De werking van de zintuigen

Tegenwoordig is hypo- en/of hyperresponsiviteit een van de kenmerken geworden van de autismespectrumstoornissen (zie de DSM V). Deze onder- of overgevoeligheid is vooral bekend geworden door de publicaties van de hand van Olga Bogdashina.

Bogdashina publiceerde de Sensory Profile Checklist. Het is een lange en best wel ingewikkelde lijst die een beeld geeft van sensorische onder- en overgevoeligheid.

Over-en ondergevoeligheid

Mijn ervaring is dat de overgevoeligheid vaak wordt herkend – als mensen eenmaal op dat spoor zitten. De ondergevoeligheid wordt veel minder waargenomen, maar kan juist gevaarlijker zijn. Als je bijvoorbeeld weinig op de huid voelt, voel je ook pijnprikkels niet voldoende aan. Zo las ik in een artikel over mondzorg wel van alles over overgevoeligheid (scherpe tandpasta, slikproblemen, ervaring van de borstel). maar niet over ondergevoeligheid.

Zintuigen als voertuigen voor de hechting

De zintuigen vormen in mijn visie de ‘voertuigen’ van de hechting. Via de zintuigen leert de baby zijn moeder kennen en ervaren. Als er een probleem is met de zintuigen leidt tot ook tot problemen voor de hechting. Zo beschrijft de Amerikaanse kinderpsychiater Stanley Greenspan een baby die overgevoelig is voor geluid en daardoor last heeft van de scherpe stem van haar moeder. Ze lijkt haar moeder af te wijzen, maar het is in feite de stem van de moeder waar deze baby niet tegen kan. Die stem doet haar letterlijk pijn aan de oren.

Vier ‘soorten’ zintuigen

Door de zintuigen leer je dus je omgeving te kennen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende ‘groepen’ aan zintuigen:

  • De extersensoren: tast, reuk, smaak, zien en gehoor.
  • De werking van de propriosensoren en vestibulaire receptoren en het Deze signalen vertalen de ervaringen van het lichaam en de verhouding van je lichaam tot de omgeving. Bijvoorbeeld: ik zit nu scheef en als ik niet recht ga zitten val ik van de stoel. Als je je eigen lichaam niet kunt ‘plaatsen’ (hoe zit ik in elkaar, verstoord lichaamsbesef) leidt dat ook tot een vertekening van de wereld om je heen.
  • De interosensoren in de wanden van de organen als bron van informatie. Dit zijn bijvoorbeeld de signalen die je krijgt in je organen (hart, longen) en in lichaamsholten (bijvoorbeeld druk op de blaas of de darmen).
  • De nocisensoren functioneren als waarschuwingssysteem (bijvoorbeeld pijn) als er een beschadigende prikkel wordt waargenomen.

Samenwerking is nodig

Als het goed is werken al deze zintuiglijke ervaringen samen om je van informatie te voorzien.

Je voelt druk op de blaas en je moet naar de WC. Dankzij de werking van de propriosensoren en vestibulaire receptoren kun je naar de WC gaan en daar ook gaan zitten. Het zien maakt dat je de weg naar de WC kunt vinden. Bij mensen met autisme en bij mensen met dementie werken deze zintuiglijke ervaringen veel minder vanzelfsprekend samen. Het gevolg kan bijvoorbeeld zijn dat ze wel een prikkel ervaren (op de blaas), maar geen idee hebben wat ze vervolgens moeten doen. De prikkel wordt niet in betekenisverlening omgezet.

Boek

Wil je meer over dit onderwerp lezen, er is een zeer praktisch boek verschenen (in dit geval vooral in relatie tot autisme):

Autisme en zintuiglijke problemen.

Ina van Berckelaer-Onnes, Steven Degrieck, Miriam Hufen.

Uitgeverij Boom, Amsterdam. ISBN 9789024406715,  € 35,=

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s