Vakantie 2019

Nee, we waren de Elbe niet vergeten. Opnieuw vakantie aan de Elbe. Zo'n 50 kilometer ten zuiden van Hamburg. Het laatste punt stroomopwaarts waar de Elbe voor de binnenvaart toegankelijk is. 

Lauenburg ligt nog nét in de deelstaat Sleeswijk-Holstein. Fiets je tien kilometer naar het oosten, dan ben je in Mecklenburg-Vorpommern. Steek je de brug over de Elbe over, dan ben je in Nedersaksen.

Elbstrasse Lauenburg

In de DDR-tijd was Lauenburg de grensplaats op de rechteroever van de Elbe. De volgende plaats –Boizenburg – lag in de DDR. Lauenburg kwam wat geïsoleerd te liggen, daardoor stagneerde de economische ontwikkeling. Mede daardoor heeft de plaats zijn authentieke karakter kunnen bewaren.

Ons vakantiehuis lag aan de straatzijde aan een authentieke hobbelige keienstraat met vele tientallen historische huizen. Aan de achterzijde hadden we een panoramisch uitzicht op de Elbe met een heuse stoomraderboot waar ook kerkdiensten werden gehouden. Dan kwam de dominee pas goed op stoom!

Lauenburg ligt aan de drukst bereden fietsroute van Europa: de Elberadweg. Maar die drukte stelt toch niet zoveel voor. Af en toe zie je bepakte fietsers. Wel is bijna de hele route (van 1300 km.) autovrij. Anders dan langs de Rijn lopen er ook nauwelijks autowegen parallel aan de Elbe. Ook is er weinig industrie. Wil je groen fietsen, dan is de Elberadweg een uitstekende tip. Je komt hier vooral voor de rust.

We hebben weer een vast vakantieadres (één van de huizen aan het water op de foto) en maken van daaruit dagtochten op de fiets. Willen we toch even wat meer vertier: Hamburg ligt 30 km. stroomafwaarts.

Vakantie 2016

Het werd opnieuw de Elbe. En opnieuw een huis bij een veerpont. Deze keer 120 kilometer stroomopwaarts van ons verblijf in 2015.

Ons appartement lag in een bijna onbewoond gebied in het Elbe Biosphärenreservat, een enorm natuurgebied dat zich tientallen kilometer langs de oevers van de Elbe uitstrekt.

Om boodschappen te doen moesten we de veerpont naar Coswig nemen. Dat is een oude plaats, met een groot  kasteel dat dringend onderhoud nodig heeft.

Ook dit jaar fietsten we weer veel temidden van eindeloze akkers. Soms leek het de prairie van Iowa wel, maar in dit gebied zijn toch meer bomen te vinden. Vanwege de grote afstanden namen we soms de trein. De Deutsche Bahn is goed ingesteld op fietsers die met de trein willen. De fiets mag gratis mee en een dagkaart voor twee personen kostte maar 24 euro.

Op die manier konden we ook nog een aantal historische steden bezoeken, zoals Halle, Leipzig en Lutherstadt Wittenberg. Allemaal zijn ze bezig te herstellen van de schade die is ontstaan in de DDR-tijd (toen er geen geld was voor onderhoud van historische gebouwen).

De pont die we iedere keer namen was een gierpont. Zo’n pont wordt aangedreven door de kracht van het stromende water. Een kwestie van iedere dag opnieuw afstemmen op de waterstand. Eén ochtend ging het mis: toen was de pont niet goed afgesteld en miste de overkant. Uithuilen (terugvaren) en opnieuw beginnen.

Met de pontbaas bouwden we een bijzondere band op. Bij ons afscheid zei hij: "Die Elbe weint." We moesten maar gauw weer terugkomen.

Van Brilon naar Soest (slot)

Ik heb een mooie route uitgekozen, al zeg ik het zelf. Dat is weliswaar perongeluk. ik had geen idee. Maar de weg kronkelt prachtig door golvende velden met graan, veldbloemen, percelen weiland en af en toe een plukje bomen.
Van Lippstadt naar Soest

Het duurt lang voordat ik Soest in het vizier krijg. De stad ligt in een dal en ik fiets min of meer op een hoogvlakte. Zo’n vijf kilometer voor Soest wordt het verkeer drukker. Er wordt aan de weg gewerkt en er komt kennelijk een nieuwe riolering. Even verderop staat een bord met de plannen voor de bouw van een nieuwe wijk. Dat ken ik niet echt in Duitsland. Met doet weinig aan uitbreiding en veel meer aan inbreiding: nieuwbouw in bestaande wijken. Kennelijk groeit Soest wat harder en is er een heuse nieuwbouwwijk nodig.

