Grondmist

Vanmorgen was de binnenstad van Delft voor ons onzichtbaar. Er hing een dichte mist.

Rond 10 uur begon de mist op de trekken. Maar het duurde nog lang voordat we de torens van de Maria van Jessekerk en de Nieuwe Kerk konden zien.

Na een tijdje dook de bijna 98 meter hoge toren van de Nieuwe Kerk af en toe op uit de mist om daarna weer achter een rookgordijn te verdwijnen.

Op de foto het zicht op de top van de toren, waarbij het onderste deel nog steeds in de grondmist zit.

Ljouwert

Afgelopen week mocht ik eindelijk weer eens 'live' in Friesland werken. Daar hadden we een weekend Ljouwert ter gelegenheid van ons 47-jarig huwelijksjubileum aan vast gekoppeld.
Zicht op de Grote Kerk van Leeuwarden

We hadden een B & B geboekt naast de Grutte Tsjerke fan Ljouwert. De omgeving van de Grote Kerk is het mooiste historische stukje van Leeuwarden. Dat deel ligt op een terp. Ten westen van dit gebied klotste ooit de Middelzee. De foto’s maakte ik tijdens een eerder bezoek aan de stad. Toen hoopte men nog op een Elfstedentocht…

Bij de Waalse Kerk in Leeuwarden

Leeuwarden beleefde in de 17e eeuw zijn eigen Gouden Eeuw. Er werd volop handel gedreven dankzij de goede verbindingen met Amsterdam en met Groningen. Vier keer per dag vertrok er ook een snelle trekschuit voor personenvervoer naar Groningen. Je was weliswaar lang onderweg, maar je hoefde niet te lopen. In diezelfde tijd vestigden zich tal van adelijke families in de Friese hoofdstad. Ook de Nassau’s kozen Leeuwarden als woonplaats. Het voormalige paleis is nu een hotel.

De Oldehove is gewoon een mislukt bouwproject

Deze huizen getuigen van een rijke geschiedenis

Rond de Grote Kerk vind je enorm wisselende bebouwing en dat maakt die wijk zo bijzonder. Prachtige klokgevels, statige huizen, maar ook minuscule pandjes, een voormalig klooster, hofjes, kleine winkeltjes: een voortdurende afwisseling aan bebouwing. En even verder naar het noorden het groen van de stadswallen.

Tussen het station en de wijk rond de Grote Kerk ligt het winkelcentrum. Daar zien de winkels er net zo uit als in de rest van Nederland. Blokker, Mc Donalds, Zeeman, C & A: aardig dat ze er zijn, maar het is overal hetzelfde architectonische liedje. Alleen als het stil is heb je de ruimte om naar de talrijke toch wel mooie gevels te kijken boven de standaard-facades.

Oldehove

Hét handelsmerk van Leeuwarden is de Oldehove. Het plein rond de toren is in de jaren ’70 en ’80 zwaar verwaarloosd. Iedereen moest immers met de auto in het centrum kunnen parkeren. Ook werd er dramatisch lelijke nieuwbouw gepleegd. Inmiddels heeft men ingezien dat dit toch niet de bedoeling kan zijn van een historisch centrum. Doordat Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa werd is een aantal lelijke plekjes weggepoetst. Het plein is inmiddels opgesierd met letters, maar ik heb niet kunnen lezen wat er staat.

Gerechtshof en Achmeatoren

Nog zo’n rampzalig project is de 26 verdiepingen tellende Achmeatoren. Je kunt hem vanaf grote afstand zien. Dat zal ook de bedoeling zijn geweest, maar iets moois heeft er nooit aan gezeten.

Het is gewoon een plat betegelde fantasieloze kast. Als je met een lineaal een paar linnen trek in de goede verhoudingen en er nog wat gelijke ramen intekent is het ontwerp klaar.

In de jaren ’80 verschenen er berichten in de media dat het inwonertal van Leeuwarden zou dalen naar 35.000. Misschien is men daar zó van geschrokken dat er een statement moest worden gemaakt: een torenhoge toren. Hoe groot is Leeuwarden dan? Zóóó groot!

