Begeleiding bij onveilige hechting (4)

Fasen na de opname op een instelling

Kinderen die onveilig gehecht zijn komen nogal eens in pleeggezinnen of in instellingen terecht. Dat heeft mede te maken met hun neiging om het gevaar op te zoeken en over grenzen van anderen te gaan.

Na opname bij een instelling zie je dan vaak een aantal fasen in de aanpassing en in de behandeling:

1) De eerste fase lijkt vaak opvallend rustig te verlopen. Het kind lijkt zich min of meer te verstoppen, of juist met iedereen contact te maken en zich als een kameleon aan te passen. Maar dit is stilte voor de storm. Het kind neemt wél in die fase de omgeving in zich op. De radar stelt zich in op de zwakke plekken van de omgeving. In de klassieke psychiatrie voor volwassenen werd dit (tegenwoordig als niet netjes ervaren) wel de psychopatentermijn genoemd. Daar stond dan als vuistregel een periode van drie maanden voor.

 2) Pas als het kind gewend is ontstaan de problemen. Dat gebeurt soms min of meer van de ene op de andere dag, vaker bouwt het zich geleidelijk op. Het meeste verzet richt zich vaak op die begeleider die het grootste emotionele appèl doet op het kind.

Het is misverstand om te denken dat deze kinderen de begeleiders aan het pesten zijn. Het gaat om een testen van de grenzen. Daarom zijn grenzen ook in therapeutisch opzicht noodzakelijk. Kinderen die geen grenzen ervaren verliezen zich in hun eigen chaos. Ze worden in feite alleen maar angstiger.

 3) In een volgende fase lijkt er een zeker evenwicht te ontstaan. Maar dit evenwicht is erg breekbaar. Een goed moment kan zómaar worden afgewisseld met een buitengewoon heftige terugval.

Het zich meer verbonden voelen heeft tot gevolg dat ook de angst om verlaten te worden groeit. In deze fase heeft het kind de neiging om weg te lopen (dan heb je zelf de controle over de verlating) of om meer te stelen, te liegen of brandjes te stichten. Ook kan het kind een depressiever beeld laten zien.

Het begeleiden van kinderen in deze fase van de ontwikkeling gaat bepaald niet vanzelf en zéker niet volgens een vast patroon.

Het uitdagende gedrag (dat gericht lijkt te zijn op de meest zwakke plekken van de opvoeder) hoge eisen stelt aan de persoon van de begeleider zijn regelmatige teambesprekingen en supervisie nodig om het werk vol te kunnen houden.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s