Mevrouw van duizenden woorden

Over dementie en andere ongemakken…

Ik hoorde het al op het perron. “M’n schoonvader was dement en m’n schoonmoeder ook. Maar mijn eigen moeder, die was toch dement. Dat wil je niet weten zo dement als die was. Dat was echt heel erg. En ze was ook nog depressief. Dat hoort bij die vorm van dementie. Ik heb haar naar een tehuis gebracht, want dat kon echt niet meer. En binnen een paar weken herkende ze me niet meer. Dat is toch ook wat, dat je moeder je niet meer herkent. Dat vond ik echt heel vreselijk. Daar heb ik onder geleden”.

In de trein ging het gesprek ‘vrolijk’ verder. “M’n ex, die dementeert ook vreselijk. Door de week stond bij droog, maar in het weekend zette hij het op een comazuipen. En als je zo zuipt, dan zakt je niveau. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Dan zak je van VWO naar HAVO, bijvoorbeeld. Laatst zag ik hem, maar hij herkende me niet eens. Hij zei helemaal niks tegen me. En zijn nieuwe vriendin, die hielp hem, want hij begreep niks meer. Dat was altijd al een moeder-zoon relatie. Hij wilde geen vrouw, maar een moeder die voor hem zorgde. Nou, dat was zij wel, zo’n moederfiguur. Dat wilde ik dus niet, dat begrijp je. Dus toen is hij ergens anders gaan wonen. Had ik tenminste rust.

 Mijn zoon praatte nog niet toen hij vier was. Toen gaven ze mij de schuld. Maar ik heb m’n tong lam gepraat tegen hem. Ik gaf echt het goede voorbeeld. Maar hij vertikte het gewoon om te praten. Ja, toen hij bij de kleuters kwam, toen ging hij opeens praten. Toen wist hij dat het ergens goed voor was. Hij woont nu in Groningen, maar hij wil bij mij in de buurt komen wonen. Dat hoop ik toch van niet, want dan staat hij iedere avond voor de deur en dan kan ik geen kant meer uit. Weet je wat het is met hem, hij kan geen contacten leggen, maar hij wil wel tegen iemand aan praten. En dat stopt dan niet. Nou, daar zit ik niet op te wachten”.

Vriendin zegt: “Ik moet even naar de WC”. Zij: “Dat kan hier niet, want het is een sprinter en in sprinters hebben ze geen WC. Dat moet je dus goed onthouden, als het een sprinter is kun je niet naar WC”. De vriendin zegt: “Maar er staat een pijltje naar de WC, waarom is dat dan?” Zij: “Dat is dan zeker van vroeger toen hij er nog wél in zat”. De vriendin is eigenwijs en gaat toch op onderzoek uit. Bij deze mevrouw is dat wel zo wijs, want de trein is helemaal geen sprinter, maar een luxe dubbeldekker. Zij: “Maar dan moet je wel het nummer onthouden van de trein, want anders zit je in de verkeerde trein, onthoud je het nummer? 9405. Dus 9405. Dat uit het hoofd leren van het nummer heeft geen zin, want de hele trein heeft hetzelfde nummer, maar sommige mensen moet je niet tegen spreken”.

Vriendin is weg, maar mevrouw praat gewoon door. “Hé, dit is station Zaandam. Daar hadden we ook over kunnen stappen. Waarom wilde zij dan in Sloterdijk overstappen als het hier ook kon?  Dit is veel handiger. Hé, daar staat een molen. Wat doet die molen daar eigenlijk tussen de huizen. Dat is zeker van vroeger, dat ze die huizen er later omheen hebben gebouwd’.

Vriendin komt terug. Zij: “Zie je wel dat er geen WC was, ik zei het toch, het is een sprinter en die hebben geen WC”. Vriendin: “Er zit wel een WC in, ik ben gewoon gegaan.” Zij: “Oh, dat is dan zeker nieuw, want in de spinters zit geen WC. Maar daar hebben ze in de Kamer vragen over gesteld, dus misschien heeft deze daarom nu wél een WC”. Dat deze trein overduidelijk geen sprinter is, dat heeft de mevrouw nog steeds niet door, er is maar één verklaring mogelijk.

“Ik werd dus knettergek van mijn schoonvader, want die praatte de hele tijd. En dat huwelijk, dat was ook niks. Want hij had verkeerde vrienden. Maar toen hij dement werd zei hij helemaal niks meer. Maar zeg, weet je wie mij belde? Ik was net aan het wandelen in Valkenburg en toen ging de telefoon. Precies op een kruising. Het was Simon. Hij belt anders nooit. Maar hij vroeg of ik mee ging naar de reünie van school. Ze hadden mijn adres niet, want ik ben drie keer verhuisd. Maar ik kon dus niet, want ik was aan het wandelen in Valkenburg. Maar waar is het dopje nu. Ik heb wel duizend dopjes, maar die liggen allemaal thuis. Ik ben m’n dopje kwijt”.

Ondertussen roept de machinist station Castricum om. “Hé. Castricum, we zijn te vroeg. Zo snel was het anders nooit. Dat kan helemaal niet. Hij vergist zich.” Vriendin zegt dat het wél Castricum is. Een hoop gerommel, want allerlei spullen moeten nog worden ingepakt.

Gelukkig moet er nog een mevrouw met scootmobiel de trein in geholpen worden. Daarom staat de trein wat langer. Anders was de mevrouw van de duizenden woorden mee gereden naar Alkmaar…

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

2 thoughts on “Mevrouw van duizenden woorden”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s