Er gaat niets boven Groningen (1)

Regelmatig voel ik me meer een Fries, dan een Hollander. En dat terwijl ik nooit in Friesland heb gewoond. 

Tussen Leeuwarden en Groningen (Stad) en tussen Friesland en Groningen (provincie) heeft altijd rivaliteit bestaan. Met mijn Friese naam moet ik dan toch heel erg pro-Friesland zijn? Nee, ik kan niet kiezen. Zou dat komen omdat mijn moeder uit Groningen komt?

Als je kijkt naar de verschillen valt op dat Friesland meer cultureel erfgoed heeft. Dat komt vooral door de elf Friese steden die allemaal historische juweeltjes zijn. In de provincie Groningen was alles gericht op de stad. Stad en Ommeland, en alle wegen leidden naar Groningen. Daardoor hebben andere plaatsen in de provincie nooit zo’n bloei gekend als de Friese Elfsteden.

Van Zuidhorn naar Eenrum

Groningen heeft eigenlijk naast Groningen geen historische steden (alleen langs de grens het kunstmatige Bourtange en authentieke Nieuweschans als vestingen tegen de oprukkende Duitsers). Daar staat tegenover dat er tientallen aardige dorpen zijn met vaak een zeer historische oude kerk. Het mooiste dorp vind ik Winsum.

De Noorden van Groningen en Friesland (tegen de Waddenzee aan) kent zijn eigen charmes: het land wordt steeds meer open, de percelen worden groter, en er zijn nauwelijks dorpen meer. Maar tien kilometer ten zuiden van de Waddendijk vind je in Groningen één van de mooiste stukjes Nederland: het Hoogeland.

Iedereen zal wel zo’n beetje voor natuurlijke energie zijn, maar dat heeft ook zijn nadelen. Friesland telt honderden grote windturbines, maar het noorden van de provincie Groningen is veel minder aangetast. Daar staat weer tegenover dat het Eemshavengebied ten noorden van Roodeschool een enorme visuele aanslag heeft gedaan op het land. De Waddenzeekust van Friesland daarentegen (vanaf Harlingen) is grotendeels ongerept gebleven.

Zuidhorn

Ik had een middag vrij en wilde een jarige vriend in Groningen bezoeken. Dus stapten mijn Gelderse Gazelle en ik op de trein naar Groningen. In Zuidhorn stapten zij uit. De mensen vragen mij eens: “Henk, wat is Zuidhorn voor een plaats?” Dat zal ik jullie zeggen: Zuidhorn is een prachtige plaats met oude statige villa’s en veel bomen op een hoger liggende zandrug ten westen van de stad Groningen. De kern van het dorp heeft de status van beschermd dorpsgezicht. Vroeger woonden hier verschillende familieleden (maar niet in villa’s).

Noordhorn

Ik stap meteen op de fiets richting Noordhorn, dat ten noorden van Zuidhorn ligt. De wereld zit hier eenvoudig in elkaar: het klopt allemaal precies. Tussen Zuidhorn en Noordhorn ligt het Van Starkenborghkanaal: onderdeel van de drukbevaren scheepvaartroute tussen Delfzijl en Lemmer. Hoewel de dorpen aan één lintbebouwing liggen geeft Noordhorn veel meer het gevoel van het Groningse platteland.

Ik fiets kaartloos en heb de tijd, dus voor Groningen kan ik nog een omweg maken. In Noordhorn zie ik een weggetje dat meteen de landerijen induikt. In die weidse vlakte voel ik mij thuis. 

Anna Paulownapolder (3)

We hadden met vier inmiddels bejaarde collega's een reünie aan de Meerweg in Anna Paulowna. 
Meerweg ten oosten van Breezand

De Meerweg is een kaarsrechte weg door de Anna Paulownapolder. Her en der in het land zie je hier nog de restanten van een vroegere zwin, een diep het land inlopende geul die inmiddels is droog gevallen. Wat houd ik van dit weidse land. Er ligt wel een dijk omheen, maar je proeft als het ware nog de zee.

Aan het eind van de avond fietste ik via het Caloriepad terug naar station Anna Paulowna. Waarom dat pad zo heet weet ik nog steeds niet. Dit fietspad trekt een hoekig spoor door de polder, vanaf de Meerweg naar de Molenvaart. Dat is eigenlijk de hoofdweg door het dorp. Een molen heb ik hier nooit aangetroffen.

