Word je met ADHD geboren?

Kinderen en volwassenen worden steeds vaker ingedeeld in ‘hokjes’. Uiteindelijk past iedereen in een bepaald hokje. Voor mezelf kan ik er ook wel een paar bedenken. Iedereen heeft natuurlijk ook recht op zijn eigen afwijking.

Waarom die sterke hausse aan diagnoses? Daar zijn (minstens) vier redenen voor.
1) Menselijk gedrag is buitengewoon complex. Om vat te kunnen krijgen op dat gedrag hebben we behoefte aan bepaalde typeringen die maken dat we emoties en handelen beter kunnen begrijpen.
2) Een diagnose klinkt prettiger dan een ‘gedragslabel’. Voor veel ouders is het prettiger om te horen dat hun kind ADHD heeft, dan wanneer ze te horen krijgen dat hun kind weinig geconcentreerd is, moeite heeft met volgehouden aandacht, druk gedrag laat zien enz.
3) Een diagnose bevrijdt gevoelsmatig van een last: ‘het ligt niet aan de opvoeding’.
4) Financiering van extra zorg wordt vaak gekoppeld aan een bepaalde diagnose. Heb je die diagnose, dan krijg je daarmee ook recht op ‘een rugzakje’. Ik heb heel wat hulpverleners gesproken die om die reden bepaalde diagnoses stelden terwijl ze zelf hun twijfels hadden.

Binnen veel diagnoses is sprake van een enorme variatiebreedte. Dat geldt met name voor ADHD. Er zijn onderzoeken in Duitsland die stellen dat 1% van de minderjarigen ADHD heeft. Een ander onderzoek noemt 7% van de kinderen. In de USA wordt het cijfer van 10% genoemd. Maar binnen de USA is ook een enorme variatie: de hoge aantallen vind je aan de noordoostkust.

De variatie in aantallen geeft al aan dat we het eigenlijk niet weten. Er zijn behandelaars die een kind in de wachtkamer zien en zeggen “Ik zie het al”. Kun je zó snel een diagnose stellen? Er worden diagnoses gesteld zonder dat er geobserveerd is in de thuissituatie. Heb je dan een beeld wie het kind is?

Vanuit sommige publicaties krijg je de indruk dat iemand die ADHD heeft dus ook een ‘defect’ heeft. Er is iets neurologisch aan de hand en dus… Maar als we goed zoeken vinden we bij alle mensen wel neurologische defecten. Het is een kwestie van tijd of iedereen heeft inderdaad zijn defect. Ik zou liever spreken over een variant, dan over een defect.

Een ander probleem is dat zo’n visie te eenzijdig is. Alsof neurologie alles zou kunnen verklaren. In mijn studietijd was de hamvraag: nature of nurture? Is het aangeboren of komt het door de opvoeding? In die tijd dacht men alles vanuit de opvoeding te kunnen verklaren. Autisme en schizofrenie waren beiden het gevolg van bepaalde opvoedingspatronen. Dat was ten onrechte. Het zadelde ouders met schuldgevoelens op die veel leed hebben berokkent.

Maar het omgekeerde is ook niet waar. Rond ADHD is er op dit punt een tegenbeweging gaande. De Duitse ADHD-deskundige Helmut Bonney stelt dat “de gezinssituatie de belangrijkste parameter is voor het ontstaan van ADHD” (Boek: ADHS-na und?). Maar let op: hij ontkent genetische en neurologische factoren niet: die zijn ook van invloed!

Volgens mij valt er uit de én-én blik de meeste winst te behalen. Er spelen genetische factoren mee die een bepaalde gevoeligheid met zich mee brengen. Er spelen omgevingscondities mee die de symptomen kunnen versterken én afzwakken. Waarschijnlijk word je met een bepaalde kwetsbaarheid geboren. Hoe zich die kwetsbaarheid later vertaalt hangt van veel factoren af.

