland...

Problemen in de Afrikaanderwijk

Een halve eeuw geleden werd de Afrikaanderwijk één van de eerste wijken in Nederland waar de meerderheid van de bevolking een niet westerse achtergrond had. De problemen werden in de jaren ’70 zó groot dat de gemeente een ‘quotum’ instelde: een maximum van het aantal inwoners van buitenlandse afkomst. Dit besluit werd echter vernietigd door de Raad van State.

Het maakt niet uit of je door delen van Amsterdam-Oost fietst of door de Afrikaanderwijk: de sfeer is identiek. Alleen ken ik Amsterdam-Oost niet uit de periode van een lock-down.

Veel winkels in de Afrikaanderwijk zijn gesloten, of zo te zien: oogluikend geopend. Je kunt namelijk alles een essentieel product noemen. Zo zie ik dat verschillende eigenaars van zaken gewoon open doen als een klant aanbelt. Ook de belwinkel en de coffeeshop horen tot de essentiële winkels.

Manhattan aan de Maas

Even verderop is de markt op het Afrikaanderplein. Het aantal scootmobiels ligt ver boven het landelijk gemiddelde. Je kunt je gratis laten sneltesten voor covid-19. Je kunt ook gratis mondkapjes krijgen. Die lijken hier niet erg populair te zijn.

Een paar cijfers uit de Afrikaanderwijk:

> Van de bevolking is 32% werkloos.

> 16% van de bevolking heeft een Nederlandse achtergrond. Twee keer zoveel mensen hebben een Turkse achtergrond. Daarnaast wonen er veel mensen met een Marokkaanse of een Surinaamse achtergrond. Ik fiets hier aan het eind van de middag en aan de geuren kun je ruiken dat hier geen bieten worden gekookt en speklapjes worden gebraden.

> De grootste partijen bij de vorige verkiezingen waren DENK en de PVV.

> De meeste bewoners geven aan het liefste uit de wijk te willen vertrekken. De gemeente Rotterdam investeert in een betere bewoonbaarheid van de wijk, maar het is een hardnekkige problematiek. En er zijn zoveel wijken in Rotterdam waar problemen zijn.

De Kiefhoek

Even verderop zie ik een verrassend wijkje, zomaar gebouwd tegen de oudere bouw van de wijk. Het is De Kiefhoek, een wijkje dat op de lijst van de duizend belangrijkste architectonische gebouwen van de 20e eeuw staat. De woningen zijn ontworpen door architect J.J.P. Oud (in Hoek van Holland staat ook een blok bijna identieke huizen).

De Kiefhoek

Oud was niet alleen architect, maar ook lid van de kunstbeweging De Stijl. Het monument op de Dam is ook door hem ontworpen.

Zo’n wijkje, wie had dat hier nu verwacht? Welke toerist stapt op de trein om deze huizen te bekijken. Maar het is wel een staaltje van hypermoderne vooroorlogse architectuur.

Helaas moet ik jullie wel een geheimpje verklappen. De wijk is in 1990 afgebroken en daarna weer opgebouwd. Het was zo'n zootje geworden dat er niets anders opzat...

De L is van Lier

Neem het dynamische Antwerpen. Of het grootstedelijke Brussel. En dan die enorme universiteit van Leuven. Tussen die beroemdheden valt Lier eigenlijk niet op. De stad staat in de schaduw van zijn grote buren.

Daarom wil ik jullie adviseren om een keer een bezoekje aan Lier te brengen. Lier Liert als een tierelier. Men heeft er alleen een spraakgebrek. In Lier liert niemand om de ee uit te sprieken.

Lier, stadhuis en Belfort

Lier is ontstaan aan de samenvloeiing van de Kleine Nete en de Grote Nete. Daar kon de stad dus niets aan doen. Die samenvloeiiing was er al. De naam van de stad heeft niets te maken met een onderdeel van een hijskraan, ook niet met een muziekinstrument. Ook niet met een psychisch verschijnsel als gevolg van teveel drank of een te zware narcose. Evenmin met het Westlandse De Lier. Waar de naam wél vandaan komt: wij weten het niet.

In Lier liert niemand om de ee uit te sprieken.

Lier Begijnhof

Lierke Plezierke (deze term werd bedacht door Felix Timmermans), is een bijnaam van de stad. En inderdaad: het is een prettige plaats. Tenminste: ik houd wel van die wat kleinere steden met een mooie historische kern, een station en een kanaal. Dan heb je een aardige combinatie waar je verder mee kunt komen. Lier heeft zo’n 30.000 inwoners. Het is al een heel oude stad, want een halve eeuw geleden werd er het skelet van een mammoet gevonden. Misschien woonden er destijds nog geen mensen, maar wel mammoeten. Dat is een aardig begin.