Caloriepad bij Anna Paulowna

De plaats Anna Paulowna is eigenlijk een verzameling aan lintbebouwing langs de Molenvaart, vanaf het Oude Veer (ook al een zwin) naar het Noordhollands Kanaal. Het dorp bestaat uit Kleine Sluis (het oostelijke deel met veel nieuwbouw), de Stationsbuurt en de Gelderse Buurt, waar zich ooit veel liefhebbers van Gelderse rookworsten vestigden.

De trein brengt mij in 2½ uur terug naar onze huidige woonplaats Delft. Maar na een halve eeuw Noord-Holland mis ik die provincie nog steeds...

Anna Paulownapolder (2)

"Het gaat allemaal achteruit, meneer, het gaat allemaal achteruit." Aldus een man met een bruin getaande huid en een geruite pet in het dorp Breezand.

Breezand is het centrum van de Anna Paulownapolder. Het is ook het centrum van de bollenteelt in Noord-Holland. En het areaal bollen is weer het grootste van heel Nederland. Nee, van de hele wereld (zegt men).

De tulpen waren uitgebloeid, maar nu waren er alliums in de aanbieding

Opmerkelijk is dat de namen van de bollentelers in Breezand vaak hetzelfde zijn als die van bollentelers rond Hillegom en Lisse. Tal van jonge gezinnen emigreerden enkele decennia geleden vanuit de overvolle bollenstreek naar deze omgeving. Ze namen hun geloof mee. Breezand is een overwegend Rooms-Katholiek dorp. Maar nu niet meer, volgens de man die mij aansprak. Er kwam volgens hem geen kip meer in de kerk en dat lag niet alleen aan corona.

Breezand met de kerk van Sint Jan de Evangelist

De kerk van Sint Jan de Evangelist is een karakteristiek bouwwerk uit 1931, uitgevoerd in gele baksteen met een donker interieur. Na de enorme reeks aan neogothische kerkgebouwen die de Rooms-Katholieke Kerk rond 1880 liet bouwen kwam er een nieuwe reeks bij in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Zo’n kerkgebouw staat er nadrukkelijk te zijn in Breezand.

Ik had verwacht dat de straten in Breezand inmiddels verhard waren, maar ik moet me door het plaatselijke zand ploeteren om bij de plaatselijke supermarkt te kunnen vervoegen. Daar hoor ik mensen in een vreemde taal spreken. Het zijn vermoedelijk Polen. Of het Noordpolen of Zuidpolen zijn weet ik niet. Ze slaan boodschappen in, waaronder twee kratten bier van een niet met name te noemen merk.

De Meerweg bij Breezand

Breezand is een dorp in de gemeente Hollands Kroon, die (behalve Den Helder en Texel) bijna de hele Kop van Noord-Holland beslaat. De gemeente telt bijna 70 dorpen en gehuchten en geen enkele stad. De grootste partij is de Seniorenpartij. Ik heb begrepen dat senioren regelmatig elkaar in de al dan niet aanwezige haren zitten, ik weet niet hoe men de ruzies binnen deze gemeente geregeld heeft.

Ik houd nog steeds van dit gebied. Toen we er in 1973 fietsten sprak ik de woorden 'Hier zou ik later wel willen wonen'. Twee jaar later woonde ik er. Weliswaar in de stad Den Helder, maar toch met deze ruimte binnen fietsbereik. 

Julianadorp

Ooit lag Huisduinen op een eiland. Door de aanleg van een zanddijk ontstonden er tussen Grote Keeten en Huisduinen nieuwe duinen. Ik fietste door de duinen in zuidelijke richting. 
Van Huisduinen naar Julianadorp, links op het kaartje

Het is een smal, maar best aardig duingebied. Soms heb je een mooi zicht op de Koegraspolder. Deze polder was mede een gevolg van de aanleg van het Noordhollands Kanaal. Het was een barre en dorre polder, zo meldt de schrijver Nicolaas Beets: de woestijn van Koegras. In 1849 werd de complete polder door de Schiedamse zakenman Pieter Loopuyt gekocht. De jenever werd geïnvesteerd in de polder. Hij was daarmee één van de grootste grootgrondbezitters van Nederland.