Soest Kirchplatz

Vlak voor Soest uiteraard ook nog de bekende taferelen van bedrijventerreinen, benzinepompen en bouwmarkten. Ik kom op een nieuwe rondweg uit die verboden is voor fietsers. Ik moet het zelf maar uitzoeken. Maar inmiddels heb ik de torens van de kerken in het centrum van Soest al gezien, dus ik weet in welke richting ik moet fietsen.

Soest straat 2

Soest is een zeer oude stad. Dankzij de bijzonder vruchtbare omgeving vestigden zich hier veel boeren. Later kwam de stad aan de  Westfaalse Hellweg te liggen: de belangrijkste handelsroute door Duitsland. Daardoor was Soest in de 15e eeuw qua grootte de derde stad van Duitsland.

Helaas, in Duitsland (dat toen een lappendeken aan rijkjes was) werd nogal veel geknokt. Soms deden ze er lang over, zoals in de Dertigjarige oorlog. De gevolgen waren voor Soest rampzalig: 90% van de bevolking was verhuisd of gedood. Dat waren dus Syrische of Ukraïense toestanden. Die klap is de stad nooit meer te boven gekomen.

Soest straat

Soest is desondanks een mooie oude stad met o.a. twee grootse en zeer oude kerken: de Wiesenkirche en de Sankt Petri und Pauli (de Alde Kirche). In het centrum vind je veel karakteristieke vakwerkhuizen. Maar niet alleen in het centrum: opmerkelijk is dat er langs de wegen naar de omgeving toe een soort lintbebouwing is gegroeid, in dezelfde stijl.

Tegenwoordig heeft de stad een regionale centrumfunctie. Dat zie je o.a. aan het winkelbestand en aan de vele scholen. Soest telt zo’n 50.000 inwoners.

Ik besluit mijn fietstocht hier af te sluiten. Ik moet nog terug naar Delft. Dat is volgens de dienstregeling bijna 6 uur met de trein. Zoals ik al eerder schreef werd het een tocht met hindernissen: het werden 10 uur met de trein. Vandaag heeft de fietteller en 90 Duitse fietskilometers bij opgeteld. 

Van Brilon naar Soest (3)

Na een stevige rit tegen de aanwakkerende noordwestenwind kom ik aan in Erwitte. Vanuit de verte is de kolossale kerk al goed te zien. Van Erwitte had ik nooit gehoord, laat staan dat ik wist dat daar zo'n grote kerk staat.
Sint Laurentiuskerk in Erwitte

Erwitte ligt in de vruchtbare Soester Börde. Het was al in de elfde eeuw een welvarend gebied. Dat is te zien aan de Romaanse St. Laurentiuskerk. Bovendien lag de plaats aan de Hellweg: de langste handelstraat voor zout uit de middeleeuwen. En zout: dat was het vroegere goud.

Vroeger leefde de stad van de landbouw. Het schijnt dat de naam iets te maken heeft met erwten. Tegenwoordig is de grootste werkgever van Erwitte de cementindustrie.

Eén van de kastelen in Erwitte

Erwitte heeft een station, maar er blijkt geen trein te stoppen. Is dat dan wel een station? Het is net zoals bij een kerk waar geen kerkdiensten worden gehouden. Eigenlijk is dat ook geen kerk. Toch zijn de rails niet zo verroest. Er blijken nog wel goederentreinen te rijden.

In 1936 werd Erwitte tot stad benoemd. De Nazi’s hadden er een belangrijk kantoor en de zetel van zo’n kantoor moest natuurlijk wel een stad zijn.

Vanuit Erwitte fiets ik verder naar het noorden, richting Lippstadt, bekend van prins Bernhard von Lippe Biesterfeld. In dier voege kom ik langs twee kastelen. Het kan maar niet op. Het ene kasteel is een hotel, het andere doet dienst als ziekenhuis. In welk kasteel wil jij een kamer?

Rond Erwitte en de Lippe

De fietsroute is zeer landelijk, ik vermoed over een voormalige spoorlijn. Dan ben ik opeens in toeristisch gebied met een hoge rollatordichtheid. Zodra er geneeskrachtige bronnen zijn krijgt de plaats Bad voor zijn naam en gaan de Marken rinkelen. Zo ook in Bad Westernkotten, met zelfs een heus Kurort.