Lier Begijnhof 2

Lier heeft – naar mijn mening – het mooiste begijnhof van België. Het staat op de Unesco-Werelderfgoedlijst. Er staan maar liefst tien historische kerkgebouwen binnen de ommuring van de stad. Doordat het meestal kermis is als ik de stad bezoek kan ik het niet allemaal goed op de foto krijgen.

Lier, het uurwerk van de Zimmertoren

Een grote bijzonderheid in Lier is de Zimmertoren met een bijzonder uurwerkmechanisme. Het is de Jubelklok, ontworpen door klokkenmaker Louis Zimmer vanwege de viering van 100 jaar Belgische onafhankelijkheid in 1930. De klok geeft diverse tijden en kosmische en andere periodieke verschijnselen weer. Het periodieke stelsel uit de scheikunde heb ik niet op de klok waargenomen. Maar voor scheikunde haalde ik ook steevast een onvoldoende.

Ik zou dus zeggen: stap na afloop van de lock-down niet op het vliegtuig naar Verwiggistan maar op de fiets naar Lier. Je kunt er vanuit Breda ook binnen een uur met de trein komen. 

De L is van Lille

Lille ligt in het sinds 1713 door Frankrijk bezette deel van Vlaanderen. De stad heet eigenlijk Rijssel, maar dat mocht niet van de Fransen. Ze hebben er Lille van gemaakt. De stad staat bekend als een zwaar vervuilde industriestad.  

Die vervuiling kwam van de kolen, maar die wordt er al lang niet meer gedolven. Lille en omgeving zijn veel schoner geworden. Maar waar ik het over wilde hebben is de binnenstad van Lille. Het is namelijk één van de mooiste steden die ik in mijn fietsleven befietst heb.

Vanuit het Belgische Doornik fiets je in twee uur naar het centrum van Lille. Je moet wel enig doorzettingsvermogen hebben, want Lille maakt deel uit van een keten aan steden en dorpen met samen 1,3 miljoen inwoners. De Fransen vonden tot voorkort fietspaden grote onzin en de Franse automobilisten vinden fietsers nóg grotere onzin, dus je wordt voortdurend klemgereden door automobilisten die vinden dat je op hún asfalt fietst. Gelukkig is er ook een ontsnappingsroute langs enkele oude kanalen, maar daar is het af en toe een zoekplaatje.

De ‘onbemande’ metro van Lille: de VAL

Ooit ging ik met onze toen 5-jarige zoon A. vanuit Den Helder een dagje met de trein naar Lille. Vader en zoon hadden namelijk een lang gezamenlijk uithoudingsvermogen met Bert en Ernie als gezelschap op cassettebandjes. We zijn toen met de metro door Lille gereisd. Dat was in die tijd een spectaculair project: een helemaal onbemande metro die op banden rijdt. Zoon A wilde van alles weten, maar hij vond het ook een beetje eng als er niemand de metro ‘stuurde’. En kon je dan niet tussen de deuren komen? Want wie deed de deuren dan open en dicht? Ook begreep hij niets van de mensen die onze blonde krullenbol toespraken. De stad hebben we toen niet gezien, alleen de plaatselijke Mac pour deux frites avec du mayonaise.

In het Vlaamse deel van Lille

Onder de grond zie je niet veel van Lille, boven de grond zie je meer. En dan ontdek je dat Lille uit twee steden bestaat: het rijke Franse deel met grote huizen en gebouwen uit de 18e en 19e eeuw en het meer kleinschalige Vlaamse deel met honderden historische huizen waar ooit de wevers woonden en werkten.

Nog een foto van het Vlaamse deel van Lille

Vooral dat tweede deel van de stad is echt bijzonder mooi en nauwelijks aangetast door ontsierende nieuwbouw en grote wegen dwars door historisch gebied. De stad heeft meerdere malen te maken gehad met oorlogsgeweld, maar die schade is netjes weer hersteld.

Buitenwijk van Lille

Toen de kolen en de textielindustrie instortten maakte Lille een zware economische malaise door. Vele tienduizenden inwoners trokken weg naar elders. Er was ook enige tijd sprake van zware criminaliteit onder invloed van noord-afrikaanse bendes die er in en rond de stad een bende van maakten. Inmiddels werkt de stad hard aan zijn herstel. De werkloosheid daalde en er kwamen nieuwe inwoners bij. Maar de buitenwijken met torenhoge flatgebouwen ademen nog wel een desolate sfeer. Daar zou ik ’s avonds in het donker als 70-plusser liever niet gaan fietsen.

Vind je het fietsen naar Lille te ver, dan kun je met één overstap ook met de trein komen: in drie uur trein je van Rotterdam naar Lille. 

