ODD

Een paar weken geleden was ik op een school.

De leerplicht is voor mij weliswaar voorbij, maar soms verschijn ik dus alsnog op een instelling voor onderwijs. Een beetje bijscholing kan ook geen kwaad.

De leerkracht die mij rondleidde was nogal van de etiquette. “Dat is een ODD’tje, dat is een ODD’tje, en dat is ook een ODD’tje.” Ze veronderstelde dat ik wel wist wat een ODD’tje is. Gelukkig is dat ook zo. Althans: ik meen het te weten.

ODD staat voor Oppositional Defiant Disorder, oftewel de oppositionele gedragsstoornis. De sleutel voor dit gedrag zit in de zin: “Ik ben twee en ik zeg nee.” Zodra het kind een opdracht of een verzoek krijgt is het ‘nee’. Dat is lastig voor ouders en voor leerkrachten. Je hebt de hele tijd ruzie.

Uit het zinnetje ‘ik ben twee en ik zeg nee’ komt naar voren dat ik oppositioneel gedrag als een normale fase in de ontwikkeling van kinderen zie. Het is de fase waarbij sommige ouders hun peuters liever een tijdje achter het behang zouden willen plakken. Maar dat kost je de kinderbijslag.

Hoe het ook zij: je moet als opvoeder stevig in je schoenen staan om hier mee om te kunnen gaan.

Maar bij kinderen van twee spreken we nog niet van ODD. Als het kind ook op latere leeftijd continu in verzet is tegen alles wat hem wordt gevraagd of opgedragen zou het kunnen zijn dat er sprake is van ODD.

Kenmerken van ODD

Kenmerken voor ODD zijn o.a. (vrij naar de DSM IV)

  • wordt vaak driftig;
  • gaat voortdurend met volwassenen in discussie;
  • verzoeken of regels van volwassenen worden ‘bewust’ overtreden of genegeerd;
  • geeft anderen de schuld van zijn of haar fouten of misdragingen;
  • wordt snel boos
  • is vaak hatelijk en wraakgierig.

Overlap met andere stoornissen

Je ziet vaak bij deze kinderen dat ze zich ook niet laten troosten. Aanwezigheid van anderen en vooral van volwassenen lijkt veel spanning met zich mee te brengen. Daarmee heeft ODD een opvallende overlap met een hechtingsstoornis.

Een extra probleem van ODD is dat het zelden als enige stoornis wordt aangetroffen bij kinderen. Er is ‘comorbiditeit’ (overlap) met andere stoornissen, zoals ADHD en ook wel met sommige stoornissen binnen het autistisch spectrum.

Wat het verschil tussen ODD en ADHD betreft: bij ODD is meer sprake van naar buiten gerichte agressie en er lijkt ook vaak opzet in het spel te zijn. Bij ADHD heb je eerder het gevoel dat het het kind overkomt (de rem ontbreekt).

Ik heb de indruk dat ODD te maken kan hebben met een moeilijk temperament (temperament is aangeboren). Maar daarnaast spelen er ook vaak opvoedingsfactoren een rol: een inconsequente opvoeding en/of veel stress in het gezin.

Jelle bij de tandarts

Een voorbeeld van gedrag dat doet denken aan ODD was een jongen van tien jaar die ik heb geobserveerd. Uit dat verslag haal ik geanonimiseerd het volgende:

Ik zie Jelle bij de balie. Hij wil niet op de foto. Hij wil eigenlijk niks. Vader kijkt op zijn mobieltje en Jelle schopt hem steeds tegen de schenen. Die heeft gelukkig een stevig werkpak aan.

“Goed je te zien” zegt de tandarts tegen Jelle. “Jij bent stom!” zegt Jelle. En er volgen nog een paar scheldwoorden. “Goed dat je er bent!” zegt de tandarts. “Niet goed” zegt Jelle. Met opnieuw een paar scheldwoorden.

Het duurt een kwartier voordat Jelle in de behandelkamer is.

“Gaan we je tanden tellen?” vraagt de tandarts.  “Nee, dat wil ik niet” zegt Jelle. En ook nu volgen er weer een paar scheldwoorden.

“Kom je uit school?” “Nee!” zegt Jelle.

“Ben je vrij?” “Nee” zegt Jelle.

De stoel gaat omhoog. Jelle komt overeind en lijkt te bedenken dat hij er uit wil springen. Dat gebeurt echter niet. “Nee, ik ga niet!” zegt Alex. “Ik doe mijn mond niet open. Ik laat een wind.” Inderdaad blijkt hij in staat om op commando anaal lucht te kunnen laten ontsnappen.

Jelle blijft tot mijn verbazing wel liggen, maar op zo’n manier dat de tandarts er niet bij kan.

“Hoe oud ben je?” vraagt de tandarts. “Eén!’ zegt Jelle.  ‘Ik tel tot tien’ zegt de tandarts. “Tot negen” zegt Jelle. Bij wijze van protest laat hij nu ook nog een ferme boer (‘het oraal laten ontsnappen van lucht’).

De tandarts bekijkt een paar tanden en kiezen en zegt: “Die zien er goed uit!” “Ik maak ze toch stuk” zegt Jelle. En hij zet deze opmerking kracht bij met opnieuw een paar scheldwoorden.

Druk ervaren

Bij Jelle zie je dus dat alle actie van de tandarts leidt tot een tegen-reactie. Uiteindelijk lukte het wel om zijn hele gebit te onderzoeken. Dat was nodig omdat hij kiespijn aangaf. Het maakte de druk groot om hem toch in de stoel te houden. Maar die druk werd ook door Jelle gevoeld en dat maakte hem meer angstig.

De vader van Jelle wilde zijn zoon wel onder dwang in de stoel vasthouden, maar het beleid is er op gericht om geen fysieke dwang uit te oefenen. Maar dan ben je dus wel een tijdje bezig (in dit geval meer dan een half uur). Dat past niet in een ‘gewone’ tandartspraktijk.

Prognose

De prognose van kinderen met veel kenmerken van ODD is vaak niet goed. Om volwassen te kunnen worden, relaties te kunnen onderhouden en een betaalde baan vol te kunnen houden moet je samen kunnen werken. Bij Jelle is het “als het moet, dan doe ik het niet.”

Wat ik er echter onder wil leggen is dat volgens mij de angst bij kinderen met ODD een onderschatte factor is. Ze zijn ontzettend bang dat ze de controle verliezen. Ze maken zich vaak groot omdat ze zo bang zijn.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s