Aan de slag in Groningen

Groningen HENKFit is anders, maar ik moet toch weer aan de slag.
Je kunt moeilijk een hele reeks congresgangers afbellen.
Morgen drie workshops in Groningen (over verzet van patiënten bij de tandarts).
Of ik in interactie kan gaan met de zaal is zeer de vraag: mijn gehoor is beneden aanvaardbaar peil.
In ieder geval heeft men in Groningen wél op mij gerekend…

Zestigjarige topper (2)

Late adulthood

Baltes constateerde dat een mens fysiek op zijn 20e het sterkste is. Daarna neemt zijn kracht gestaag af. Dat waag ik trouwens te betwijfelen. Ik kan nu verder fietsen op mijn degelijke Gazelle dan toen ik 20 was, toen ik na 100 km. al moe was. Terwijl er toch 42 jaar aan achteruitgang voorbij zijn gegaan. Maar dat fietsen zal dus wel een (zoals vroeger werd gezegd) ‘splintervaardigheid’ van mijn kant zijn. Of zou het vooral een manier zijn om alsnog te bewijzen dat ik niet oud ben…?

De groei van de persoonlijke ontwikkeling (cognitief, sociaal, emotioneel) gaat veel langzamer. Ik heb de sociaal-emotionele aspecten niet zo uitgewerkt gezien bij Baltes (volgens mij is de Nederlandse vakliteratuur daar verder mee), maar ik noem enkele punten van de persoonlijke ontwikkeling.

Het hoogtepunt van de ontwikkeling wordt rond het 60e jaar bereikt. Parafraserend gaat het volgens Baltes in alle stadia van het leven om groei, stabilisatie en omgang met verlies. Dat is tussen de 60 en 85 jaar (Late Adulthood, late volwassenheid) volgens hem niet anders dan in voorgaande stadia. Pas na je 85e (‘de oudste ouderen’) worden de energiebronnen echt minder en staat het verlies veel meer centraal.

Ik interpreteer de visie van Baltes als volgt. Mensen van rond de 30 kunnen in paniek raken als ze net iets minder snel zijn, als ze verliezen van jongeren op het tennisveld, als ze de eerste rimpels zien verschijnen of de eerste grijze haren. De oplossing die veel mensen kiezen is nóg meer trainen, het wegpoetsen van rimpels, het verven van de haren. Maar daar zit de oplossing niet, het is zelfs tegen-productief.

Waar het om gaat is dat je je bronnen mobiliseert. Waar zitten jouw mogelijkheden? Die zitten niet op de plekken waar je uiteindelijk toch gaat verliezen. Het gaat er dus om welke bronnen je aanboort om ondanks verlies toch ook groei te ervaren en op zijn minst stabilisatie van de situatie.

Helaas heeft Baltes zijn theorie niet helemaal persoonlijk kunnen toetsen: hij werd slechts 67 jaar.

Topper met pensioen

L.M. Zwaan (eigenaar van ZwaLu Traning en Advies) schrijft: “Een mens die zich goed ontwikkeld heeft en blijft ontwikkelen komt op het hoogtepunt van zijn kwaliteiten als hij bezig is met pensioen te gaan”.

Hoe haalt een werkgever dat rendement uit zijn werkgevers? vraagt Zwaan zich hardop en schriftelijk af. Door mensen nieuwsgierig te maken en te houden. Kortom: door mensen hun hele leven lang mentaal in beweging te laten zijn.

Volgens mij vormt dat ‘nieuwsgierig’ de kern van het werk. Dan heb je als werknemer ook niet zo de neiging om af te gaan tellen tot je pensioen… Omdat het werk steeds weer nieuwe uitdagingen biedt.

Kunt u dit lezen?

Tekst onbekendNu ik ziek ben zoek ik ook nog wat oude foto’s uit. Daar zitten veel foto’s bij van fietstochten.

Ik was het helemaal niet van plan geweest, maar het ging allemaal zo vanzelf. Opeens fietste ik de Oostenrijkse grens over en bevond mij totaal onvoorbereid in Hongarije.

In 1984 was ik ook in Hongarije geweest, maar toen lag het land nog achter het IJzeren Gordijn. Fietsers werden er gedoogd en verder genegeerd, mits ze maar al hun geld opmaakten.

Maar hoe zat het nu met de regels? Waar moesten fietsers zich aan houden? Normaal lees ik dat voor vertrek, maar nu wist ik dus niet van tevoren dat ik iets had moeten lezen. Stond er iets op dit bord waar ik rekening mee moest houden? Ik had geen idee. Ik vroeg het aan een voorbijganger, maar die wist het ook niet. Althans: hij begreep mijn vraag niet, want Hongaren hebben zelf al zo’n moeilijke taal dat ze bij voorkeur geen andere taal spreken.

