Oorzaken van rivaliteit (1)

Eén van de thema's in het Ontwikkelingsprofiel van R.E. Abraham is dat van de rivaliteit. In zijn boek plaatst de onlangs overleden hoogleraar aan de UvA gedragskenmerken van de latere persoonlijkheid tegen de achtergrond van de vroege ontwikkeling van de persoon.

Rivaliteit vormt de drijfveer achter het gedrag van de betweter. Martin Appelo heeft gepubliceerd over de omgang met de betweter. Omdat ik af en toe voor tandartsen werk geef ik een voorbeeld uit die praktijk dat ik eerder meer uitgebreid plaatste op dit weblog.

De patiënt komt bij de tandarts binnen en gaat aan de tandarts uitleggen hoe een goede behandeling er uit moet zien. Geeft de tandarts tegengas, dan is hij bij de betweter aan het verkeerde adres. Hij heeft gelezen dat het allemaal heel anders in elkaar steekt en bovendien heeft hij een goede vriend die hoog in de tandartsen-hiërarchie zit en die het helemaal met hem eens is. Ik ken een man die het verhaal zó goed vertelde dat de tandarts ging twijfelen en dacht dat hij een collega in de stoel had…

Strijd voeren met een betweter heeft geen enkele zin. Hoe meer wapens je als behandelaar in de strijd gooit, des te meer verlies je het. Je moet vooral ‘laten’. “Het lijkt me een prachtig plan, maar helaas, ik heb de vereiste diploma’s niet om u op die manier te behandelen. Is het een idee dat ik contact opneem met die goede vriend van u, met de vraag of hij u kan behandelen?”

Komt een betweter bij de psycholoog, dan is er werk aan de winkel. De kunst is om het als psycholoog niet uit te gaan leggen. Want daar is de betweter allergisch voor. De rivaliteit uit het gezin richt zich nu op de psycholoog. Die vormt een potentiële bedreiging.

De reactie is dat de betweter het natuurlijk allemaal beter weet. Wat de psycholoog vertelt is allemaal psychologie van de koude grond. Je moet eigenlijk zoeken naar een vorm van socratisch motiveren, waardoor de patiënt zelf op een idee komt en bovendien denkt dat het helemaal zijn eigen idee is…

Wat is er aan de hand?

Volgens een aantal onderzoekers zijn mensen die voortdurend aan het rivaliseren zijn in feite heel onzeker over hun functioneren. Die onzekerheid zit zó diep dat ze er eigenlijk niet meer bij kunnen. Ze hebben alle onzekerheid gecamoufleerd door de schone schijn dat ze alles en iedereen onder controle hebben. De onzekerheid leidt er toe dat ze anderen voortdurend moeten overtreffen.

Plaats in de kinderrij

Interessant is de link die Rita Kohnstamm legt aan de hand van de plaats in de kinderrij. Het tweede kind van hetzelfde geslacht in het gezin zou bijvoorbeeld vaker een vorm van rivaliteit met de oudste ontwikkelen. In de Bijbel zie je dat terug bij Jacob die probeert het eerstgeboorterecht van Ezau te verwerven. Prinses Irene zou zich tot buitenbeentje hebben ontwikkeld in rivaliteit bij haar oudste zus Beatrix.

"In alle gezinnen komt rivaliteit voor. Denkt u maar niet dat er ook maar één gezin is waar broers en zussen niet met elkaar in strijd zijn. En als er maar één kind is, is er alsnog strijd, maar dan richting de opvoeder." Aldus een spreker op een congres over gezinsverhoudingen.

Natuurlijk moet je voorzichtig zijn met dit soort observaties. Hooguit “zit er wat in”, een bepaalde lijn die af wat toe wat meer zichtbaar is dan andere lijnen.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s