Vakantie 2017

En alwéér werd het de Elbe. Deze keer een stuk noordelijker, hemelsbreed ter hoogte van Berlijn.  

Het werd dit  jaar opnieuw de Elbe. Rechtstreeks vanuit Amsterdam met de trein en dan nog een eindje fietsen. De stad Wittenberge in de deelstaat Brandenburg.

We huurden een appartement direct aan de Elbe. Met net als in voorgaande jaren uitzicht op de weilanden aan de overkant. Alleen was er dit jaar geen veerpont, maar een spoorbrug met een klapperend houten fietspad (vanwege losliggende planken).

Wittenberge telt niet zoveel historische gebouwen: in de DDR-tijd raakte het oude deel van de stad in verval. Alle aandacht ging naar de nieuwe ‘Plattenbau’. De laatste jaren wordt een aantal huizen in het oude deel van de stad niettemin alsnog weer gerestaureerd.

We werden geïntrigeerd door de geschiedenis van de stad Wittenberge. Ooit een geliefd uitgaansoord voor de inwoners van Berlijn die hier vanaf 1850 met de trein naar toe kwamen. In de DDR tijd was de stad tevens bekend vanwege zijn grote naaimachinefabriek (Veritas/Singer) waar 1300 mensen werkten.

Na de val van de Muur was de fabriek binnen twee jaar failliet. Veertig procent van de beroepsbevolking was toen werkloos. Het aantal inwoners van Wittenberge daalde dramatisch: van 33.000 naar 20.000.

Ook dit jaar fietsten we weer door het Biosphärenreservat langs de Elbe en door de Prignitz, het dunst bevolkte deel van Duitsland met een aantal prachtige oude steden. Daarnaast namen we twee keer de trein naar Berlijn (Berlijn is een prima fietsstad) en één maal naar de hoofdstad van de deelstaat Brandenburg. Die stad heet Brandenburg. Dat kan zelfs ik onthouden.

De Prignitz kan ik Nederlandse fietsers zeker aanraden. De afstanden zijn betrekkelijk groot, maar de ruimte geeft lucht aan een geprangd gemoed. En temidden van die ruimte vind je tal van mooie oude kleine steden (de grootste stad telt 13.000 inwoners...).

Vijf wetmatigheden rond het geheugen

Douwe Draaisma was bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Hij is vooral bekend geworden als 'geheugenprofessor'.

De werking van het geheugen is nog voor een groot deel onontgonnen gebied in de psychologie. We denken veel te weten, maar het geheugen zit zó wonderbaarlijk in elkaar dat we er toch lang niet uit zijn hoe het allemaal werkt.

Veel onderzoek is gebaseerd op individuele studies. Zoals van een man bij wie een deel van zijn hersenen als gevolg van epilepsie uitgeschakeld werd en daardoor geen korte termijngeheugen meer had. Hoe kun je dán nog functioneren? Hij wist nog van alles van vroeger, maar wat er in de afgelopen twee jaar was gebeurd kon hij zich onmogelijk herinneren.

Vijf wetmatigheden van het geheugen die Draaisma aan de lezers van de Volkskrant meegeeft zijn:

  1. Ons geheugen kan niet goed overweg met het alledaagse. Wat in onze routine ligt vergeten we daarom meestal. De uitzonderingen onthouden we.

2. Een scherpe herinnering staat in de tijd dichterbij. Voor je gevoel lijkt een bijzondere gebeurtenis vaak nog maar kort geleden. “Zo lang geleden al, het lijkt nog pas gisteren…”

3. Krenkingen worden in onuitwisbare inkt geschreven. Onlangs werden honderd-jarigen geïnterviewd over hun jeugd. Ze hebben allemaal een scherpe herinnering aan een gebeurtenis die voor hen als krenkend werd ervaren. Dat dat maar kort geleden lijkt komt omdat je aan krenkingen vaak in je denken herinnerd wordt: je beleeft ze meerdere malen in je leven.

4. Hoe ouder je wordt, des te dichter kom je bij je jeugd te staan (in de ouderenzorg is de reminiscentie op dit principe gebaseerd). Mensen die de zestig passeren beleven vaak opnieuw gebeurtenissen uit de periode tussen hun 15e en 25e jaar. Dat geldt des te sterker als je met pensioen gaat. Je ziet het ook bij de muziekkeuze: de zestig-plussers ers van nu grijpen terug op de muziek van de sixties.

