Winderig Alkmaar


Ons huis heeft een eigen windmeter. Zodra de wind boven de kracht van 7 Beaufort uitkomt kleppert de brievenbus.

De brievenbus heeft vandaag niet geklepperd, dus er was geen sprake van windkracht 8. Misschien wel af en toe bijna kracht 7. Dat voelt ook als winderig aan.

De molenaar van de Geestmolen bij ons in de wijk liet de wieken vanavond vrolijk hun gang gaan. In het licht van een paar lampen ziet het er dan zo uit met het fototoestel op de stand ‘Nightshot’ (camera: Panasonic TZ 6).

Alkmaar Sonyproof

Vandaag moest ik een cursus voorbereiden.

Aan het eind van de dag heb ik nog een rondje gefietst. Ik wilde ook nog even oefenen met de nieuwe Sony-camera.

De oude Panasonic (waar ik diverse prijzen mee heb gewonnen) kende ik als mijn eigen broekzak.

Niet dat ik mijn broekzak nu zo goed ken, soms vind ik daar ook nog wel eens spullen in die ik daar helemaal niet verwacht had. Maar meestal weet ik toch wel van de Panasonic en van mijn broekzak wat er verwacht kan worden.

Dat geldt dus niet voor de Sony. Ik moet steeds nadenken hoe het ook alweer allemaal zit. De bovenste foto maakte ik toen het bijna donker was van de Grote of Sint Laurenskerk in Alkmaar. Het is ook een beetje de Grote of Sint Juttemiskerk, want je kunt tot Sint Juttemis wachten als je hier naar de kerk wilt. De foto werd uit de hand genomen, zonder statief.  

De tweede foto laat de Oudegracht zien, samen met een silhouet van de stad, vanaf het dakterras van V & D. Ook deze foto heb ik uit de hand genomen, maar nu wel leunend op de rand van de muur. 

De derde foto laat nóg een keer de Oudegracht zien, maar dan vanuit een andere hoek.

Met de Panasonic kon ik vergelijkbare foto’s maken, beide toestellen hebben een hoge mate van stabiliteit met weinig licht.

Nu nog maar weer eens verder oefenen.

Sonypoes

Ik zal het maar eerlijk bekennen.
Ik heb een nieuwe camera gekocht.

Dat zit zo. Ik ben erg gehecht aan mijn Panasonic compactcamera (TZ 6). Maar er zit vocht achter de lens. Beter vocht achter de lens dan vocht achter de longen. Maar toch: het is een plaatselijk ongemak.

Op de foto’s die ik op mijn weblog plaats zie je de vlek meestal niet, maar als je weet waar het vocht zit word je oog er toch naar toe getrokken. Dus dan moet ik weer met Picasa de foto bewerken. Dat is een heel gedoe.

De Panasonic heb ik altijd bij me en dat blijft ook zo (ook geen wonder in weer en wind dat er een keer iets mis gaat na drie jaar en 20.000 foto’s).

Nu moet ik gaan oefenen met de nieuwe camera. Voor het eerst sinds jaren geen Panasonic, maar de Sony DSC- HX 9V. Volgens de test is het een gebruiksvriendelijke camera, maar ik moet nog aardig wat leren. Precies zoals bij mijn mobiele werktelefoon. Dat is me toch allemaal te ingewikkeld…

De eerste die ik op de foto zette was onze bejaarde Poes. Het is een foto die in het schemerlicht uit de hand werd gemaakt op tele-afstand. In ieder geval kun je wel zien dat het een poes is….

Werkhobbel

Ik heb bepaald geen hekel aan mijn werk.
Maar soms heb ik toch de neiging om in plaats van de ene kant uit te gaan voor de andere kant te kiezen. Zo van: “Ik moest in Hoorn zijn, maar laat ik eens naar Zuid-Limburg treinen”.

Vandaag is zo’n dag. Er staan geen onmogelijke opdrachten op de agenda, maar de agenda is gewoon te vol gepland. Zonder pauze van staan van 8 tot 18 uur acht besprekingen gepland, waaronder enkele intensieve gesprekken met teams.

Dan moet ik snel naar Hoorn fietsen, anders mis ik het voorgerecht van een teamuitje. Dat is er dus nog achteraan geplakt.

Ook die acht besprekingen vormen op zichzelf niet een al te groot probleem, ik heb wel voor hetere vuren gestaan. Maar het idee dat, als er ergens iets acuuts tussendoor komt, ik verder geen enkele ruimte meer lijk te hebben om daar aandacht aan te besteden. Dat vind ik altijd het meest lastig met zo’n agenda.

Daarnaast weet ik ook dat als ik acht besprekingen heb gehad, dat ik dan ook voor de meeste besprekingen een stukje (of meer) rapportage moet verzorgen. Dat blijft dus allemaal liggen.

Vandaar dus dat idee om naar Zuid-Limburg te treinen. Waar je niet bij bent geweest, daar kom je ook geen verstorende acute omstandigheden tegen en je hoeft ook al geen rapportage te schrijven…

Zonnig werken

Gisteren werkte ik in het landelijke & mistige Wognum. Vandaag werkte ik in de hoogbouw van de Randstad.

Rond Alkmaar was het vanmorgen erg mistig.
Maar in Amsterdam scheen de zon.

Het gebouw links is het gebouw van Acta (Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam) en van SBT (Stichting Bijzondere Tandheelkunde). Daar heb ik een werkplek op de tweede verdieping.

Het is een zeer ‘doorzichtig’ gebouw waar veel glas in is verwerkt. Vanwege de bijzondere architectuur is het inmiddels genomineerd is voor een architectuurprijs.