Als ik verder naar het noorden wil lijkt de route langs een drukke weg te lopen. Ik zie een fietsbordje van de Lippe Radrundweg. Dat lijkt me rustiger. De Lippe is een rivier van 220 km die ongeveer bij Paderborn begint en ten noorden van Duisburg in de Rijn plonst (220 km lengte).

De weg leidt mij in een andere richting dan gepland. Over zeer landelijke wegen blijkt de koers westwaarts te verlopen. Ik besluit doelgericht verder te fietsen. Mijn tocht gaat eindigen in Soest. 

Van Brilon naar Soest (2)

Door een stadspoort verlaat ik Rüthen. De lucht is blauw met mooie wolken, het glooiende land is groen, wat zou ik hier nog voor wensen willen doen?
Lanschap ten noordwesten van Rüthen, in het dal ligt Rüthen

De weg kronkelt zich op onvoorspelbare wijze tussen de heuvels door. Het is zacht klimmen en zacht dalen door een vriendelijk landschap. Af en toe passeert er een auto. Wel wordt het landschap soms ontsierd door kolossale windturbines en door loodsen midden op het open veld. Die onttrekken zich kennelijk aan het werk van de plaatselijke welstandscommissie.

Van Brilon naar Rüthen (zuidoost op de kaart) en verder

Zoals ik al schreef: ik heb geen idee waar ik uit ga komen. Ik fiets tegen een zwakke wind in in noordelijke richting. Af en toe staat er een bord richting Paderborn of Soest, maar er staat geen afstand achter. Dan weten de Russen ook niet hoe ver het is.

Dan wordt de weg opeens rechter en voert geleidelijk een dal in. De snelheid van de Batavus stijgt tot boven de 40 kilometer per uur. Hoogste tijd om me weer eens af te vragen of ik niet een valhelm op mijn hoofd had moeten zetten.

Steengroeve ten zuiden van Erwitte

De weg wordt steeds witter. Iemand heeft hier poedersuiker gestrooid. In de verte is het land ernstig aangetast. Er staat een grote fabriek en er wordt stevig gegraven. Vrachtwagens rijden af en aan. Ik ken de bruinkoolmijnen ten westen van Keulen, maar hebben ze die hier ook.

Met piepende remmen maak ik een stop op een plek waar ik de kuil nader kan bestuderen. Het blijkt een kolossale steengroeve te zijn. Aan de oostzijde van de weg wordt inmiddels ook al steen gebikt. Je moet wel een bikkel zijn om hier zo langdurig te kunnen hakken. Een deel van het gebied is in ontwikkeling als natuurgebied. Dat vind ik altijd wat ingewikkeld: gaat zoiets vanzelf of zet de mens de ontwikkeling van een natuurgebied naar zijn hand?

De kaarsrechte weg duikt verder naar beneden, onder een snelweg door en daarna moet er weer een beetje geklommen worden. Totdat ik in Erwitte ben. Dat is ook weer een plaats waar ik nooit eerder van had gehoord. 

Van Brilon naar Soest (1)

Dat vind ik dus leuk. Gewoon gaan fietsen in onbekende omgeving en maar zien waar je uitkomt. Ik heb geen idee wat er ten noorden van Brilon te zien is (ten zuiden van Brilon heb ik wel gefietst). Dus ik laat me verrassen.
Landschap ten noorden van Brilon

Al snel zit ik op het spoor van een voormalige spoorlijn. De route loopt temidden van glooiende heuvels en grazige groene weiden. Af en toe staat er ergens een boerderij. Ook kom ik een paar keer over een beekje, om daarna weer te moeten klimmen. De route is autovrij en fietsers kom ik ook al niet tegen. Wat een stilte, wat een rust.

Na de weilanden volgt een meer bebost gebied. Dit blijkt het Rüthener Stadtforest te zijn. Als dat zo is, moet Rüthen een stad zijn. Ik heb geen idee, want ik heb nog nooit van Rüthen gehoord. De plaats valt ook in geen velden of wegen te bekennen. Het is allemaal groen en landelijk wat de klok slaat. En die slaat niet eens, want er is geen kerk te bekennen.

Dat werd lopen (helling tot 12% in Rüthen)

Ik fiets langs een beekje, de Biber, maar Justin Biber is hier ook niet te vinden. Ondertussen heb ik wel zin in koffie, maar waar geen huis is, is ook geen koffie. Op een drieprong blijkt dat Rüthen nog zes kilometer verder ligt.