5. Het leven gaat sneller naarmate je ouder wordt. We maken minder nieuwe ervaringen mee en paradoxaal genoeg lijkt het daardoor of de tijd sneller gaat.

Nu we het toch over de tijd hebben... Begin juni hadden we een ontmoeting met een aantal studenten uit onze kerk. Vanwege corona studeren ze noodgewongen al meer dan een jaar thuis. Tot mijn verbazing vertelden ze allemaal dat de coronatijd voorbij vliegt.  Daar kan ik met mijn bejaarde hoofd niet bij. Kan iemand het uitleggen? 

Lastige kwetsbaarheid (4)

Kwetsbare mensen zijn onderhuids erg gevoelig voor het oordeel van anderen. Ze zijn verslaafd aan waardering. Ze hebben een applausmachine nodig.

Om zich te pantseren tegen een oordeel maken ze de wereld zwart-wit. Hun rotsvaste overtuiging is dat iemand met een andere mening tégen hen is. Die persoon wordt – zoals we tegenwoordig vaak lezen – geframed.

Er bestaan dus geen grijstinten: iemand is vóór of tégen jou. Wie maar even twijfelt aan het verhaal is meteen verdacht. Van vrienden wordt gevraagd (geëist!) om elk verhaal onvoorwaardelijk te geloven. Eigenlijk zoeken deze mensen dus geen vrienden, maar volgelingen. Het is dit kenmerk van de persoon dat we in zijn uiterste consequentie zien bij dictators en bij sekteleiders. Vaak hebben ze een vergelijkbare voorgeschiedenis: ze voelen zich miskend, ze hadden een beschadigde jeugd, ze hebben het gevoel dat ze onvoldoende liefde kregen en ze willen zichzelf alsnog bewijzen.

We zien dergelijke overeenkomsten bijvoorbeeld als we de levensverhalen van de sekteleiders Jim Jones en David Koresh lezen. Deze ‘onaantastbare’ mensen zijn in werkelijkheid erg kwetsbaar.

Justitiepredikant Jan Wouda vertelde ooit dat zijn grootste verbazing was dat veel mensen in de gevangenis (stoer van buiten en tegenwoordig onder de tattoos) van binnen zo kwetsbaar zijn.  

Kwetsbare mensen zijn altijd bang voor kritiek en voor afwijkende meningen. Ze proberen zich staande te houden door controle over anderen uit te oefenen. Als deze mensen macht krijgen over hun omgeving wordt hun gedrag écht gevaarlijk: de ander moet zich volledig aanpassen, anders is hij (bijv.) geen goed sektelid of geen goede vaderlander.   

Zwart-wit én slachtoffer

Bij sekteleiders en dictators zien we steeds én het zwart-wit-schema én de rol van het slachtoffer. De wereld bestaat uit weinig goede en uit veel slechte mensen. Al die slechte mensen zijn er op uit om de sekte of het land te vernietigen. De sekteleider én de dictator zullen het beeld van de boze buitenwereld dagelijks cultiveren. Alle dingen die fout gaan worden op het conto van die buitenwereld geschreven. Daarom zijn bijv. sancties zelden effectief: ze bewijzen slechts hoe boosaardig de buitenwereld is.

De schuld ligt dus altijd bij de boze buitenwereld, waar zij het weerloze slachtoffer van zijn. Zie ook de blogs over de zogenaamde ‘slachtoffertaal’.

Symbiose en angst

Sommige gezinnen noemen we symbiotisch: men zit emotioneel ‘aan elkaar vast’. Kinderpsychiater Sanders-Woudstra noemt dit kluwengezinnen. Er is in het gezin veel angst, onderhuidse woede en schuldgevoel. Eén van de ouders houdt het systeem in stand en de partner en de kinderen zijn volgelingen. Als een kind zich los wil maken is dit zeer bedreigend. Om te voorkomen dat meer gezinsleden de ‘verkeerde’ kant uit gaan krijgt het ‘opstandige’ kind de rol van zondebok. Alle gezinsproblemen worden voortaan de als de schuld van dit kind gezien.

Ook worden er achter dit gedrag andere boze machten gezien (zoals ‘de’ mensen die de plaats van het gezin in de samenleving willen ondermijnen). Ook hier is het schema weer zwart-wit: het kind zit helemaal fout en alle andere kinderen moeten dat kind mijden.

Vakantie 2014

Sleeswijk Holstein in de meest noordelijke deelstaat van Duitsland. De staat is vooral agrarisch georiënteerd. Langs de kust vind je uitgestrekte polders, het binnenland bestaat voornamelijk uit vriendelijke heuvels en akkerbouw, afgewisseld door bossen.

