Knooppunt 1

Het was een hele klus geweest. De accu’s van de nieuwe E-Bikes waren voor 100% opgeladen. Hoewel de fietsen nieuw waren was ook de reparatiedoos gecontroleerd en daar waar nodig ververst. 

Miep had zich ingespannen om lekkere hapjes en drankjes voor onderweg te regelen. Een tomaatje hier, een paprikaatje daar, de komkommer was gesneden en Piet zou straks ongetwijfeld zeggen: ‘ik ben toch geen konijn?’ Maar je moest tegenwoordig gezond leven. Dan waren er ook nog de bammetjes. Met koek en ei erbij, want tussen Miep en Piet was het al vijftig jaar koek en ei. Tenslotte was Wodan in de auto gezet. De naam klinkt groter dan de hond zelf: Wodan paste gewoon in het mandje achterop de E-bike. Als hij daar eenmaal inzat had je er geen omkijken naar.

Daar gingen ze. Op naar Knooppunt 1. Je moest met het fietsen immers bij het begin beginnen. Eerst maar eens zoeken naar een parkeerplaats. Die was in de buurt van Knooppunt 1. Helaas: betaald parkeren. Piet stelde voor om buiten de stad te parkeren, maar hoe vond je dan Knooppunt 1 terug? Na enige gekibbel besloten ze de gemeente maar te spekken en betaald te parkeren. Ze hadden immers verder alle proviand bij zich? Die kosten spaarden ze dan weer uit…

De fietsen werden afgeladen. Piet liep alles nog eens langs en er leek niets spaak te lopen. De tassen met proviand werden aan de bagagedrager geladen. En Wodan werd in zijn mandje gezet. Achterop bij Mien, was als Piet zijn been over de bagagedrager zwaaide zwaaide hij Wodan de bagagedrager af.

Daar gingen ze: op naar Knooppunt 1. Dat lag aan een drukke kruising met veel kruisend verkeer. Gelukkig wisten ze heelhuids over te steken. Maar eenmaal aan de overkant sloeg de twijfel toe. Waar moesten ze nu heen? ‘Piet, wat is het volgende nummer?’ Het was niet logisch, dat wist Piet nog wel, maar het nummer wist hij niet meer. Ach ja, dat geheugen, dat werd er niet beter op in de loop der jaren. Vroeger wist hij alle telefoonnummers uit zijn hoofd, nu alleen nog maar de voetbaluitslagen. Het volgende nummer.

Piet had de nummers op een briefje geschreven, maar dat kon hij niet lezen. En zijn leesbril lag nog in de auto. Gelukkig had Mien wel de leesbril mee. Om hen heen werd meerdere malen gerinkeld met fietsbellen, want Piet en Mien stonden wat in de weg. Maar het ging er nu om om het goede nummer te achterhalen. Nummer 52 moest het zijn. Dat sloeg natuurlijk ook nergens op. Sloegen ze nummers twee tot vijftig over? Maar waar was dan nummer 51? Dat moest op de paal bij nummer 1 staan. Nee, daar stond niets. Het stond aan de overkant van de kruising. Wéér moesten ze die gevaarlijke kruising over. En ja hoor, nummer 51 was rechtdoor. Ze hadden dus al in de goede richting gezeten. Dat moet je ook maar net weten. Weer terug, over de gevaarlijke kruising met veel kruisend verkeer. Piet en Mien waren voor geen kleintje vervaard, ze bulldozerden zichzelf met hun volle gewicht een weg door het verkeer.

Toen riep Mien: ‘Piet, waar is je korte broek?’ ‘Die heb ik niet aangetrokken’ zei Piet, ‘moest dat dan?’ ‘Je gaat toch niet in een lange broek fietsen?’ zei Mien. ‘Wat is daar dan mis aan?’ vroeg Piet. ‘Moet ik weer naar huis om een korte broek aan te trekken? ‘En ben je wel ingesmeerd?’ ‘Nee’ zei Piet, ‘moet dat dan? De zon schijnt niet eens!’ ‘Je moet toch smeren, Piet, anders verbrand je en dat moeten we niet hebben. Je weet wat er van kan komen met al die schroeiplekken op je huid’. ‘Dat zal zo’n vaart niet lopen’ zei Piet, ‘die paar jaar dat ik nog te leven heb’.

Ze waren nu 500 meter verder. Na een paar keer schuiven had Mien de goede zit op het zadel gevonden. Tijd om vaart te maken. Piet voorop. Hij was vroeger Padvinder geweest, dus nu moest hij het pad weer zien te vinden. Ze namen de bocht op de plek waar Johannes Vermeer zijn schilderij ‘Gezicht op Delft’ had geschilderd. Precies om de hoek lag een terras aan het water. ‘Wat een mooi plekkie, Piet!’ riep Mien. Ik heb geen koffie mee, we kunnen hier wel even gaan zitten. Eerlijk gezegd was Piet wel aan koffie toe. Ze installeerden zich op de boot die als terras voor het plaatselijke restaurant diende. Tijd voor koffie. En natuurlijk iets lekkers erbij want het was een beetje feest vandaag. De nieuwe E-bikes werden ingewijd. Ondertussen kreeg Wodan een bak met water en wat lekkere hapklare brokken.

Een tweede kop koffie ging er ook wel in. Maar toen begon het te druppelen. En steeds harder te druppelen. ‘Piet, voel jij wat ik voel?’ vroeg Mien. ‘Het regent’ zei Piet. Piet was van alle techniek voorzien en zag dat de buienradar rood kleurde, inclusief onweer. En als er iets was waar Mien bang voor was (behalve voor muizen en voor de tandarts) dan was het onweer. ‘Gauw naar de auto!’ beval ze Piet. Hij kon nog net de rekening betalen. Daarna scheurden ze op hoge snelheid naar de parkeerplaats, een kilometer verderop. ‘Goed dat we een E-bike hebben, anders waren we veel te lang onderweg, riep Mien. Mien dook gauw in de auto en Wodan werd door Piet snel uit zijn ketenen bevrijd.

Daarna zette Piet de nieuwe fietsen weer op de fietsendrager. Dan hoefde hij dat straks niet meer te doen. Even later hij kletsnat in de auto. 'Die zonnebrand was ook niet nodig' zei Piet. 'De zon heb ik niet gezien'. ‘Het was een mooi plekje aan het water’ zei Mien. ‘En weet je, ik heb nog je bammetjes bij me. Wil je die nu? We zitten nu toch lekker droog’.

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

3 gedachten over “Knooppunt 1”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.