Snurken (1)

In een bijlage van de Volkskrant (3 juni 2017) stond een uitgebreid artikel over het verschijnsel van het snurken.

Ik vertel weinig nieuws, want ook over het gesnurk heb ik al eerder geschreven.

Maar liefst zo'n 60% van de 65-plussers snurkt. Dat 65-plussers ook vaak aan gehoorverlies lijden is dus maar goed ook. Dan is er een kans dat je het alsnog volhoudt naast je snurkende bedgenoot. Anders moet je wachten tot het verpleeghuis voordat je wordt gescheiden van tafel en bed.

Volgens de bijlage van de Volkskrant zijn er ‘in episodisch opzicht’ drie typen snurkers: 1) degenen die meteen beginnen te snurken, 2) zij die er na twee uur mee beginnen en 3) zij die net doen of ze niet gaan snurken en het dan plotseling wél gaan doen.

De Volkskrant maakt vervolgens onderscheid tussen daders en slachtoffers. En dat daders ook slachtoffer zijn en slachtoffers ook tot dader kunnen worden. Zo schrijft Haroon Ali:

“Als je eenmaal op het snurken let, hoor je niks anders meer. Opnieuw inslapen kun je vergeten, totdat je partner uit de kamer is verwijderd of totdat je een kussen op zijn hoofd duwt. Op de ergste nachten heb ik dat zeker overwogen. De liefde van mijn leven was ineens een zoemende mug die moest worden verwijderd.”

Er zijn mensen die prima kunnen snurken. Ze doen erg hun best om op te vallen. Zoals een man die er in slaagde om 90 decibel te produceren. Dat is het geluid van een straaljager.

Op de slaapzaal van de jeugdherberg van Frankfurt biechtte een Amerikaans militair op dat hij zó hard snurkte dat hij in de kazerne een eigen slaapkamer had gekregen. Hij raadde de kamergenoten aan om hem - als het weer eens zo ver was - 's nachts aan te tikken, zodat hij zich omdraaide. Dan zou het snurken stoppen. De kamergenoten hadden er een dagtaak aan. De hele nacht waren we met zijn negenen om de beurt in touw om deze meneer uit de snurk te houden.

Psychotherapie voor snurkers?

Het schijnt dat Freudiaanse psychiaters beweren dat mensen die zich overdag niet voldoende gehoord voelen ’s nachts extra hard gaan snurken.

Zo  vertelde een mevrouw in de trein op nogal luide toon dat ze zoveel last had van haar snurkende man. De mevrouw was de hele treinreis zóveel aan het verbaal aan het ratelen dat ik overwoog om maar ergens anders te gaan zitten. Als ze thuis óók zoveel zou praten kon ik me voorstellen dat haar man 's nachts nu eindelijk eens aan het woord wilde zijn...

Als we het zo bekijken zou psychotherapie een manier kunnen zijn om het snurken te beperken.

Nu lijkt mij in ieder geval relatietherapie of anders mediation wel nodig in het geval van ernstige snurkproblemen, zoals bij Haroon Ali. Want haar vriend was absoluut niet van plan om zich bij de snurkkliniek te vervoegen. Hij doet er twee jaar over voordat hij met een Mandibulair Repositie Apparaat thuis komt (een soort beugel die je onderkaak naar voren schuift ten opzichte van de bovenkaak, waardoor je keel meer open blijft staan).

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

One thought on “Snurken (1)”

  1. Soms wordt ik van mijn eigen gesnurk wakker.
    Al zal ik dat nooit aan iemand anders toegeven ……
    Met altijd een open slaapkamerraam heb ik gelukkig nog geen klagende buren.

    Vrolijke groet,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s