De L is van Luik

Luik ligt maar 30 kilometer ten zuiden van Maastricht. Toch waant de gemiddelde Nederlander zich in Luik écht in het buitenland. 

Dat is ook wel verklaarbaar. De mensen in Luik hebben heel andere kuiten. Dat komt door de steile hellingen. Als je hier een fietser ziet is het een verdwaalde Nederlander. Inwoners van Luik wagen zich niet op de fiets. De gemeente heeft wel her en der fietsstroken aangelegd, maar zelfs het trappen op de E-bike is voor de inwoners van Luik teveel gevraagd. De Blue Bikes (Belgische OV-fietsen) staan te roesten in de stalling van het roestige station.

Panorama van Luik

In Luik praten de mensen Frans. Ik denk tenminste dat het Frans is. Ik bestelde er om 13 uur een petit-déjeuner, maar de bedien-mevrouw werd een beetje boos op mij. Ik begreep dat ik iets ongepasts had gezegd.

Park in het centrum van Luik

Het intensieve verkeer tussen de steile hellingen langs de Maas maken Luik tot een bijzondere ervaring. De verkeersstromen worden samengeperst tot enkele smalle banen terwijl er niet afgeremd wordt. De kunst lijkt te zijn om zo snel mogelijk van A naar B te komen.

De Maas in Luik

Omdat de stad jarenlang op de rand van een faillissement verkeerde zijn grootschalige bouwprojecten nooit afgerond. Dat is vergelijkbaar met Charleroi, waar de metro nooit voltooid is, met Mons waar het station nooit werd afgebouwd en in Luik is dat o.a. een enorme parkeergarage die beter vol kan lopen met water. Het futuristische station is wel voltooid en begon al voor de opening te lekken en te roesten. Wie uit de TGV van Brussel naar keulen stapt heeft hier een paraplu nodig.

Station Liége Guillemins

Als je Luik wilt omschrijven, is dat niet gemakkelijk. Het is een historische stad die tegelijkertijd ernstig aangetast is door met name de terreur van het autoverkeer. Zo werd er langs de Maas (hét historische deel van de stad) een autoweg aangelegd.

Rond de historische binnenstad bevinden zich uitgestrekte en deels verpauperde wijken. Eindeloos rijgen zich die wijken aaneen, vanuit het centrum gemeten in alle richtingen gemeten zeker 15 km. aan huizenbouw uit de eerste helft van de vorige eeuw. En overal intensief autoverkeer.

Steile straat in Luik

Luik is een stad aan de rivier. Dat geeft de stad een levendig beeld, met name vanwege de vele bruggen en een dichtbebouwd eiland midden in de rivier.

Maar Luik is ook een stad met hoge heuvels die de eenzame fietsers vertwijfeld doen afvragen wanneer het einde in zicht is van al dat geploeter. Reken maar op ook zo’n 15 kilometer klimmen…

Hier kun je niet fietsen

Luik is een industriestad die aan zijn eigen succes bijna ten onder ging. De stad leunde teveel en te eenzijdig op de staalindustrie. De ene na de andere staalkolos werd gesloten. Sinds 1977 daalde het aantal inwoners van 230.000 naar 180.00 (de totale agglomeratie telt 600.000 inwoners).

Inmiddels vindt er ook een kentering plaats. Het centrum wordt opgeknapt, verpauperde straten worden gerestaureerd. Een deel van het centrum is autoluw geworden. Het hypermoderne station Liège Guillemins verbindt Luik per Thalys rechtstreeks met Parijs en Keulen. Aan de daling van het aantal inwoners is een einde gekomen.

Maar voor de fietser is in Luik nog steeds niet echt een plek ingeruimd… Fietsen in Luik is dan ook een inspannende bezigheid. 

De K is van Kortrijk

Waarlijk: Kortrijk vinden wij een aardige plaats. Het is er goed toeven in de historische binnenstad. En de omgeving is ook een fietstocht waard. Je fietst er ook zonder al teveel moeite Frankrijk binnen. Gelukkig heeft de plaats de Franse overheersing doorstaan en is voluit Vlaams gebleven. 
De Grote Markt in Kortrijk

Kortrijk suggereert dat de plaats slechts kort rijk is geweest. Zeker, er waren goede tijden en er waren slechte tijden. In de 14e eeuw beleefde de stad 70 vette jaren onder het bewind van o.a. Philips de Stoute. Dat zou je niet zeggen met zo’n naam.

