Via Antwerpen (1)

Voor het eerst dit jaar heb ik een volle dag besteed aan het zitten op het zadel van mijn Batavus. Nou ja, het wordt nooit echt een hele dag, maar ik was een deel van de morgen, van de middag en van de avond in touw. En dankzijn Strava kon ik terugkijken waar ik gefietste had.

Ik nam de eerste trein vanuit Delft na de spits (anders mag de fiets niet mee) en was 1½ uur later in Rilland Bath. Volgens een vorige week gepubliceerd onderzoek staat dit station in de top 10 van minst gewaardeerde NS-stations. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Het zijn gewoon twee winderige perrons buiten de bebouwde kom.

Al snel zocht ik de dijk langs de Westerschelde op. Je hebt hier een prachtig zicht op het Nauw van Bath. De Westerschelde maakt er  een scherpe bocht, waarbij de zeeschepen zich door de smalle vaargeul tussen de zandbanken door moeten zien te manoeuvreren.

Er stond een harde zuid-zuidwestenwind, dus het was stevig aanpoten, met de wind schuin tegen. Ik fietste met een snelheid van 11 á 12 kilometer per uur.

Direct na de grens met België zit je in het Antwerpse havengebied dat zich 30 kilometer langs de beide oevers van de Schelde uitstrekt. De vorige keer was ik via de dorpen ten oosten van het havengebied gefietst (o.a. via Stabroek), maar nu koos ik voor de route door de haven. Dat betekende een permanent gedender van vrachtauto’s en gesis van tal van petrochemische installaties.

In Fort Lillo hield ik even halt. Dit is een wonderbaarlijke groene enclave temiddel van de permanente onrust van het havengebied. Dit fort werd in opdracht van Willem van Oranje gebouwd om Antwerpen te beschermen tegen de Spanjaarden. Ook in de eeuwen daarna, toen de zuidelijke Nederlanden Spaans bezit waren bleef dit fort in handen van de noordelijke Nederlanden. Het diende o.a. als plaats om fors tol te heffen voor de schepen die naar Antwerpen voeren. Pas in 1830 kwam het fort in Belgische handen.

Buiten Fort Lillo staat een eenzame molen, temidden van de havengebieden. Een laatste stukje herinnering aan dit eens groene en agrarische land.

Helaas blijkt de fietsroute over de dijk langs de Schelde te zijn afgesloten. De dijk wordt opgehoogd. Anders had ik hier mooie uitzichten gehad. Nu fiets ik temidden van de petrochemische industrie. Wat hier opvalt is de toename van het aantal fietsers. Het zijn bijna allemaal speedpedelics: snelle fietsen die zo’n 45 km. per uur aankunnen.

In Antwerpen blijf ik zoveel mogelijk de Schelde volgen. Pas in de binnenstad fiets ik een zijstraat in, richting de toren van de Onze Lieve Vrouw-kathedraal die al heel lang in de steigers staat.

De fietsteller heeft er 40 kilometer bij opgeteld. Tijd om even op een andere manier op te warmen: met koffie en een crocque monsieur. 

René Magritte

Eén van de meest bijzondere Belgische schilders is René Magritte. Zijn bekendste werk is een een schilderij van een pijp, met als onderschrift dat het geen pijp is.

Toen onze kinderen een jaar of tien waren daagde ik hen wel eens uit met woordspelletjes. “Kijk eens naar dat gras. Jullie denken dat het groen is. Maar is het eigenlijk wel groen?” Ja hoor, het gras was groen. “Waarom denken jullie dat het groen is?” “Dat zie je toch?” “Nee, het is misschien niet groen, jullie noemen het groen omdat jullie dat zo geleerd is, maar het zou ook best blauw kunnen zijn. Als we groen blauw hadden genoemd hadden jullie gevonden dat het gras blauw is.”

Zo ga je omdenken als je het werk van Margritte ziet. In Brussel togen we naar het Margritte Museum op de Kunstberg, waar de belangrijkste Brusselse musea op een kluitje staan. We hebben ons prima vermaakt in het museum.