Het fietspad begint weer te klimmen. De heuvels zijn hier tot ruim 400 meter hoog (de Önningsberg, 428 meter). Daarna volgt een afdaling. Voor me ligt Rüthen. Maar dat ligt weer als een onneembare vesting hoog boven het dal van de Biber.

Van Rüthen weet ik niets. Ook niet of het de moeite van een bezoek waard is. Maar laat ik maar een poging wagen. Dat wordt lopen, want de helling naar het centrum is te steil. Ik loop gelijk op met drie juffen die 20 peuters in bedwang moeten houden.

Duitse peuters gedragen zich niet anders dan Nederlandse peuters. Ze lopen vrolijk kletsend mee of ze werken tegen, ze zien onderweg van alles wat bestudeerd moet worden, ze verliezen een schoentje of ze plassen in hun broek, ze willen niet lopen en in de wagen vervoerd worden en ze zijn nieuwsgierig naar een opa die hier vrij rondloopt mit Fahrrad.
Stadsplein in Rüthen

Tenslotte ben ik boven, op het stadsplein. Even lezen wat Rüthen voorstelt. De plaats dateert uit 1200. Rüthen werd speciaal als bestuurscentrum ingericht voor het ‘Kuurkeulse deel’ deel van oostelijk Westfalen, mede ter strategische bescherming van Soest (nee, niet in de provincie Utrecht). De bisschoppen lieten het ommuren en lieten er ook een kasteel bouwen. Ter plaatse werd een soort groenige zandsteen gewonnen, die zeer geschikt was voor zuilen en bordessen van kerken en andere monumentale gebouwen, mogelijk ook voor het Paleis op de Dam in Amsterdam.

Rüthen vanuit de lucht. Voor de bebouwing is de stadsmuur (die nog deels intact is) te zien.

Rüthen heeft maar een korte bloei gekend. Berucht waren de vele heksenverbrandingen (meer dan honderd) in de Middeleeuwen. Tegenwoordig doet men daar niet meer aan, dus ik loop weinig risico. Na de Middeleeuwen werd het stadje meerdere malen getroffen door de pest, er woedden diverse oorlogen en de economie kwam deze klappen nooit meer te boven. Tegenwoordig leeft de plaats (met omgeving) voornamelijk van de landbouw, de bosbouw en het werk in een steengroeve.

Als je al om half zeven ontbijt ben je om 11 uur toe aan het volgende ontbijt. Dus ontbijt ik vandaag ten tweeden male, deze keer in een tweedehands-zaak op het stadsplein van Rüthen. 

Brilon Stadt

De volgende dag was ik al om 9 uur in Brilon Stadt. Sommige lezers zijn daar nog nooit geweest, dus ik zal even wat uitleggen.

Brilon Stadt ligt op 1,5 uur treinen ten oosten van Hagen. De trein van Hagen naar Kassel rijdt door een dal en langs de flanken van de bergen van Sauerland. Aan de andere kant van het dal ligt Brilon Stadt in de Kreis Hochsauerkrautland. De plaats telt 25.000 inwoners.

Dit dieseltje boemelt elk uur tussen dal en stad (6 km).

Veel steden liggen in een dal, maar Brilon Stadt ligt juist hoog boven het dal. Gelukkig is er een boemeltje dat vermoeide fietsers de heuvels op sleept. In dit geval drie 70-plus mannen met eigenaardige fietsen en dito gewoonten. Zoals een man die zijn tanden poetst in de trein.

De stadskerk van Brilon

Brilon Stadt kent een lange geschiedenis. De plaats wordt al in het jaar 970 genoemd. Brilon maakte een grote bloei mee in de Middeleeuwen en maakte zelfs deel uit van de Hanze. Maar door het voortdurende geknok tussen diverse Duitse vorsten en met name als gevolg van de 30-jarige oorlog raakte de plaats in verval. Ook fikte de stad nog een keer af. Pas na de Napoleontische tijd, toen Brilon aan Pruisen werd toegevoegd, was er weer sprake van economische groei.

Helaas werd de plaats – waar verder weinig militaire objecten waren – in de Tweede Wereldoorlog getroffen door zware bombardementen.

De winkelstraat van Brilon Stadt

Tegenwoordig is Brilon Stadt een rustieke plaats waar weinig ‘heftigs’ lijkt te gebeuren. De mensen zijn vriendelijk, de winkels overzichtelijk. De stad heeft één van de oudste gymnasia in Duitsland. Dat is wel opmerkelijk voor zo’n plaats die van ouds niet echt meetelde in de rij van steden in de politieke lappendeken die uiteindelijk Duitsland werd.