Vanuit mijn werkkamer heb ik uitzicht op het financiële hart van Nederland: de Zuidas.

Autisme en reserveplan

Veel mensen met autisme hebben grote moeite om zich iets te verbeelden.

Ze kunnen thuis niet bedenken wat voor boodschappen ze willen kopen, ze kunnen dat pas in de winkel bedenken.

Ze kunnen zich geen voorstelling maken van een andere plaats, ze kunnen de plaats, met alle indrukken, pas in zich opnemen als ze ter plekke zijn.

Het zich voorstellen is vooral moeilijk bij verbale instructies. Veel mensen met autisme zijn beelddenkers, ze moeten het van het concrete zien hebben. Onze gesproken taal is veel te vaag, te vluchtig, te abstract.

Eén van de gevolgen van het gebrek aan verbeelding is dat het maken van een reserveplan zo ontzettend moeilijk is. Je wilt van A naar B, maar de weg is opgebroken: wat moet je nu? Zo’n situatie kan tot enorme paniek leiden.

Je wilt ’s avonds aardappels en sperziebonen eten, maar je hebt niet gezien dat de aardappels op waren. Hoe moet je nu handelen?

Deze beperking verklaart ook voor een deel de behoefte om alles hetzelfde te houden. Veranderingen zijn bedreigend als je geen reserveplan in je hoofd hebt.

Een bizar voorbeeld van een gebrek aan een reserveplan was een meneer die met zijn fiets vier uur lang hand staan wachten voor een geopende brug. De brug was namelijk in reparatie.

Hoewel borden verwezen naar een brug die 400 meter verderop lag kwam deze meneer niet op het idee dat hij om kon rijden. Het was uiteindelijk de politie die hem begeleidde naar de volgende brug.

Daar waar andere mensen meestal zelf vooraf en ter plekke ook nog een reserveplan kunnen bedenken is dit voor mensen met autisme vaak een zeer complexe activiteit. Het gaat bij hen allerminst vanzelf. Ze moeten op weg geholpen worden.

Mistig werken


“Meneer, weet u ook waar de Vomar is?”
Dat vroegen twee jongens vanmorgen.
Ze waren de weg kwijt omdat de hoge flat bij de Vomar aan hun zicht onttrokken was.
Een ouder echtpaar onderweg van Soest naar Malden (bij Nijmegen) kwam door de mist zelfs in Drenthe terecht…

Ik kon mijn werk vanmorgen wel vinden. Maar het was wel een kleine wereld. De hele dag bleef er een dichte mist hangen.

Op de onderste foto het uitzicht met een beperking vanuit mijn kantoor in Wognum.

Amsterdam in de mist


Vandaag werkte ik in Amsterdam.

De trein boorde zich met hoge snelheid door de mistbanken. Volgens het nieuws stond het autoverkeer op de Ring Amsterdam vast, maar dat kon ik niet zien.

Ik moest met trein & tram naar Osdorp. De mist gaf de nieuwbouw een surrealistisch aanzien. Het kantoor waar ik vandaag aan de slag moest is een etage van het flatgebouw rechts.

Toen ik weer naar huis moest was de mist nóg dichter geworden. Ik moest zo ongeveer raden of de tram in aantocht was. De trein bracht mij weer op hoge snelheid en precies op tijd naar Alkmaar.

Asperger: jonger of ouder

Het voorstel is dat de aparte diagnose Syndroom van Asperger gaat vervallen in het komende spoorboekje van de psychiater: de DSM-V.

Het Syndroom van Asperger is één van de diagnoses die vallen onder het zogenaamde autistisch spectrum. Mensen met Asperger hebben vaak een goed taalgebruik, waardoor ze hun beperkingen op sociaal gebied vaak camoufleren.

Er wordt beweerd dat austisme (en daarmee ook het Syndroom van Asperger) vooral bij mannen voor komt (75% zou man zijn). Henny Struik stelt in haar boek ‘Niet Ongevoelig’ dat dit syndroom net zo veel bij vrouwen voor komt.

De laatste jaren krijgt de diagnose Asperger veel aandacht. Ten onrechte wordt vaak beweerd dat hoogbegaafdheid en Asperger samen zouden vallen.

Ook een misverstand is dat kinderen met Asperger het liefste alleen zijn en niet met anderen samen willen of kunnen spelen. Vaak willen ze erg graag contact, maar hoe maak je contacten met mensen die per definitie onvoorspelbaar zijn? Ik maak hierbij wel de kanttekening dat autisme (en ook Asperger) in allerlei gradaties bestaat.

Kinderen met Asperger maken vaak contact via bepaalde meer intellectueel getinte thema’s die tot obsessies kunnen worden. Ze vinden elkaar bijvoorbeeld in het bestuderen van sterrenbeelden, prehistorische dieren of treinen.

Daarnaast valt vaak op dat ze met jongere kinderen spelen. Met leeftijdgenoten contact opbouwen is voor hen veel moeilijker. Soms zie je een kind met Asperger de leiding hebben over een aantal jongere kinderen. Dat komt doordat ze over jongere kinderen controle kunnen hebben. Het spel gaat goed zolang zij maar de controle hebben.

Aan de andere kant zijn er kinderen met het Syndroom van Asperger die sterk naar volwassenen trekken. Ze bezoeken graag hun opa en oma en kunnen daar hun verhalen kwijt aan iemand die luistert. Ook in deze situatie gaat het uiteindelijk om de controle.

Iets echt samen doen en samen delen (communicatie betekent letterlijk: iets samen delen), dat is voor mensen met autisme erg moeilijk. Dat is geen onwil, maar onmacht.