De Stier van Visser

In mijn jeugd stond Us Mem symbool voor logeerpartijen bij mijn grootouders, Pake en Beppe. Als je vanaf het station van Leeuwarden naar hun huis aan het Huizumerlaan liep stond op de rotonde een standbeeld van een koe. De moeder aller Friezen: Us Mem.

Een aantal jaren geleden ontdekte ik dat Us Mem verdwenen was. Dat was niet het gevolg van een actie van boze boeren. Inmiddels heb ik gezien dat ze op een andere rotonde staat. Bij het vroegere huis van een oom van mij die als een dokter Jansma zetelde in een pand aan de Spanjaardslaan. In onze families waren een dominee, een dokter, een tandarts en een psychiater beschikbaar, dus we waren van alle gemakken voorzien.

Stier van Visser in Zoeterwoude Dorp

In Zoeterwoude kwam ik gisteren ook een koe tegen. Nader onderzoek aan de onderzijde leerde mij dat het een stier is. Hij is 2½ meter hoog en 2,70 lang. Het is een indrukwekkende verschijning. De Stier van Visser (genoemd naar Patrick Visser, de ontwerper) weegt maar liefst 3000 kilo.

In het Mauritshuis in Den Haag hangt een stier. Hij heet de Stier van Potter. Er is ook een Pier van Stotter, maar dat is een ander verhaal.

Ik heb meteen Tineke maar opgebeld. Zij heeft een grote liefde voor alles wat koe is. Ze stapte deze donderdag op haar Batavus Dinsdag en fietste geheel op eigen kracht met gezwinde spoed vanuit Delft naar Zoeterwoude. Daar raakte ze diep onder de indruk van deze levensechte ijzeren stier. De foto’s zijn gemaakt met mijn telefoon (minder goede kwaliteit), ik was mijn fototoestel vergeten.

Oude materialen in hergebruik als kunstwerk

Kunstenaar Patrick Visser maakt van o.a. oude tangen, plaatijzer, betonijzer, steeksleutels, nijptangen, scharen, oude kettingen, remschijven en tandwielen een nieuw kunstwerkt. En dat is precies wat Tineke ook zo graag doet: oude spullen een nieuw leven geven.

Tenslotte nog een kamplied uit mijn jeugd:

Bij ons in de Beemster daar is het zo goed

Daar geven de koeien tien liter als ’t moet

En geven ze niet, nou dat hindert geen zier

Dan is het geen koe maar dan is het een stier.

Gast aan huis

Opeens liep er een zwarte kat met witte poten en een witte bef door ons vakantiehuis. Waar hij vandaan kwam: geen idee.

Er liepen wel meer katten rond het huis, en vooral veel koeien, maar deze kat was het enige opvallende dier dat binnen kwam.

Hij liep wat rondjes door de kamer en snuffelde wat aan onze handen en schoenen. Daarna vertrok hij naar boven om te kijken of er daar nog wat te beleven viel. Vervolgens ging hij op de trap zitten. Als je wat hoger zit heb je meer overzicht en dus meer controle. Na een uurtje vertrok hij weer.

De volgende ochtend om 8 uur zat er een kat voor de deur. Hij zat klagelijk te miauwen. “Ik mocht er toch in? Begrijpen jullie dat niet?” Nee, dat hadden we niet zo begrepen. Natuurlijk mag jij er in. Als je je maar een beetje gedraagt! Nu is slecht gedrag ook een vorm van gedragen, dus duidelijk was de instructie niet.

De kat moest natuurlijk wel een naam hebben. Ik noemde hem Tippie. Als ik “Tippie!” riep kwam hij meteen. Maar waarschijnlijk zou hij ook zijn gekomen als ik “Kastor”, “Zoef” of  “Gretha” had geroepen. Maar laat ik hem toch maar Tippie blijven noemen.

We hoorden trouwens ook van iemand die zijn kat “Kommaar!” had genoemd. Prima naam voor een kat.

Tippie begon zich al meer thuis te voelen. Hij kwam bij het koffie drinken naast me op de bank liggen. Hij wilde vooral graag geaaid worden, maar kennelijk was dat een te indringende ervaring. Hij rollebolde alle kanten uit, sloeg zijn nagels uit en probeerde mijn hand te pakken.

Na een uurtje vertrok Tippie weer, maar een paar uur later liep hij weer naar binnen en ging meteen maar op de bank liggen. Daar lag hij te ‘fietsen’ (de poten heen en weer bewegen zoals jonge katjes bij hun moeder doen). En als we in de buurt kwamen miauwde hij. “Aai me dan!” In de hedendaagse terminologie zou je kunnen spreken van ‘huidhonger’.

