Zenuwarts (6)

"Kan het zijn dat uw fietsen een obsessief-compulsieve component heeft? Ik kan u die vraag wel stellen, meen ik, want u begrijpt denk ik wel wat ik daarmee bedoel." Aldus dokter Jansma, oftewel dokter Zielstra.

Dokter Jansma stelde een cold-turkey methode voor. Ik moest mijn fiets maar eens tijdelijk in zijn garage parkeren.

“Waar droomt u wel eens van?” vroeg dokter Jansma. Aha, nu gaan we op de Jungiaanse toer van de droomduiding. Straks moet ik ook nog een boom tekenen.

Volgens mij droom ik van alles door elkaar. Ik heb dat wel eens genoteerd. Op den duur wist ik mij ’s morgens altijd een aantal dromen te herinneren. Dat lukte alleen als ik binnen een seconde na het wakker worden ging schrijven. Alleen was dat weer niet bevorderlijk voor de nachtrust: ik ging slapen op de taak van het herinneren van dromen.

“Zijn er bepaalde thema’s die vaak in uw droom terug komen?” Jazeker, dat zijn er wel een paar. En ik kan dokter Jansma ook uitleggen dat die thema’s altijd met controle en met controle-verlies te maken hebben. Ik droom regelmatig van mijn cliënten, ook al is dat soms meer dan 40 jaar geleden. Dan gaat het over situaties waarbij ik de oplossing niet kon bedenken. Het waren dromen over bewoners die ernstige problemen hadden, maar waarbij ik geen goede behandeling kon bedenken.

Ik betrap me op de neiging om aan dokter Jansma te vragen of hij ook wel eens droomt van zijn patiënten. Maar ik weet deze vraag nét binnensmonds te houden. De rollen moeten hier wel helder blijven.

Dokter Jansma ziet mij echter nadenken en vraagt zich af of er informatie uit mijn voorbewuste bewust door mij bewust tegengehouden wordt. “Nee” zeg ik, “er kwam een vraag in mij op, maar die moet ik nu niet stellen.”

Maar dokter Jansma vraagt zich toch echt af wat die vraag was. Ik moet geen dingen achter houden. Hij is niet nieuwsgierig, maar hij wil wél alles weten. Uiteindelijk stel ik de vraag wat algemener. “Ik vraag me af of niet alle therapeuten dat hebben. Of dat niet een normaal verschijnsel is.” “Over wat normaal is en wat niet gaan we het niet hebben, want dan zijn we de komende uren nog niet uitgepraat” zegt dokter Jansma. Vertelt u verder over uw dromen.

Ik droom ook regelmatig dat ik een lezing moet houden of in de kerk een kerkdienst moet leiden, en dat ik helemaal mijn tekst kwijt ben of dat alle stukken door elkaar liggen.

“Heeft dat ook echt wel eens plaatsgevonden?” vraagt dokter Jansma. “Nee, bij mijn weten niet.” “Wat is het ergste dat er zou kunnen gebeuren?” vraagt dokter Jansma. Tsja, dat ik het allemaal niet meer weet en stil val. “Is dat een ramp?” wil dokter Jansma weten. “Ik zou het wel heel vervelend vinden” zeg ik. “En voor wie is het dan een ramp?” vraagt dokter Jansma. Nou ja, vooral voor mijzelf, antwoord ik. “Dat betekent dus dat u hoge eisen aan u zelf stelt” constateert dokter Jansma. “Die mensen zijn ook vatbaarder voor een obsessief-compulsieve stoornis, maar dat hoef ik u niet te vertellen.” 

“Droomt u wel eens van uw fiets?” vraagt dokter Jansma. Ik moet even nadenken, want volgens mij gebeurt dat niet vaak. Maar opeens weet ik het. Ik droomde dat ik mijn fiets in de trein had staan, en dat ik in Delft uitstapte en dat ik helemaal vergeten was dat mijn fiets in de trein stond. Dat ontdekte ik pas toen de trein weg reed. En toen vroeg ik me af waar ik mijn fietssleuteltje had, of de fiets in de trein op slot stond en of ik naar het eindpunt kon treinen om daar de fiets weer terug te vinden.

“Zou dat kunnen betekenen dat de wereld door gaat, maar dat u bang bent dat u op een bepaald moment af moet haken, en dat u bang bent om achter te blijven? Dat is een bekend thema in uw levensfase. Een droomthema voor sommige mensen is dat ze de trein missen, maar bij u ligt dat anders. In uw geval stapt u uit de trein en uw fiets rijdt verder,” zegt dokter Jansma. “Is die angst de reden waarom u nog niet met pensioen bent? Er zijn trouwens ook veel mensen die meer dromen over het kunnen vliegen, de trein kom ik bij de droomduiding maar weinig tegen. Maar daar weet u vast zelf een verklaring voor te vinden.” 

“Droomt u ook wel eens dat u tegen wordt gehouden op de fiets? U wilt ergens naar toe, maar u wordt onderweg gehinderd?” Ik kan me dat niet direct herinneren. “Hebt u dat vroeger ook niet gedroomd?” Ik kan het me echt niet herinneren. Aan de mimiek van dokter Jansma meen ik af te lezen dat hij vermoed dat deze dromen in mijn onderbewuste liggen opgeslagen. Ik wil er volgens hem gewoon niet meer aan herinnerd worden.

De droomduiding van Jung is dat je bij zo’n droom gehinderd wordt door iets of iemand in het behalen van je doelen. De paarden sloegen op hol, de postkoets raakte vast in de modder, er reed een andere postkoets in de weg waardoor de reis vertraagde. De variant op deze droom had de stoomtrein kunnen zijn, maar ik heb net begrepen dat het dromen van treinen een meer atypisch verschijnsel is.

Mijn vroegere tandarts (met als hobby: treinen) had daar ook een verklaring voor. "Meneer Henk 50, u zit ook in het vak. Vertelt u eens. Hebben mensen die zoveel met treinen bezig zijn als ik misschien een stoornis in het autistisch spectrum?" Met zo'n tandarts zit je wel wat langer in de stoel, maar we konden het prima met elkaar vinden....
Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.