Kinderangsten (2)

Angsten bij de baby

Voor de geboorte

Al voor de geboorte reageert de baby op mogelijk gevaar. Hij reageert ook al op de angsten van de moeder. Moeder en baby zijn een twee-eenheid. Moeders die tijdens de zwangerschap veel spanning ondervinden dragen deze spanning dus onbewust over aan hun ongeboren baby. Niet alleen het lichamelijke, maar ook het psychische welbevinden van de moeder is van grote betekenis voor de gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind.

De eerste maanden

Na de geboorte vallen vooral de lichamelijke reacties op. De baby schrikt van harde geluiden, van plotselinge bewegingen en van lichtflitsen (bijvoorbeeld als er een foto wordt gemaakt). Als hij niet goed wordt vastgehouden (hij ervaart verlies van steun) verkrampt de baby. Er volgt ook een angstreactie op vallen en op pijn.

Maar: een baby kan niet nog bang zijn in die zin dat hij aan kan voelen dat er iets spannends gaat gebeuren. Hij reageert op dingen om hem heen die hij zintuiglijk ervaart. We kunnen nog niet spreken van echte angst, wel van ontreddering die vooral fysiologisch bepaald is.

Eenkennigheid: scheidingsangst

De eerste psychologische angst is de angst voor vreemden en de daarmee samenhangende scheidingsangst. Die angst heeft te maken met de emotionele ontwikkeling van het kind.

Op de leeftijd van ongeveer 6 á 7 maanden ontwikkelt de baby de zgn. object permanentie. Hij beseft dan dat wat hij niet ziet er toch is. Voor die tijd is zijn moeder gewoon verdwenen als hij haar niet ziet, maar vanaf deze leeftijd ‘beseft’ de baby dat zijn moeder toch ergens moet zijn. Tegelijkertijd gaat hij veel scherper zien. Mamma ziet er anders uit dan de buurvrouw, mamma is het meest vertrouwd, de buurvrouw roept angst op.

De combinatie van deze twee ontwikkelingen leidt er mede toe dat de baby opeens onrustig wordt als bekende mensen ‘verdwijnen’ en/of als vreemden in de buurt komen (eenkennigheid). Mijn indruk is dat baby’s die erg precies en intens waarnemen eerder eenkennig zullen worden. Dat heeft met temperament te maken, de aangeboren gedragsstijl die bij het kind past.

Een nieuwe vorm van huilen

Wat het huilen betreft: een jonge baby huilt o.a. van ongemak, maar vanaf ongeveer een half jaar krijgt het huilen een nieuwe functie. Mamma is weg, maar door mijn huilen kan ik mamma weer terug halen.

Patronen

In het tweede halfjaar gaan thema’s als volgen, herkennen en voorspellen een rol spelen. De baby heeft een houvast aan voorspelbare patronen. Als het opeens anders gaat kan hij van slag raken. Hij reageert daar dus met angst of op zijn minst met een grotere alertheid op.

 

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s