Dus fietste ik nog een rondje van 40 km. Hongarije, waarbij ik pas achteraf terug heb gelezen dat ik langdurig in overtreding was…

Zestigjarige topper (1)

Nee, ik schrijf dit niet omdat ik gefrustreerd ben. Bijvoorbeeld doordat ik me af moet zetten tegen een organisatie omdat ik daar een soort van overjarig fossiel ben geworden. Zo iemand die nog voor spek en bonen wordt getolereerd totdat hij eindelijk met pensioen mag. Misschien is dat trouwens wel zo, maar dan heb ik het niet door… Om dat risico te spreiden heb ik trouwens drie werkgevers…

Goed, ik heb mijn leeftijdsgebonden beperkingen. Zo ben ik aanzienlijk trager als het gaat om het begrijpen van nieuwe systemen. Ik ben opgegroeid met een schoolbord en een krijtje. En nu moet ik opeens met een digitaal schoolbord om zien te gaan. En een telefoon was een ding met een draaischijf. Nu schijn ik er mijn agenda in te moeten zetten.

Dat ik moeite heb met deze ontwikkelingen heeft trouwens niet zoveel met mijn leeftijd te maken. Technische snuffen en snuitjes hebben nooit mijn belangstelling gehad. Destijds ging er een schok door de familie toen ik er in was geslaagd om een computer aan te zetten.

Life-span onderzoek
Waarom deze blog? Een vraag van een lezer bracht mij er toe om nog even uit te zoeken wie waar had geschreven dat een zestig-plusser best effectief kan zijn binnen de organisatie. Dat was Paul Baltes van het Max Planck Institute for Human Development.
Nog niet zo lang geleden dacht men dat de ontwikkeling stopte als je 20 was. Daarna was je klaar. Bij sommige mensen vermoed ik dat dat inderdaad nog steeds het geval is. Maar de meeste mensen kunnen zich nog gewoon door-ontwikkelen. Eén van de eersten die daar uitgebreid over schreef was Erik H. Erikson.

Baltes behoort tot de zgn. life-span onderzoekers: wat gebeurt er nu precies gedurende de gehele levensloop?
Enkele uitgangspunten van het life-span denken:
– ontwikkeling is levenslang
– ontwikkeling is multidimensioneel (lichamelijk, cognitief, emotioneel, relaties)
– ontwikkeling is multidirectief (de ene capaciteit blijft zich sterk ontwikkelen, de andere gaat in de loop der jaren steeds moeizamer)
– ontwikkeling is flexibel, plastisch ( je kunt nieuwe dingen leren, maar het hoe verschilt: je kunt bijv. iets verbeteren door voort te bouwen op iets wat je al kunt, maar het veranderen = inzetten op heel nieuwe denksystemen is weer veel lastiger).

Inhaalrollator

Wie koorts heeft doet boeiende ontdekkingen.

Vanwege piepende staldeuren in mijn ribbenkast moet ik een extra type puf in huis halen.

Ik las op het briefje het woord ‘inhaalrollator’. Ik dacht aan een snelle rollator. Het kostte me een aantal seconden voordat ik het woord in de normale proporties had terug gebracht: een inhalator.

 oudere manEen paar jaar geleden heb ik het vermoeden uitgesproken dat er een tijd komt dat één miljoen Nederlanders achter de rollator zullen lopen.

Ooit was er een slee van ons gestolen bij de supermarkt, ik had geen slot voor die slee bij me, dus iedereen kon er op of er mee van door gaan.

Toen ik aan dat voorval dacht was mijn reactie: en de rollator dan? Straks lopen één miljoen ouderen achter de rollator. Hele files ontstaan voor supermarkten. Maar het is zeer de vraag of geparkeerde rollators uiteindelijk met de wettige eigenaar naar huis gaan. Dat hoeft niet expres te zijn, het kan natuurlijk ook met geheugenproblemen te maken hebben. Mevrouw de Vries ging geel heen en kwam blauw terug in Huize Avondlicht.