In Glückstadt huurden we een prachtig gerestaureerd huis met zicht op de weilanden en de Elbe. Glückstadt zelf is een historische stad die in de 17e eeuw helemaal planmatig is opgezet. De bedoeling was dat de stad Hamburg voorbij zou streven als havenstad, maar het inwonertal bleef bij zo’n 10.000 bewoners steken.

Vanuit Glückstadt vaart een veer over de hier zeer brede Elbe naar de overkant: de deelstaat Nedersaksen. Dit alles in afwachting van een tunnel die maar niet wil komen.

Sleeswijk Holstein is een uitgestrekte deelstaat, half zo groot als Nederland. De afstanden zijn dan ook aanzienlijk. Bovendien is het land dunbevolkt: dus om ergens te komen moet je een heel eind fietsen. De ruimte is een voordeel, maar soms ook wel een nadeel: alles is verder weg.

Om die reden namen we dan ook af en toe de trein. Het OV is in Duitsland opmerkelijk goed, de fiets kan bijna altijd mee en de dagkaarten bij de Deutsche Bahn zijn erg goedkoop.

Zo kwamen we in Flensburg terecht (tegen de Deense grens aan), in Kiel en Lübeck aan de Oostzee, we fietsten een dag over het eiland Sylt en we waren meerdere dagen in Hamburg. Het was vaak fris en helder weer, met mooie wolkenluchten en vergezichten.

Lastige kwetsbaarheid (3)

Mensen kunnen zich groter voordoen dan ze zijn. Ze pimpen bijvoorbeeld hun CV. Maar ze kunnen ook het omgekeerde doen. Ze wentelen zichzelf in de rol van slachtoffer. 

Daarmee maken ze zichzelf even speciaal als de mensen die zichzelf opblazen. Zoals mevrouw de Jong:

“Ik heb nooit een band gehad met mijn ouders. Eigenlijk was ik gewoon teveel voor ze. Ik mocht nooit bij mijn moeder op schoot. Mijn vader trok wel met mijn broers op, maar niet met mij. Ik kon goed leren, maar omdat ik een meisje was mocht ik toch niet naar de HBS, ik moest mijn moeder maar komen helpen.

Op mijn 16e ben ik de verpleging in gegaan: lekker de deur uit. We hadden een strenge hoofdzuster. Die was jaloers op me dat ik zo goed met de patiënten overweg kon. Ze gaf me een onvoldoende voor mijn praktijk, terwijl iedereen weg van me was.  Toen moest ik ander werk zoeken. Ik kon in een winkel gaan werken. Na een half jaar zette de baas mij op straat, want het ging financieel niet goed. Ik kon bij een administratiekantoor aan de slag. Ik bleek handig met de administratie. Toch moest ik er weer weg, want ze konden iemand met een boekhouddiploma aanstellen. 

Op mijn 20e ben ik getrouwd. Toen dacht ik dat alles goed zou komen. Toen ik in verwachting was van ons tweede kind ging het bedrijf van Wout failliet. Omdat we de huur niet meer konden betalen moesten we ons huis ook nog eens uit. Daarna bleek dat onze tweede een handicap had en veel zorg nodig had. Er was niemand die daar enig begrip voor  toonde. Er was ook nooit iemand die even kwam helpen, laat staan dat er iemand kwam vragen hoe het met mij was. Daar zat ik, helemaal alleen, in een achterkamertje, met twee kinderen.

Uiteindelijk kon Wout hier in het dorp aan de slag. Ik heb me altijd actief ingezet in de kerk. Wat heb ik dáár een uren in gestoken. Maar je moet niet denken dat dat gewaardeerd werd. Er waren mensen die vonden dat ik veel teveel te zeggen had. Ze waren ook jaloers dat ik goed met de dominee overweg kon. Die mensen wisten de kerkenraad om hun vinger te winden en toen was het afgelopen met mijn werk. Het werd nog erger, want de ouderling zei dat mensen uit de kerk geen contact met mij moesten hebben, want daar kon ik niet tegen. Maar in werkelijkheid was de kerken-raad bang dat de waarheid boven tafel zou komen. Ik kan dus mijn verhaal niet kwijt en dus is er ook niemand die begrijpt wat mij daar allemaal is aangedaan.

Met de kinderen ging het ondertussen ook niet goed, ze werden op school gepest. De onder-wijzer vond het niet belangrijk om daar wat aan te doen.

