Naar het ziekenhuis

Hoewel ik (gemiddeld) twee maal in de week in een ziekenhuis werk blijf ik voor dit soort ‘klinische settingen’ een bepaald wantrouwen houden.

Niet helemaal ten onrechte, vind ik, want ik ben maar liefst drie maal nietsvermoedend door de hoofdingang naar binnen gegaan met het idee dat ik een paar uur later weer buiten zou staan. En die drie maal hebben ze me gewoon tegen mijn zin in binnen gehouden. Twee maal zelfs een hele week.

Eén maal wist ik dat ik een nacht moest blijven en ben toen gekoppeld aan allerlei apparatuur toch even naar buiten gegaan. Daar zat ik een tijdje in de bushalte. Allerlei reizigers dachten -vanwege de vele slangetjes en buisjes – dat ik terminaal was. Maar ziet: 15 jaar later zit ik nog steeds te typen.

Tegenwoordig doen ziekenhuizen er enerzijds alles aan om de patiënt een thuisgevoel te geven terwijl ze aan de andere kant proberen maximale afstand in te bouwen.

Ik moest mij vanmorgen vervoegen bij een registratiezuil. Dus niet bij een persoon, maar bij een zuil. Ik dacht dat de verzuiling voorbij was, maar in gemeentehuizen en ziekenhuizen heeft de verzuiling nadrukkelijk toegeslagen.

In die zuil moest ik mijn ID-kaart op een glasplaat leggen. De eerste reactie van de zuil was dat mijn ID-kaart niet gelezen kon worden. Pas na drie keer oefenen werd ik goed gelezen. Toen kwam er een bericht vanuit de zuil dat ik niet bekend was. Dat vind ik vreemd. Ik schrijf dagelijks een blog en regelmatig voor een krant. Maar ik moest me nu, voorzien van een nummer, melden bij de patiëntenadministratie. Ik werd nu dus een nummer en meteen ook een patiënt.

Bij de administratie waren twaalf nummers vóór mij. Dat dacht ik tenminste, maar er bleken ook nog andere nummers te zijn uit een P-categorie. Die kwamen er af en toe tussendoor. Op zichzelf ging het redelijk snel, maar ik maakte me wel zorgen of ik op tijd de eerste afspraak zou kunnen halen.

Bij de balie moest ik mijn ID-kaart laten zien. Die werd gescand. De mevrouw vroeg of de foto op mijn ID gebruikt mocht worden voor plaatselijke doeleinden. In dit geval: voor een patiëntenpas. Dat mocht van mij, want ik sta er best mooi op. Het is al een wat oudere foto toen ik er nog redelijk geconserveerd uit zag.

Daarna mocht ik mij vervoegen bij een afdeling ergens aan het eind van het alfabet. Ik ging de roltrap op en moest een wandeling maken door een eindeloze gang met allerlei afslagen. Ik had het gevoel dat ik op Schiphol was en dat ik ging vliegen. Alleen zag ik nergens taxfree mogelijkheden.

Aan het begin van mijn afslag stond weer een zuil. Er werd mij vriendelijk verzocht om mijn zojuist verworven patiëntenpas op de glasplaat in de zuil te leggen. Zo gezegd, zo gedaan. Het ging in één keer goed. En ziedaar: er rolde opnieuw een nummer uit. En het nummer van een balie waar ik me nu moest melden. Die balie bevond zich opnieuw aan het eind van een lange gang. En wel in een doodlopend deel. Verder kon ik niet weggestopt worden.

Bij die balie moest ik me aanmelden waarbij ik de keuze had uit drie dames die mij te woord wilden staan. Ik koos er eentje uit. Ze nam mijn papieren in beslag, waardoor ik niet meer wist welk volgnummer ik had. Nummer 512 was aan de beurt, maar wie was ik eigenlijk? Wel meldde het screen dat mijn dokter een uitloop van 35 minuten had. Dat bleek uiteindelijk te optimistisch, maar sommige patiënten hebben onverwachts meer zorg nodig.

Tijdens het wachten werden er aan de balie telefonisch allerlei afspraken gemaakt. Met naam en toenaam kon ik horen wie er allemaal nog meer behandeld zouden moeten worden op deze afdeling. De beveiligde patiëntengegevens lagen dus in zekere zin alsnog op straat. Ondanks alle verzuiling.

Tijdens het wachten maakte ik me zorgen of mijn fiets ondertussen niet gestolen werd. Die had ik namelijk niet aan een vast object kunnen kabelen. Na 2½ uur kon ik het plaatselijke krankenhuis weer verlaten. Ik hoefde niet uit te checken. Dat is een verschil tussen een ziekenhuis en het OV. Mijn fiets stond nog geduldig te wachten.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

3 thoughts on “Naar het ziekenhuis”

  1. Ja, iedereen doet altijd zo spastisch over privacy, maar ook bij de huisarts hoor ik de assistenten de namen van mijn buurtgenoten, met hun geboortedata en hun klachten door de wachtkamer schallen ……… vreemd eigenlijk hé! De volgende keer als ik er ben ga ik er denk ik gewoon wat van zeggen.

  2. Jouw ervaring is beterr dan de mijne, de zuil herkende mijn pas tot drie keer toe niet. Na drie keer melden bij een levend persoon die me elke keer weer verzekerde dat ik zou worden opgehaald, kwam er niemand. Uiteindelijk zag ik iemand zoekend rondspeuren en die bleek voor de zekerheid even te kijken of ik er wel was. Ik was er wel, zei ik. Ondanks vijf of zes keer melden, was de boodschap bij de afdeling dus niet doorgekomen. Fijn, die geautomatiseerde gastenontvangers……

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s