Angst: een noodzakelijk en vervelend kwaad

Zonder angst kan een mens niet leven. Angst maakt dat je alert bent op eventueel gevaar. Teveel angst werkt echter verlammend.

Alle mensen zijn bang. Alleen de Noormannen in Asterix en de Noormannen waren niet bang. Die moesten nog leren om bang te zijn.

Fobische angst

Als een specifieke angst je leven beheerst spreken we over een fobie. Er bestaan honderden fobieën. Dan ben je bang voor iets specifieks, bijvoorbeeld voor spinnen, voor kleine ruimtes, voor besmetting. Vorige week zag ik een man op TV die bang was voor bananen.

Angst is een fobie als het disproportioneel wordt en je leven gaat beheersen. De hele dag loop je er over na te denken hoe je spinnen kunt vermijden. Terwijl de kans dat je een spin tegen komt eigenlijk maar betrekkelijk klein is. En de kans dat een spin je iets aan zal doen is helemáál klein.

Angststoornissen komen veel voor

Angststoornissen komen in de westerse wereld veel voor. In de USA is het de meest gediagnosticeerde psychische stoornis. Amerikanen zijn enorme angsthazen.

We spreken van een stoornis als de angst pathologische vormen aanneemt: je voelt je er ziek door en je leven wordt er in aanzienlijke mate door belemmerd. Soms kan die angst bij vrij geïsoleerd thema beginnen (bijvoorbeeld: bang zijn dat je het niet goed doet op school) en zich vervolgens uitbreiden naar allerlei gebieden van het leven: de gegeneraliseerde angststoornis.

Angststoornissen komen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Waarbij ik aanteken dat het volgens mij ook zo kan zijn dat mannen hun angst minder zullen uiten, het zijn net Noormannen.

Cognitieve gedragstherapie

Volgens de cognitieve gedragstherapie zijn angststoornissen vaak gebaseerd op automatische gedachten die tot denkfouten worden. Je leest bijvoorbeeld iets in een krant over een mogelijke aandoening, daarna bedenk je dat je ook van dat soort verschijnselen hebt en een paar dagen later weet je het zeker: ik ben óók ziek.

Zit je psychisch redelijk in elkaar dan kan de dokter jou met een goed gesprek overtuigen van het feit dat het bij jou toch wel wat anders in elkaar steekt. Maar als je een angststoornis hebt, dan blijft dat idee maar doorgaan in je hoofd. Het wordt bij wijze van spreken een obsessie.

Vaak herken je een angststoornis aan het ‘wat als ik’… of ‘als ik…’

Automatische gedachten

Voorbeelden van automatische gedachten bij een angststoornis zijn:

  1. Wat als ik ziek wordt of gehandicapt raak?
  2. Als er een aanslag plaats vindt ben ik vast en zeker één van de slachtoffers
  3. Als mij iets overkomt is er niemand in de buurt die mij op tijd kan helpen
  4. Ik heb vast een enge ziekte, ook al zegt de dokter van niet
  5. Wat als ik op straat een hartaanval krijg?
  6. Als de telefoon gaat krijg ik te horen dat mijn man iets is overkomen
  7. Als ik de lift neem blijft die vast steken en dan zit ik uren vast
  8. Wat als ik in een hotel slaap en er breekt brand uit?
  9. Wat als ik in paniek raak en ik weet niet meer hoe ik thuis moet komen?
  10. Als mijn man overlijdt heb ik geen enkel idee meer hoe ik verder moet.

Op zichzelf gaat het om gedachten die niet vreemd zijn. Iedereen denkt er wel over na hoe het verder moet als je plotseling ziek wordt of als je partner overlijdt. Maar bij een angststoornis gaan deze gedachten je leven beheersen.

Cognitief gedragstherapeuten proberen deze automatische gedachten op te sporen en bij te sturen.

Stel je voor dat…

Bij dit soort denkfouten moet ik vaak denken aan de ‘stel je voor dat-angst’ bij kinderen van 6 tot 12 jaar. Op deze leeftijd hebben kinderen veel van dit type angsten. ‘Stel je voor dat ik mijn zwembroek vergeet, moet ik dan in mijn blote kont zwemmen?’ ‘Stel je voor dat ik thuis kom en mamma is er niet meer’. 

Bij kinderen op deze leeftijd vertalen de angsten zich in rituelen, die als bezwering dienen. Denk aan het liedje van ‘Kinderen voor kinderen’: met één been op de stoep en één been op de straat. En persé met je rechtervoet boven aan de trap uit moeten komen omdat je oma anders dood gaat…

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: