Prestaties belonen of gezien worden?

Als je de boeken van Jesper Juul leest zou je daar als ouder/opvoeder onzeker van kunnen worden. "Nu heb ik geleerd om mijn zoon te belonen voor zijn prestaties, is het wéér niet goed!"

Presteren om gezien te worden?

Jesper Juul is wel kritisch over onze westerse samenleving en ook over het schoolsysteem. Hij meent dat we veel te veel het accent leggen bij het moeten presteren. Je moet op school scoren om gezien te worden. En als het op school niet lukt moet je bijvoorbeeld opvallen in de sport. Of door in een playback-show op te treden als mini-volwassene. Dat streven naar prestaties gaat – aldus Jesper Juul – ten koste van het wezenlijke contact, van het ‘gezien worden’. Maar tegelijkertijd – en de mensen die workshops van hem hebben meegemaakt weten dat ook – is hij vooral ‘steunend’ naar ouders toe.

In de westerse samenleving ontwikkelen kinderen meer vertrouwen in hun kunnen dan vroeger, maar niet in zichzelf. Om het in de termen van mijn leermeester Jacques Heijkoop te zeggen: ze kunnen veel, maar de vraag is: kunnen ze het ook áán? Aan de basis van mijn werk is de afgelopen decennia die vraag steeds meer centraal komen te staan: de disharmonie tussen kunnen en aankunnen. Hoe meer die beide aspecten uit elkaar gaan lopen, des te groter is de kans op psychische problemen en gedragsproblemen.

Lars maakt een tekening

Een voorbeeld uit het boek ‘Uw capabele kind’ door Jesper Juul. Lars zit te wachten totdat zijn moeder thuis komt. Zijn vader zegt: “Ga maar een tekening voor mamma maken.” Mamma heeft een drukke baan en komt veel later thuis dan verwacht. Ondertussen heeft Lars wel zes tekeningen voor zijn moeder gemaakt. Als de deur open gaat rent hij naar haar toe en laat haar zijn mooiste tekening zien.

Stel je voor dat de moeder van Lars zou zeggen: “Lars, je bent bijna vier jaar oud, weet je nu nóg niet hoe je een huis moet tekenen?” Of als ze zou zeggen: “Dat kan veel beter.” Dan zouden de pedagogische rapen bij veel ouders gaar zijn. Die pedagogiek hebben we ook in het onderwijs grotendeels achter ons gelaten. We zijn nu vooral van het belonen. Hoe meer je de prestaties van het kind beloont, des te beter de pedagogische socore.

Dus nu het tweede bedrijf: De moeder van Lars pakt de tekening en zegt: “Wat kun jíj goed tekenen!” Dat is de reactie die past in de moderne westerse samenleving.

Jesper Juul: “De lof van moeder is goed bedoeld. Maar wat er toch mist is het contact. Lars rent niet naar zijn moeder omdat hij een beoordeling van zijn prestaties wil horen. Het is een cadeautje voor zijn moeder omdat hij van haar houdt en haar heeft gemist. Lars geeft zichzelf, hij heeft die tekening met zijn hele hart en lijf en verstand voor zijn moeder gemaakt. Wat hij terugkrijgt is een beoordeling van zijn tekening.”

Stel je voor dat ik een vroegere vriend tegen zou komen. Hij nodigt me uit om bij hem te eten. Na afloop zegt hij: "Het was gezellig om jou weer eens uitgebreid gesproken te hebben." En jij zou zeggen: "Ja, het was fijn om te kunnen constateren dat je veel beter hebt leren koken." Dat is wel een compliment, maar iedereen beseft dat er toch kortsluiting zit in de communicatie. 

Mag de moeder van Lars dan niets zeggen over die tekening? Natuurlijk wel. Maar het gaat er om dat in de context van haar antwoord niet alleen een beoordeling ligt, maar dat je ook de relatie terug hoort. Eigenlijk maakt het niet zoveel uit wat ze precies zegt, als je maar een persoonlijke reactie is die ook weergeeft dat Lars en zij bij elkaar horen.

Voorbeelden zijn: “Dankjewel Lars, dat vind ik mooi, daar ben ik blij mee!” “Wat heb jij mooi gekleurd, daar is mamma blij mee, dankjewel. Zal mamma jouw tekening ophangen. Waar gaan we hem ophangen?” “Dag lieverd, ik heb je gemist, en nu krijg ik een tekening van jou.”

Ook in deze antwoorden zit wel een stuk positieve waardering, maar het is geen beoordeling.

Onze kleindochter T van vijf jaar stapte op de fiets voordat ik klaar was om met haar mee te fietsen. Even verderop reed ze tegen de stoeprand en viel. Ik kan dan reageren met "Dat krijg je er van als je niet op opa wacht!" Die reactie kan voortkomen uit schrik en bedoeld zijn als waarschuwing. Maar waar het op dat moment om gaat is dat zo'n meisje even getroost moet worden. Ze is zelf al genoeg geschrokken. Pas daarna - als de rust hersteld is - kun je vragen of ze de volgende keer even wil wachten op opa. Een eerste reactie uit schrik, angst of boosheid is begrijpelijk, maar in relationeel opzicht vaak niet de goede reactie. 

De glijbaan van Bart

In het voorbeeld van Bart (blog van 20 juni 2020) gaat het ook niet om goed of fout. Natuurlijk mag mamma bezorgd zijn dat Bart op de hoge glijbaan geklommen is. Natuurlijk mag pappa trots zijn op zijn zoon die dat zomaar durft. Maar die reacties gaan niet in op de vraag die Bart stelt: “Hebben jullie mij gezien. Is het hier wel veilig, zo in mijn eentje?”

Dus mamma kan zeggen: “Wat zit je hoog Bart, mamma komt even naar je toe om je te helpen.” Of pappa: “Ik zie je wel Bart. Je bent nu erg hoog, groter dan pappa. Pappa komt even naar de glijbaan toe.”

Bij de veilige hechting draait alles om sensitiviteit en om responsiviteit. Sensitiviteit houdt in dat je gevoelig bent voor de emotionele signalen van het kind. Responsiviteit betekent dat je een antwoord hebt op het gedrag van het kind.

Een peuter van drie wil het veilige lijntje met zijn ouders vasthouden en wil bij gevaar gezien worden. Hij vraagt ook om veiligheid en begrenzing: in dit geval om ouders die (toch) in actie komen. Maar datzelfde geldt ook voor pubers. Ook daar heeft Jesper Juul een boek over geschreven: 'Gezinsleven.'

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

Eén gedachte over “Prestaties belonen of gezien worden?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.