Zenuwarts

Het bord bij de deur meldt: dr. A.Jansma, zenuwarts. De Friese naam klinkt mij vertrouwd in de oren, maar dat zenuwarts, is dat voor zenuwenlijers? Gelukkig had ik een oom die ook een bordje zenuwarts naast zijn deur had hangen. Een zenuwarts was niet perse voor stresskippen, maar voor allerlei mensen die hun hoofd om wat voor reden dan ook even moeten ordenen. Dat komt in de beste families voor.

Ik bel aan en de deur floept direct open. Dat is verdacht. Kennelijk word ik in de gaten gehouden. Maar dat zal wel een gevalletje paranoia zijn. De hal geeft toegang tot een klapdeur met het opschrift ‘Wachtkamer’. Het leven is één grote wachtkamer, dus dat kan er ook nog wel bij.

In de wachtkamer staat een bank. Dat is misschien om te oefenen. Speciaal voor behandelingen bij psychoanalytisch geschoolde psychiaters. Maar voor andersdenkenden zijn er ook losse stoelen klaar gezet. Misschien ziet de zenuwarts wel direct wat voor vlees hij in de kuip heeft aan de hand van de plek die de patiënt in de ruimte gekozen heeft. Iemand die de bank in beslag neemt is toe aan psycho-analyse.

Ik ben de enige in de wachtkamer. Het zou trouwens ook wel vreemd zijn als er meerdere wachtenden zouden zijn. Gesprekken met een psychiater duren doorgaans geen zes minuten, maar drie kwartier. Dat komt omdat de hond van Sigmund Freud, die onder zijn bureau de wacht hield, na drie kwartier weer gapend wakker werd. Dan wist Freud dat het tijd was om de sessie te stoppen. Daarom duren nu al een eeuw lang sessies bij de psychiater gemiddeld drie kwartier.

Zo’n wachtkamer met meerdere wachtenden kan trouwens wel spontane uitingen van groepstherapie uit kunnen lokken. Zoals in de wachtkamer van een andere zenuwarts. Eén van de wachtenden vertelt dat hij Napoleon is. Een andere wachtende zegt: “Dat kan niet. Wie heeft dat gezegd?” “Jezus!”, antwoordt de man. Daarop klinkt er uit een hoek een stem: “Wat heb ik nú weer gezegd?”

Eén van de meest indrukwekkende museumbezoeken in mijn leven was het bezoek aan het Freudmuseum in Wenen. Wachtkamer en behandelkamer zijn in de oude toestand gehandhaafd, alleen de hond ontbreekt. De Nazi’s hebben geprobeerd om alles van deze Joodse zielenknijper te verdonkeremanen, maar het meubilair was goed in het Weense onderbewuste verstopt om pas na de Russische bezetting weer op te duiken.

Ik probeer de sfeer van die wachtkamer op te roepen, maar dat lukt maar gedeeltelijk in dit 20e eeuwse Amsterdamse herenhuis. De wachtkamer is te strak ingedeeld, al hangen er kunstwerken die Freud met waardering zou hebben bekeken.

Daarna is het tijd voor de vakliteratuur. Toen ik nog naar de kaper ging waren dat de Panorama en de Nieuwe Revu en als het een beetje mee zat ook nog De Lach. Maar deze psychiater houdt het degelijk, met Het Beste, Intermediair en Arts en Auto. Stel dat ik dokter was geworden, dan had ik de brievenbus dicht willen plakken uit angst dat zo’n blad tussen de post zou zitten. Wie bedenkt er nu zo’n combinatie. ‘Arts en fiets’ ben ik nog niet tegen gekomen. Trouwens: wat beweegt een arts om zo’n blad in de wachtkamer te leggen. Het wordt tijd voor een confrontatie.

“Komkom, tuuttuut, hoho!” hoor ik mijn alter-ego zeggen. Waarom trouwens al die woorden twee maal? Volgens neo-freudianen heeft de neiging om van alles twee te hebben te maken met narcisme (twee bloempotten in de vensterbank, bijvoorbeeld). Geldt dat ook voor iets twee keer zeggen?

Maar waarom moet Henkie van die Arts en Auto nu een probleem maken? Ieder mens is toch verschillend?  “Maar niet in mijn wachtkamer” hoor ik mezelf zeggen. “Het is jouw kamer helemaal niet, wat denk je wel?” antwoordt mijn alter-ego. “Zo’n kamer zou ik niet eens willen hebben” antwoord ik verongelijkt. “Wat ben jij een klein jongetje” zegt mijn alter-ego. “Heb je je sociaal-emotionele ontwikkeling al wel eens in kaart gebracht?”

Dan gaat de deur open. Een stevige vrouw van middelbare leeftijd met nochtans prachtig rood haar kijkt mij aan. Ik moet even schakelen. Ben ik op zoek naar een vaderfiguur en word ik nu opnieuw gebonden aan een moederfiguur? Veel tijd om hier over na te denken krijg ik niet. “Meneer Algra, hebt u geen afbericht van ons ontvangen?” Mij is geen afbericht bekend, maar gezien mijn leeftijd vergeet ik ook nog wel eens wat. “Dokter Jansma heeft gisteren een aanrijding met een auto gehad, hij kan deze week zijn afspraken niet nakomen.” “Dat komt er van” hoor ik mezelf zeggen. “Arts en auto, weet je wel”.

“Als u wilt kunt u nu meteen een nieuwe afspraak maken” zegt de assistente van dokter Jansma. Dat lijkt me ook wel handig. Ik heb een hekel aan telefoontjes plegen. Bij de balie vraag ik toch maar even hoe de toestand van de dokter is. Hij heeft een paar verwondingen opgelopen, maar de schade viel verder mee, alleen zijn fiets kon naar de schroothoop. “Op de fiets?” vraag ik. “Ja, dokter Jansma is een verwoed fietser” zegt de assistente. “Na een dag vol gesprekken stapt hij graag nog even op de fiets.”

Die opmerking brengt mij op een alternatief idee. Kunnen we niet een fietsconsult afspreken? Nee, zegt de assistente, dat kan ik u niet aanraden. U kunt hem toch niet bijhouden. Hij fietst als een gek. “Maar hij is het toch niet?” vraag ik. “Ik mag hopen van niet” zegt de assistente.

De volgende afspraak met de fietsende zenuwarts is over vijf weken. Ik ga dan op de fiets en zet mijn Batavus in de wachtkamer. Hebben we meteen een gespreksonderwerp.

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

Eén gedachte over “Zenuwarts”

  1. Ik weet niet Henk waarom je afspraak had, maar niet voor je gevoel voor humor neem ik aan. Wat een rijkdom als je zo de dingen kan relativeren. groeten uit Alkmaar. o. ja wil je ons uit je bestand halen wat betreft jullie gedrukte uitgave, ik volg je met plezier op internet en dan is dat een beetje dubbelop.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.