Gaandeweg werd het ook duidelijk dat Tippie een kater was. Niet dat hij ging sproeien, maar hij maakte geen geheim van zijn geslacht. Van enige schaamte was geen sprake.

Tippie was waarschijnlijk een jonge kater. Hij  was erg speels. Als er maar iets bewoog moest dat gevangen worden. Ook een bewegen van een teen kon aanleiding zijn tot een plotselinge aanval. Maar het meest hilarisch waren nog de aanvallen op de eigen staart. Dat is het voordeel van het hebben van een staart: je hebt altijd je eigen speeltje bij je.

Tippie had – en zo hoort het ook – zijn eigen voorkeuren. De één zit liever in een stoel, de ander ligt liever in een hangmat. Tippie lag graag op een schoen. Of op een voet. Als katten een vorig leven zouden hebben zou hij  een voeten-festisjist geweest.

Er was nog een ding in huis waar Tippie extra veel belangstelling voor had. Dat was de koelkast. Als de koelkastdeur open ging rende hij al miauwend naar de deur. De deur representeerde dus iets eetbaars. Zo kregen we ook een beeld van zijn communicatie-niveau.

Het afgelopen weekend was Tippie kind aan huis (of kater aan huis). Hij had zich de bank toegeëigend. Hij was nu een stuk rustiger en lag lang te slapen. Het liefst tegen mij aan, met een poot tegen mijn been aan: een vorm van fysieke verbinding. Tippie vond het heerlijk om geaaid te worden. Maar hij werd er niet meer wild van.

Tippie tegen de plint van het aanrechtkastje

Omdat Tippie rustiger werd, werd het ook gemakkelijker om een foto van hem te maken zonder ‘bewegingsruis’. Al blijft het fotograferen van een zware kat toch een bijzondere opgave. Wat opviel waren de bijzondere houdingen die hij aan nam. Zo lag hij met één poot omhoog op de bank en ook had hij een plekje gevonden op de vloer onder de aanrechtkastjes.

Vandaag hebben we afscheid van Tippie moeten nemen. Waarschijnlijk staat hij nu weer te miauwen voor de deur. Maar er is niemand die (hem) open doet.

Nu we thuis zijn valt op dat we zelf nogal bezaaid zijn met jeuk-plekken. Is Tippie in de Achterhoek gebleven en hebben wij zijn vlooien mee naar huis genomen?

Bijbooking.com

Tineke heeft een hotel gebouwd. Een bijenhotel. Al snel na de opening waren de eerste kamers bezet.

Ik had wel af en toe een bijbaan. Maar ik heb me nooit verdiept in de werking van een insectenhotel of van een bijenhotel. Je kunt niet alles in de garen houden.

De bezette kamers worden door de bijen dichtgemetseld. Dat is op de foto te zien (twee dichte gaatjes in het vak rechts). De bijen die dit doen heten metselbijen. “Noem een dier met een M”. Een Metselbij…. Daar kun je punten mee scoren!

Bijen zullen trouwens niet het middelste deel van het kastje bezoeken. Dat deel is gereserveerd voor oorwurmen. Die schijnen ook heel nuttig te zijn.

Er is een stichting die zich bezig houdt met het wel en wee van de bijen. Die stichting heet de Bijenstichting. Dat lijkt me logisch. De Caviastichting was als naam wat aparter geweest.

Van de site van de Bijenstichting citeer ik het volgende: “Bijenhotels worden gebruikt door diverse soorten metselbijen. Zij leggen in de gang stuifmeel met daarop een eitje en maken dan een tussenschot, weer stuifmeel, een eitje en dan een tussenschot. De ingang wordt dicht gemetseld met leem/klei/modder, daar danken ze hun naam aan.
Na mei zie je geen metselbijen meer vliegen. De eieren in het hotel zijn dan uitgekomen, de larf eet het stuifmeel op en verpopt. Als popstadium blijft het in rust tot het volgende voorjaar, dan knaagt de jonge bij zich een weg naar buiten. De mannetjes paren met de vrouwtjes. Daarna worden er weer eieren gelegd.”

Nu ben ik wel eens bang dat ik voor een bij gestoken kan worden. Daar houden metselbijen zich volgens de Bijenstichting helemaal niet mee bezig. Mensen steken is voor hen een bijzaak waar ze niet aan toekomen. Ze zijn volgens de Bijenstichting namelijk zeer vriendelijk. Of ze aaibaar zijn? Dat weet ik niet.

