Een volwassen peuter? (5)

Eén van de meest lastig vast te stellen items bij de emotionele ontwikkeling is de ontwikkeling van het ‘zelf’. Hoe weet je nu of iemand een eigen ‘ik’ heeft ontwikkeld?

Prof. R.E. Abraham heeft een opbouw geschreven van de zelfbeelden. Daar heb ik elders al uitgebreid aandacht aan besteed.

En Dolf Kohnstamm schreef een boek over de ontdekking van het ‘zelf’. Dat was er opeens, in zijn beleving. Opeens ontdek je dat je zelf iemand bent die midden in de wereld staat.

Ik kan het me overigens niet herinneren dat ik dat ooit ontdekt heb. Wat zou dat kunnen betekenen?

Zelf en anderen

Het ‘zelf’ is cruciaal voor de emotionele ontwikkeling. Maar het ingewikkelde van het ‘zelf’ is óók weer dat het niet los verkrijgbaar is. Het hangt voor een groot deel samen met de sociale ontwikkeling. A.S. Winnicot, de psychiater die de term ‘goed genoeg moeder’ heeft bedacht meent dat de ontwikkeling van het ‘zelf’ bij kinderen nauw verweven is het de wijze waarop de moeder met haar kind omgaat, maar ook met de context waarin beiden leven.

E.S. Reed schreef in zijn korte leven een zeer lijvig boekwerk over het ‘zelf’. Het ‘zelf’ ontwikkelt zich niet ‘vanzelf’: het is het gevolg van een sociaal proces.

Je leert pas jezelf kennen als je ook de verhouding tot anderen ervaart. Zowel in de zin van het gesteund worden (de basis van ik mag er zijn) als ook in het ervaren van begrenzing.

De ontwikkeling van het ‘zelf’ draait dus altijd om de interactie met de ander. Dit is één van de knelpunten die Jan Gielen (in het NTZ, december 2016) signaleert: hoe haal je sociale ontwikkeling en emotionele ontwikkeling (o.a. de groei van het zelf) uit elkaar?

Het verhaal van Mariska

Het voorgaande klinkt erg abstract en dat is het ook. Daarom nu maar het voorbeeld van Mariska.

Mariska is een vrouw met een lichte verstandelijke beperking. Bij alles wat ze maakt vraagt ze of je het mooi vindt. Bij alles wat ze doet vraagt ze of je het goed vindt. 

De kamer van Mariska is een toonzaal. Je zou haar kamer best in een publicatie over woninginrichting kunnen laten zien. Ze heeft absoluut smaak. Maar heeft ze wel smaak? Want deze kamer is helemaal ingericht door haar ouders. Mariska heeft er niets aan veranderd. Wat is de eigen keuze van Mariska?

Als ik op bezoek kom heeft Mariska altijd chocolaatjes klaar liggen. En ze zet koffie. Ze doet precies zoals ze denkt dat ik het graag wil hebben. Ik durf eigenlijk niet (meer) te zeggen dat ik minder koffie ben gaan drinken. Mariska denkt dan meteen dat ze het fout heeft gedaan. Dat wil ik haar besparen. Dus drink ik nog steeds de koffie die ze bij voorbaat voor mij zet.

Begeleiding heeft een heel verschillend beeld van Mariska. De één denkt dat ze geïnteresseerd is in auto’s, de ander valt het op dat ze alles weet over GTST, weer een derde meent dat ze graag naar klassieke muziek luistert. Totdat blijkt dat Mariska de voorkeuren van de begeleiding spiegelt. Ze heeft een feilloze antenne voor wat anderen mooi vinden. Daar past ze zich aan aan. En omdat haar ouders van stijl houden zal ze ook zeker niet de inrichting van haar kamer veranderen. 

Als iemand zich zo goed weet aan te passen aan de omgeving, dan zou je misschien ook verwachten dat die persoon zich altijd netjes gedraagt. Maar Mariska is bij begeleiders en bij sommige andere cliënten berucht vanwege haar ‘explosieve gedrag’. Eén minimale opmerking die ze als krenkend ervaart kan leiden tot een enorme driftbui. Het meubilair blijft altijd heel, maar andere mensen lopen regelmatig klappen op. 

Wie is Mariska zelf?

Het beeld dat Mariska laat zien is enerzijds dat van iemand die zich helemaal heeft aangepast aan de omgeving. Ze wil voldoen aan de verwachtingen. Maar dat kan ze helemaal niet aan.

Je zou kunnen zeggen: hoe zou iemand die nog maar nauwelijks een eigen ‘ik’ heeft ontwikkeld weerbaar kunnen zijn tegen de eisen die de omgeving stelt.

Opmerkelijk is dat Mariska over zichzelf spreekt als Mariska. Ze zegt niet: ‘ik wil naar buiten’, maar ‘Mariska wil naar buiten’.

De kwetsbaarheid van Mariska vertaalt zich in heftige impulsdoorbraken. Begeleiding zegt: ‘dan is ze zichzelf niet meer’. Maar je zou zelfs kunnen zeggen: wie is ze zelf eigenlijk? Is Mariska wel een persoon geworden?

Maar als Mariska dan geen eigen ‘ik’ heeft, moeten we haar dan zien als een jonge peuter, die drijft op de emotionele golven en sociale wensen van anderen?

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s