Molen De Valk

De wieken van deze molen kunnen bij westenwind niet meer draaien. Ze zijn dan aan handen en voeten gebonden. 
Molen De Valk bij Oude Leede

Dit is molen De Valk aan de Berkelse Zweth bij Oude Leede. Oude Leede ligt iets ten zuiden van Rodenrijs en Rodenrijs vormt één bebouwde kom met Berkel.

De molen dateert uit 1772. In 1952 ging hij met pensioen. De molen werd een woonhuis met aanbouw. Als de wieken bij westenwind zouden draaien zouden ze de aanbouw stuk slaan of de aanbouw zou de wieken stuk slaan. Het is maar waar je voor kiest.

Op deze foto zie je de molen in het donker tegen de achtergrond van het laatste licht van een zonnige dag. 

Grondmist

Vanmorgen was de binnenstad van Delft voor ons onzichtbaar. Er hing een dichte mist.

Rond 10 uur begon de mist op de trekken. Maar het duurde nog lang voordat we de torens van de Maria van Jessekerk en de Nieuwe Kerk konden zien.

Na een tijdje dook de bijna 98 meter hoge toren van de Nieuwe Kerk af en toe op uit de mist om daarna weer achter een rookgordijn te verdwijnen.

Op de foto het zicht op de top van de toren, waarbij het onderste deel nog steeds in de grondmist zit.

Ljouwert

Afgelopen week mocht ik eindelijk weer eens 'live' in Friesland werken. Daar hadden we een weekend Ljouwert ter gelegenheid van ons 47-jarig huwelijksjubileum aan vast gekoppeld.
Zicht op de Grote Kerk van Leeuwarden

We hadden een B & B geboekt naast de Grutte Tsjerke fan Ljouwert. De omgeving van de Grote Kerk is het mooiste historische stukje van Leeuwarden. Dat deel ligt op een terp. Ten westen van dit gebied klotste ooit de Middelzee. De foto’s maakte ik tijdens een eerder bezoek aan de stad. Toen hoopte men nog op een Elfstedentocht…

Bij de Waalse Kerk in Leeuwarden

Leeuwarden beleefde in de 17e eeuw zijn eigen Gouden Eeuw. Er werd volop handel gedreven dankzij de goede verbindingen met Amsterdam en met Groningen. Vier keer per dag vertrok er ook een snelle trekschuit voor personenvervoer naar Groningen. Je was weliswaar lang onderweg, maar je hoefde niet te lopen. In diezelfde tijd vestigden zich tal van adelijke families in de Friese hoofdstad. Ook de Nassau’s kozen Leeuwarden als woonplaats. Het voormalige paleis is nu een hotel.

De Oldehove is gewoon een mislukt bouwproject

Deze huizen getuigen van een rijke geschiedenis

Rond de Grote Kerk vind je enorm wisselende bebouwing en dat maakt die wijk zo bijzonder. Prachtige klokgevels, statige huizen, maar ook minuscule pandjes, een voormalig klooster, hofjes, kleine winkeltjes: een voortdurende afwisseling aan bebouwing. En even verder naar het noorden het groen van de stadswallen.

Tussen het station en de wijk rond de Grote Kerk ligt het winkelcentrum. Daar zien de winkels er net zo uit als in de rest van Nederland. Blokker, Mc Donalds, Zeeman, C & A: aardig dat ze er zijn, maar het is overal hetzelfde architectonische liedje. Alleen als het stil is heb je de ruimte om naar de talrijke toch wel mooie gevels te kijken boven de standaard-facades.

Oldehove

Hét handelsmerk van Leeuwarden is de Oldehove. Het plein rond de toren is in de jaren ’70 en ’80 zwaar verwaarloosd. Iedereen moest immers met de auto in het centrum kunnen parkeren. Ook werd er dramatisch lelijke nieuwbouw gepleegd. Inmiddels heeft men ingezien dat dit toch niet de bedoeling kan zijn van een historisch centrum. Doordat Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa werd is een aantal lelijke plekjes weggepoetst. Het plein is inmiddels opgesierd met letters, maar ik heb niet kunnen lezen wat er staat.

Gerechtshof en Achmeatoren

Nog zo’n rampzalig project is de 26 verdiepingen tellende Achmeatoren. Je kunt hem vanaf grote afstand zien. Dat zal ook de bedoeling zijn geweest, maar iets moois heeft er nooit aan gezeten.

Het is gewoon een plat betegelde fantasieloze kast. Als je met een lineaal een paar linnen trek in de goede verhoudingen en er nog wat gelijke ramen intekent is het ontwerp klaar.

