Weglopen (2)

In dit tweede blog noem ik enkele vormen van weglopen.

1) Kinderen met een ‘bodemloos’ bestaan hebben -soms al heel jong- de neiging om weg te lopen. Ze lopen niet ergens naar toe. Het is een onbestemd weglopen. Zo ken ik iemand die als kind regelmatig zoek was. Dan liep hij ergens in zijn eentje te dagdromen. Vaak was hij ook helemaal de tijd vergeten. Soms was onderweg zijn aandacht getroffen door iets bijzonders. Daar bleef hij dan steken. Omdat hij zijn huis niet als een thuis ervoer was de drijfveer om naar huis te komen nauwelijks aanwezig. Hij was een zwerver die zich overal en nergens kon bevinden.

2) De wat oudere kinderen, pubers en volwassenen kennen het outcast-weglopen. Dit is ook een vorm van weglopen omdat het kind geen bodem ervaart. Maar nu komt er nog iets bij: het kind heeft het gevoel verstoten te worden. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij kinderen die geen aansluiting vinden in de groep. Soms is er binnen het gezin ook een kind dat als zondebok wordt gezien (of dat denkt dat het de zondebok is). Dat kind heeft veel sterker dan de anderen de neiging om weg te lopen.

3) Er zijn ook kinderen die weglopen omdat ze de chaos en structuur-loosheid van het gezin niet aankunnen. Kinderen hebben naast een relatie met de opvoeder (ad 1) ook een structuur nodig die hen houvast geeft. Dat bouwt zich al in de vroege peutertijd op: structuur van ruimte, tijd en persoon. Een vaste plek, een vaste tijd en enkele vaste personen. Als een kind helemaal geen grip ervaart, als het verloop van de dag onvoorspelbaar is, als eten en naar bed gaan op volstrekt willekeurige momenten plaatsvinden raakt het kind zoek in een structuurloos bestaan. De paradox is dat het dan door weg te lopen enige controle over zijn leven krijgt.

4). Het omgekeerde komt ook voor. De structuur binnen het gezin (of de instelling) is dermate strak dat het kind geen enkele ruimte meer rest. De regels houden geen rekening met het individuele karakter van het kind. Binnen dit strakke regime zal het kind spanning op gaan bouwen. Op een bepaald moment móét het wel vluchten. De kinderen in de eerste en derde groep zullen niet zo gedreven weglopen, ze zwerven meer en verdwijnen dan. Bij de tweede en vierde groep overheerst de boosheid. Deze kinderen proberen vaak zo snél mogelijk zo vér mogelijk weg te komen: de spanning is te groot geworden.

5) Bij de eerste vier vormen kun je zeggen dat er (te) weinig relatie is met de opvoeder of dat de regels de relatie in de weg zitten. Maar er zijn ook kinderen die weglopen om de relatie uit te testen. Het weglopen wordt als psychologisch wapen gebruikt. Dat zie je al op jonge leeftijd (de peuter die wegloopt en omkijkt of iemand hem zoekt).

Kees loopt soms weg en verstopt zich dan in de bosjes. Vanuit die bosjes kijkt hij of hij wel gemist en gezocht wordt.

Peter woont een jaar op de instelling. Nu hij begint te wennen aan het wonen constateert de begeleiding dat hij sterk de neiging krijgt om weg te lopen. De angst voor binding leidt tot de behoefte om weg te lopen en tegelijkertijd de relatie uit te testen.

6) De laatste vorm die ik noem is het kind dat wegloopt om duidelijkheid te krijgen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar in de relatie gebeurt er na het weglopen vaak iets vreemds. Opvoeders worden namelijk opeens weer erg duidelijk. De regels worden opnieuw helder. Het kind forceert dan dus met zijn gedrag meer duidelijkheid. Dat zie je soms ook bij kinderen die de geboden vrijheid eigenlijk niet goed aankunnen. In zekere zin is er een overlap met de derde genoemde vorm.

Er zijn nog meer varianten op het thema weglopen. Dus volgen er nog twee wegloopblogs.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

4 gedachten over “Weglopen (2)”

  1. Nummer 5, dat weglopen als testen, herken ik bij mijn kleindochter van 3; bij haar is het vooral een spel dat ze speelt. Ze is er volgens mij behoorlijk zeker van dat ik haar wel zal zoeken en vinden.

    1. @ Harme: ik heb in mijn werk te maken met ‘problematische opvoedingssituaties’ zoals dat vroeger genoemd werd. Als ik ergens bij gehaald word is er dus iets aan de hand. Maar gelukkig gaat het meestal goed, al loopt ieder kind in zijn ontwikkeling deuken en blutsen op: perfect opvoeden bestaat niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s