Na een uitbraak van de pest verloor de stad deels de handelsfunctie. Daarna bracht de linnenindustrie (er wordt veel vlas geteeld in de omgeving) nieuwe welvaart, maar de vooruitgang werd teniet gedaan door vijf achtereenvolgende bezettingen door het Franse leger. De mensen hebben het wel over de Russen, maar de Fransen waren ook geen lieverdjes.

De Broeltorens aan de Leie

Aan het eind van de 20e eeuw werd de stad ‘booming’. Dat werd mede in de hand gewerkt door goede verbindingen met de regio rond en de metropool van Lille (en de Kanaaltunnel). De Leie werd bevaarbaar gemaakt voor middelgrote binnenvaartschepen.

Het Begijnhof van Kortrijk

De stad profileerde zich daarnaast als autovrije stad: bijna het hele centrum werd autoluw gemaakt. De binnenstad telt bijna alleen nog maar fietsstraten.

In de omgeving vind je zachtglooiend land met veel akkerbouw, maar ook tal van vrij hoge heuvels die een prachtig uitzicht bieden op het omringende land.

Wij vinden het centrum van Kortrijk aantrekkelijk. De plaats ademt een prettige en gemoedelijke sfeer met veel terrassen, talrijke poezen en goed gerestaureerde historische panden. Bovendien schijnt de zon er elke dag (tenminste: de vijf of zes keer dat wij de stad hebben bezocht). Ben je uitgekeken op de stad, dan kun je elk uur weer op de trein naar Nederland stappen.

Kortrijk heeft een begijnhof dat op het Unesco-Werelderfgoed staat, twee identieke 'Broeltorens' aan de Leie, een Belfort, een gotisch stadhuis en tal van historische kerken. Een bezoek aan Kortrijk is zo gek nog niet...

Kaartloos fietsen (slot)

Bij het Albertkanaal was het alleen de keuze: moet ik naar links of moet ik naar rechts. Hoewel er in de Prediker staat dat de geest van de wijze zich naar rechts richt sla ik linksaf. Ik vermoed dat Herentals nog iets meer oostelijk ligt.
Albertkanaal met Jaagpad

Het Albertkanaal is een opmerkelijk breed kanaal. Het zou nog wel eens breder kunnen zijn dat het Noordzeekanaal. Nog even wachten en er varen zeeschepen naar Maastricht…

Ik trap deemoedig de kilometers weg. Aan de horizon liggen enkele bruggen. Ik vermoed dat Herentals daar ligt. Maar er is nog steeds geen bord te bekennen. Pas als ik de oprit van de brug op fiets zie ik bij een rotonde een bord naar Herentals. Waarschijnlijk heb ik een volkomen onbekende route genomen waardoor niemand ooit op het idee is gekomen om een bord te plaatsen. Overigens zijn de Belgen ook aanzienlijk zuiniger met borden dan de Nederlanders.

De Sint Gertrudiskerk in Herentals

Ik was eerder in Herentals geweest, maar toen werd mijn bezoek gestoord door een plaatselijke kermis die enkele historische monumenten aan mijn bijziende ogen onttrok. Nu moet er toch iets meer zijn te zien.

Eerlijk gezegd valt dat wat tegen. Herentals is niet zo’n bijzonder monumentale stad. Dat geldt trouwens voor meer steden in de Belgische provincie Limburg en in de Kempen. Toch staan er nog een aantal historische monumenten, zoals twee bescheiden stadspoorten, twee bescheiden kapellen en twee eveneens bescheiden kastelen. Herentals pakt het allemaal niet zo groot aan.

Herentals: Markt en Lakenhal

Mooi is de Lakenhal op het centrale plein, met het Boerenkrijgmonument. Dat gaat niet over de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, maar het herinnert aan een opstand tegen de Franse bezetter in 1798. Daarnaast is er de Sint Waltrudiskerk die wat verstopt ligt achter een winkelstraat.