Met Wout ging het goed op zijn werk. Maar toen er een vacature kwam voor een leidinggevende positie is hij het niet geworden. Ze konden iemand anders aanstellen: een vriendje van de directeur. Als je dat allemaal bij elkaar optelt begrijp je zeker wel dat ik uit dit dorp weg wil. Iedereen hier is tégen ons….

Het gaat er niet om dat deze mevrouw niet van alles is overkomen. Het afwijkende in haar verhaal is de opsomming van gebeurtenissen. Ze ziet overal een complot achter, iedereen heeft het speciaal op háár gemunt (betrekkingsidee) en daar is zij het slachtoffer van.

Het crux van het verhaal is dus niet dat van iemand die pech heeft of minder kwaliteiten heeft. Het verhaal is: juist omdát ze zulke grote kwaliteiten heeft overkomt haar dit allemaal: ze staat er bij en ze kan er niets aan doen. Het zich groot voordoen en speciaal zijn is verpakt in het jasje van de rol van slachtoffer.

Ook de andere gezinsleden zijn altijd de dupe. Er is een voortdurende neiging tot zelfdramatisering (Kuiper). Soms krijgt deze dramatisering een seksuele lading: allerlei mensen zijn verliefd op de ‘hoofdpersoon’.

Mensen die dit soort slachtoffer-verhalen vertellen worden op den duur door veel mensen gemeden. Het gevolg dáárvan is dat het beeld bevestigd wordt: zie je wel, de hele wereld is tegen mij, opnieuw laten ze me in de steek!

Meestal gaat men er vanuit dat de oorzaak van zelfdramatisering gezocht moet worden in een negatief beeld dat de persoon heeft van zichzelf. Waarschijnlijk is de mevrouw uit het voorgaande verhaal wanhopig op zoek naar waardering. Door zichzelf als slachtoffer te poneren hoopt ze erkenning te vinden: dat zo’n goed iemand als jij zó slecht behandeld is!

Deze mensen zijn ook heel sensitief naar de omgeving toe. Bij de minste of geringste twijfel aan het verhaal gaan er alarmbellen rinkelen. 

“Deze overgevoeligheid wordt mede bepaald door het feit dat ze het minste teken van afwijzing  zien als een bevestiging van hun geringe eigendunk. Ze zijn overmatig afhankelijk van het oordeel de omgeving en dat wordt veroorzaakt door een kwellend verlangen naar emotionele veiligheid” (aldus Professor P.C. Kuiper).

Vakantie 2013

Altijd dat water... Ook in 2013 weer. Nu zelfs helemaal omringd door water. Op een woonboot op de IJssel tegenover Hanzestad Kampen. Met vaak een prachtige zonsondergang.

Het water steeg, het water steeg steeds meer. De veerponten over de IJssel raakten uit de vaart. Maar de woonboot steeg mee. Wij hielden droge voeten. Op den duur keken we bijna boven de dijk uit.

In het water meerkoeten en futen, de laatsten met hun jongen op de rug. na een tijdje vonden de moeders dat de jongen het zelf maar moesten proberen. Maar iedere keer weer wilden ze op de rug van hun moeder. Het valt niet mee om groot te groeien…

We maakten lange fietstochten, tot Heerenveen in het noorden en tot Zutphen in het Zuiden, naar Enschede en door de Flevopolders. De routes langs de IJssel waren deels geblokkeerd door de hoge waterstand. Maar we hebben veel gezien in een land van melk, honing en ontzettend veel veldbloemen.

Ecostay de IJsvogel is ongetwijfeld één van de mooiste plekjes in Nederland waar je vakantie kunt houden. En water, dat verveelt nooit! .

Lastige kwetsbaarheid (2)

Er zijn (o.a.) in de politieke geschiedenis tal van voorbeelden van mensen die zich mooier voorstelden dan ze waren. 