De Oldehove is nooit een vuurtoren geweest, zoals wel beweerd wordt. Het is gewoon een mislukt bouwproject. De achterliggende kerk stortte in en de toren was na een tiental meters al zó verzakt dat men de moed maar heeft opgegeven. Wat rest is een scheve romptoren die nochtans en desalniettemin het beeldmerk van Leeuwarden werd. In de 15e eeuw zagen mislukte bouwprojecten er nog aardig uit, dan kun je van de 20e eeuwse Achmeatoren niet zeggen. 

De W is van Wijk bij Duurstede

We leerden op school dat Wijk bij Duurstede het vroegere Dorestad zou zijn. Die stad zou verwoest zijn door de Noormannen. De schoolplaat van Isings van de Noormannen voor Dorestad zou dus ook niet kloppen. Waar moet het heen met deze wereld?

Volgens meer recente inzichten zou Dorestad ten onder zijn gegaan aan economische malaise, politieke conflicten en de verzanding van de Rijn. Maar je kunt beter een ander de schuld geven van je teloorgang dan jezelf.

Wijk bij Duurstede heeft een pré: het ligt aan een rivier én er is een veerpont. Die combinatie maakt al dat ik me er snel thuis voel. Helaas is er geen station. Ooit kwam er een stoomtram, maar die is gesneuveld.

De molen ‘van Ruisdael’ in Wijk bij Duurstede

Ondanks de teloorgang van Dorestad telt Wijk bij Duurstede veel monumenten. De stad heeft een prachtig centrum met tal van kleine straatjes.

De Grote of Johannes de Doperkerk valt vooral op door zijn korte toren. Die steekt maar nét boven de kerk uit. In de gemeente Wijk bij Duurstede staan maar liefst tien kastelen.

Het meest beroemde plaatje van Wijk bij Duurstede is de molen die ooit door Jacob van Ruisdael werd geschilderd. De molen staat tegen de stadsmuur aan de rivier. Dat was dus een goede windvanger. 

De T is van Tzum

We blijven in het Noorden. Tzum ligt in de provincie Friesland. De Friezen kennen helemaal geen Tzum. De Friezen kennen de plaats als Tsjom. 

In Tzum kom ik af en toe en mijn fiets ook. Na mijn werk in Friesland fiets ik namelijk nog graag een rondje. Tzum ligt temidden van grazige weiden, zoals je op de panoramafoto ziet.

De inwoners van Tzum hebben het vaak over het weer. De zon kan er schijnen, het kan er regenen, het kan er vriezen en dooien. En dan hebben we het nog niet eens over de wind. Die gesprekken ving een jongetje op dat hier geboren is. Hij dacht: daar kan ik wel mijn werk van maken. Dat jongetje was Piet Paulusma. Hij bleef alleen niet in Tzum wonen, maar verhuisde naar een hoekhuis in harlingen. Daar hoorde hij de wind beter gieren.

Jullie moeten niet te gering denken over Tzum, want er wordt ook een literair tijdschrift uitgegeven. Althans: het blad heet Tzum. Ik heb in het dorp geen drukkerij aangetroffen. Wel het lokaal van een brassband. De inwoners weten van toeten en blazen.

Tzum is ook beroemd vanwege zijn hoge dorpstoren: de hoogste van Friesland (72 meter hoog). Dat komt voornamelijk door de enorme spits (41 meterhoog). De inwoners van Tzum drijven het allemaal graag op de spits.

De inwoners van Tzum drijven het graag op de spits

De inwoners van Oldeboorn (bij Heerenveen) waren jaloers op die hoge toren van Tzum. Ze wisten echter niet precies hoe hoog te toren was. Twee mannen klommen met een touw op de toren. Toen wisten ze de lengte van de toren.

Het was te laat om weer naar huis terug te keren. Dus sliepen ze ’s nachts in de dorpsherberg. De herbergierster sneed stiekum een stuk van het touw af.

