Vijf vormen van autisme (1)

Er is in de literatuur een groot aantal indelingen van autisme bekend.

Ik geef de indeling van Lorna Wing (1979), aangevuld met recentere gegevens van Shah (1988, 1992). Later heeft Peter Vermeulen deze indeling ook overgenomen in zijn boek Brein Bedriegt (2002).

Overigens is een dergelijke indeling altijd kunstmatig, het beeld kan naar gelang de omstandigheden ook wel wat verschuiven.

autisme-drie-vormen1. De afzijdige groep.

Deze groep is in de samenleving het meest bekend: mensen met autisme die zich afsluiten voor de omgeving. Althans: dat is de indruk die je in eerste instantie krijgt. Vaak merken ze hun omgeving wel op, maar de indrukken zijn te massief, teveel. Als zelfbescherming sluiten ze zich af. In veel gevallen hebben deze mensen ook een verstandelijke beperking. Er is weinig of geen taalontwikkeling. Als ze wel spreken is het vaak in de vorm van echolalie: het steeds weer herhalen van woorden.

Ze vallen o.a. op door hun stereotype bewegingen, zoals het fladderen met de armen of handen, het aantikken van voorwerpen, het steeds tollen met een object of het wiegen met het gehele lichaam. Er is sprake van veel herhaalgedrag (proefschrift Gerard Nijhof).

2. De passieve groep.

Deze groep mensen werd vroeger wel onder het kopje ‘atypisch autisme’ gediagnosticeerd. In tegenstelling tot de eerste groep volgen deze mensen veel van wat er om hen heen gebeurt. Het lijkt wel of ze alles in de gaten houden. Maar het wonderlijke is dat ze nauwelijks tot handelen komen, tenzij je hen gericht stuurt. Een moeder zei in dit verband treffend: “Frank is net een lappenpop, hij blijft zitten waar ik hem neerzet, hij blijft staan waar ik hem laat staan, hij komt zelf nergens toe.”

Een bekend thema in besprekingen is dat je bij deze mensen bijvoorbeeld altijd weer moet zeggen: “Frank, drink je koffie maar op.” Dat kan leiden tot irritaties bij de begeleiding: ‘hij weet het nu toch wel?’ Ja, hij weet het wel, maar hij heeft toch iedere keer weer dat duwtje nodig!

3. De actief-maar-bizarre groep.

Deze mensen nemen wel veel initiatief tot contact, maar de contacten zijn eenzijdig, bizar, onaangepast. Deze vorm van autisme kost opvoeders vaak erg veel energie door het voortdurende appél dat ze op hen doen, zoals het steeds maar vragen stellen over één beperkt onderwerp waar ze alles van willen weten.

Deze groep mensen met autisme functioneert op licht tot matig verstandelijk gehandicapt niveau, maar ze kunnen ook intelligent zijn. Dat is tevens een valkuil: je denkt dat ze van alles kunnen, maar op sociaal en emotioneel niveau hebben ze veel beperkingen. Zo zijn ze niet goed in staat tot samenspel. Ze kunnen wel met jongere kinderen spelen, maar dan alleen als ze zelf de controle kunnen behouden.

Wat de interesses betreft is er vaak sprake van fascinaties (‘preoccupaties’, ‘vieps’) rond bepaalde thema’s: treinen, automerken, dinosaurussen, sterrenbeelden, hitlijsten, weerberichten, elektriciteit, lantaarnpalen.

Eén van de kenmerken bij deze mensen is ook dat ze ernstige paniekaanvallen kunnen vertonen als ze de controle op de omgeving kwijt raken.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s