 In het kader van de sukkelende economie bedacht ik dat een bedrijf dat een rollatorslot op de markt brengt een economisch krachtige impuls aan de regio kan geven. Het zal bij rollators net zo gaan als bij de fietsen: je vraagt je af waarom ze gestolen en vervolgens voor een paar tientjes verpatst worden. Datzelfde geldt straks dus ook voor de rollator. Er zullen zelfs rollatorjunks door de supermarkten zwerven.

Ik bedacht toen ook dat een rollator met hulpmotor ook wel kansen zou kunnen hebben. Het is alleen nog wel de vraag of je achter deze rollator lopend een helm op moet zetten.

Uiteraard zal een rollator met hulpmiddel een gemiddeld hogere snelheid ontwikkelen dan een rollator met slechts trapaandrijving. Kennelijk wordt daar dus aan gedacht bij die inhaalrollator.

 Dan komt er toch nog een associatie boven drijven: hoe kom je een trap op met een rollator? Toen een Duitse wegpiraat mijn been had gebroken kostte de trap in ons huis mij heel wat hoofdbrekens. Nog net geen nieuwe beenbreuk.

Misschien moet een traprollator vierkante wielen hebben die stap-voor-stap de trap nemen. Van vierkante wielen hebben ze bij de spoorwegen verstand. Na de hogesnelheidslijn nu het trapfestijn.

Hoe het ook zij: het is maar goed dat er steeds meer ouderen zijn. Ze dragen bij aan de innovatie van de Nederlandse economie. Dankzij inhaal- & traprollator en dankzij het rollatorslot met diefstalpreventiechip.

Henk is een treurwilg

TreurwilgIk ben op 5 september jarig.

Dat is tenminste de bedoeling. Maar met dit soort griepverschijnselen weet je het maar nooit…

In de Hortus Botanicus in Haren (voordat het dorp door rellen verwoest werd) kwam ik deze kenmerken tegen van personen die rond 5 september geboren zijn.

Nu wil het geval dat ik – toen ik een jubileum vierde – een boom mocht uitkiezen. Ik koos voor een treurwilg… Het verband met mijn geboortedatum was mij toen helemaal onbekend.

Zo te lezen gaat het hier om kenmerken van een vrouw, maar een mannelijke variant kwam ik in de Hortus niet tegen. Dus zal ik het met deze typering moeten doen…

Provocatief coachen

Het voordeel van spreker zijn op een congres is dat je andere sprekers gratis aan mag horen.
Zo maakte ik een paar jaar geleden kennis met Jeffrey Wijnberg. Hij hield de mensen bezig met het thema ‘provocatief coachen’.
Ik moet jullie eerlijk zeggen: dat is iets waar ik slecht in ben en nooit goed in zal worden. Ik ga eerder mee, dan dat ik tegengas geef. Sommige mensen denken dat dat een kwestie van aardigheid is. Maar volgens mij ben ik verbaal gewoon niet snel genoeg.

Provocatief coachen zou je ook een vorm van ‘prikkelen’, van ‘plagen’ kunnen noemen. Zoals op een jaren ’50 plaatje waar een ‘huisvrouw’ zich indekt dat het eten niet lekker is geworden. Haar man zegt: “Inderdaad best vies. Maar gelukkig heb ik vanmiddag flink geluncht…”

In een artikel in Psychologie Magazine (februari 2013) worden enkele standaardpatronen genoemd én de manier waarop je provocatief zou kunnen reageren.

1. De uitsteller

Je vriendin vindt zichzelf te dik om te gaan zwemmen. Ze wil eerst een paar pondjes kwijt raken. Maar dat zegt ze nu al maanden lang.

Jouw provocatieve reactie:  “Inderdaad. Dat kan zo echt niet. De mensen zouden zich doodschrikken!”

Of andersom: “Prima toch dat je te zwaar bent. De schade valt best nog wel mee. Je kunt toch nog steeds door de deur?”

2. De klager

Je vriend klaagt al maanden over zijn verschrikkelijke baas, maar hij is nog nooit met die baas in gesprek gegaan.

Jouw provocatieve reactie: “Dit kan zo echt niet langer. Je gaat er helemaal onderdoor. Geef me zijn nummer, dan bel ik hem nu direct op!”

3. Moeder Theresa

De moeder die al het werk op zich neemt en dan verzucht dat ze altijd alles alleen moet doen.