De Middenvliet in de Koegraspolder

De structuur van de polder was eenvoudig: drie wegen van noord naar zuid en twee wegen van oost naar west. Precies zoals de prairie van Iowa (in dezelfde tijd gekoloniseerd). Op de kruising van twee van die wegen ontstond een nederzetting: Julianadorp. Genoemd naar onze geëerbiedigde koningin Juliana, die toen nog een baby was. Het is toch wat: ben je nét geboren, wordt er een dorp naar jou genoemd.

Maar ik fietste dus door de duinen. En ziedaar: een eindeloze rij van vakantiewoningen, pal onder de duinen. En natuurlijk een golfterrein. Heb je de golven van de zee in de buurt, ga je lopen golfen.

Dorpskerk aan het Loopuytpark in Julianadorp

Dát is waar Julianadorp bekend om is geworden. Duizenden recreatiewoningen, waar vooral veel Duitsers op af komen. En soms een verdwaalde Fransman. Julienville-sur-Mer. De gasten zijn goed voor 1 miljoen overnachtingen per jaar en een even grote omzet aan frites en ijs.

Die vakantieparken, daar hoef ik verder niet over uit te weiden. Het is vooral de bedoeling om ter plekke vermaakt te worden. En als het mooi weer is maak je een uitstapje naar de zee.

Daarnaast werd er begin jaren ’70 in Julianadorp een grote instelling gebouwd. Daar ging ik in 1975 werken. Elke dag de bijna 10 kilometer op en weer neer over de lange Langevliet door de Koegraspolder.

Ik hield van dit ruime, open en ruige land. Wat doe ik dan in de gecultiveerde Randstad? Dat weet ik ook niet. Tineke ging verhuizen en toen ben ik maar mee gegaan. 

Destijds waren er nog weinig recreatiewoningen en Julianadorp bestond slechts uit een paar straten. Maar moet je nu eens zien. Een eindeloze reeks aan doolhoven volgens het bloemkoolmodel. Ik nam een keer de taxi, maar die kon het adres ook niet vinden waar ik naar toe moest. Er wonen nu zo’n 15.000 mensen.

De wijken die destijds als eerste gebouwd werden hebben de tand des tijds meestal niet goed doorstaan. Vooral de huurwoningen lijken aan verval onderhevig. Denk aan Lelystad, maar dan in de kop van Noord-Holland. Gelukkig kan ik nog wel een softijsje kopen op het oude dorpsplein (uit 1910). 

Vakantie 2020

Voor bijna iedereen was 2020 een vreemd vakantiejaar. Wij moesten onze geplande fietsvakantie door Oostenrijk afzeggen. We huurden een deel van een oude boerderij bij Zevenaar. 

Het gevolg was dat Tineke elke nacht om vier uur gewekt werd door de lokale haan. Ik hoorde hem niet. Zo heeft elk nadeel zijn voordeel.

Deze keer dus niet rechtstreeks aan de rivier, maar wel in de buurt van rivieren. We namen allerlei pontjes over de IJssel, de Rijn, en het Pannerdens Kanaal. Andere pontjes waren vanwege corona uit de vaart.

We zaten op tien kilometer fietsafstand van Duitsland, maar formeel was de grens niet open. Toch zijn we meerdere malen de grens over gefietst. Ontmoetingen met plaatselijke autochtonen deden zich niet voor. Er werd ook geen winkel of geen café bezocht.

Omdat we ook niet met de trein konden was onze actieradius beperkt tot de fietsomgeving van Zevenaar.

Maar nochtans en desalniettemin hebben we veel kunnen zien. Het is een afwisselend gebied. Vooral de zogenaamde Rijnstrangen (oude waterlopen van de Rijn) vormen een prachtig natuurgebied.

Meerdere malen bezichten we de oude Hanzestad Doesburg. Het plaatselijke mosterdmuseum was vanwege corona gesloten. Verder waren Arnhem, Nijmegen en Doetinchem op fietsafstand en alle dorpen die daar tussen lagen.

De heenweg naar Zevenaar werden we bepakt en bezakt vervoerd door iemand uit de kerk die in het bezit is van een busje. Terug fietsen we op eigen kracht in twee etappes (met een stop in Zeist) naar Delft. 

Vakantie 2019

Nee, we waren de Elbe niet vergeten. Opnieuw vakantie aan de Elbe. Zo'n 50 kilometer ten zuiden van Hamburg. Het laatste punt stroomopwaarts waar de Elbe voor de binnenvaart toegankelijk is. 