De volgende ochtend vertrokken de mannen retour afzender, mét hun touw. Toen de inwoners van Oldeboorn hun toren aan de hand van de lengte van het touw verhoogden wisten ze dat ze nu de hoogste toren van Friesland hadden. Maar helaas: het record ging toch aan hun neus voorbij…

Tzum ligt 5 kilometer ten zuiden van Franeker. Je kunt er op zondag naar de kerk en er is een brievenbus. Meer heeft een mens niet nodig. Voor een café en een supermarkt moet je naar Franeker fietsen. 

De M is van Marssum

Marssum ligt meestal niet onder de rook van Leeuwarden. Dan komt doordat het dorp ten westen van de Friese hoofdstad ligt. En bij overheersende westenwinden heb je dan weinig last van de rook van een grote stad.

Het historische plaatsje Marssum ligt wél onder de turbulentie van de vliegbasis Leeuwarden. Wim de Vries, inwoner van het historische plaatsje, heeft voor die geluidshinder een praktische oplossing bedacht: “Maak de vliegbasis met de grond gelijk.” Er was ook nog een plan B: “Breek Marssum af.”

Omdat er zoveel klachten waren over geluidshinder heeft de luchtmachtbasis besloten dat de inwoners van Marssum hun klachten niet meer telefonisch kunnen ventileren. Je ziet het al voor je. Met oorverdovend lawaai scheert er een Amerikaanse JSF over het dorp, even later gaat het toestel met al evenveel awaai vol in de remmen en op dat moment belt een inwoner van Marssum met de klacht dat het in het dorp weer erg lawaaierig is. Die inwoner is niet te verstaan omdat het geluid van de straaljager elk gesprek onmogelijk maakt. Maar de dorpsraad van Marssum laat het er niet bij zitten. Het digitaal indienen van een klacht verhoogt de drempel. Bovendien bezitten lang niet alle Marssumers een PC. Men wil overtuigende argumenten van de vliegbasis horen waarom de telefonische klachtenlijn wordt opgeheven. Of die klachten inmiddels in Marssum zijn aangekomen heb ik niet kunnen achterhalen.

Afbreken van het dorp Marssum? Dat doe je natuurlijk niet als je dit dorpje ziet. Op deze plek woonden al vóór de jaartelling mensen en de Sint Pontianuskerk is al bijna duizend jaar oud. Het duizend inwoners tellende Marssum is bovendien aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

In Marssum vind je een mooi hofje: het Poptagasthuis. Dit hofje grenst aan het Poptaslot: een prachtig slot met poorthuis en historisch interieur.

Verder is Marssum een veilig dorp. Er werden in mei en juni 2020 geen verkeersongelukken gemeld. In 2018 en 2019 werden er twee inbraken gepleegd en in 2020 is er nog bij niemand ingebroken. In de eerste maanden van het jaar werd er maandelijks één misdrijf gepleegd. In mei nam het aantal gevallen sterk toe. Er werden drie gevallen van horizontale fraude gemeld. Dat moest ik even opzoeken, maar het blijkt om oplichting te gaan.

Dus inwoners van Marssum: pas op: je wordt zómaar opgelicht. Maar verder is het leven er soms lawaaierig, maar vooral veilig. 

Bergen (Mons)

Bergen telt bijna 100.000 inwoners. Het is de hoofdstad van de Belgische provincie Henegouwen.

Bergen is ongeveer even groot als steden als Delft en Alkmaar, maar de plaats oogt veel dorpser. Maar misschien zie je het verschil wel in het aantal inwoners per vierkante kilometer. In Bergen wonen 650 mensen op een vierkante kilometer en in Delft zijn dat er 4550. Leiden en Gouda zijn nóg dichter bevolkt. In theorie zou de kans op besmetting door een eng virus in de Nederlandse steden dan ook groter moeten zijn: de mensen houden fysiek onvoldoende afstand (…).