De stad telt tientallen typisch Sauerlandse huizen met leidaken en muren die uit hetzelfde materiaal zijn gemaakt. Maar je ziet er ook vakwerkhuizen. En helaas ook veel saaie degelijke Duitse nieuwbouw met gepleisterde muren. Die huizen staan o.a. op de plekken die door bombardementen getroffen werden. Er was geen enkel militair doel mee gediend, de plaats had nauwelijks industrie en er waren geen militaire objecten.

De groene omgeving van Brilon

Het is vanmorgen nog behoorlijk fris als gevolg van een noordenwind. Maar ook in de stad moet er stevig geklommen worden. Daar krijg je het vanzelf warm van. Sommige straten zijn zó steil dat de remmen van mijn fiets het af en toe bijna niet houden. Gelukkig heb ik al gezien dat hier een aanzienlijk en modern ziekenhuis gevestigd is.

Je kunt vanuit Brilon Stadt een wandelroute van bijna 200 kilometer volgen. Ik kies echter voor de fiets. Eenmaal buiten de stad is het land groen, dunbevolkt en met uitgestrekte stukken bos, afgewisseld door landbouwgrond. Ik heb geen idee waar de weg naar toe leidt. Dat is dus nog een verrassing. 

Fietsrondje Hagen (3)

Geleidelijk wordt de bebouwing dichter. Ik dacht dat ik hier niet eerder gesijkeld had, maar opeens herken ik tal van gebouwen. Zoals een antiek en leegstaand fabrieksgebouw waarvan ik hoop dat het blijft staan.

Want wat is dat een architectonische ramp: die dozenarchitectuur van hedendaagse bedrijfspanden. Eind 19e eeuw waren fabrieksgebouwen visitekaartjes voor de fabriek. Industriële architectuur was gewoon kunst. Kom daar nu maar eens om!

In Breitenhagen

Het laatste dorp voor Burg Altena heet Breitenhagen. De bebouwing gaat vanzelf over in Burg Altena. Door het stadje stroomt de rivier de Lenne. Die rivier heb ik meerdere malen befietst. Niet op het water, want ik heb geen waterfiets. Op de weg die er aan stuurboord of aan bakboord langs loopt.

Industriële architectuur in Breitenhagen

Burg Altena heet Burg Altena omdat zich hoog boven het dorpje een kolossale burcht verheft, één van de grootste van Duitsland. Het kasteel werd gesticht in de 13e eeuw door Graaf Eberhard de Eerste. Dat wist hij toen nog niet, hij wist niet dat er later een Tweede kwam.

Omdat Duitsland zich in een eeuwenlange toestand van ruzies tussen graven, hertogen en kerkelijke heersers bevond wisselde het kasteel ook regelmatig van eigenaar. De mensen hebben het wel over de 80-jarige oorlog, maar in Duitsland deden ze eeuwen over hun burgeroorlog. De Zweden waren ondertussen verjaagd, maar nu konden de Fransen het niet nalaten om ook nog wat roet in het eten te gooien.

De Lenne bij Burg Altena

Het stadje Altena ligt aan de voet van het kasteel, aan beide oevers van de Lenne. Er zwemt een eendenpaar met zes jongen voorbij. Ik vraag me af hoe ze ooit weer stroomopwaarts kunnen zwemmen. Dat lijkt me een zware klus. Of worden alle eenden stroomafwaarts bij één van de sluizen in de Ruhr verzameld en weer naar de oorsprong van de Lenne getransporteerd?

Burg Altena

Altena is een stadje dat toeristen aantrekt. Bratwurst en Kaffee mit Kuchen (een café met keuken) zijn overal verkrijgbaar. Boven mij betrekt de lucht. Ik kan in een café gaan zitten wachten totdat de dreiging voorbij is. Ik kan ook op de trein stappen. Eerst maar eens naar het Bahnhof. Daar komt de trein al aan. Helaas is het station in toestand van verbouwing en kan ik nergens de ingang vinden. Trein gemist. De volgende trein gaat over een uur.

Ik fiets dus maar verder langs de Lenne, stroomafwaarts. Het begint nu ook te rommelen. In het volgende dorp (Nachrodt) blijkt de weg te zijn afgesloten. Ik moet de heuvels in. Het verkeer staat op de smalle wegen helemaal vast.

En daar begint het te plenzen. Gelukkig vind ik onderdak in een plaatselijk bushokje. Na een half uur is de nattigheid voorbij. Ik fiets via Hohenlimburg verder naar Hagen. Daar hoor ik dat het treinverkeer gestremd is als gevolg van blikseminslag. Soms is de fiets zo gek nog niet...