Herentals, Begijnhof

Ik was naar Herentals gefietst om het Begijnhof te zien. Ook dat is bescheiden. In tegenstelling tot andere begijnhoven is er maar aan één zijde historische bebouwing. Aan de andere zijde bevindt zich een instelling voor jeugdzorg met meer moderne bebouwing, die erg detoneert. Ook is er een kerk op het terrein. De staat van onderhoud is niet goed, maar er wordt getimmerd en gezaagd. Een belangrijk minpunt is ook nog dat er tal van auto’s geparkeerd staan op het terrein van het Begijnhof.

Ik fiets naar het station dat ook al bescheiden is. Het dateert uit de jaren '80 van de vorige eeuw en kan wel een opknapbeurt gebruiken. De enige restauratieve gelegenheid (broodjes en koffie) gaat om 18 uur dicht. Ik mis de koffie, maar niet de trein. De fietsteller heeft er bijna 100 kilometer bij opgeteld. 

Kaartloos fietsen (4)

De bossen ten (noord-) oosten van Antwerpen waren al in vroeger eeuwen in trek als plaatsen waar het voor de gegoede rijke inwoners van de stad goed toeven was. Net zoals het Gooi en de Vechtstreek voor de Amsterdammers.
De Bleyckhof bij Schilde

Een fietsroute heet de Kastelenroute. En hoewel ik niet van fietsroutes houd hou ik nu wel even in de gaten of ik niet toevallig een ronddwalend kasteel tegen kom. En ziedaar: op korte afstand van elkaar kom ik twee kastelen tegen. Het ene – de Bleyckhof– is een onneembare vesting. Het tweede kasteel – de Vrieselhof – ligt op een vrij toegankelijk terrein. Verschil moet er zijn.

Nog steeds weet ik niet zeker of ik wel in de richting van Herentals fiets. Ik kom door enkele – voor mij totaal onbekende – dorpen.

De Vrieselhof ligt in een uitgestrekt park

En één wat meer bekend dorp: Zoersel. In 1971 logeerden we daar in de jeugdherberg. Die lag verstopt in de bossen. Zelfs zó verstopt dat we de enige gasten waren. Niemand anders had de jeugdherberg gevonden. Tineke sliep op de damesgang en ik op de herengang. En ’s morgens waren er ontbijt en corvee. Kosten: 35 BF per persoon inclusief overnachting. Oftewel nog geen 2 euro per persoon. Dat waren nog eens tijden. Voor dat bedrag kun je tegenwoordig nog niet eens bij de HEMA ontbijten.

Albertkanaal bij Grobbendonk

Ik voeg me achter een rij met Belgische scholieren. Nadeel van zo’n rij is dat ze in zo’n wisselend tempo fietsen. Dán sprint er weer iemand weg en zet ook de rest van de groep er de sokken in en dán weer langzaam. Maar het roept wel jeugdherinneringen op aan de schoolroute uit de jaren ’60 tussen Wormer en Zaandam vv.

Een wat groter dorp is Grobbendonk. Hier staat een schandpaal, maar vandaag staat er niemand in. Dat maakt mijn fietstocht tot een riskante aangelegenheid. Als er niemand in staat is er dus een vacature en wie weet of ik in deze schandpaal geslagen word… Voordat het zo ver is fiets ik maar weer het dorp uit.

In dier voege kom ik bij het Albertkanaal. Ik weet dat Herentals ook aan dit kanaal ligt, dus ik fiets in de goede richting. Maar hoe ver het nog is? Ik heb geen idee en er staat geen enkel bord dat naar Herentals verwijst. 

Kaartloos fietsen (3)

Veel mensen in Brasschaat wonen achter hoge hekken met alarm-installaties.  Een kennis heeft ooit op zo'n huis gepast en het was een heel gedoe om buiten te komen. Tegen de tijd dat hij buiten was moest hij alweer naar binnen voor een sanitaire stop. 
Kasteel te Brasschaat

In Brasschaat staat ook een groot huis zonder hek. Het Kasteel te Brasschaat staat op een vrij toegankelijk terrein van maar liefst 170 hectare. Je kunt er prachtig wandelen en er zijn mooie fietsroutes. Bij nacht-en stormgedruis is het park afgesloten omdat je dan takken op je hoofd kunt krijgen.

