Kinderangsten (3)

DE PEUTERLEEFTIJD

Als de peuter ongeveer 1½ jaar oud is beginnen zich stukjes van het ‘ik’ te ontwikkelen. Het kind ontdekt dat hij zaken kan regelen. ‘Als ik dit doe gebeurt er dat’. De keerzijde van deze ontwik-keling is dat de angsten toenemen.

De peuter wordt bang voor dingen waar hij géén controle over heeft. Het thema van de controle is wezenlijk voor het begrijpen van de angsten van peuters en kleuters, maar ook voor álle levensfasen die volgen.

 Een aantal angsten die bekend zijn bij de peuter:

  • angst voor natuurverschijnselen (onweer, storm)
  • angst voor water (vooral voor grote wateroppervlakten)
  • angst voor vreemde dieren
  • angst voor het donker

De meest genoemde en meest intense angsten bij de peuter zijn (volgens een onderzoek van Verhulst en Akkerhuis):

  1. angst voor de kapper/haren knippen
  2. angst voor honden
  3. angst voor torren en insecten
  4. angst voor donker

Bij deze angsten zie je heel sterk de angst voor controleverlies terug. Kijk bijvoorbeeld eens naar het haren knippen. Er wordt een stukje van je lichaam afgeknipt, je kunt het voor een deel niet zien, je zit onder een spanlaken (kappersjas) en dan zegt je moeder ook nog eens: “stil zitten, anders knipt de kapper een stuk van je oor af”.

Peuters zijn erg bang voor beschadigingen aan hun eigen lichaam. Voor hen is het dan alsof ze geamputeerd worden.

Verlatingsangst

Een ander type angst is de verlatingsangst. Het kind ‘ontdekt’ dat het bij zijn moeder vandaan kan lopen. Het kan er zelfs tegen dat zijn moeder even niet in het zicht is (een knuffel of de voorstelling van moeder vervangen de aanwezigheid).

De keerzijde van het zélf weglopen is echter dat het kind ook bang wordt dat mamma bij hem weg kan lopen. We noemen dit de verlatingsangst. Dit is de periode waarin een nachtlampje aan moet en waarin sommige ouders hoorbaar op de overloop aanwezig moeten zijn totdat hun peuter in slaap valt.

Tekortschietend begrip

Een deel van de angsten wordt veroorzaakt doordat kinderen situaties niet kunnen begrijpen. Selma Fraiberg spreekt hierbij over de magische wereld van het kind. Als het legoblokje in de stofzuiger kan verdwijnen kun jij ook door de slang opgezogen worden. Als het water door het afvoerputje van het bad verdwijnt kun jij ook zomaar door het afvoerputje verdwijnen.

Ook onze taal is voor peuters volkomen onbegrijpelijk. Vader zegt: “Je eet de oren van mijn hoofd”, waarop de peuter angstig naar de oren van zijn vader kijkt. Want dat was niet de bedoeling, een vader zonder oren.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s