Jouw provocatieve reactie: “Mijn complimenten! Hoe krijg je het voor elkaar! Zóveel werk verzetten en er dan zó uitgerust uitzien!”

Soms kan een beetje ‘plagen’ geen kwaad. Om bovenstaande voorbeelden moest ik wel lachen. Maar je moet uitkijken dat het plagen geen pesten gaat worden.

Wie iets meer wil lezen: Jeffrey Wijnberg, Zachte heelmeesters. Het einde van de geitenwollensokken-psychologie. Uitgeverij Scriptum, € 17,95

Nat winterfietsen

Langs de Sieg 039Nee, ik ben nog niet buiten geweest…

Dit is dus weer een foto uit de oude doos. In Keulen had ik een fiets gehuurd. Dat is in Duitsland een hele onderneming. Misschien kun je soms nog sneller een huis kopen.

Maar het was gelukt. En zo fietste ik op een voor mijn idee toch wel bijzondere fiets langs de Sieg.

Helaas was de weg over aanzienlijke delen van de fietsroute onder water gelopen (smeltwater). Omdat een eerdere ervaring mij had geleerd dat er onverwachtse diepten tussen kunnen zitten waarbij zelfs de bagagedrager onder water verdwijnt besloot ik maar op safe te spelen en de hoger gelegen drukke verkeersweg te nemen. Kletsnat en winter vormen namelijk geen gezonde combinatie. 

Een maand later fietste ik weer door deze regio. Er viel af en toe lichte sneeuw, maar het water was weer gezakt. Toen reed een Duitse wegpiraat mij van mijn sokken. Dat was ook geen gezonde combinatie…

Haakje 37

Henk 7 jaarDaar zat ik dan opeens.
Een tenger blond jongetje met sproeten in een vreemde schoolklas. De School met den Bijbel in Gorkum. Honderd leerlingen, twee juffen (klas 1 + 2 en klas 3 + 4) en één meester (klas 5 + 6). 

De kinderen kenden elkaar al een paar jaar: van de kleuterschool. Keurig volgens schema was de hele klas nu halverwege het eerste jaar van de lagere school. Met schrijven was het woord ‘sijsje’ aan de beurt volgens de schrijfmethode ‘Eerst duidelijk, dan snel’.

In deze klas kende ik niemand en niemand kende mij. Ik had trouwens nog nooit in een klas gezeten. Wel kon ik lezen en schrijven, dat had ik van mijn moeder geleerd. Met schrijven waren we gestopt bij het woord ‘sijsje’. Dat was op de boot naar Nederland, in de Golf van Biskaje. Daar stormde het zo hard dat duidelijk schrijven niet meer aan de orde was. Dus vond mijn moeder dat het genoeg geweest was.

Na jaren ruimte en vrijheid in het oerwoud van Borneo moest ik nu dus opeens in een schoolbankje zitten. Ik moest schoenen aan en een jas aan. En natuurlijk had ik heimwee naar de natuur van de tropen.

Gelukkig had ik de eerste dag al een vriendje. Joop. Hij zat naast mij en legde mij de werking van de inktpot uit.

Die eerste maanden op school viel ik van de ene verbazing in de andere. Bijvoorbeeld vanwege de strijd die er iedere ochtend en middag tussen de jongens was om je jas op één van de eerste haakjes van de school te hangen. Wat was dáár nu de zin van?

Ik deed het rustig aan en hing mijn jas op haakje 37. Het bleef voortaan ook gewoon haakje 37, want behoefte aan structuur was mij niet vreemd.

Op een dag hield juf Lankhaar (en zoals zoveel jongetjes was ook ik een beetje verliefd op mijn eerste juf) een nogal indringende toespraak. Ze zei dat het niet goed was dat er iedere dag zoveel strijd was om de eerste haakjes. Daarom had ze een besluit genomen. Ze had iedereen een nummer gegeven, dan kon je voortaan je jas op dat haakje hangen.

Haakje 1 ging naar Henkie, omdat hij nooit ruzie maakte over de haakjes…

Misschien was het vanuit de juf wel een beetje bedoeld als ereplaats. De laatste werd de eerste. Maar eigenlijk was ik er helemaal niet blij mee. Ik was mijn structuur kwijt. Waarom mocht ik niet haakje 37 houden?