Controle (3) : Evidence based (2)

Wetenschappelijk bewezen (?)

Het idee van de evidence based praktijk is dat iets pas werkt als uit wetenschappelijk onderzoek is bewezen dat het ook daadwerkelijk helpt. En behandelaars moeten aan de hand van strakke protocollen (die in wetenschappelijk onderzoek bewezen hebben dat ze werken) zoveel mogelijk doen wat het protocol voorschrijft. Op die manier kun je in twaalf behandelingen iemand van zijn depressie genezen. is iemand dan nog niet beter, dan heb je je werk als behandelaar niet goed gedaan.

Lien Claes: “Behandelaars binnen deze benadering functioneren als onpersoonlijke observatoren die objectieve tijds en contextafhankelijke kennis ontdekken. Hiervoor doen zij louter een beroep op kwantitatieve onderzoeksmethoden. Hierbij staan hypotheses stellen, uitkomsten voorspellen en meten aan de hand van cijfermateriaal centraal.”

Zorgrobot

Het gevolg is dat medewerkers onevenredig veel tijd moeten steken in registratie, overleg, kwaliteitsnormering en verantwoording (Tonkens, 2008). Ondersteuning wordt zo gereduceerd tot een technisch methodische activiteit. Het liefste zou het evidence based onderzoek natuurlijk met zorgrobots willen werken: dan heb je alles hetzelfde (althans wat de input betreft). Het gaat niet meer om de relatie, maar om de meetbare regel.

Het zijn o.a. de zorgverzekeraars die menen met deze vorm van controle betere zorg te kunnen leveren. Kwalitatief onderzoek telt niet meer, alles moet kwantificeerbaar worden gemaakt, want meten is weten.

Liefde in punten

“Hou je van me?” vraagt de hoofdpersoon in een Nederlandse roman uit de jaren ’70 aan zijn vriendin. Maar hoe vaak ze ook ‘ja’ zegt, hij laat zich niet geruststellen. Dan bedenkt hij een alternatief: een 100-puntsschaal. Zijn vriendin moet iedere ochtend aangeven hoeveel punten ze van hem houdt. Eigenlijk maakt het hem niet eens zoveel uit hoeveel punten het zijn. Als het getal maar is ingevuld. Ook 34 is een getal, dat is dus ook goed.

De roman liep ver vooruit op de behoefte aan kwantificeerbaarheid door overheid en zorgverzekeraars. De obsessie voor juist geplaatste vinkjes en SMART-doelen is zó groot geworden dat de veel moeilijker meetbare kwaliteit van de relatie niet meer ‘scoort’. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Wat is het alternatief? Lien Claes bepleit een verschuiving van het voorspellen, controleren en interveniëren naar interpreteren door middel van beschrijven en trachten te begrijpen. Een voorbeeld is het levensverhalen-onderzoek waarbij de persoon en de manier waarop hij in de wereld staat een nadrukkelijke plek krijgt.

Diagnose wordt identiteit

Hoe werkt het in de praktijk? Doordat behandelingen vaak gekoppeld worden aan diagnoses wordt de identiteit van de persoon de naam van zijn afwijking. Sprak men vroeger over ‘de blindedarm op kamer 317’, tegenwoordig is het ‘de autist die structuur nodig heeft’. En zoals die blindedarm op kamer 317 vaak ook feitelijk onjuist is (het is juist de blindedarm die er uit is gehaald, die ligt er niet meer), zo mis je ook in het verhaal over ‘de autist’ de essentie, de kwaliteit van het bestaan.

Ik ben op bezoek op een gesloten afdeling voor demente bejaarden. Ik heb begrepen dat de mensen die hier wonen een verzonken bestaan leiden. Ze zijn zich nauwelijks nog bewust van hun omgeving. Want in de vierde fase van de dementering ben je teruggevallen in een bijna voorbewust bestaan.

Een familielid van één van de bewoners heeft een baby van een maand of vier meegenomen. Opeens zie ik ‘opa’ (waarschijnlijk de overgrootvader) meer rechtop gaan zitten. De baby kijkt naar hem en maakt een geluidje. Het duurt ongeveer dertig seconden, en dan maakt ‘opa’ hetzelfde geluid. De baby kijkt gericht en ziet in de ogen van opa een mens die dezelfde taal spreekt. De baby herhaalt zijn geluid en opa reageert (opnieuw na een seconde of dertig) ook weer. De man die volgens het dossier nauwelijks meer aanspreekbaar zou zijn heeft het hart gestolen van een vier maanden oude baby.

“Gedrag wordt in de zorg vaak bekeken als onderdeel van een label en niet als product van levenservaringen en levensgebeurtenissen. Zeker bij mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag is deze deductie van label naar gedrag eerder regel dan uitzondering. Dit is een gevolg van een individualistisch, medisch-psychiatrisch paradigma. Er is nauwelijks nog ruimte voor een bredere blik op de context en op het levensverhaal van de persoon.“ Aldus de Belgische onderzoekster Lien Claes. In navolging van Jet Isarin doet ze onderzoek naar de ‘wie’ vraag rond de persoon. Hoe kunnen we in de zorg het ‘wat’ meer loslaten en de persoon, de ‘wie’ weer meer recht doen?

Lien Claes: Wederzijdse emotionele beschikbaarheid binnen onderzoek. In: Erik de Belie en Geert van Hove: Wederzijdse emotionele betrokkenheid (Garant, 2013).

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

1 thought on “Controle (3) : Evidence based (2)”

  1. Mooie vergelijking in het artikel. Inderdaad draait het tegenwoordig in de zorg en ouderenzorg alleen maar om cijfertjes en protocollen. Natuurlijk horen medicatie en andere basisbehoeftes geregistreerd te worden. Maar of men nu 1 of 1.5 min iemand helpt bij het tandenpoetsen lijkt mij veel minder belangrijkt. En daar gaat heel veel tijd inzitten die beter aan echte kwaliteit kan worden besteed. Een liedje meezingen met een bewoner, een gesprekje hebben enz.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s