Zoals ik in het vorige blog al schreef was Bergen een zeer welvarende stad, totdat hertog Alva er in 1572 zijn intrek nam. Hij was nog boos over het verlies van Den Briel en lapte alle gemaakte afspraken aan zijn laars. Veel inwoners werden gemarteld en terechtgesteld en hun bezittingen werden geconfisqueerd. Nee, de Spanjaarden waren geen lieverdjes! Meteen kelderde de economie, want als je zonder enige kennis van zaken alle bedrijvigheid in beslag neemt valt natuurlijk meteen ook alles stil. Bergen werd (net als Brugge) een doods provinciestadje.

We huren in Bergen een Blue Bike. Dat is de Belgische OV-fiets. Het bijzondere is dat die fietsen zeven versnellingen hebben. Het zijn zware fietsen die ook wel wat van tanks hebben. Als je een aanrijding met een auto hebt loopt de auto zware schade op. Nadeel is dat ze ook vrij zwaar trappen, maar het voordeel is weer dat je je kuitspieren flink oefent.

Om de stad in te komen moet even wat flink klimmen. De plaats heet niet voor niets Bergen. Het mooiste stukje van Bergen is de Grote Markt (behalve de hier aanwezige McDonalds). Daarnaast is er meerdere mooie historische kerken en er is een belfort dat tot het Unesco Werelderfgoed behoort.

Het meest bijzondere kunstwerk in Bergen vind je nauwelijks in de gidsen of op het internet: dat is een verzameling planken. Het werd geplaatst ter ere van het feit dat Bergen culturele hoofdstad van Europa was geworden. Als mikadohoutjes stortten een paar weken na de oplevering de planken naar beneden. Het had toen 400.000 euro gekost. Het kunstwerk werd weer in ere hersteld, maar kraakte wel vervaarlijk. ‘Hout werkt nu eenmaal’, zo meende men. enkele weken later stortte het opnieuw in. Een constructiefout, zo werd geoordeeld. Nee, vond de kunstenaar, hij had geen fout gemaakt.

Het kunstwerk is uiteindelijk op een andere manier opnieuw opgebouwd. Het staat er inmiddels vijf jaar en persoonlijke ongelukken hebben zich verder niet voorgedaan. Maar qua bouw, planning en effect lijkt dit kunstwerk dus wel op het station van Bergen. Daar rammelt het nog steeds aan alle kanten...

Bergen en een mislukt bouwproject

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, fiets jij wel eens in Bergen?" Dat zal ik jullie zeggen: in tal van streken heb op de fiets en meerdere malen Bergen bezocht. In Noord-Holland, in Limburg, in Noorwegen en in België. Alleen noemen ze Bergen in België 'Mons'. Daar hoor je het Franse Monts in.

Deze keer was ik met Tineke in Mons. Ik was trouwens al eerder met haar in Mons geweest en ook op de fiets, maar die herinnering was ze een beetje kwijt. Het was dus tijd om de herinnering wat op te poetsen.

Mons was eeuwenlang een Vlaamse stad. Het was ook een zeer welvarende stad. Al in 1290 had de stad een stadsmuur van 4½ kilometer lang, met zes poorten. De welvaart duurde eeuwen lang. Er kwam pas een einde aan gedurende de Tachtigjarige oorlog. In 1572, toen Alva Den Briel verloor, nam hij zijn intrek in Mons. Ondanks de belofte van algehele amnestie werden duizenden burgers gefolterd en gevangen gezet. De welvaart van één van de meest bloeiende steden van Europa werd in één jaar tijds vernietigd.

De ellende hield lange tijd aan. Pas in de 18e eeuw herstelde de economie zich enigszins. Daarom heeft de plaats meer een 18e eeuws uiterlijk dan een middeleeuwse uitstraling.

La Gare de Mons

Het oude station van Mons

Eén van de zaken waar ik het meest perplex van ben is het stand van zaken rond het station van Bergen. Er stond hier een mooi klassiek station met prachtige fresco’s en een indrukwekkende stationshal. Volgens mij was het één van de mooiste stations van België (het was wat te vergelijken met het naoorlogse station van Den Bosch).