Fietsrondje Hagen (2)

Het wordt me gemakkelijk gemaakt. De weg is een permanente afdaling richting de rivier de Lenne. Waarschijnlijk is dit het E-Bike gevoel: zonder veel trapkracht toch vooruit komen. 

Eigenlijk bestaat de route voornamelijk uit lintbebouwing. Het gebied is vooral op de heuvels dunbevokt, de bebouwing concentreert zich in de dalen. Ik kom door verschillende langgerekte dorpen die aan elkaar vastgeklonken zitten.

Altroggenrahmede

Eén van de dorpen is Altroggenrahmede (genoemd naar de familie Altrogge die hier grond in bezit had). Vroeger lag hier een enkelspoor voor de trein tussen Lüdenscheid en Bad Altena. De aanleg van deze spoorlijn leidde tot welvaart voor de streek. Tegenwoordig meldt een spoorsite dat hier per dag nul treinen aankomen. Dat kan kloppen. Er liggen geen rails meer.

Klimmen naar de Hundertwasserschule

In 1886 was begonnen met de aanleg van een enkelspoor van Altena naar Lüdenscheid. De bevolking groeide, er was werkgelegenheid, er waren twee bakkerijen, een slager, een Sparkasse-filiaal, dokters, een apotheek, winkels voor kruidenierswaren, metaal en elektrische artikelen, hoeden en dameskleding, de plaats kreeg een eigen water- en telefoonnetwerk met een apart netnummer. Ook werd er een zelfstandige kerkelijke gemeente gesticht.

Dat bedenk je allemaal niet als je het plaatsje nu ziet. De middenstand concentreert zich in de grotere plaatsen. Er is geen station meer. Er is wel een Hundertwasserschool. Als fan van kunstenaar en architect Freidensreich Hundertwasser ga ik op zoek naar die school. Daarvoor moet ik het dal uit klimmen.

Eenmaal boven blijkt het helemaal geen school in de stijl van Hundertwasser is gebouwd, maar gewoon een bouwwerk uit de jaren '60 dat in roze en wit is geschilderd... In elk geval mijn beenspieren weer getraind...

Fietsrondje Hagen

In Nederland fiets ik kaartloos. Maar dat is niet zo spannend. Ik ken de kaart redelijk uit mijn hoofd. In Duitsland ligt dat anders. Toch fiets ik ook hier kaartloos. Altijd spannend waar je dan uitkomt.

Vanuit Hagen bestijg ik de heuvels. De zon breekt door en het wordt eigenlijk best wel warm. Het zweet breekt me uit. Het is hier geen sigarenfabriek, ik krijg het allemaal niet cadeau. Maar ik weet de drie kilometer lange helling met een stijgingspercentage van 8% zonder afstappen te halen.

Grazige groene weiden tussen Hagen en Lüdenscheid

Jullie kennen dat vast wel. Je beklimt een helling en je denkt dat je boven een enorm uitzicht hebt op het dal. Maar het hele dal van de Ruhr is verdwenen. Dat ligt ergens achter me, maar het heeft zich verstopt. Voor me een zachtglooiend en zeer groen landschap met grazige weiden en een beperkt aantal koeien. Een heel verschil met Nederland, waar veel meer koeien op een beperkte ruimte rondlopen.

Af en toe is er een zijweg met een bordje richting een mij totaal onbekende plaats. Alleen de plaats Lüdenscheid komt me bekend voor, dat is een grotere plaats. Ik ben er wel eens geweest. Hoewel de stad in de oorlog niet is gebombardeerd is er weinig historische bebouwing. Geen reden om er nog eens naar toe te fietsen.

Bizar is de geschiedenis van de laatste maand van de oorlog in Lüdenscheid. De nazi's gingen op steeds heftiger manier om met de eigen bevolking. De doden vielen niet door bombardementen, maar door nazi-terreur. 

Er volgt een lange afdaling temidden van veel druk verkeer. Voor een verkeerslicht staat een eindeloos lange rij auto’s. Ik zou de file kunnen passeren, maar de automobilisten staan dicht langs de stoeprand. Ik sluit me dus maar aan bij de file.

Dan zie ik een bord: Lüdenscheid rechtsaf en Burg Altena linksaf. Dat is wel weer een aardige bestemming: Burg Altena. Geen idee hoe ver dat is, maar ik sla linksaf. Eens zien wat ik tegen ga komen...