Zonnige huiskater

Donderdag schrok huiskater Ringo zich een hoedje. Hij begreep dat de lock-down enigszins versoepeld gaat worden.

Ringo hoor je niet klagen. Hij is blij dat Het Baasje en De Vrouw (let op het verkleinwoord versus geen verkleining: zo liggen de verhoudingen) vaker in de stoel zitten zodat hij zich vaker op een schoot (naar keuze) kan nestelen.

Bovendien komt er minder bezoek. En al helemaal geen kinderen. Ringo vindt kinderen onmogelijke wezens: ze zijn te snel en te onvoorspelbaar.

Als de bel gaat duikt Ringo in de kast. En hij komt pas weer uit de kast als de visite vertrokken is.

Van Ringo (15 jaar oud) mag de lock-down nog wel even duren. Of op schoot, óf in de poezenmand, óf lekker in het zonnetje. Maar in ieder geval: lekker rustig.

Ringo en Rutte

Ringo is niet zo erg 'snaps'. Daar kan hij ook niks aan doen. Het zat niet zo erg in de genen. Zijn drie broers begrepen ook lang niet alles.

Toch doet Ringo wel zijn best om een beetje te volgen wat er in de samenleving in het algemeen en in het bijzonder in en rond ons huis gebeurt. Daarom wilde hij ook de persconferentie met premier Rutte meemaken.

Natuurlijk wilde hij ook weten welke consequenties de corona-maatregelen voor zijn leven hebben.

  • Moet hij voortaan binnen blijven of mag hij nog naar buiten om wat aan sport te doen?
  • Moet hij een mondkapje voor als hij naar buiten gaat of mag hij zo het pand verlaten?
  • Moet hij zich aan de 1,5 meter regel houden of wordt die maatregel versoepeld en mag hij dichterbij de baas komen?
  • Komen de kleinkinderen weer het huis onveilig maken, of blijven ze voorlopig uit de buurt?

Ringo luistert vol aandacht naar de persconferentie met premier Rutte

Van de toespraak van premier Rutte was weinig bij Ringo blijven hangen. Ik heb het hem allemaal nog maar eens uitgelegd.

  • Ringo mag gewoon naar buiten als hij zich bij binnenkomst maar goed wast.
  • Ringo hoeft geen mondkapje voor, want er is bij hem niet bewezen dat het effectief is.
  • De 1,5 meter regel geldt alleen voor andere katten, maar niet voor Ringo.
  • Kleine kinderen en poes-achtigen dragen zelden het corona-virus over op andere mensen en katten.
  • De kleinkinderen komen het huis niet onveilig maken, want de baas en het vrouwtje horen nog steeds tot de kwetsbare doelgroep (een nadeel heeft voor Ringo ook een voordeel).
Of Ringo over een tijdje nog wel genoeg te eten heeft heb ik maar in het midden gelaten. Dat de pensioenfondsen onder water staan hoeft hij nog niet te weten.

Kerkdienst met poes

Er worden in Nederland nauwelijks meer kerkdiensten met kerkgangers gehouden. Veel kerken organiseren wel een kerkdienst op internet.

Je zou vanuit de complot-theorie kunnen denken: nu heeft de Chinese communistische partij toch zijn zin gekregen. In China werden de afgelopen twee jaar tientallen kerken gesloten en zelfs met munitie opgeblazen. In Nederland gebeurde iets vergelijkbaars met een virus dat zijn oorsprong vond in China. De kerkgebouwen staan er nog wel, maar de kerkgangers komen niet meer.

Veel voormalige kerkgangers volgen nu kerkdiensten via internet. Sommige kerken tellen zelfs meer bezoekers dan ze anders in de diensten zouden krijgen.

Een onverwachtse ‘bijvangst’ was dat onze huiskater Ringo nu ook de kerkdiensten bijwoont. Hij gaat gewoon bij de baas op schoot zitten. Soms kijkt hij naar het scherm, op andere momenten kijkt hij een andere kant uit. Maar dat wil nog niet zeggen dat hij niets van de dienst ‘oppikt’.

De kinderen uit de kerk kunnen interactief aan de dienst meedoen. Op die manier kwamen er tijdens de dienst veel reacties binnen op de vragen die gesteld werden.

Daar wilde Ringo nog niet aan mee doen. "Ik moet er allemaal nog aan wennen," zei hij.