In 2013 werd het station gesloopt want er zou een nieuw station van de hand van de hand van de beroemde architect Santiago Calatrava komen. Deze architect is vooral bekend vanwege zijn gedurfde stationsontwerpen die meestal leiden tot enorme overstijgingen van de kosten. Als het station klaar is lekt het vooral, zo heb ik in Luik en Lissabon geconstateerd.

Het wonderlijke is dat het nieuwe station 500 meter westelijker wordt gebouwd dan het oorspronkelijke station. Men had dus gewoon het oude station kunnen laten staan. Misschien wel tientallen jaren lang...

Ook de bruggen die de gemeente Haarlemmermeer over de Hoofdvaart liet bouwen zijn een ontwerp van de heer Calatrava. De gemeente heeft zich met die drie bruggen behoorlijk in de financiële nesten gestort, want de bouw was veel duurder dan geraamd, maar daarna bleek de constructie ook tal van fouten te bevatten. Je vraagt je af wie er nog met Calatrava in zee durft te gaan. Welnu: dat zijn o.a. de Belgische spoorwegen. Ze hadden beter kunnen weten, want in Luik was de post onvoorzien bijna net zo groot als de totale begroting.

De bouwkosten van het nieuwe station van Mons werden oorspronkelijk geraamd op 37 miljoen euro, in een volgende begroting werd het 150 miljoen euro en in 2017 werd een bedrag van 263 miljoen euro genoemd.

Zo lang het nieuwe station niet klaar is moeten de 100.000 wekelijkse reizigers het doen met enkele tijdelijke containers benevens metalen trappen die bij nat weer behoorlijk glad worden. Welnu: ruim twee jaar geleden was het nieuwe station in aanbouw en de stand van zaken is dat de bouw twee jaar later nog precies even ver gevorderd is. Het beton ziet er inmiddels verweerd uit, het lekt overal, het ijzer is aan een roestige opmars bezig (foto van internet).

Wanneer het station klaar is? Niemand durft het te zeggen. Het jaar 2020 was genoemd, maar er is nog steeds geen start met de verdere bouw gemaakt.

Niet zeiken

Ja, als je een gebouwtje neerzet dat lijkt op een bushalte, maar geen bushalte is.

Maar als de mannelijke inwoners vervolgens gaan denken dat het een urinoir is omdat het toch wel erg op een mannelijke plasgelegenheid lijkt…

Dan ontkom je er bijna niet aan om wel heel nadrukkelijk in neon-licht te vermelden dat het niet de bedoeling is dat mannen hier gaan wateren.

Bij nader inzien blijkt het gebouwtje trouwens een kunstobject te zijn. Oorspronkelijk stond hier het Schreihuisje, waar vrouwen van zeelieden hun varende echtgenoot konden uitzwaaien.

Het Schreihuisje staat in het stadspark aan de Nieuwe Maas in Schiedam.

Herfstfietsen (4): Wassenaar

Toch maar weer verder op de fiets, ook al is deze fietstocht al meer dan zes weken geleden. Het was een rondje middagfietsen. Al in geen drie maanden heb ik een hele dag gefietst.

Ik was in Voorschoten enigszins opgehouden door de kou en een Pietenband, en had me ter plaatse opgewarmd in een plaatselijke boekhandel omdat er geen plek was in de plaatselijke herberg. Hoewel: er was wel plek, maar ik vond het te vol en er was teveel lawaai.

Via het station van Voorschoten maak ik de doorsteek naar Wassenaar. Het is maar een kort doorsteekje van drie kilometer. Links ligt het natuurgebied Raaphorst. Het kasteel rond dit landgoed is er niet meer. Ik weet ook niet waar het gebleven is. Dat zou ik aan een plaatselijk historicus moeten vragen.

Onder de A44 door fiets ik Wassenaar binnen. Deze plaats staat landelijk bekend als één van de meest sjieke plaatsen in Nederland. Als dat zo is val ik met mijn kleding uit de toon. Er zitten zelfs twee gaten in mijn spijkerbroek, heb ik onderweg ontdekt. Ik vroeg me onderweg al af waarom het zo tochtte. Sorry, plaatselijke inwoners, maar ik wist niet van tevoren dat ik in Wassenaar uit zou komen. Ondertussen heb ik het weer behoorlijk koud en ik moet ook nodig een sanitaire stop maken.