Je zou denken: je staat in het centrum van de belangstelling, waarom moet daar dan nog iets bij? Je ziet het ook in de wetenschap. Gevierde hoogleraren die toch nog extra waardering willen hebben en er dus een verhaal bij verzinnen. Is dat niet wat vreemd?

a) Mensen met een hoge functie hebben vaak een hoog streefniveau. De aandacht die ze verkrijgen met hun prestaties werkt bovendien verslavend. Het is net als bij de Tour de France: je moet niet alleen de snelste zijn, je moet je prestaties ook nog eens steeds verbeteren. Het is nooit goed genoeg. En als er in de praktijk niet meer te halen valt, dan moet je er dus iets bij verzinnen. Dus krijg je een politicus die een gesprek met Putin heeft gehad en een ander die een diploma heeft voor studie die hij nooit heeft gevolgd. En hoogleraren die – om maar geciteerd te worden – allerlei uitkomsten van onderzoek bedenken en resultaten manipuleren (Didier Raoult, René Diekstra). Maar hetzelfde verschijnsel zie je ook bij o.a. tal van Amerikaanse televisiedominees.

b) Soms spelen nog andere motieven mee. Als iemand zich zo gedraagt dat wij er niets meer van begrijpen wordt die persoon al snel ziek verklaard. Als iedereen er van overtuigd is dat je je eigen psychische toestand niet meer in de hand hebt ben je geen leugenaar meer. Je wordt dan ziek verklaard. Wie ziek is, is zielig, een stukje ziektewinst dus. Je kunt er niets aan doen, want je bent  ziek. Je krijgt zorg, of anders vermindering van straf.

Dat had de latere koning David al door. Hij vertoonde bizar gedrag bij de Filistijnen om aan koning Akis te ontkomen. “Hij stelde zich aan als een waanzinnige en gedroeg zich bij hen als een razende; hij bekrabbelde de deurvleugels van de poort en liet het speeksel in zijn baard lopen” (1 Samuel 21 : 13).  

Ziehier ook het verhaal van Groen Links politica Tara Singh Varma. Ze had te maken met een reeks aan dubieuze praktijken, zoals onduidelijke financiële stromen rond crowdfunding. Later beweerde ze ernstig ziek te zijn, ze kwam in een rolstoel naar de Tweede Kamer en gaf aan dat ze niet lang meer te leven had. Toen die bewering geen stand hield noemde ze als oorzaak van haar problemen een posttraumatische stressstoornis als gevolg van druk van extreem rechts. Daar bleek echter geen enkel bewijs voor te zijn. Het beeld dat Singh Varma bij mij oproept is dat van een vrouw die graag in de belangstelling stond, maar die de druk van o.a. het politieke werk niet aan kon. Ze greep te hoog en probeerde door een ziekte voor te wenden haar falen te camoufleren.

c) Een derde verklaring waarom iemand verhalen verzint is dat hij of zij hoe dan ook aandacht wil. Liefst positief, maar als dat niet lukt negatief (Erik Erikson: “in de goot ben ik tenminste een genie”). Een probleem ontstaat wanneer de eenmaal behaalde roem niet houdbaar blijkt. Bijvoorbeeld een popgroep die enkele tophits scoort en daarna in de vergetelheid raakt en door extreem gedrag alsnog aandacht probeert te trekken. Of de ooit gevierde toneelspeler Jules Croiset die een ontvoering in scene zette. Het duo Gert en Hermien dat de beroemdheid (35000 toeschouwers in het Olympisch Stadion) moest inruilen voor kleine optredens in de Achterhoek en vervolgens op allerlei andere manieren in de publiciteit probeerde te komen.

Als aandacht verslavend wordt en als je je identiteit ontleent aan prestaties en aandacht val je gemakkelijk in de valkuil van de verzonnen verhalen. Dat is ook het risico dat gevierde corona-sceptici op dit moment lopen. Hun vlucht lijkt deels te zijn: steeds meer extreme verhalen vertellen die worden ingezet om alsnog gelijk te halen en angst te zaaien.

Vakantie 2012

Er gaat niets boven Groningen. Hoogste tijd dus om weer eens naar deze provincie af te reizen. We verbleven op een boerderij bij Onderdendam.

Onderdendam is een bakermat van de regelarme zorg. Het heeft niet veel effect gehad, want de zorgverzekeraars draaien de financiële kraan dicht als je je niet aan ontzettend veel regels houdt. Maar de bedoeling was goed…

Wat hebben we genoten van de ruimte en de rust op het Groningse platteland! Vanuit de boerderij konden we eindeloos ver weg kijken. Onderdendam ligt is een wat verstild gebied tussen de stad Groningen en het Hoogeland (met een hele rij dorpen langs de spoorlijn naar Roodeschool en sinds dit jaar naar de Eemshaven). 

Bijna alle dorpen hebben een zeer historische dorpskerk, meestal met een hoogbejaard orgel. In de meeste dorpen staat ook een molen. En rond de kerk vaak oude huizen van kenmerkende rode baksteen en veel zogenaamde pastoriewoningen. Fietspaden door de weilanden verbinden de dorpen met elkaar.

