Zeven maal de hechtingsstoornis (1)

In mijn cursussen over hechting vertel ik al aan het begin dat niemand zich helemaal veilig heeft kunnen hechten. Dat kan ook niet, want we leven in een beschadigde wereld. 

Als je niet 100% veilig gehecht bent wil dat niet zeggen dat je ‘dus’ onveilig gehecht bent. Twee op de drie kinderen heeft zich veilig kunnen hechten. Daar staat dus wel tegenover dat er in een klas met dertig kinderen (statistisch gezien) bij tien kinderen sprake is van een onveilige hechting.

Wat een onveilige hechting inhoudt vraagt teveel ruimte, als ik er cursus over geef kost me dat in principe twee dagen. Er zijn verschillende vormen van onveilige hechting, die allemaal consequenties hebben voor het gedrag en voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid.

Ik vat de overkoepeling van de onveilige hechting als volgt samen: kinderen (en volwassenen) die onveilig gehecht zijn, zijn vooral bezig te overleven. Ze komen weinig aan het echte, ontspannen, leven toe. Ze hebben moeite met ontmoeten, omdat ze vooral moeten (van zichzelf of van anderen). 

In de DSM IV wordt één type hechtingsstoornis beschreven: de reactieve hechtingsstoornis. Om van deze stoornis te kunnen spreken moet er op jonge leeftijd aantoonbaar sprake zijn geweest van een tekort. Daarbij kan gedacht worden aan het ontbreken van een vast hechtingsfiguur in de eerste levensjaren (bijvoorbeeld: kinderen die in een kindertehuis met veel wisselende begeleiders zijn opgegroeid of die in de eerste jaren veel in het ziekenhuis hebben gelegen).

Dit lijkt in de praktijk van zorg en opvoeding een te beperkte classificatie te zijn (aldus Rien Verdult). Als één op de drie kinderen onveilig is gehecht moet er (naast de beschreven reactieve hechtingsstoornis) veel vaker sprake zijn van problemen in de hechting. Bére Miesen schrijft dat die problemen ook de kleur van de dementie bij ouderen kunnen bepalen.

Een al wat gedateerd onderzoek van Karl Heinz Brisch (Universiteit van München in: Treating Attachment Disorders, 2012) is interessant om nog eens beter naar verschillende vormen van onveilige hechting te kijken.

Brisch heeft zich vooral ingespannen om de hechting van jonge kinderen in complexe situaties beter op gang te helpen (bijvoorbeeld baby’s die maandenlang in de couveuse moeten verblijven, jonge kinderen die opgroeien in traumatiserende omstandigheden). Brisch maakt een bredere differentiatie bij zijn omschrijving van hechtingsstoornissen.

Zeven verschillende vormen

Brisch maakt onderscheid tussen verschillende typen hechtingsstoornissen. Qua gedrag beschrijft hij 7 verschillende verschijningsvormen:

 a). de volledige onthechting (ook wel bodemloosheid genoemd): het kind vertoont geen enkel teken dat wijst op enige mate van hechting aan personen. Het gedrag is zeer wisselend, fragmentarisch.

b). de ongedifferentieerde binding (allemansvriend): het kind doet tegenover iedereen even vriendelijk, maar lijkt daardoor geen onderscheid tussen personen te maken. Het loopt daardoor met iedereen ook even gemakkelijk mee. Het kind zoekt nabijheid en past zich aan aan de sfeer in de omgeving. Het lijkt soms op een kameleon.

Morgen ga ik op dit weblog verder met de volgende vormen van onveilige hechting die door Birch worden beschreven. 

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

3 gedachten over “Zeven maal de hechtingsstoornis (1)”

  1. dat een onveilige hechting de kleur van latere dementie kan bepalen is een bijzondere gedachte, is daar iets meer over bekend? groeten mia

    1. @ Mia: het is niet wetenschappelijk onderbouwd, maar ik herken het wel vanuit een aantal voorbeelden in de praktijk. Ik noem het ook wel eens in een cursus en dan wordt het door begeleiding ook herkend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.