Margritte begon als schilder van reclames. Maar later ontwikkelde hij een eigen surrealistische stijl. In een deel van zijn werk komen naakte vrouwen en natuurgetrouw geschilderde vissen voor. Waarschijnlijk verwijzen deze schilderijen naar het feit dat hij zijn moeder als jonge puber naakt vond in de rivier de Sambre, nadat zij zelfmoord had gepleegd. Dit heftige feit is van grote invloed geweest op zijn leven en denken. Al jong kreeg hij verkering met zijn latere vrouw, met wie hij zijn levenlang getrouwd was. Tegelijk zat er altijd een angst bij hem in: de angst van de nabijheid en de angst voor het verlaten worden.

Het werk van Magritte is net zoals dat van bijvoorbeeld tijdgenoten als Salvador Dali en Carel Willink bijna fotografisch gedetailleerd geschilderd. Tegelijkertijd zie je voortdurend vreemde effecten. Het realisme van het schilderij gaat over in een in werkelijkheid onbestaanbare voorstelling.

En als het schilderij je niet op het verkeerde been zet, dan is het wel de titel, die vaak heel anders is dan je van het schilderij verwacht. Het schilderij met de gestapelde huizen – in dit geval met een selfie van het achterhoofd van Henk50 – heet bijvoorbeeld ‘De Borst’. Je moet er maar opkomen.

Dat meest bekende schilderij met die pijp. Nee, het is geen pijp. Want met een schilderij kun je niet roken. Het is geen pijp, maar een schilderij van een pijp. “Die beroemde pijp. Hoe vaak de mensen mij verwijten maken. En toch, kun je mijn pijp vullen? Nee, het is slechts een weergave, nietwaar? Dus als ik op het schilderij had geschreven: “Dit is een pijp” had ik gelogen!”

Met zulke woordspelletjes hield Magritte zich voortdurend bezig. Zijn spel met taal leidde ook tot tal van diepergaande uitspraken die uiteindelijk zijn verzameld in een boek. “Alles wat zichtbaar is verstopt iets wat onzichtbaar is.” “Als de droom een vertaling van het dagelijks leven is, dan vormt het dagelijks leven de vertaling van een droom.” “Als je naar een voorwerp kijkt met de bedoeling om te proberen te ontdekken wat het betekent, zie je het voorwerp zelf niet meer, maar denk je aan de vraag die wordt gesteld.”

In de oorlog werd Magritte uit afkeer van het nationaal socialisme communistisch. Maar die liefde was van korte duur: binnen het communisme past geen surrealitische kunst.

Na de oorlog kreeg Margritte de beschikking over een filmcamera. Hij werd een verwoed filmer van surrealistische taferelen, waarin zowel zijn vrouw als zijn vriendenkring een rol speelden. Die films zijn ten dele ook te zien in het Margritte Museum.

René Magritte werd in 1898 in Lessen (Wallonië) geboren, hij overleed in 1967 in Schaarbeek, één van de Brusselse deelgemeenten.

Vrouw bedreigd

We lopen richting de tram bij station Brussel Zuid. Stationsbuurten in grote steden vormen vaak ook trekpleisters voor allerlei mensen die hier gewoon wat rondhangen.

Of liggen… Veel meer dan in Nederland zie je in België slapende mensen in hoeken en gaten van de stations. Meestal zijn het immigranten onderweg die Engeland als het beloofde land zien. Het schijnt dat er in Brussel 4000 rondlopen die wachten op een kans om het Kanaal over te steken.

Bij station Brussel Zuid

Maar er zijn ook veel zichtbare bedelaars die met een beker in de hand vragen om een aalmoes. Daarnaast staan er op allerlei plekken jonge mannen met een vermoedelijk Noordafrikaanse achtergrond. Ook de illegale drugshandel tiert hier welig.

In de drukte voor het station horen we opeens een vrouw achter ons gillen. We draaien ons om. Ik zie dat een man probeert het fototoestel van de vrouw te pakken. In een flits pak ik zijn arm beet en houd hem tegen.

De man is samen met een kameraad. Onderling spreken ze Arabisch.  Beiden hebben vanmorgen waarschijnlijk een half flesje aftershave op hun kin gesmeerd. Die geur is nadrukkelijk overheersend. De man scheldt, vloekt en tiert tegen de vrouw. In het Frans, dus ik kan niet alles verstaan. Volgens hem had zij hem op de foto gezet en dat was verboden. Daarom had hij het recht om de camera te pakken.