We fietsten de hele provincie door, naar het westen (via Lauwersoog en Anjum naar Buitenpost), naar het oosten (tot aan Leer in Ostfriesland), uiteraard naar de Waddenkust (Noordpolderzijl) en naar het zuiden (tot aan Stadskanaal).

Inderdaad: er gaat niets boven Groningen! Al is de rest van Nederland ook mooi...

Lastige kwetsbaarheid (1)

Onze wereld groter en interessanter maken dan hij in werkelijkheid is: dat doen we allemaal. De gevangen vis wordt zo ongeveer een walvis, de regenbui een zondvloed, we reden 140 km. per uur, onze lastige directeur wordt een volledig incompetent dictator. En bij sollicitaties hoor je natúúrlijk bij de ‘laatste twee’. 

Er zijn ook mensen die zó lang door gaan met het vertellen van ‘grote verhalen’ dat niemand hen meer gelooft. Waarom gaan ze door, terwijl de omgeving al lang in de gaten heeft dat er teveel niet klopt? Elk redelijk denkend mens kan dan toch bedenken dat je door de mand valt?

Fantaseren doen we allemaal. Vaak in de vorm van ‘dagdromen’, maar ook in gesprekken kunnen mensen zich groter voordoen dan ze zijn.

Kinderen

Bij kinderen hoort het fantaseren bij de levensfase. Ze willen bijvoorbeeld de grootste of de sterkste zijn. Of anders zien ze hun vader als de grootste of de sterkste. Kinderen hebben hun fantasie nodig om het zelfbeeld te versterken en om dingen die niet begrepen worden hanteerbaar te maken. Daarom heeft de peuter niet van het koekje gegeten, dat heeft Pluto gedaan.

Ouderen

Bij oudere mensen die de grip op de wereld verliezen zien we soms ook meer fantasie. Dat zie je bijvoorbeeld bij mensen met Alzheimer, één van de vormen van dementie. Psychiater Reedijk spreekt over het fantaseren als “Het overbruggen van de griezeligheid van het verdwaald zijn door vergeetachtigheid en desoriëntatie” (Reedijk). De gaten in de herinnering worden opgevuld met fantasie-verhalen. Dat wordt confabuleren genoemd.

Pseudologica Fantastica

Er zijn echter ook mensen die verslaafd zijn aan het vertellen van zelfverzonnen verhalen. Zo ontstaat er een heel netwerk, een denk-systeem: de pseudologia fantastica. Bekende dictators werden wereldvreemd omdat ze er een heel eigen logica op na hielden, los van de ervaringen in de samenleving (het echtpaar Ceaucescu bijvoorbeeld. Mevrouw Ceaucescu haalde op die manier diverse eredoctoraten bij gerenommeerde universiteiten binnen voor studies die ze nooit had gedaan. Ze scheen zelfs geen diploma van het voortgezet onderwijs te hebben.

Meestal wordt bij de pseudologia fantastica gedacht aan mensen die er altijd weer in slagen om anderen op te lichten met hun mooie praatjes. Het lijkt zelfs of ze er helemaal zelf in zijn gaan geloven. Het gedrag lijkt verslavend, want ook na een gevangenisstraf begint men vaak weer opnieuw.

Het zijn de mensen die –bij wijze van spreken- een verbaal standbeeld voor zichzelf oprichten: ik ben de grootste, de beste, de eerste. Dat doen veel kinderen ook, maar als volwassen dat voortdurend nodig hebben is er iets anders aan de hand.

De wandelfietser

Er zijn ook mensen die een fiets hebben, maar die toch gaan lopen. Meestal is de oorzaak een lekke band.

In de situatie op de foto lijkt er van een lekke band geen sprake te zijn. Er is een tekort aan fietsen en aan bagagedragers. Het gevolg is dat er drie mannen zijn gaan wandelen tesamen met twee fietsen.

De mannen zitten keurig in het pak. Vermoedelijk wordt er op de Technische Universiteit straks een bul uitgereikt. Het lijkt wel of de voorste man zelfs al de koker voor de bul mee heeft genomen. Ik dacht dat je die gratis van de TU kreeg, maar misschien wordt er toch verwacht dat je de bul in een eigen koker rolt.

De achterste man heeft een ontwerp van onbekende betekenis bij zich. Het zou kunnen gaan om drie studenten bouwkunde waarbij één van de heren de kracht van een zelfgemaakt ontwerp probeert te bewijzen aan een gezelschap van kritische hoogleraren.