Allochtone jongeren en integratie

Professor Lotty Eldering promoveerde op een onderzoek in Marokkaanse gezinnen.

Als hoogleraar interculturele pedagogiek was zij betrokken bij veel onderzoek naar de opvoeding in gezinnen met een niet-Nederlandse achtergrond. Ook was zij steeds bezig met de vraag hoe de integratie tussen de ‘nieuwkomers’ en de autochtone bevolking bevorderd zou kunnen worden. Als één van de mogelijkheden zag ze het Nederlandstalig onderwijs.

Hoeveel onderling contact?

Hoeveel contacten hebben de verschillende bevolkingsgroepen met elkaar? Hoeveel (van oorsprong) niet-Nederlandse vrienden en kennissen heb ik bijvoorbeeld? En de lezers van dit blog?

schoolplein-amsterdamOoit maakte ik een foto (op gepaste afstand) van kinderen op een schoolplein in Amsterdam. Ik zag op dat plein geen enkel ‘blank’ kind en ook geen enkele ‘blanke’ leerkracht. Dit was dus duidelijk – wat wel genoemd wordt – een zwarte school. In diezelfde week maakte ik ook een foto van kinderen op een ander schoolplein, 30 km. verderop. Er was geen ‘gekleurd’ kind te zien. Een ‘witte school’ dus.

Gekleurde wijken

Dit is ook wat Prof. Eldering ziet. Voor een deel wordt dit veroorzaakt doordat bepaalde bevolkingsgroepen zich vooral vestigen in bepaalde wijken.

Als je bijvoorbeeld door Den Haag fietst zie je per wijk de kleur veranderen. Ooit nam ik in Amsterdam een aantal stadsbussen om te kijken wie er in en uit stapten. Op een bepaald moment was ik de enige ‘witte’ Nederlander in de (volle) bus.

Weinig ‘andere’ vrienden

Eldering citeert onderzoek waar uit naar voren komt dat meer dan de helft van zowel de allochtone jongeren als van de autochtone jongeren nauwelijks vrienden heeft buiten de eigen etnische groepering. Dat wil bijvoorbeeld ook zeggen dat mensen met een Turkse achtergrond niet veel contact hebben met mensen met een Marokkaanse achtergrond. Wel is het beeld bij Antillianen en Surinamers wat meer genuanceerd.

De school blijkt nog een middel te zijn voor onderlinge contacten, al is het aantal contacten binnen de eigen kring in de tweede generatie nog toegenomen vergeleken bij de eerste generatie allochtonen. Je zou verwachten dat er meer vermenging plaats zou vinden, maar dat is kennelijk niet het geval.

Na de schooltijd is opvallend hoezeer de afzonderlijke bevolkingsgroepen zich terugtrekken binnen de eigen gemeenschap. Een gevolg is o.a. dat ‘gemengde huwelijken’ een uitzondering zijn.

De rol van de moskee

Eldering wijst ook op de invloed van etnisch-religieuze contacten. Moskeeën zijn vaak gericht op de eigen etnische achtergrond: er zijn zo’n 250 Turkse moskeeën, zo’n 180 Marokkaanse moskeeën en zo’n 50 Surinaamse en Pakistaanse moskeeën.

Ze noemt in haar artikel niet de christelijke kerken, waar je deze ontwikkeling ook ziet, zoals bijvoorbeeld de kerken met Ghanese immigranten in Amsterdam.

Terug naar de wortels

Tien jaar geleden was ik op bezoek bij een gezin dat afkomstig is uit Marokko. De ouders kwamen in de jaren ’80 naar Nederland. Vader sprak redelijk Nederlands, moeder nauwelijks. De kinderen spraken tegen hun ouders ‘Berbers’ en tegen mij goed Nederlands.

Onlangs zag ik deze ouders weer. Moeder had inmiddels een hoofddoek en ‘passende kleding’,  ook vader had zijn westerse kleding ingeruild. De vorige keer deed moeder mee met het gesprek, nu niet meer. De oudste dochter had haar westerse kinderkleding verwisseld voor kleding die paste binnen de eigen cultuur. Moeder en dochter droegen nu een hoofddoek.  

Het is een verandering die ik vaker heb gezien. De eigen cultuur assimileert niet in de westerse cultuur, er wordt meer gezocht naar de eigen tradities. Dat lijdt in ieder geval qua uiterlijk tot groetere verschillen. Maar zijn de opvattingen dan ook veranderd?

Volgens Eldering speelt het wantrouwen jegens de westerse opvoedingscultuur bij deze ontwikkelingen een grote rol. En daarbij hebben de moskeeën een grote invloed. De islam vormt voor veel immigranten het belangrijkste identiteitskenmerk.

N.a.v.: Lotty Eldering: Opvoeding en leefsituatie van allochtone jongeren. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, juli/augustus 2016 

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s