Persoonlijkheidsorganisatie en borderline

Psychiater Otto Kernberg heeft veel geschreven over de borderline persoonlijkheidsstoornis. Volgens hem hebben mensen met borderline een chaotische structuur van het zelf, van het beeld dat ze van zichzelf en van anderen hebben. Dat noemt hij samen 'de borderline persoonlijkheidsorganisatie'. 

Dat sterk wisselende en weinig coherente beeld van het zelf is op zichzelf niet zo vreemd. Het is namelijk ook kenmerkend voor een heftige puberteit. Het past bij mensen die in emotioneel opzicht een vat vol strijdigheden zijn.

Ellen, een vrouw die inmiddels is behandeld voor haar borderline-problematiek, noemt haar gedrag (achteraf) een vorm van 'uitvergrote puberteit' (geciteerd door Dercksen en Haven).

Pubers kunnen zeer heftig reageren op nabijheid (die ze als ‘bemoeien’ ervaren), maar eveneens op alleen zijn (dat als ‘verlating’ wordt ervaren). En dat zijn precies de kenmerken van borderline. Als iemand kritiek heeft reageren ze alsof ze door een wesp worden gestoken. Maar als de ander hen hun gang laat gaan zien ze dat weer als verlating. Daar reageren ze al even heftig op, bijvoorbeeld door ‘aandachtvragend gedrag’. Denk alleen maar aan bijvoorbeeld uitdagende kleding.

Psychotherapeut Weisfelt vat deze tegengestelde beweging samen als: "Kom eens wat dichter bij mij uit de buurt."

Pubers kunnen zeer heftig reageren en ook extreem zwart-wit. Ook dat gedrag zien we veel bij mensen met een borderline persoonlijkheid.

Als je er zo naar kijkt zie je bij borderline in feite een stagnatie in de emotionele ontwikkeling. Bij iemand met (onbehandelde) borderline-problematiek zou je met Loesje kunnen stellen dat hun puberteit hun hele leven lang door gaat. En de wortels van deze problematiek zijn nog weer vroeger te vinden, namelijk in de peutertijd (hechten en loslaten).

Bij borderline duurt de puberteit een leven lang

Persoonlijkheidsorganisatie

Wat zijn volgens Kernberg kenmerken van de organisatie van de persoonlijkheid bij mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis?

  1. Identiteitsdiffusie: dat wil zeggen dat je een ‘verwrongen’ en ‘negatief’ beeld hebt van en over jezelf en de ander. Daar past ook een zeer wisselend beeld bij: de ene keer ben je zelf (of de ander) perfect en een kwartier later deugt er van jouzelf of van de ander helemaal niets meer.

Dit zeer wisselende beeld werd in de Duitse literatuur al meer dan een eeuw geleden omschreven als ‘himmelhoch jauchzend oder bis zum Tode betrübt.’  Bij een puber kun je deze heftige stemmingswisselingen verwachten, maar als iemand 40 jaar is en zo heftig reageert is het niet meer passend bij de verwachtingen die je van zo’n persoon mag hebben.

2. De aanwezigheid van een primitieve manier van ‘afweer’. Je bent niet bezig om te leven, je bent bezig om te overleven. Minder prettige gevoelens worden niet toegelaten, het moet allemaal ideaal zijn (‘anders stelt mijn leven niks meer voor’).

Bij dat overleven maak je bijvoorbeeld gebruik van:

  •  ‘splitting’ (de één is heel goed en de ander is ontzettend slecht), 
  • ontkenning (ook al liggen de feiten op tafel, het is toch allemaal niet gelogen door mensen die tegen je zijn), en 
  • primitieve idealisering (vergelijk de puber die zijn kamer helemaal vol hangt met posters en teksten van één persoon en er dag en nacht van droomt met die persoon te kunnen trouwen).

3. Realiteitstoetsing. Mensen met een borderline persoonlijkheidsstructuur zijn in principe in staat om de werkelijkheid goed waar te nemen en weer te geven (dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld mensen met wanen). Maar door bijvoorbeeld de boosheid die ‘in’ iemand met borderline zit kan deze waarneming alsnog ernstige vormen aannemen.

Zo kunnen vroege kinderlijke fantasieën bij mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis de kleur van gewelddadige haatfantasieën jegens ouders, of rivaliserende broers en zussen aannemen (aldus psychiater Johan Cullberg). 

De meeste onderzoekers zijn het er over eens dat mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis niet in staat zijn om meerdere emotionele ladingen in één persoon te verenigen. De ander moet perfect zijn óf hij is slecht. Dat een goed iemand ook minder goede kanten heeft kunnen ze niet verdragen. Datzelfde geldt ook voor de kijk op zichzelf: 'óf je doet het heel erg goed óf je deugt voor geen meter'.

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.