Volgens mij liep ze gewoon met haar fototoestel om de nek langs het station. Ze had er geen beschermhoes om en dat is in deze wijk niet verstandig.

De man begint nog harder te tieren, pakt zijn telefoon en zegt dat hij de politie gaat bellen. Zij zit namelijk helemaal fout door hem zomaar op de foto te zetten. Ze vindt het prima als hij de politie belt. Maar dat was natuurlijk pure bluf. Deze man heeft waarschijnlijk zelf van alles te vrezen voor de politie. Anders wil ik wel de politie bellen, maar ik weet niet zo snel hoe ik daar vorm aan moet geven.

Wij zeggen helemaal niets. Dat zou ook olie op het vuur zijn. Ons Frans is trouwens niet voldoende om sowieso iets zinvols te zeggen. Ik had er mogelijk iets uitgeflapt als dat het voor hem misschien nog even wennen is dat je in België gewoon foto’s mag maken op straat.  Maar we doen er het zwijgen toe en dat is maar goed ook. We staan hier echter slechts als buffer tussen de vrouw en de tierende man. Tineke staat een beetje tussen hem en de vrouw in.

Dan maar een andere actie. Hij gebruikt nu zijn telefoon als filmcamera en filmt de vrouw en waarschijnlijk ons ook. Dat komt allemaal straks op internet. Daar reageren we geen van allen op. Daarop doet de man opnieuw een greep naar het fototoestel. Ik houd zijn arm tegen en houdt hem even vast. Hij rukt zich weer los.

De man heeft nu kennelijk het gevoel dat hem niets meer lukt. Hij vloekt nog een paar keer en spuugt op de grond. Ik krijg een dodelijke blik toegeworpen, maar blijf niettemin in leven.

Na afloop zegt Tineke: "Dat je dat durfde, zijn arm beetpakken." Dat was geen kwestie van durf. Als ik er over na had gedacht had ik het waarschijnlijk niet gedurfd. Op zo'n moment handel je gewoon in een reflex. En later ben je boos: je wilt niet dat de straat in bezit wordt genomen door dit soort arrogante types.

Jugendstil in Brussel

Waarom reisden we naar Brussel? Sinds een aantal jaren maken we in februari een uitstapje. Deze keer werd het dus Brussel. Daar kun je zonder vliegschaamte naar toe. En we kregen er geen spijt van.

Brussel bestaat niet. De plaats bestaat uit 19 deelgemeenten met elk hun eigen karakter. Vier dagen lang liepen we door de stad. En dankzij Tineke’s telefoon weten we dat we elke dag zo’n 15 kilometer hebben gelopen…

We waren vooral in de meer oostelijke stadsdelen St. Gilles en Elsene. In deze richting breidde Brussel zich aan het eind van de 19e eeuw sterk uit. Naast armoede was er ook sprake van een sterk groeiende middenstand. Er werd flink in de huizen geïnvesteerd volgens de toen geldende opvattingen. En dat was dat er veel werd gebouwd in de stijl van Jugendstil en Art Deco. En laten we daar nu allebei erg van houden…

Het werd dwalen van straat naar straat, van plein naar plein. We vielen van de ene verbazing in de andere. Terwijl de toeristen massaal via Manneke Pis naar de Grote Markt lopen hadden wij voor een groot deel het rijk alleen. Tenminste: samen met de inwoners van deze deelgemeenten natuurlijk.

Het gebruik van Jugendstil in de arcitectuur betekent dat bouwen en kunst naadloos in elkaar overlopen. Wat er gebouwd wordt is kunst. Het hoogtepunt van onze wandeling was het bezoek aan het Horta Museum. Het betreft het vroegere woonhuis en het naastgelegen atelier van architect Victor Horta. Je verbaast je over de details: hoe alles tot in de puntjes op elkaar aansluit: zelfs de gordijnroeden vormen één geheel met het behang: de vormen sluiten op elkaar aan.

