Oplossingsgericht werken (3)

Voor begeleiders zijn bezoekers een hele klus, zowel emotioneel als qua werkwijze. Als je weet dat een cliënt financieel helemaal aan de grond raakt, dan jeuken je vingers om dat te voorkomen. Maar het effect is vaak dat de cliënt stiekem alsnog allerlei dingen uithaalt die je als begeleider niet wilt.

Je ziet dat een cliënt steeds meer coke gebruikt en om die verslaving te financieren gaat hij stelen, vervolgens krijgt hij boetes omdat hij gestolen heeft. Als zorgzame begeleider kun je dat toch niet over je kant laten gaan?

Je weet dat een cliënt niet in staat is om kinderen op te voeden. Toch wil ze zwanger worden. Dat kunnen we in Nederland niet verbieden. Daarom wil je bij haar benadrukken dat ze geen kinderen moet ‘nemen’. Maar het lijkt wel of ieder advies dat je geeft de kans op een zwangerschap vergroot.

Je komt jezelf tegen

In gesprekken met begeleiders scoort dit type spanningsvelden erg hoog. In het werk met LVB’er kom je jezelf tegen…. Precies zoals ouders van pubers die niet mee (lijken te) werken zichzelf tegen komen. Wie ben ik als opvoeder? Wie ben ik als begeleider?

Moeten we het dan allemaal maar laten gebeuren? Nee, we moeten niet terug naar de verwaarlozing van de jaren ’80 en ’90! Als we érgens cliënten echt in de steek hebben gelaten, dan is het wel in de nadagen van de flowerpower.

Geen oordeel

Maar wat dan wel? Haal het oordeel uit je gesprek! zeggen Roeden en Bannink. De cliënt heeft een goede reden om te handelen zoals hij handelt. Maar hoe kom je achter zijn werkelijke motieven? Dat is een kwestie van de goede vragen stellen….

 Hoe meer je bezoekers op de huid zit, des te meer ze geneigd zijn om zich af te sluiten.

Daarom gaat het er om dat je hun denkspoor kunt volgen. Maar vaak ook dat ze hun eigen motieven leren kennen. Dat vraagt van de begeleider dat hij de goede vragen leert te stellen, zonder in de valkuil van het oordeel te stappen.

Bij de tandarts

Een voorbeeld uit de tandartsenpraktijk. De cliënt vindt het onzin om zijn tanden te poetsen. Natuurlijk weet hij wel dat het niet verstandig is om niet te poetsen, maar hij heeft er geen boodschap aan.

Als tandarts vind je dat een ongewenste situatie. Je komt dan al snel in een reeks van waarschuwingen terecht. “Als je zo door gaat rot je hele gebit uit je mond weg.” Het is zeer de vraag of de cliënt daar écht mee zit. Het antwoord dat je dan te horen krijgt is bijvoorbeeld: “Dan trekt u alles maar, dan ben ik overal vanaf”.

De oplossingsgerichte methode gaat er vanuit dat je moet zoeken naar de achterliggende gedachte en motivatie. Je moet het oordeel niet opleggen. Je moet als begeleider de goede vragen stellen.

Een paar voorbeelden van vragen uit de tandartspraktijk zijn:

* “Je wilt je tanden niet poetsen. Kun je begrijpen dat ik me afvraag hoe het verder moet? Waar denk je dan dat ik me zorgen over maak?”

* “Je wilt je tanden niet poetsen. Kun je iets bedenken waardoor je toch af en toe gemotiveerd raakt om je tanden wél te poetsen?”

* “Je vindt tanden poetsen onzin. Toen je vanmorgen naar mij toe kwam heb je je tanden wél gepoetst. Als je het onzin vindt, waarom poets je dan wél je tanden als je naar de tandarts gaat?”

* “Wat wil je zeker niet dat er met je gebit gebeurt?”

* “Wat gebeurt er met je gebit als je nooit poetst?”

* “Noem eens zoveel mogelijk bezwaren tegen het tanden poetsen”. Je moet dan eindeloos doorvragen. Kun je écht niet nog een nadeel noemen? Als de patiënt niets meer kan bedenken kun je vragen of er niet toch ook één heel klein voordeel aan het tanden poetsen zit (dit heet het tweekolommengesprek, wordt overigens niet genoemd in het boek van Roeden en Bannink).

* Je wilt niet poetsen. Wat wil je wél?”

Schaalvragen en Socrates

Daarnaast geven de eerder genoemde schaalvragen vaak een mooie ingang. “Wat voor cijfer zou je je gebit willen geven? …. OK, een vijf. Wat kun je bedenken om er een zes van te maken?”

Deze manier van vragen stellen heeft verwantschap met de zgn. socratische methode. Het gaat er om dat je als behandelaar niet verantwoordelijk wordt voor de motivatie van de patiënt. De patiënt moet zélf gemotiveerd raken. Daarvoor is het nodig om hem op een voor hém logisch denkspoor te krijgen.

Ingang en beperking

Volgens mij biedt de methode goede ingangen omdat de cliënt niet uitgeschakeld wordt maar juist wordt uitgedaagd om mee te doen.

Eén van de beperkingen ligt mijns inziens bij cliënten met een verslaving, omdat de invloed van de verslaving vaak sterker is dan de eigen motieven. De methode zou wel een basis kunnen leggen onder de motivatie, maar de werkelijke stappen vragen om meer dan alleen oplossingsgericht werken.

Wordt vervolgd

Het volgende deel gaat over de klager. Een klager heeft wél een probleem. Maar hij vindt dat de ánder het probleem op moet lossen.

 

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

1 thought on “Oplossingsgericht werken (3)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s