Lauenburg ligt nog nét in de deelstaat Sleeswijk-Holstein. Fiets je tien kilometer naar het oosten, dan ben je in Mecklenburg-Vorpommern. Steek je de brug over de Elbe over, dan ben je in Nedersaksen.

Elbstrasse Lauenburg

In de DDR-tijd was Lauenburg de grensplaats op de rechteroever van de Elbe. De volgende plaats –Boizenburg – lag in de DDR. Lauenburg kwam wat geïsoleerd te liggen, daardoor stagneerde de economische ontwikkeling. Mede daardoor heeft de plaats zijn authentieke karakter kunnen bewaren.

Ons vakantiehuis lag aan de straatzijde aan een authentieke hobbelige keienstraat met vele tientallen historische huizen. Aan de achterzijde hadden we een panoramisch uitzicht op de Elbe met een heuse stoomraderboot waar ook kerkdiensten werden gehouden. Dan kwam de dominee pas goed op stoom!

Lauenburg ligt aan de drukst bereden fietsroute van Europa: de Elberadweg. Maar die drukte stelt toch niet zoveel voor. Af en toe zie je bepakte fietsers. Wel is bijna de hele route (van 1300 km.) autovrij. Anders dan langs de Rijn lopen er ook nauwelijks autowegen parallel aan de Elbe. Ook is er weinig industrie. Wil je groen fietsen, dan is de Elberadweg een uitstekende tip. Je komt hier vooral voor de rust.

We hebben weer een vast vakantieadres (één van de huizen aan het water op de foto) en maken van daaruit dagtochten op de fiets. Willen we toch even wat meer vertier: Hamburg ligt 30 km. stroomafwaarts.

Vakantie 2016

Het werd opnieuw de Elbe. En opnieuw een huis bij een veerpont. Deze keer 120 kilometer stroomopwaarts van ons verblijf in 2015.

Ons appartement lag in een bijna onbewoond gebied in het Elbe Biosphärenreservat, een enorm natuurgebied dat zich tientallen kilometer langs de oevers van de Elbe uitstrekt.

Om boodschappen te doen moesten we de veerpont naar Coswig nemen. Dat is een oude plaats, met een groot  kasteel dat dringend onderhoud nodig heeft.

Ook dit jaar fietsten we weer veel temidden van eindeloze akkers. Soms leek het de prairie van Iowa wel, maar in dit gebied zijn toch meer bomen te vinden. Vanwege de grote afstanden namen we soms de trein. De Deutsche Bahn is goed ingesteld op fietsers die met de trein willen. De fiets mag gratis mee en een dagkaart voor twee personen kostte maar 24 euro.

Op die manier konden we ook nog een aantal historische steden bezoeken, zoals Halle, Leipzig en Lutherstadt Wittenberg. Allemaal zijn ze bezig te herstellen van de schade die is ontstaan in de DDR-tijd (toen er geen geld was voor onderhoud van historische gebouwen).

De pont die we iedere keer namen was een gierpont. Zo’n pont wordt aangedreven door de kracht van het stromende water. Een kwestie van iedere dag opnieuw afstemmen op de waterstand. Eén ochtend ging het mis: toen was de pont niet goed afgesteld en miste de overkant. Uithuilen (terugvaren) en opnieuw beginnen.

Met de pontbaas bouwden we een bijzondere band op. Bij ons afscheid zei hij: "Die Elbe weint." We moesten maar gauw weer terugkomen.

Vakantie 2015

In 2015 zochten we opnieuw de Elbe op. Maar nu in een heel andere streek. We verbleven in een veerhuis bij de pont van Rogätz. Dat dorp ligt halverwege Dresden en Hamburg in een onbekend gedeelte van Duitsland.

Öp de foto het uitzicht vanuit ons vakantieadres. Om vier uur kwam de zon op en zag de wereld er zo uit…

Maar ook verder viel er genoeg te zien. Rogätz ligt in de deelstaat Sachsen-Anhalt, die twee weken geleden nog in het nieuws was vanwege de deelstaatverkiezingen.

De dichtstbijzijnde grote stad is de hoofdstad van de deelstaat: Magdeburg. Sachsen Anhalt is één van de dunstbevolkte deelstaten van Duitsland, maar het heeft de hoogste dichtheid aan Unesco werelderfgoed van de hele wereld. Overal vind je vaak onverwachts stukken architectonische  geschiedenis terug.

