Goed en slecht

Eén van de meest ingewikkelde taken die je tijdens je ontwikkeling moet leren is het omgaan met wat goed is en met wat slecht is.

Zwart-wit

Pubers denken vaak sterk zwart-wit. Iemand is helemaal goed of die persoon deugt helemaal niet. Iets is goed óf fout. Dat zou nog kunnen. Maar ze denken ook gemakkelijk dat iemand óf goed óf fout is.

In dat opzicht lijken pubers op peuters, die ook een zwart-wit schema in hun hoofd hebben. Stoute en lieve mensen en iets mag nooit of het mag altijd.

Een deel van de pubers wordt volwassen. Hoewel Loesje schrijft dat de ware puberteit je leven lang voortduurt. Maar die groei gaat geleidelijk.

NB: Ik koppel onderstaand verhaal even los van trauma’s, want bij een trauma lukt het nauwelijks om genuanceerd te leren denken.

Middelbare leeftijd

Veel mensen komen pas op middelbare leeftijd (40 á 50 jaar) tot het werkelijke besef hoe mensen in elkaar zitten. En dat iedereen én goede én kwade kanten heeft. Veel kinderen leren pas op die leeftijd (als hun ouders kwetsbaar en hoogbejaard zijn) hoe hun ouders meerdere kanten hadden. En ook hoe ook zij in hun omstandigheden probeerden er het beste van te maken.

Het bij elkaar brengen van tegengestelde tendensen wordt binnen de levensloop van de mens wel gezien als de belangrijkste psychologische taak voor de mens.

Andere mensen hebben goede en slechte kanten

De mensen met wie ik een nauwe emotionele band heb hebben hun goede en hun slechte kanten. Ze zijn niet zo ideaal als ik als kleuter wilde denken (‘mijn pappa kan alles’), maar ook niet zo slecht als ik als puber wel eens dacht (‘ik ga alles totaal anders doen, want ze begrijpen niets van mij’).

Ik heb goede en slechte kanten

Ook ik heb mijn goede en mijn slechte kanten. Als puber wilde ik de wereld verbeteren, ik moest zorgen dat ik zo goed kon worden dat iedereen tegen mij op zou kunnen kijken. Ik moest er voor zorgen dat alles perfect zou worden: een goede baan, een mooi huis, een prachtige relatie zonder ruzie. Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik heb slechte dagen, ik ben lang niet altijd aardig, ik maak ruzie, mijn huis is soms een rommeltje. Maar dat maakt mij nog geen slecht mens. Ik ben niet perfect, de goede en minder goede kanten horen beiden bij mij als persoon.

Ik ben verantwoordelijkheid maar mag soms ook vrij zijn

Ik heb behoefte aan vrijheid, maar ik ben ook gebonden en verbonden. Ik heb mijn verantwoordelijkheden. Het is niet goed als ik altijd maar mijn eigen gang ga. Dan doe ik mijzelf en anderen tekort. Maar het is ook niet goed als ik geen enkele ruimte neem, als anderen bepalen wat ik kan en wat ik mag, als ik altijd maar weer helemaal in bezit word genomen door wat anderen van mij willen. Het hoort bij mij dat ik verantwoordelijkheid heb jegens anderen. Maar het hoort ook bij mij dat ik soms ruimte neem voor dingen die met mijn vrijheid te maken hebben.

+ / –

Dit beeld past in zekere zin bij het schema dat ik eerder beschreef. Een kenmerk van een ongezond psychisch beeld is het ‘minnen’ van jezelf en van de ander. Naarmate mensen meer psychisch gezond functioneren zijn ze in staat om meer genuanceerd naar zichzelf en naar de ander te kijken.

Geparafraseerd ontleend aan: 'Noodzakelijk Verlies', Judith Viorst, blz. 330
Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.