Eigenlijk is het winkelcentrum van Wassenaar heel gewoon en ook best aardig. Een leuke dorpsstraat die mooi verlicht is. En er is ook een HEMA met restaurant en toilet. Gewoner kunnen we het niet maken. Koffie met een gebakje voor twee euro, zo komt Henk Splinter door de winter.

Nu nog de vraag: is Wassenaar écht zo duur? Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking bedraagt er 52.600 euro per jaar. Dat is het hoogste van Nederland, nog boven de gemeente Bloemendaal. De gemiddelde verkoopprijs van een huis was in 2018: 650.000 euro. Blaricum, Laren en Bloemendaal waren duurder. Conclusie: Wassenaar is toch best een erg dure en rijke gemeente...

In 2012 was het oorlog in de Wassenaarse politiek (met o.a. vier lokale partijen). Deze oorlog kreeg in de wandelgangen de naam: de Wassenaarse seksrel. Vier wethouders stapten achtereenvolgens op.

Wassenaar is eigenlijk een dorp. Net als Voorschoten is het op een zandrug gelegen, een voormalige strandwal.

In het centrum vind je aardige en knusse straatjes, een grootse molen, een heel oude kerk en een imposante neogotische Rooms-Katholieke Kerk: de Sint Wilibroduskerk. De plaatselijke pastoor was eerst zeeverkenner, daarna jurist en is nu pastoor. Of hij ook graag fietst staat niet vermeld in zijn personalia. Dat zou ik hem graag willen vragen, maar de kerkdeur zit op slot.

Dwars door Wassenaar loopt een drukke weg naar Den Haag. Ik wil ook die kant uit, maar niet door de drukte. Dus moet ik mijn eigen weg zien te vinden. Dat valt niet mee, want herhaaldelijk fiets ik rondjes. Maar uiteindelijk fiets ik de plaats toch uit en het donkere lover in.

Toren Oude Kerk

Goed, dan ook maar een foto van de toren van de Oude Kerk in Delft. Eerst de Nieuwe Kerk en dan de Oude Kerk. Logischer kunnen we het niet maken.

Tijdens de bouw ging de toren verzakken. Dat was geen wonder. De Oude Delft werd namelijk deels gedempt/ omgelegd om ruimte te maken voor de toren. Maar om zo’n zware toren nu met de voeten in de natte blubber te zetten, dat was vragen om moeilijkheden.

Omdat men al tijdens de bouw ontdekte dat de toren verzakte bedachten de bouwers dat ze in hoger sferen de bouw wel weer recht konden trekken. Dus zit er een knik in de toren. Voor die tijd was dit een geniale oplossing. We hebben het dan over de late Middeleeuwen (rond het jaar 1350).

In de toren hangt (zoals ik al eerder heb gemeld) de zwaarste torenklok van Nederland. Hij is zó zwaar dat hij eigenlijk niet geluid mag worden. Je vraagt je dan ook af: wie heeft het bedacht dat er zó’n zware klok in deze toren geplaatst moest worden. Ik zou trouwens ook wel willen weten hoe ze die klok naar boven hebben gehesen. Hij weegt namelijk 9000 kilo. Vermoedelijk is er iemand door zijn rug gegaan.

Wat de foto betreft: die is uit de hand gemaakt op 1/10 seconde met mijn Sony compactcamera.

Een bevriende professor aan de Technische Universiteit heeft ooit eens tijdens een diner berekend wanneer de toren uiteindelijk toch om zou vallen. Dat zou na het toetje gebeuren. Omdat het diner aan de voet van de toren werd gegeven was iedereen op tijd naar huis…

Voor mensen die af en toe door Vlaanderen fietsen: daar vind je enkele torens die vrijwel identiek zijn. De toren van de Oude Kerk is dan ook gebouwd in de Vlaamse stijl.