Kinderangsten (8)

DE INVLOED VAN OUDERS

Volgens een aantal onderzoekers worden angsten vooral bepaald door de ouders. Als je moeder bang was voor onweer word jij dat ook.

In bepaalde gebieden zien we ook specifieke angsten, die van generatie op generatie worden doorgegeven (bijvoorbeeld de angst voor storm in vissersdorpen).

Toch is het idee dat de angst vooral en zelfs bijna alleen door de ouders wordt doorgegeven mijns inziens een te ongenuanceerde visie. Het is wél waar dat ouders medebepalend zijn voor de angsten van hun kinderen. Angstige ouders hebben vaak ook angstiger kinderen.

Maar zelfs dan kun je de ‘kip-of-ei’ vraag stellen. Zijn die ouders misschien ook angstiger omdat ze zelf in aanleg angstig waren en heeft het kind die angstgevoeligheid in aanleg meegekregen? Er zijn ook ouders die erg bang zijn voor bijvoorbeeld honden of onweer, terwijl hun kinderen dat niet zijn.

Laten we het erop houden dat de angst van ouders soms door het kind wordt overgenomen.

Een apart verhaal vormt de neurotische angst. Daarvan is wél aangetoond dat ouders een forse invloed hebben. Als ze eisen stellen waar een kind niet aan kan voldoen maakt dat hem zeer faalangstig.

  1. REELE ANGST, NEUROTISCHE ANGST, MORELE ANGST

Dit is een klassieke indeling van angsten, gebaseerd op Sigmund Freud.

  1. Reële angst kun je aantonen. Het kind heeft zich gebrand aan het strijkijzer en kijkt de volgende keer met angstige ogen naar dat strijkijzer. Deze angst is nuttig, omdat er ongelukken mee worden voorkomen
  2. Neurotische angst is de angst dat je je driften niet kunt beheersen of niet aan de eisen kunt voldoen. Je bent bijvoorbeeld bang dat je je agressie niet tegen kunt houden. Die angst vertaalt zich vaak in allerlei dwangmatigheden.
  3. Morele angst houdt in dat je bang bent dat je in strijd zult handelen met je geweten. Kleuters kunnen erg streng voor zichzelf zijn, om te voorkomen dat ze een fout zullen maken. Dat is een voorloper van de morele angst bij volwassenen. Iemand die alleen maar loopt te denken aan ‘Ik mag niet’ of aan ‘ik moet’ wordt mogelijk belast door deze morele angst.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

1 thought on “Kinderangsten (8)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s