Dankzij het gebruik van lichtkoepels is de woning op alle verdiepingen opvallend licht. Een middel om dat ideaal te verwezenlijken is de breed uitgemeten trap. Daar waar anderen dit deel van het huis als onnutte ruimte zouden bestempelen bouwde Victor Horta eigenlijk zijn huis rondom de trap.

Bijzonder is ook de overgang van de woning naar de tuin: voor je gevoel zit je in de woonkamer zo’n beetje in de tuin. En op de derde verdieping is een overdekte daktuin gerealiseerd. Groen en dat midden in de stad.

Ga je op bezoek naar Brussel: wijk af van de geijkte toeristische paden. Zoek de 19e eeuwse wijken op. Je blijft je verbazen. Honderden, nee, duizenden architectonische kunstwerken. En je vraagt je af: waarom kunnen we dat tegenwoordig niet meer?

Bright Brussels Festival

Voor je gevoel ligt Brussel misschien ver weg. Maar vanuit onze woonplaats Delft ben je met de trein net zo snel in Brussel als in Zwolle.

De mensen spreken er een ander soort Nederlands. Waarschijnlijk is het Frans. Hoewel ik acht jaar Frans heb gehad op school vind ik het moeilijk om te verstaan. En dat ligt niet alleen aan mijn gehoor. Maar het voordeel van een vreemde taal is dat het extra buitenland lijkt. Ondanks de euro.

Zoals Amsterdam en Eindhoven hun lichtfestival kennen, zo kent Brussel dat inmiddels ook. Via een spoor van met doeken beklede lantaarnpalen volg je je route door Brussel. Op een twintigtal plaatsen zijn artistieke, interactieve, speelse en boeiende installaties te vinden. Daarnaast zijn tal van historische gebouwen op een bijzondere wijze verlicht.

Helaas gooide de storm Dennis enig roet in het licht: bij sommige installaties was de stekker er uit getrokken. Wat overbleef was een route die volgens Tineke mooier was dan het Amsterdam Light Festival.

De route liep van het historische hart van de stad, via de wijken Poelaert, Marollen, Zavel en de Koningswijk naar de Hallepoort. Er was ook een verlichte fietsen route, maar we hebben toch maar geen fiets gehuurd: je werd dan waarschijnlijk wel ergens van je fiets geblazen.

De foto's spreken voor zich. Inmiddels is het festival afgelopen, maar volgend jaar is er weer een festival...

Belgische nummerborden

In België kent men een ander systeem voor toewijzing van nummerborden dan in Nederland.

In België kun je je eigen nummerbord verzinnen. Dat heet een gepersonaliseerde nummerplaat. Volgens mij is dit er zo eentje. Ik zette hem onlangs op de foto. Wat zou de eigenaar voor beroep hebben? Gerontoloog, gynaecoloog of nog iets anders?

Af en toe zie je in België dan ook een auto rijden met een ‘bijzondere’ en verklaarbare nummerplaat. Er is ook een auto met het nummer NR-PLAAT.  In Nederland komen mensen bij toeval aan een bijzondere combinatie, in België kun je dat dus aanvragen.

Niet alle nummerborden mogen. Je mag bijvoorbeeld geen als racistisch of als beledigend ervaren nummerbord op je auto laten plaatsen.

LF 6 Fietsroute (3)

Vanuit Gulpen volgt de LF 6 route het dal van de Geul naar Mechelen. De zon schijnt steeds nadrukkelijker, maar het is (nog?) niet te warm.

Mechelen is ook weer één van die bekende toeristische plaatsen in Zuid-Limburg. Landelijk bekend, maar niet groot, er wonen ongeveer 1800 mensen die allemaal behept zijn met de zachte ‘g’. Er zijn ergere dingen.

De terrassen zitten inmiddels helemaal vol. Bijna alle fietsers rijden op E-bikes. Ik begin me als bijna 70-jarige toch echt een buitenbeentje te voelen op een fiets zonder trapondersteuning.

Op een zogenaamde kerkheuvel ligt of staat de Johannes de Doperkerk. De kerk is niet zo oud (uit het begin van de 19e eeuw), maar je ziet duidelijk dat er in de loop van de jaren ook behoorlijk aan vertimmerd is: het gebouw werd bij herhaling uitgebreid. Tot mijn verbazing schijnt om 11 uur in de ochtend de maan achter de spits van de toren.