Ik fiets het park uit en de bebouwde kom weer in. Maar waar moet ik nu heen? Ik zie geen borden, dus ik fiets maar weer mijn neus achterna. Ik moet de zon een beetje schuin rechts van me houden. Toch handig dat de zon schijnt, dan kan ik ook de richting inschatten.

Jaagpad (Fietsostrada) bij Schoten

Na Brasschaat volgen er nog veel meer wijken met grote huizen, tuinen, hekken en af en toe een gevaarlijk ogende hond. Hoe het hier allemaal heet weet ik niet. Het zou ook een buitenwijk van een Amerikaanse stad kunnen zijn. Wel weet ik dat ik nog de snelweg en de HSL-spoorlijn over moet. En net op het moment dat ik dat bedenk gaat de weg omhoog en kruis ik de snelweg en de spoorlijn.

De volgende plaats heet Schoten. Ik ben er vaker langs gefietst, omdat hier een snelfietsroute langs het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten, dat hier uitkomt op het zeer brede Albertkanaal. Ook in Schoten staan veel dure huizen, vermoedelijk bezit van Antwerpse forensen. Ook zijn er verschillende ‘kasteelhuizen’ met niet toegankelijke tuinen en borden met privaat eigendom.

Ook de weg naar de volgende plaats is een bebost landschap met eindeloze percelen vrijstaande huizen, een soort Huis ter Heide in Nederland. De volgende plaats is Schilde. Bekend van Truus uit Schilde die gilde dat haar man Anton de aardappels te dik schilde.  

De J is van Jupille

Ik kon vijf Belgische plaatsen vinden die met een J beginnen, maar in geen die plaatsen heb ik foto's genomen. 

Het zijn: Jauche, Jeuk, Jezus-Eik, Jodoigne, Jodoigne-Souveraine en Jurbise.

Ximaar liet mij echter al zien dat de albetische lijst op Wikipedia niet compleet is. Daarom miste het toch niet geringe Ieper in de lijst.

Zo bedacht ik zelf ook nog een plaatsnaam die niet vermeld staat. En dat is Jupille. Tegenwoordig heet die plaats Jupille-sur-Meuse. Bij bierdrinkers is de plaats bekend als de bron van het Jupiler-bier.

In onze familiegeschiedenis is de plaats bekend geworden omdat mijn moeder er een zwerfpoes heeft gevangen en mee naar huis heeft genomen. Die poes kreeg de naam Juppie. Dat was voordat de classificatie Yup was uitgevonden. Zoals gebruikelijk was mijn moeder haar tijd vér vooruit.

Het is niet bekend of die zwerfpoes toch niet een onderdak had ik Jupille. In elk geval zag ze er zwaar verwaarloosd uit en ga ik ervan uit dat mijn moeder een goede daad heeft verricht. 

Kaartloos fietsen (2)

Ik vertoonde grensoverschrijdend gedrag en was met fiets en al in Zandvliet aangekomen. Een blik in mijn tas liet zien dat ik geen landkaart bij me had. En mijn telefoon heeft geen buitenlands bereik. Ik wil niet dat de Chinezen mij overal kunnen volgen. 

De vraag was nu: zou ik kaartloos in Herentals aan kunnen komen? Die plaats lag ongeveer 60 kilometer verwijderd van Herentals. En dat zou vandaag ook nog wel het geval zijn. In Nederland kan ik bijna overal de weg vinden, maar België is een wat ander verhaal. Ik ken de weg in mijn broekzak beter dan de weg door België. Ik vermoedde dat ik ongeveer in zuidoostelijke richting zou moeten fietsen. En omdat de zon scheen en het rond het middaguur was kon ik op die manier ongeveer en plusminus mijn weg zoeken en hopelijk vinden.

Ik kwam bij een snelweg uit die in de goede richting liep. Er liep een kleine weg parallel aan deze snelweg. Helaas liep de kleine weg dood in een aardappelveld. Dus weer terug. Onder de snelweg door en aldus geraakte ik in Stabroek. Je hebt Stabroek en Zitbroek. De plaats Stabroek is bekend vanwege het ganzenrijden. Dat klinkt mij niet diervriendelijk in de oren. Verder zijn er diverse acteurs, popmusici, voetballers en wielrenners geboortig geweest in Stabroek. Niet bekend is of het dorp ooit een professor heeft voortgebracht.

