Psychologie van de pijn (3)

Hoogsensitief

Wat die angst betreft: er bestaat een groot verschil in angstgevoeligheid tussen kinderen. De zogenaamd hoogsensitieve kinderen, die erg prikkelgevoelig zijn, zullen doorgaans ook veel angstiger zijn. Er komt veel binnen en al die informatie moet ook nog eens onder controle worden gehouden.

Daarbij kun je je afvragen wat er eerst komt: de kip of het ei. Angst versterkt de prikkelgevoeligheid. Omgekeerd maakt een hoge mate van prikkelgevoeligheid de angst ook weer groter, omdat je teveel dingen tegelijk onder controle wilt houden.

 Angst van de ouders

Bij de behandelingen die ik bij de tandarts observeer heb ik vaak kunnen zien dat de angst van de ouders voor de tandarts de angst van het kind versterkt. Kinderen zijn van nature sterk gericht op emoties van ouders. Het betekent ook dat de angst van bijvoorbeeld een moeder kan maken dat haar dochter de behandeling als extra pijnlijk ervaart.

Hoewel het helemaal tegen mijn wens in gaat (ouders moeten steun kunnen bieden aan kinderen in spannende omstandigheden) is mijn ervaring dat bij ouders met tandartsangst de behandeling nogal eens beter gaat als ze er niet bij zijn.

Kennelijk versterkt het ervaren van pijn door de omgeving ook dat degene die behandeld wordt meer pijn ervaart.

Fysieke en emotionele conditie

Er zijn allerlei psychologische én lichamelijke factoren die de ervaring van pijn verminderen of juist versterken.

Iemand die erg bang is dat er iets niet in orde is in zijn lichaam voelt ook vaak ieder pijntje. Wie niet lekker in zijn vel zit voelt de pijn heftiger. Wie in een psychologische en fysieke topconditie bij de tandarts in de stoel gaat zitten zal gemiddeld minder pijn ervaren dan iemand die depressief is of tegen een griepje aan zit.

Als de patiënt erg bang is dat een behandeling veel pijn zal doen zal hij des te meer pijn voelen. Wachtkamergesprekken die vertellen hoe erg het allemaal is zijn niet bevorderlijk voor het emotionele welbevinden van de patiënt.

Het wordt nog gekker: patiënten die tijdens de behandeling weinig pijn hebben gevoeld kunnen later toch de behandeling als zeer pijnlijk ervaren. De emotie beïnvloedt dus zelfs achteraf het geheugen.

Het gaat hier niet om aanstelleritus, maar om een psychologisch proces dat heel gewoon is. Wel is de één meer gevoelig voor deze psychologische processen dan de ander.

Pijn is dus niet los verkrijgbaar. Pijn is ook niet meetbaar. “Deze behandeling kost u 23 pijnpunten.”   Je psyche beïnvloedt de ervaring van de pijn. Omgekeerd beïnvloedt de ervaren pijn ook weer je psyche.

“Doet geen pijn!”

 Bijna dagelijkse kost: een ouder die tegen het kind zegt dat bijvoorbeeld het prikje géén pijn doet. Juist door dat te zeggen versterkt je in psychologisch opzicht de kans dat de prik wél pijn doet. Het kind voelt de pijn, maar het voelt zich onbegrepen. Of het is net zoals bij: ‘denk niet aan die roze olifant!’: je gaat er juist wél aan denken.

Dit soort opmerkingen zijn eerder een bezwering van de kant van de ouders dan dat het werkelijk helpt bij de behandeling.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s