Begeleiding bij onveilige hechting (3)

Voorbeelden van het overleven als gevolg van onveilige hechting zijn:

a) Kinderen en volwassenen die proberen zichzelf zoveel mogelijk onzichtbaar te maken zodat er weinig een appél op hen wordt gedaan. Bij Chris was dat gedrag de ‘onbereikbaarheid’.

b) Kinderen en volwassenen die ‘altijd’ vriendelijk en meegaand zijn, zodat je geen conflicten hoeft te ervaren. Anderen gaan dan dus gemakkelijk over hun grenzen heen

c) Druktemaken: ‘altijd’ bezig zijn (dat kan zowel met je hoofd als met je lichaam zijn), zodat eventuele emoties afgeschermd worden. Ook dat gedrag was bij Chris zichtbaar: hij zat steeds in de ‘turbo’.

d) Oppositioneel gedrag: ‘als het moet dan doe ik het niet!’ Zodra een ander een voorstel doet is dat idee niet goed. Het moet altijd anders.

e) Bij volwassenen: denken in slachtoffertaal. Dus geen eigen verantwoordelijkheid nemen, de ander is er om het probleem op te lossen.

Drie vormen van onveilige hechting

1. Angstig vermijdend gehechte kinderen zoeken in stress-situaties onvoldoende de nabijheid van de opvoeder. Ze komen stoer over en zoeken weinig troost. Een gevolg is dat ze veel stress in hun lichaam hebben (dat komt o.a. tot uiting in druk gedrag).

2. Angstig ambivalent gehechte kinderen zoeken juist wel de nabijheid van de vertrouwde opvoeder. Maar de binding heeft een dubbele kleur: ze willen dichtbij de opvoeder zijn, maar ze wijzen de opvoeder ook af (bijv. een knuffel geven en direct daarna een klap). De boosheid om het verlaten worden (dat verlaten worden hoort bij het groter worden) en de wens om dichtbij de opvoeder te zijn botsen met elkaar.

3. Bij gedesorganiseerd gehechte kinderen zie je een zeer wisselend beeld: soms reageert het kind opvallend adequaat, op een ander moment juist heel erg primitief. Er is sprake van zeer wisselend gedrag, heftige uitbarstingen en soms een verstarde motoriek. Ik heb de indruk dat dit gedrag wel eens latere borderline-problematiek zou kunnen voorspellen.

Opvallend open

We denken vaak dat mensen met een verstoorde hechting zich afsluiten van hun omgeving. Een groot deel van de kinderen met verstoorde hechting lijkt in het eerste contact zeer open. Dat zie je bijv. in buitenlandse weeshuizen waar kinderen direct bij vreemden op schoot komen zitten. Dat is niet normaal. Een kind behoort van nature enige gereserveerdheid te hebben ten opzichte van ‘wildvreemden’.

Wat je ziet bij volwassen mensen die niet veilig zijn gehecht is dat ze hun grens niet bewaken. Een medereiziger kan jou in de trein zomaar van alles uit zijn privé-leven vertellen. Dit is een signaal dat er onvoldoende onderscheid tussen mensen gemaakt wordt.

Wie veilig is gehecht kan ook begrenzen. Mensen zijn niet inwisselbaar. Wat je met de één wel kunt delen, deel je niet met de ander.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s