Emotionele ontwikkeling en kwetsbaarheid (1)

Er zijn allerlei manieren om gedrag van mensen in kaart te brengen. Het meest gangbaar zijn de DSM-criteria. Daar passen ‘uitkomsten’ bij zoals: er is bij persoon X sprake van ADD, bij persoon IJ zien we een stoornis binnen het autistisch spectrum en bij persoon Z kan gesproken worden over een borderline-persoonlijkheidsstoornis.

Minder gangbaar is de zogenaamde ontwikkelingsdynamische benadering. Dan gaat het o.a. over de wijze waarop iemand een eigen ‘ik’ heeft ontwikkeld.

Eén van de grondleggers van dit denken is de ego-psycholoog Erik Erikson. In Nederland is zijn manier van denken o.a. terug te vinden in het werk van prof. dr. R.E. Abraham (Het Ontwikkelingsprofiel) en in de gehandicaptenzorg bij Prof. dr. Anton Došen (SEO, de schaal voor emotionele ontwikkeling). Indirect vind je dit denken terug in het werk van Jacques Heijkoop (‘kunnen en aankunnen’).

Mensen kunnen zeer intelligent zijn, ze kunnen allerlei vaardigheden bezitten en toch in emotioneel opzicht erg kwetsbaar zijn.

De ontwikkeling van het zelf

In het werk van Prof. Abraham vind je de stappen die zorgen voor de ontwikkeling van het ‘zelf’. Kleine kinderen zijn erg afhankelijk van hun omgeving en de manier waarop ze ‘gezien’ worden. Bij een gezonde emotionele ontwikkeling kun je geleidelijk beter een afweging maken tussen wie je zelf bent en wat de ander wil. Je leert minder zwart-wit te denken. Je wordt daarmee minder afhankelijk van wat je bereikt hebt, van de status die je hebt, van het oordeel van de ander.

Vanaf de babytijd wordt er gebouwd aan ‘de persoon’. In de eerste fase van het leven moet de baby een basaal gevoel van veiligheid ontwikkelen. Is de babytijd onveilig, dan heeft dat gevolgen voor alle volgende fasen van de ontwikkeling.

Iedere fase van de ontwikkeling heeft zijn eigen ‘opdrachten’. Zo gaat een peuter een eigen ik ontwikkelen, los van zijn moeder. Positieve ervaringen en moeilijke omstandigheden samen maken hoe je op den duur een eigen identiteit opbouwt. Je bent volgens Erikson niet ‘af’ als je 21 jaar oud bent. De ontwikkeling gaat je leven lang door en Erikson beschrijft ook uitgebreid de persoonlijkheid van mensen die de 70 jaar al gepasseerd zijn. Dat is handig voor een deel van de lezers van dit blog.

 Het verhaal van Sandra

Sandra is een goed verzorgde jonge vrouw van 25 jaar. De manier waarop ze haar huishouden doet is daarmee in tegenspraak: je verwacht ook een net huis, maar het is rommelig en vervuild. Sandra heeft een Mbo-opleiding gevolgd, maar geen diploma gehaald. Ze heeft nooit langer dan enkele maanden een baan gehad. Het contact met haar moeder en haar zus heeft ze verbroken. Ze heeft een vriend gehad, maar die is buiten beeld. Ze heeft een zoontje van twee jaar, dat in een pleeggezin woont en één dag in de week bij haar is. In het verleden zijn er binnen de GGZ diverse diagnoses gesteld: depressie, ADD, bipolaire stoornis, een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Sandra is wat ze denkt dat anderen van haar denken.

Sandra is voortdurend bezig met wat anderen van haar denken. Dat wordt wel een afgeleid zelfbeeld genoemd: ze is wat ze denkt dat anderen van haar denken. Als de buurvrouw haar niet begroet dan is de buurvrouw ‘dus’ boos. Ze speurt Facebook af naar berichten die over haar gaan. Ze meent ook dat mensen steeds over haar praten. Dit is een voorbeeld van een betrekkingsidee: gebeurtenissen om je heen betrek je voortdurend op jezelf.

Chaos

Sandra is niet in staat om haar huishouden te ordenen. Het is overal een chaos. De spullen laat ze liggen waar ze liggen. Het aanrecht wordt niet opgeruimd, kopjes worden omgespoeld als de voorraad op is. Ze verschoont haar bed niet en ook niet het bedje van haar peuter. Voordat het zoontje geboren werd is er geprobeerd om Sandra met strakke afspraken (aan) te leren om het huishouden te organiseren, maar dat werkte averechts: ze liet niemand meer toe.

Omdat ze in verwachting was ontstond er een spanningsveld: moet er consequent worden vastgehouden aan strakke eisen (waardoor de begeleiding in feite buiten spel stond) of wordt er geprobeerd ‘met zachte hand’ toch wat orde in de chaos te ‘regelen’?

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.