In de jaren ’80 verschenen er berichten in de media dat het inwonertal van Leeuwarden zou dalen naar 35.000. Misschien is men daar zó van geschrokken dat er een statement moest worden gemaakt: een torenhoge toren. Hoe groot is Leeuwarden dan? Zóóó groot!

De Oldehove is nooit een vuurtoren geweest, zoals wel beweerd wordt. Het is gewoon een mislukt bouwproject. De achterliggende kerk stortte in en de toren was na een tiental meters al zó verzakt dat men de moed maar heeft opgegeven. Wat rest is een scheve romptoren die nochtans en desalniettemin het beeldmerk van Leeuwarden werd. In de 15e eeuw zagen mislukte bouwprojecten er nog aardig uit, dan kun je van de 20e eeuwse Achmeatoren niet zeggen. 

De W is van Wijk bij Duurstede

We leerden op school dat Wijk bij Duurstede het vroegere Dorestad zou zijn. Die stad zou verwoest zijn door de Noormannen. De schoolplaat van Isings van de Noormannen voor Dorestad zou dus ook niet kloppen. Waar moet het heen met deze wereld?

Volgens meer recente inzichten zou Dorestad ten onder zijn gegaan aan economische malaise, politieke conflicten en de verzanding van de Rijn. Maar je kunt beter een ander de schuld geven van je teloorgang dan jezelf.

Wijk bij Duurstede heeft een pré: het ligt aan een rivier én er is een veerpont. Die combinatie maakt al dat ik me er snel thuis voel. Helaas is er geen station. Ooit kwam er een stoomtram, maar die is gesneuveld.

De molen ‘van Ruisdael’ in Wijk bij Duurstede

Ondanks de teloorgang van Dorestad telt Wijk bij Duurstede veel monumenten. De stad heeft een prachtig centrum met tal van kleine straatjes.

De Grote of Johannes de Doperkerk valt vooral op door zijn korte toren. Die steekt maar nét boven de kerk uit. In de gemeente Wijk bij Duurstede staan maar liefst tien kastelen.

Het meest beroemde plaatje van Wijk bij Duurstede is de molen die ooit door Jacob van Ruisdael werd geschilderd. De molen staat tegen de stadsmuur aan de rivier. Dat was dus een goede windvanger. 

De T is van Tzum

We blijven in het Noorden. Tzum ligt in de provincie Friesland. De Friezen kennen helemaal geen Tzum. De Friezen kennen de plaats als Tsjom. 

In Tzum kom ik af en toe en mijn fiets ook. Na mijn werk in Friesland fiets ik namelijk nog graag een rondje. Tzum ligt temidden van grazige weiden, zoals je op de panoramafoto ziet.

De inwoners van Tzum hebben het vaak over het weer. De zon kan er schijnen, het kan er regenen, het kan er vriezen en dooien. En dan hebben we het nog niet eens over de wind. Die gesprekken ving een jongetje op dat hier geboren is. Hij dacht: daar kan ik wel mijn werk van maken. Dat jongetje was Piet Paulusma. Hij bleef alleen niet in Tzum wonen, maar verhuisde naar een hoekhuis in harlingen. Daar hoorde hij de wind beter gieren.

Jullie moeten niet te gering denken over Tzum, want er wordt ook een literair tijdschrift uitgegeven. Althans: het blad heet Tzum. Ik heb in het dorp geen drukkerij aangetroffen. Wel het lokaal van een brassband. De inwoners weten van toeten en blazen.

Tzum is ook beroemd vanwege zijn hoge dorpstoren: de hoogste van Friesland (72 meter hoog). Dat komt voornamelijk door de enorme spits (41 meterhoog). De inwoners van Tzum drijven het allemaal graag op de spits.

De inwoners van Tzum drijven het graag op de spits

De inwoners van Oldeboorn (bij Heerenveen) waren jaloers op die hoge toren van Tzum. Ze wisten echter niet precies hoe hoog te toren was. Twee mannen klommen met een touw op de toren. Toen wisten ze de lengte van de toren.

Het was te laat om weer naar huis terug te keren. Dus sliepen ze ’s nachts in de dorpsherberg. De herbergierster sneed stiekum een stuk van het touw af.

De volgende ochtend vertrokken de mannen retour afzender, mét hun touw. Toen de inwoners van Oldeboorn hun toren aan de hand van de lengte van het touw verhoogden wisten ze dat ze nu de hoogste toren van Friesland hadden. Maar helaas: het record ging toch aan hun neus voorbij…

Tzum ligt 5 kilometer ten zuiden van Franeker. Je kunt er op zondag naar de kerk en er is een brievenbus. Meer heeft een mens niet nodig. Voor een café en een supermarkt moet je naar Franeker fietsen.