De dorpskerk van Hoevenen

Vanuit Stabroek leidt de weg naar Hoevenen. Het is een smalle weg zonder fietspad en de Belgen hebben voornamelijk haast over deze weg. Dus erg veilig voelt het hier en daar voor mij niet. Maar ik bereik veilig Hoevenen. Aan de westrand van het dorp staat een historische kerk. Het hedendaagse centrum ligt twee kilometer meer oostelijk.

Mariakapel in Brasschaat

En zo beland ik ook nog eens vanzelf in Kapellen. Dat is een bekende omgeving: hier heb ik regelmatig gefietst. Ik kruis de spoorlijn naar Roosendaal ter hoogte van Mariaburg. En dan is er een rechte doorsteek temidden van dure villa’s met hoge hekken naar Brasschaat.

Bij de kerk van Brasschaat slaan plaatselijke agenten net een wederspannige man in de boeien. De man tiert welig, maar de agenten zijn en blijven zeer rustig.

In Brasschaat heb ik twee maanden geleden in de kou een kapel met vloerverwarming aangetroffen. Daar ben ik wel weer aan toe. Mijn voeten zijn nog niet ijskoud, maar warm is anders. En ziedaar: de kapel is weer open en Maria brandt nog altijd de kachel. Ik steek een kaarsje aan voor mijn moeder, zet mijn voeten op de verwarming en val in slaap.  

Kaartloos fietsen (1)

De bedoeling is om één dag per week een fietsdag te plannen. Dat lukt niet altijd. Maar vrijdag is het wel gelukt. Ik ging per trein naar Rilland-Bath en stapte daar op mijn Batavus Dinsdag de Tweede. 

Deze keer had ik ook een doel. Ik wilde naar Herentals. In mijn poging om zoveel mogelijk begijnhoven te bezoeken stond ‘Herentals’ op mijn lijstje.

De zon scheen, maar het was pittig fris. Gelukkig wordt de zonkracht al sterker. Daardoor had ik niet al na 20 kilometer koude voeten, maar pas na veertig kilometer.

Dorpsstraat in Rilland

Rilland ligt in Zeeland en de naam zegt het al: het was hier dus koud. Ik zette er flink de Alzheimersokken in en trapte mezelf warm tegen de helling van de brug over de Schelde-Rijn verbinding. Aan de andere kant was ik in Noord-Brabant. En ook opeens was het land Rooms-Katholiek in plaats van orthodox-protestants. Wat zo’n kanaal al niet te weeg brengt! Verder was het landschap nog steeds hetzelfde: allemaal polders met rechte wegen.

Schelde-Rijn verbinding

Bij Ossendrecht kwam ik bij de zogenaamde Brabantse Wal: een stuwwal die hier vele eeuwen geleden is ontstaan. Ter hoogte van een naturistencamping die ruimschoots op tijd werd aangekondigd ligt ook de grens, bij de buurtschap Plaatsluis. het lijkt me trouwens met dit weer wel koud om zonder broek over het terrein van de camping te wandelen.

Ik Plaatsluis staan drie boerderijen en twee losse huizen. Er is geen bushalte en geen brievenbus. Vanwege deze grens pleegde ik grensoverschrijdend gedrag. Maar dat was weer snel afgelopen. Bij de volgende kruising fietste ik Nederland weer binnen. En ook meteen weer uit, trouwens.

Grensoverschrijdend fietsgedrag

Hier bevond ik mij aan de rand van het dorp Zandvliet, waar ik in een beschutte bushalte een boterham met Old Amsterdam-kaas ging zitten nuttigen. Ook werd er wat water bijgetankt. “Je moet goed drinken, jongen” zei de moeder van de alcoholist tegen haar zoon.

Ik weet niet of jullie Zandvliet kennen. Ook deze plaats werd ooit ingepolderd. Het is dus een polder-achtig landschap, met in het verleden voornamelijk teelt van suikerbieten. De structuur van de dorpen is anders dan in Nederland. Sterker nog: de structuur valt maar moeilijk te ontdekken.