In Mechelen kan ik linksaf naar Elzet, Rott, Melleschet, Vijlen en Harles, maar ik ga rechtdoor. Dat is vandaag in zuidelijke richting. De weg klimt, het heet hier dan ook Kleeberg. De fietsroute verwijst nu naar links, maar ik verkeer in dubio. Of eigenlijk ook niet: het was leuk om de route te volgen zonder te weten waar hij heen gaat, maar ik wil nu weer mijn eigen route bepalen.

Ik ga fiets rechtdoor (lekker puh!). Rechts ligt het dal van de Geul met beneden het dorp Epen. Daar kom ik even later toch ook terecht, de winst van het klimmen wordt teniet gedaan doordat ik toch weer in het Geuldal terecht ben gekomen. Ik fiets niet door het dorp zelf, maar sla weer aan het klimmen, nu in T-shirt, want het wordt echt warm, vooral tijdens het stevige klimwerk. Onderweg word ik steeds weer ingehaald door mensen op E-bikes. Ziet er stoer uit, maar ik trap zélf.

Eenmaal boven biedt de weg een prachtig uitzicht op het omringende land met een mij onbekend kasteel. Het blijkt het Kasteel van Beusdael te zijn. Daar had ik nooit van gehoord, maar het kasteel blijkt over de grens te liggen, in de provincie Luik. En België ken ik veel minder goed dan Nederland.

Opmerkelijk is de beschrijving dat het kasteel wordt omgeven door een gracht gevuld met water. Kijk, daar had ik nu nog nooit over nagedacht. Een gracht, gevuld met water... Wat zou er anders in een gracht kunnen zitten?

De Ronde van België (11)

Oei, toen was ik dus in Hoei (zoals de Vlamingen zeggen). Het is een stad met 20.000 inwoners aan de oevers van de Maas.
Steile helling bij Huy

Huy ligt strategisch aan de wegen van Luik naar Namen (aan beide zijden van de Maas), maar er is ook een dwarsverbinding tussen Belgisch Limburg en de Ardennen, met een brug over de Maas. Deze strategische ligging was in de geschiedenis vragen om moeilijkheden: de stad werd maar liefst dertig keer belegerd en een aantal keren verwoest.

De meest bekende monumenten in Huy zijn de Collégiale Notre Dame, een grote gothische kerk waarvan de oudste delen meer dan 800 jaar oud zijn, het fort en de brug over de Maas. Het fort werd rond 1820 door de Hollanders

Huy citadel en kerk, gezien vanaf de brug over de Maas

gebouwd om de Fransen en vooral de Duitsers op een afstand te houden. Dat laatste is niet gelukt en de Duitsers gebruikten het fort als gevangenis voor verzetsstrijderd. De weg naar het fort is erg steil, je kunt er ook met een kabelbaan komen.

Het is druk op de terrasjes rond de Grote Markt, er is druk verkeer rond het kleine centrum van de stad, bovendien loopt het kwik in de zon op tot tegen de 30 graden. Die combinatie maakt dat ik alsnog de koffie over sla en de

Panorama van Huy vanaf de heuvels aan de noordzijde van de Maas

Batavus maar weer bestijg: op zoek naar rustiger oorden. Ik fiets de brug over de Maas over en klim aan de overkant van de rivier weer naar grote hoogte. Aan de overkant van het water ligt de kerncentrale van Tihange, één van de twee Belgische kerncentrales die voortdurend ter discussie staan.

Landschap ten noorden van de Maas bij Huy

Eenmaal boven voert de weg door zachtglooiend land, met af en toe een afdaling naar het dal van een zijriviertje van de Maas en dan weer een klim. Er liggen hier tal van dorpen die deels nog een agrarisch karakter hebben behouden, maar er lijken ook tal van forensen uit het nabijgelegen Luik te wonen. In sommige dorpen bevindt zich een kasteel temidden van groen lover. Daardoor kun je het in de zomer niet goed op de foto krijgen (…). Maar in de warmte is dat wel prettig.

