Splitting (1)

Elke hulpverlener kent het verschijnsel wel: de ene begeleider wordt op een voetstuk gezet, de ander deugt voor geen meter. En hoe goed je het ‘splitten’ ook kent, je komt ook altijd weer de valkuilen bij jezelf tegen. Want als je als behandelaar op een voetstuk wordt gezet, dan streelt dat je ego.

Per persoon en door de tijd

Splitting komt binnen het team voor: de één is erg goed, de ander moet direct ontslagen worden. Het verschijnsel kan zich ook door de tijd heen voordoen. Eerst ben je een topper en een half jaar later krijg je een klacht aan je broek(rok).

Als medewerker in de zorg moet je alert zijn als iemand jou op een voetstuk zet: de kans is bepaald niet denkbeeldig dat je er vervolgens heel hard afvalt. Hoe meer je op een voetstuk wordt gezet, des te groter zal de kans zijn dat je er af valt.

(Te) hard je best doen

Een andere valkuil is dat de complimenten verslavend werken. Je wilt de relatie immers goed houden. De (onderbewuste) boodschap van de cliënt is: ‘als jij altijd voor mij klaar staat ben jij de beste behandelaar die ik ooit heb gehad’. De manier waarop je op die boodschap reageert is dat je hard wilt werken om aan de verwachtingen te kunnen blijven voldoen. Doe je dat niet, dan val je inderdaad zómaar van je voetstuk.

Splitting en hechting

Naar mijn mening heeft splitting vaak te maken met hechting. Bij de zogenaamde angstig-ambivalente hechting spelen drie tendensen een rol:

  • De behoefte aan nabijheid,
  • De angst voor verlating en
  • De boosheid om de verlating.

Een andere vorm van verstoorde hechting die zich kan uiten in splitting is de zogenaamde gedesorganiseerde gehechtheid. Hierbij is vooral sprake van een onvoorspelbaar patroon van reacties. Je komt tien minuten te laat op de afspraak en er is niets aan de hand. De volgende keer kom je twee minuten te laat en het huis is te klein.

Casus Marjanne   
Marjanne woont op een woning met zes andere cliënten met een lichte verstandelijke beperking. Ze woont met vrij stevige begeleiding, omdat het steeds weer mis ging toen ze begeleid zelfstandig woonde. Marjanne is het helemaal niet eens met alle afspraken die (voor haar) gelden op de woning.  Opmerkelijk is dat ze zich in aanwezigheid van haar persoonlijk begeleider Sanne redelijk ‘aangepast’ gedraagt: er zijn opvallend weinig conflicten. Ze toont zich meegaand en soms zelfs opvallend coöperatief.  Bij begeleidster Dorien laat Marjanne heel ander gedrag zien. Er zijn continu botsingen. Ze is het niet eens met de afspraken, wil zich er absoluut niet aan houden en trekt zich vaak mokkend terug op haar kamer. Wat is er aan de hand?

Zwart-wit

Marjanne heeft in de loop van haar leven veel negatieve ervaringen gekend. Ze is gefrustreerd geraakt en door het leven getekend. Toch heeft ze nog steeds een ideaalbeeld van hoe anderen zouden kunnen of moeten zijn. Er is dus wel een stukje hechting op gang gekomen, maar het is ambivalent. Aan de ene kant is er dus het ideaalbeeld: dat is Sanne geworden. Ze wil Sanne koste wat het kost te vriend houden en het positieve beeld in stand houden.

Maar Marjanne heeft ook veel negatieve ervaringen meegemaakt. Ze heeft een lichte verstandelijke beperking. Dat betekent o.a. dat ze ‘langzaam lerend’ was en daardoor anderen vaak niet goed kon volgen. Het tempo van haar ouders lag bijvoorbeeld te hoog: ze was hen vaak ‘kwijt’. Eén van de gevolgen is vaak een verstoorde hechting.

Dat is volgens de criteria van Boris en Zeanah (2005) bij Marjanne op jonge leeftijd ook al duidelijk geweest. Op volwassen leeftijd laat ze veel kenmerken van een borderline-persoonlijkheidsstoornis zien.

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.