Berendrecht, Lillo en Zandvliet werden in 1958 bij de gemeente Antwerpen gevoegd die meteen maar begon om grote delen van de polder om te spitten. Wat Europoort is voor Rotterdam is het westelijke deel van de polders van o.a. Zandvliet voor Antwerpen. Het dorp Lillo is (behalve Fort Lillo) helemaal verdwenen. Ik probeer mij een fietsweg te banen tussen de bossen van Kalmthout en de haventerreinen door. 

Drijpikkel

Drijpikkelstraat
Soms kom je straatnamen tegen waarvan je absoluut niet weet hoe je de naam moet duiden. 

In Nieuwerkerk zag ik de U.N.O.-straat, maar ik weet nog steeds niet wat die afkorting betekent. En in België zag ik de Drijpikkelstraat. Die naam bleef mij maar bezig houden. Wat is eigenlijk een drijpikkel?

Ik moest eerlijk gezegd aan een stevig dij van een dame denken, met van die putjes er in. Dat zal wel met Freud te maken hebben…

Uiteindelijk besloot ik om toch maar eens te googelen. Daar kwamen twee opties naar voren:

  1. Een drijpikkel is een persoon met een houten been. Sommige kinderen werden er bang mee gemaakt. Als ze zich niet goed zouden gedragen zou er een drijpikkel langs komen.
  2. De tweede optie is dat een drijpikkel een driepoot is. Je kunt daarbij denken aan een pot met drie poten die boven het vuur hangt. Een andere optie is een krukje waarop de boer zit als hij de koe melkt. Ook een driepoot dus.
Maar wie noemt een straat nu naar een persoon met een houten been of naar een krukje. In België blijkt te naam vaak te verwijzen naar een driesprong: een plaats waar drie wegen samen komen…

De I is van Itegem

Ik moet jullie iets bekennen. Ik weet niet of ik ooit door Itegem ben gefietst. Ik ben er wél in de buurt geweest.

Ik moet nu dus iets verzinnen over Itegem. Wat ik bijvoorbeeld lees is dat de plaatselijke dorpskerk een paar maal is uitgebreid, en uiteindelijk zelfs zou worden verbouwd volgens de bouwstijl van een kathedraal. Toen daar toestemming voor was verkregen is men gestopt met de plannen: het geld was op.

Het zachtglooiende landschap in de omgeving van Itegem

Het lijkt de gemeente Den Helder wel. Men ontwikkelde plannen om een pier in zee te bouwen, er werden schitterende brochures gemaakt, er was inspraak en vooral tegenspraak en uiteindelijk ging het plan niet door, want er was geen geld voor.

In Itegem werd ooit ijzererts gewonnen waardoor er een kleinschalige bedrijvigheid ontstond. Ook daar had ik nooit over nagedacht. In Nederland wordt nergens ijzererts gewonnen. Het wordt alleen maar verwerkt.

Hoewel Itegem een dorp is met zo’n 5000 inwoners zijn er meerdere geschiedenisboeken over de plaats geschreven. Toen de boten nog klein waren, was het dorp zelfs een havenplaats, waar lasten en lusten vanaf kleine boten op wagens geladen werden en omgekeerd. De plaats ligt aan de Grote Nethe, die eigenlijk best klein is.

In Itegem kun je ook winkelen. Er zijn twee juwelenzaken, twee fietsenzaken, twee tankstations en er is een Leen Bakker. De plaatselijke pedicure heet Elly.

Het centrum van Scherpenheuvel ligt op een 60 meter hoge heuvel

Itegem ligt in de gemeente Heist op den Berg. Die plaats herinner ik me wel. Het centrum van Heist op den Berg ligt (net als het bijzondere Scherpenheuvel in dezelfde regio) op een wat onverwachtse heuvel in zachtglooiend landschap. Het bijzondere van de gemeenteraad is de Einstein-coalitie. Dat moet wel een bijzonder slimme coalitie zijn. Men heeft bijna alle partijen bij elkaar verzameld in het bestuurlijke college en zelfs de burgemeester werden halverwege de looptijd gewisseld. Dát is nog eens polderen!

Dit alles heb ik niet bewust waargenomen en zelfs waarschijnlijk helemaal niet. Maar dankzij internet kun je tocht een praatje over een onbekende plaats verzinnen.