Verwacht geen spectaculaire landschappen in deze streek. Het is een vriendelijk zachtglooiend gebied met veel akkerbouw en af en toe percelen bos.

Het is ook een dunbevolkt gebied. Sinds die Wende daalt het aantal inwoners nog verder. Ondanks de economische problemen wordt er fors geïnvesteerd in het herstel van de oude dorpen en steden, die in de DDR-tijd zwaar in verval waren geraakt.

We fietsten zo'n 800 kilometer door de streek en namen toen weer de trein terug naar Nederland. Een kwestie van één keer overstappen en verder blijven zitten.

Vakantie 2011

O.h.m.d.i.d.t. zijn we met vakantie. Ik schrijf O.h.m.d.i.d.t. omdat het anders zo'n lange zin zou worden. Dus heb ik het afgekort. Als ik het voluit zou typen zou ik moeten schrijven: "Op het moment dat ik dit typ'. Dat vond ik te lang. Dus heb ik het afgekort. 

Dit is een serie in telegramstijl over onze vakantiebestemmingen in de afgelopen tien jaar. Altijd met de fiets en altijd in de buurt van het water.

De vakantie van 2011 was aanzienlijk vertraagd. Pas in de herfst gingen we op reis. In de voorafgaande winter was ik door een wegpiraat gelanceerd. De Mercedes en mijn been hadden aanzienlijke schade opgelopen.

Omdat een herenfiets nog niet te bestijgen viel had ik een damesfiets met lage instap gekocht. Die namen we mee naar Konstanz aan de Bodensee. In de tijd van de waterstanden op de radio was die plaats bekend vanwege zijn Konstanz onveranderd. Voor de nadenkers is vermoedelijk wel duidelijk waarom de waterstanden hier niet zoveel veranderden.

Ons vakantiehuis had zicht op de hier diepblauwe Rijn. In tegenstelling tot de Donau bleek de Rijn wél blauw te zijn.

Ondanks nog steeds fysieke beperkingen werd er best veel gefietst in een erg mooie omgeving. Regelmatig staken we de Bodensee over met één van de vele veerponten om weer een nieuw stukje landschap tot ons te nemen. En steeds weer zagen we vanaf het water de hoge bergtoppen van de Alpen.

Uiteindelijk hebben we op deze manier in stukjes de hele Bodensee rondgefietst, door drie landen: Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland.

Noordkop

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom jij wel eens in Den Helder?" Dat zal ik jullie zeggen. Hoe zou ik Den Helder kunnen vergeten? Ik heb er 28 jaar lang gewoond. Elke maand kom ik er nog wel een keer. 

Vorige week had ik een afspraak in Den Helder. Omdat er geen OV-fietsen meer te huur waren nam ik mijn eigen Batavus mee. Dat was de aanleiding om aan deze reis meteen maar een fietsrondje te koppelen.

De binnenstad van Den Helder was ernstig aan het verpauperen. Uiteraard pas na ons vertrek. Toen is het verval begonnen. Zo waren bijna alle winkels uit de doorbraak van de jaren ’60 verdwenen. Toen was een stuk van het oude centrum platgegooid. Het had hét bruisende winkelcentrum van de stad moeten zijn, maar na het vertrek van V&D, P&C, Vögele en Flandria bleef er weinig meer over. Maar inmiddels wordt hard aan de revalitisering van dit gebied.

Zigzaggend door het centrum van de stad (de oudste huizen dateren uit het begin van de 19e eeuw) en over het terrein van de voormalige Rijkswerf (vroeger streng verboden gebied, het stond zelfs niet op de stafkaart ingetekend) fietste ik naar mijn favoriete plek: het havenhoofd bij de Texelse boot. Helaas was mijn favoriete bankje bezet door de Duitsers. En de boot naar Texel lag aan de overkant van het Marsdiep.

Sinds de aanleg van de steiger van ’t Horntje duurt de oversteek naar Texel nog geen 20 minuten. Veel Duitse toeristen denken dat ze aan een lange zeereis beginnen. Ze staan in de rij in het restaurant en slaan complete maaltijden in. Tegen de tijd dat ze het eten op hun tafeltje hebben legt de boot aan aan de overkant.

Over de 'Zeepromenade' fietste ik naar een tweede favoriete plek: Huisduinen bij de vuurtoren de Lange Jaap.