Kat in het bakkie

Bij ons geen paaseieren in een mandje, maar huiskater Ringo. Opeens ontdekte hij dit mandje als (voorlopig) favoriete ligplek op het balkon.

Katten functioneren in sociaal-emotioneel opzicht nogal eens op de leeftijd van twee jaar. Ze zijn twee en ze zeggen nee. Als je speciaal iets koopt voor je kat heb je grote kans dat hij niets met dat cadeautje doet. Hij zoekt zijn eigen cadeautjes. Ook wel graag op een plek die niet is toegestaan, bijvoorbeeld in bed.

Voor Ringo (15 jaar) hebben we diverse ligplekken bedacht, maar daar gaat hij dus niet liggen. Dit hadden we niet bedacht: daar gaat hij dus wél liggen.

‘Fish in a barrel’ zeggen de engelsen. ‘Kat in het bakkie’ zeggen de Nederlanders. Het schijnt van oorsprong boeventaal te zijn. “Een gemakkelijke vangst.” Je wilt een inbraak plegen en het kantoor blijkt niet eens op slot te zijn. En de kluis staat gewoon open op het kantoor van de directeur. Zoiets dus….

Ringo moet ook zoiets gedacht hebben. Als jullie zomaar een mandje neerzetten, dan kan ik dat wel in beslag nemen. Voor zo lang als het duurt, want volgende maand heeft hij waarschijnlijk weer een ander plekje bedacht.

Kluitje ganzen

Zo langzamerhand nemen vogels uit andere landen de regie over in Nederland. Het zijn de zogenaamde exoten.

Op het grasveld voor ons huis domineren twee Nijlganzen het veld. En in de boom zitten parkieten…

Langs het fietspad trof ik een kluitje Nijlganzen aan. Ze zochten bescherming bij elkaar. Het leek wel een soort legpuzzel.

Verderop zaten Pa en Ma. Ma had nog twee jonge ganzen onder haar hoede. Waarschijnlijk waren dat moederskindjes.

Ik heb geteld hoeveel jonge ganzen het waren. Het was lastig tellen. Maar uiteindelijk kwam ik op een tiental uit. Aardig gezinnetje...

Kat van onderen

Dit is een foto uit de oude doos. Want ons oude huis had een aanbouw met lichtkoepel.

Op een dag was onze toenmalige kat, die Poes heette, erg onrustig.

Ze blééf maar angstig naar boven kijken. Het leek wel een beetje of ze dingen zag die er niet waren. Dat kan ook bij poezen gebeuren. Dan wordt het tijd voor de Poezenpsychiater. En misschien ook voor twee maal daags een poezenhaldolletje. 

Maar in dit geval zag Poes iets wat er wél was.

Er zat een andere poes op de lichtkoepel van de aanbouw. Overal lag sneeuw, maar op de lichtkoepel was die sneeuw weggesmolten.

Kennelijk was dit dus op dat moment het beste plekje om te verpozen. Een beetje warmer en ook een beetje droger.

Sinds die tijd wisten we ook hoe een kat er van onderen uit ziet.

Stem kwijt

Het afgelopen weekend verkeerde ik in kennelijke staat. Ik was getroffen voor een minimaal virus.

“Daar moet je wel mee uitkijken” zei een bevriend huisarts, “je bent een risico-groep. Het kan zomaar afgelopen zijn.” Maar als ik aan zo’n minimaal virusje al zou overlijden zou het niet best met mij gesteld zijn.

Dinsdag moest ik cursus geven. Niet een klein beetje cursus, maar van 9 tot 17 uur. Je zult maar cursist zijn. Dat valt toch bijna niet te doen?

Toen ik met de cursus begon was ik al wat hees. Onze dochter en spraaktrainer N. heeft dan allerlei oefeningen om verder onheil te voorkomen. Maar in dit geval werd het ongemak niet voorkomen, ik ben grotendeels mijn stem kwijt. Slechts wat hoge geluiden begeleid met wat knarsende en piepende bijgeluiden passeren mijn strottenhoofd.

Vandaag zou ik een lange vergaderdag hebben. Die heb ik afgezegd. Mijn inbreng zou minimaal zijn en ik weet ook niet of mijn gehoest niet aanstekelijk werkt voor de rest van het gezelschap.

Tineke was de hele dag niet thuis. Ik heb deze donderdag in gepaste stilte doorgebracht. Samen met huiskater Ringo. Die was tijdens het lezen van zijn vakliteratuur in slaap gevallen.