Borderline Times (14)

Kinderboekenschrijver Guus Kuijer zegt in een niet-kinderboek het volgende: "De laatste dertig jaar lees ik opvallend vaak dat 'jezelf zijn' het hoogste is wat de mens zichzelf en de samenleving te bieden heeft."

De vraag is alleen of ‘jezelf’ genoeg bent om voor de ander van betekenis te zijn. Ikzelf heb het gevoel dat ikzelf een te mager aanbod ben. Ik doe dan ook mijn best om zoveel mogelijk anderen in mij op te nemen. Het proces waarmee je anderen in jezelf opneemt heet ‘leren’. “

Alleen op jezelf zijn?

Volgens psychiater Dirk de Wachter is het een gedachte die past binnen de Borderline-tijden om te denken dat het opbouwen van een eigen identiteit inhoudt dat je onafhankelijk bent van anderen. Alsof de gelukzaligheid een allerindividueelst gevoel is van de allerindividueelste mens. Absolute vrijheid, los van alle anderen.

De Wachter noemt dit denken funest voor de samenleving. Absolute vrijheid van de één gaat altijd ten koste van de ander. Tenzij je uiteraard helemaal in je eentje woont op een onbewoond eiland dat daarmee niet meer onbewoond is, want jij woont er. In de tweede plaats heeft een samenleving ethische grondbeginselen nodig die gedragen worden door de hele gemeenschap. Zo ontstaat er een vorm van hechting die de dragende grond vormt voor het bij elkaar horen.

Daarmee komt De Wachter bij een thema dat ik mijn (vak)leven lang al als basis heb gezien voor het mens-zijn (trouwens ook bij dieren): de hechting, de verbondenheid, het gevoel dat ‘we’ bij elkaar horen. Nu ben ik nogal een solist, maar ik kan toch echt niet zonder die verbondenheid, zonder het gevoel bij anderen te horen.

Het is verontrustend dat dit gevoel van verbondenheid in delen van de samenleving verdwijnt. Voor een deel is de oorzaak geografisch/planologisch. In een grote stad zijn mensen minder op elkaar betrokken dan in een dorp.

Manager op afstand

Wat het werk betreft zie ik de achteruitgang vooral in het ontstaan van disfunctionele organisaties die op te grote afstand van de basis staan. De directeur van de zorginstelling kent de bewoners niet meer, de directeur van de school kent de leerlingen niet meer, meneer Philips is vervangen door een raad van Commisarissen die niets meer heeft met de werkvloer, maar alleen met productiecijfers. Dit is desastreus voor het gevoel dat je als werknemer nog onderdeel vormt van een bepaalde gemeenschap. Het wij-gevoel is tanende.

Hetzelfde zien we bij de overheid. Maar daar is dat proces al veel langer aan de gang. Een anekdote uit de jaren ’80. Ik wilde iets weten van het Ministerie. De betrokken ambtenaar was óf nog niet verschenen, of nog met lunchpauze of alweer vertrokken in een tijd dat thuiswerken nog taboe was. Toen ik hem eindelijk te pakken had liep het gesprek voor geen meter. Ik stelde hem voor om dan maar eens op mijn werk te komen kijken hoe iets in de praktijk werkte. Maar dat kon niet en daar was hij niet voor. Op het ministerie had men bedacht dat het anders kon en daar was een hele projectgroep een jaar lang mee bezig geweest. Dus ik functioneerde kennelijk niet goed en had kennelijk onvoldoende gezag om de verandering door te voeren.

Daarmee was de kous af. Het was duidelijk wie er fout zat: degene die de verandering die was opgelegd door het Ministerie niet doorvoerde. Later kreeg ik van de directeur te horen dat ik als eenvoudige medewerker natuurlijk nooit zomaar naar het Ministerie had mogen bellen, daar was de directeur Himself voor. Maar ik wist al hoe dat zou gaan. De directeur had geen enkel idee hoe het er op de werkplek aan toe ging.

Bus door het voetgangersgebied

Een ander voorbeeld. Er was overleg over het OV in Noord-Holland met een gedeputeerde die kaalslag wilde bij de buslijnen. Dat werd gebracht als een grote vooruitgang. Voortaan zouden de belbussen elke reiziger voor de eigen deur afzetten. Dat dat niet kon werken zagen we een paar jaar later. Ook had de gedeputeerde bedacht dat de Interliner uit Den Helder voortaan door de Beatrixstraat kon rijden. Die straat was twee jaar eerder door de gemeente omgebouwd tot voetgangersgebied. De ambtenaren in Haarlem hadden gewoon op de kaart een rechte streep getrokken. Dit was de kortste en meest effeiciënte route. Toen ik vroeg of er nog iemand in Den Helder was wezen kijken zei de gedeputeerde dat ik met dit soort opmerkingen mijn krediet verspeelde: dan zou ik vooraf geen informatie meer krijgen.

Neo-liberalisme

Goed, dat waren twee persoonlijke voorbeelden, waar ik nu weer even boos van werd. Niet verstandig, slecht voor mijn immuunsysteem. Maar ze geven aan wat er gebeurt: de afstand tussen de kolossen van de provincie en de ministeries is veel te groot geworden. Daardoor ontstaat er in de samenleving het gevoel van het niet gehoord worden. Het heeft allemaal geen zin meer.

Deze mechanismen in de samenleving maken dat mensen zich niet meer verbonden voelen (behalve tijdens voetbal-internationals, dan kleurt Nederland weer oranje). De hechting raakt zoekt. Omgekeerd zijn mensen ook individualistischer geworden (o.a. door het anoniem wonen in grote steden). “Ik maak zelf wel uit hoe hard ik wil rijden.” Dit alles is funest voor het bouwwerk van de samenleving: het cement tussen de stenen spoelt weg.

Dan weer Guus Kuijer: "Wreedheid wordt bedreven door mensen die zichzelf niet beleven als onderdeel van de groep die zij schade toebrengen." Met andere woorden: agressie kan worden verminderd door tegenstellingen kleiner te maken. Maar - mede door het neo-liberalisme in de politiek in de afgelopen decennia - worden die tegenstellingen in de samenleving alleen maar groter.  

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: