Empathie (2)

Empathie ontwikkelt zich in de relatie tot de mensen aan wie het kind zich het meeste hecht. Het identificeert zich met empathisch spiegelende ouders.

Bijvoorbeeld: de peuter doet zich pijn, de moeder herkent het signaal van de pijn en benoemt het, en biedt het kind troost. Of: het kind is boos omdat het zijn zin niet krijgt, de vader benoemt de emotie van het kind en ondersteunt het om ‘verder te gaan met de dag’.

Moeders die in aanwezigheid van hun kind vooral op hun smartphone zitten te kijken missen deze signalen en nemen ook niet de tijd om te reageren. Ze belemmeren daarmee de ontwikkeling van empathie bij hun kind.

Ontbreken van empathie (kinderen)

Als een kind van een jaar of zeven nog steeds én geen emotionele én geen cognitieve empathie heeft ontwikkeld zie je vaak dat het kind veel agressie vertoont en daar geen rem in heeft. Zo’n kind lijkt niet eens te beseffen dat het de ander pijn doet.

Als een kind van zeven jaar wél cognitieve empathie heeft ontwikkeld (het heeft geleerd wat het de ander aan doet en weet ook dat het daar straf voor kan krijgen), maar de emotionele empathie is weinig ontwikkeld, dan kan zo’n kind de agressie uitstellen (het heeft er weet van). Deze kinderen weten echter ook heel goed wat de zwakke plek van de ander is, en ze kunnen op een bepaald moment toch iemand perfect op de zwakke plek raken.

Ontbreken van empathie (persoonlijkheid)

Empathie het het vervoermiddel om intermenselijk gedrag te reguleren. Als je met de ander mee kunt leven zul je de ander minder snel pijn doen. Zoals jij behandeld wilt worden zul je ook de ander willen behandelen.

Het klopt precies, maar toch klopt er iets niet. Dat is het gevoel dat ik soms heb bij mensen die een prachtige -en logisch opgebouwde - beschrijving geven over hoe mensen tot bepaalde keuzen komen. Cognitief zit het goed in elkaar, maar waar is de emotionele kant?

Marc America (2016) heeft in een schema een drietal persoonlijkheidsstoornissen geplaatst in relatie tot het vermogen tot empathie. Ik vul zijn schema nog iets aan met eigen bevindingen.

  1. Wel cognitieve, maar nauwelijks emotionele empathie: psychopatiform gedrag (kijk bijvoorbeeld naar het programma ‘Opgelicht’: precies wéten waar de zwakke plekken van de ander zitten en daar misbruik van maken).

2. Weinig cognitieve, maar wél emotionele empathie: borderline persoonlijkheidsstoornis. Mensen met borderline voelen de ander wel aan (emotionele empathie), maar ze kunnen niet denken vanuit de ander, door een onvermogen om te mentaliseren.

3. Weinig cognitieve en weinig emotionele empathie: narcisme. Bij mensen met narcisme draait alles om henzelf, ze (h) erkennen niet de bedoelingen, behoeften en wensen van de ander.

"Alle opvoeding is gedragstherapie. Een kwestie van goed belonen en op het juiste moment straffen". Aldus de gedragstherapeut. Volgens mij miste er iets in deze redenering...

 

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

3 thoughts on “Empathie (2)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s