Drukke weg van Amay naar Tongeren

Uiteindelijk kom ik op de grote weg naar Tongeren uit. Het blijkt een drukke weg te zijn zonder fietspad. Voortdurend kijk ik in mijn achteruitkijkspiegel welk gevaar mij bedreigt. Maar bijna alle automobilisten houden goed rekening met deze eenzame fietser: ze halen pas in als er geen tegenligger komt. Ik voel me min of meer gedwongen om stevig door te fietsen, want achter mij hangt er een zwaar onweer in de lucht. Ik hoor het rommelen en af en toe zie ik een flits. Ik houd een stevige snelheid aan van zo’n 24 kilometer per uur, daarbij geholpen door de ‘meewind’ van alle inhalende auto’s. Bovendien kan ik een tijdje achter een luidruchtig landbouwvoertuig fietsen.

Op de grens van Wallonië en Vlaanderen, de grens bij Tongeren

Rond zes uur passeer ik de grens van de tiende Belgische fietsprovincie: Limburg. Vanaf nu is de taal weer Nederlands. Maar het Frans zit inmiddels al aardig in mijn hoofd verankerd.

Tongeren is samen met Doornik de oudste stad van België. In beide steden wordt uiteraard gezocht

Tongeren Grote Markt en Onze Lieve Vrouwe basiliek

naar documenten die moeten bewijzen dat de één danwel de ander écht het oudste is. De Romeinen bouwden Atuatuca Tungrorum uit tot een belangrijke vesting aan de handelsweg naar Keulen. De stadswal was maar liefst 4½ kilometer lang! Toen de Romeinen overgingen tot het christelijk geloof werd Tongeren bisschopszetel. Daarvan getuigt ook de Onze Lieve Vrouwe Basiliek: met de bouw werd rond het jaar 1300 begonnen.

Zuidwillemsvaart bij Maastricht

Het onweder zit nog achter mij en ik moet de trein naar Delft zien te halen, dus veel tijd om Tongeren te bezichtigen is er niet. De weg naar Maastricht is recht en tamelijk saai, maar inmiddels is er wel flink gewerkt aan voorzieningen voor fietsers. In de buurt van de brug over de Zuid-Willemsvaart fiets ik Nederland binnen. De weg gaat voortdurend naar beneden, want ik fiets het Maasdal weer binnen.

Met piepende remmen kom ik voor het station van Maastricht tot stilstand. Eindelijk tijd voor koffie. Daarna stap ik op de trein naar Eindhoven. De fietsteller heeft er ook vandaag 115 fietskilometers bij opgeteld.

De Ronde van België (10)

Vandaag begint de fietstocht alwéér in Ciney. Erg voorspoedig gaat het allemaal niet. Na een tijdje flink klimmen sta ik op het erf van een Franstalige boerderij.
Straat in Ciney

L’agriculteur local me dit que la route se termine dans sa cour. C’est un cul de sac. Dus een uur later ben ik ongeveer weer even ver. Achter me zie ik Ciney liggen. Of leggen zoals de Amsterdammers zeggen.

Ik pak de fietsdraad weer op. Ik mijd de grotere wegen, maar heb niet echt

Mooie vergezichten onderweg

een idee waar mijn fietsweg mij heen brengt. Maar het is mooi weer met prachtige wolkenluchten en erg mooie uitzichten.  Het eerste dorp waar ik (na weer een uur fietsen) kom is Barvaux-Condroz.

Hier ben ik dus kennelijk in de Condroz. Van de aardrijkskunde van

Barvaux-Condroz

voorheen de middelbare school weet ik dat dit een vruchtbare streek is met veel boomgaarden. En ziedaar: op verschillende plekken verkoopt men langs de weg Sirop de Pomme.

Ik fiets over een hooggelegen strook land met mooie vergezichten. Een bord linksaf verwijst naar Havelange. Dat schijnt een centrumplaats te zijn. Dus ik sla ook maar eens linksaf. Het wordt wel een beetje tijd voor koffie.

