Een speciale patiënt

Mevrouw Moens vraagt een behandeling aan bij een kliniek. Er is een wachtlijst, maar daar gaat ze niet mee akkoord. Ze drukt net zo lang door met haar wens om vandaag nog gezien te worden, dat een behandelaar uiteindelijk 'ja' zegt. Eenmaal binnen in de spreekkamer steekt ze direct van wal. Ze vertelt welke ziekten ze allemaal heeft en dat geen specialist meer weet wat hij daar mee aan moet. Op de vraag welke behandelaar haar gezien heeft komt ze met een lange lijst. Ze komt niet eens aan werken toe, zóveel onderzoeken heeft ze ondergaan. Maar - zo vertelt ze erbij - niemand wil haar behandelen, want de medische risico's zijn te groot. Ze verwacht echter van de behandelaar dat deze direct een verwijsbrief schrijft voor de beste specialist die hij kan bedenken. Deze zegt dat dat niet kan, want hij moet zich eerst meer verdiepen in haar verhaal. Daarop ontsteekt mevrouw Moens in grote woede. Ze laat doorschemeren dat het is dat ze zo meegaand is, anders zou ze vanavond al een klacht indienen tegen deze specialist.                  

Volgens Martin Appelo, auteur van het boek ‘Een spiegel voor narcisten’ is mevrouw Moens een voorbeeld van een vrouw met een ernstige vorm van narcisme. In vroegere DSM-tijden zouden we hebben gesproken over een theatrale persoonlijkheid.

Er bestaat een aanzienlijke overlap tussen de kenmerken van de theatrale persoonlijkheid, de borderline persoonlijkheidsstoornis en de narcistische persoonlijkheidsstructuur. Al deze mensen willen op een ongezonde manier gezien worden.

Appelo: “Je bent gericht op uiterlijk vertoon, op aandacht, bewondering en erkenning. Je vindt dat de wetten en de regels niet voor jou gelden en dat jij een speciale behandeling verdient” (blz. 73, in Een spiegel voor Narcisten). Je verwacht dat iedereen voor jou klaar staat. Alle mensen hebben een doel in hun leven: ze zijn er ten dienste van jou.

De angstig-depressieve cirkel

Appelo meent dat deze mensen in feite erg bang zijn. Dat wordt gecamoufleerd door zichzelf groter te maken. Hij schrijft in dit verband over de angstig-depressieve cirkel.

  1. Het begint met de instabiele basis: “Ik wil het zelf doen, maar het mag niet.”
  2. Daarna volgt (weer) het opblazen: “Omdat ik zo bijzonder ben gaat de ander alles voor mij doen.”
  3. Er is (weer) geen sprake van wederkerigheid. De boodschap luidt: “Bevredig mij!”
  4. Het vervolg is: Afstoten. “Weg jij, want je bent er niet 100% voor mij.”

Wie is mevrouw Moens?

a. Terug naar mevrouw Moens. We weten niet hoe de basis van haar jeugd is geweest. Wel opvallend is dat ze, ondanks een vermoedelijk hoge intelligentie, nooit een baan heeft gehad. Alsof ze zelf niet aan de slag wil, kan of durft. Dat zou een signaal kunnen zijn van onderliggende angst om te falen, om door de mand te vallen.

b. Mevrouw Moens vindt het eigenlijk heel normaal dat ze de wachtlijsten gewoon kan passeren. Zij is héél speciaal en dat vraagt om een speciale behandeling. Mevrouw Moens verwacht ook direct een behandeling. Ze gaat niet aan de behandelaar in de wijk vragen om een doorverwijzing. Die verwijzing kan de behandelaar van de kliniek toch wel regelen? Bovendien: eigenlijk is die verwijzing helemaal niet nodig. Iedereen kan toch aan haar zien dat zij een speciale behandeling nodig heeft?

c. De boodschap die de behandelaar uitzendt komt eigenlijk niet binnen. Hij wil zich meer verdiepen (dat zou ook een bewijs kunnen zijn hoe speciaal ze is). Maar dat wil mevrouw Moens niet, ze wil direct doorverwezen worden. Is ze misschien bang dat ze bij nader onderzoek met haar verhaal door de mand gaat vallen?

d. Omdat de behandelaar niet meewerkt (in de ogen van mevrouw Moens) klinkt er al direct een klacht in door. ‘Bij deze kliniek zien ze niet hoe speciaal ik ben en weigeren ze mij te behandelen’.  Dat is nog maar een paar stappen verwijderd van een formele aanklacht… Het gevolg van deze houding kan zijn dat behandelaars hun handen niet willen branden aan een patiënt zoals mevrouw Moens. In plaats van samen te werken ontstaan er (van beide zijden) afstotingsmechanismen.

e. Het gevolg is vermoedelijk dat mevrouw Moens zichzelf opnieuw heel bijzonder vindt. Zelfs bij een speciale kliniek wil men haar niet behandelen. Dan moet ze wel héél erg speciaal zijn…

N.a.v.: In: Een spiegel voor narcisten, door Martin Appelo (Boom, 2013).

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.