Porcheresse in de Condroz met leisteen huizen

Ik kom door een paar mooie dorpen met huizen van leisteen. Deze bouw zie je ook in de omgeving van Aken (zoals in het dorp Breinig). Daarna volgt Havelange. Ik dacht aan een grote plaats, maar de gemeente in zijn geheel telt maar 5000 inwoners. Als zo’n plaats als groot wordt gezien moet

Havelange

het wel een dunbevolkt gebied zijn. En in dunbevolkte gebieden staat het openbaar vervoer op de tocht. Zo ook in Havelange: de spoorlijn is opgeheven. Maar er is wel een nuttige ingreep gedaan: de spoorlijn is deels omgebouwd tot fietsroute, een zogenaamd Ravél. De koffie sla ik alsnog over, ik stort me op de volgende etappe.

Na de bebouwde kom van Havelange fiets ik de negende provincie van België binnen: de provincie Luik. Eerder kwam ik door West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Vlaams Brabant, (hoofstedelijk gewest Brussel), Waals-Brabant, Henegouwen, Namen en Luxemburg. 
De fietsroute (ravél, een voormalige spoorlijn) naar Huy

Vanaf het volgende dorp volgt er een ongeveer 15 kilometer lange geleidelijke afdaling langs een beek. Dit is de voormalige spoorlijn van Ciney naar Huy. Vijf kilometer voor Huy kom ik in een industriegebied terecht, maar het tracé van de voormalige spoorlijn is behouden gebleven.

Vijftig minuten na mijn vertrek uit Havelange sta ik in Huy met beide benen op de grond aan de oevers van de Maas. Dat schiet lekker op, want de afstand tussen beide plaatsen bedraagt 20 km.

Op Bedevaart

Daar waar het vlakke Vlaamse land opeens gaat golven bevindt zich het belangrijkste bedevaartsoord van België. Op het hoogste punt van een heuvel ligt de Basiliek van Onze Lieve Vrouwe van Scherpenheuvel.

Al in 1973 wilde ik deze basiliek bezoeken. We maakten toen een fietstocht van jeugdherberg naar jeugdherberg in België. We waren toen vlak in de buurt (in Diest), maar helaas: van een bezoek kwam het niet. En ik wilde dat nog altijd goedmaken.

Je moet er wat voor over hebben. Vroeg opstaan en flink doorfietsen. Scherpenheuvel ligt over de kortste fietsroute honderd kilometer van Breda verwijderd. Ik hou niet van kortste fietsroutes en ben 130 km. lang onderweg.

Scherpenheuvel ligt in de gemeente Zichem, bekend van de TV-serie ‘Wij heren van Zichem’. Als je vanuit Turnhout komt fiets je eerst door Zichem en daarna moet je klimmen naar Scherpenheuvel, of Montaigu, zoals de Walen zeggen.

In de Middeleeuwen stond op het hoogste punt van de heuvel een eik en daar hing een Mariabeeld in. Veel mensen kwamen hier regelmatig bidden. Ook in de Middeleeuwen werden de hoogten dus benut voor de religieuze activiteiten, net als in het Oude Testament.

In 1602 werd er een houten kapel gebouwd en toen de calvinisten noordwaarts verdreven waren werd begonnen met de bouw van een heuse basiliek. Het barokke gebouw werd in 1629 ingewijd. Er werden vele sieraden naar het altaar geworpen, want aardse goederen hadden geen waarde. Die gewoonte schijnt nog steeds stand te houden, al heb ik dit verschijnsel niet waargenomen.

Sinds die tijd wordt een houten beeldje van Maria vereerd en volgens de overlevering zouden er veel mensen genezen zijn van ziekte en ongemak.

De kerk trok ook de aandacht van het Vaticaan. In 2011 kreeg de basiliek uit handen van Paus Benedictus de Gouden Roos. Dat is een blijk van waardering vanwege de bijzondere betekenis van het gebouw voor het welzijn van het volk.

Ik bezoek de kerk tijdens een mis. Er is geen zitplaats meer vrij op deze donderdagmiddag. En dat terwijl veel kerkgangers in een rolstoel zitten. Alle gangpaden zijn (ook) bezet.

Na de mis fiets ik verder naar het een station. Onderweg passeer ik een enorme showroom van rolstoelen. Niet iedereen verlaat genezen de basiliek van Scherpenheuvel.