Autisme en hechting (3)

7. Kinderen met autisme hebben vaker een als moeilijk ervaren temperament.

Onder een als moeilijk ervaren temperament wordt verstaan: de combinatie van veel moeite met het aanpassen aan veranderingen, het moeilijk af te leiden zijn van bepaald gedrag (vasthoudend zijn), een vaker als negatief ervaren stemming, en een hoge intensiteit van reacties (bijvoorbeeld heftig reageren op kleine gebeurtenissen).

Ik heb in mijn werk een paar honderd keer een temperamentsprofiel beschreven. Bij de meeste temperamentsprofielen bij mensen met autisme was sprake van een als moeilijk ervaren temperament.

Bij drie van de vier baby’s met een moeilijk temperament bleek dat ze later ook veel kenmerken van onveilige hechting lieten zien (Van den Boom en Hoeksma, 1994). Dat is wel verklaarbaar omdat het bij kinderen met een moeilijk temperament veel lastiger is om een goede aansluiting op elkaar te vinden. Als mijn indruk juist is dat kinderen met autisme vaker een als moeilijk ervaren temperament hebben zou dat ook de kans vergroten dat de veilige hechting bij hen onder druk staat.

8. Kinderen met autisme zijn vaak moeilijker troostbaar.

De meeste kinderen laten zich vrij snel troosten door hun vertrouwde opvoeders. Ze worden opgetild, geknuffeld, er wordt met hen gepraat en na een paar minuten zijn ze weer rustig. Mijn indruk bij kinderen met autisme is dat ze vaak sneller van slag zijn en dat het de ouders meer tijd en energie kost om het evenwicht weer te herstellen. Verbondenheid, iets samen delen, kost dus meer energie en tijd.

9. Kinderen met autisme zijn vaker huilbaby’s geweest

Ik moet dit met voorzichtigheid noemen, omdat ik er geen wetenschappelijke onderbouwing voor ken. Maar uit verhalen die ik van ouders heb gehoord is dat beeld mij wel bijgebleven. En ik kan het ook wel verklaren. Er zijn allerlei onderzoeken waarbij bij baby’s met autisme is vastgesteld dat er sprake was van veel meer prikkelbare darmen, allergieën, maar ook van een sterk verhoogde prikkelbaarheid als gevolg van sterke reacties op o.a. licht en geluid.

Huilbaby’s kosten ouders veel energie. Dat is ook een risicofactor voor veilige hechting.

PS: je mag het niet omdraaien: mijn kind is een huilbaby, dus hij is autistisch. Er zijn veel redenen waarom baby’s enige tijd veel huilen.

10. Een deel van de baby’s en jonge kinderen met kenmerken van autisme is zeer passief.

Een moeder zei tegen mij: “Ik vergat zijn voeding wel eens. Hij was zó stil dat ik er gewoon niet aan dacht. Dat was toen misschien wel gemakkelijk, er waren nog twee druktemakers boven hem. Maar achteraf vroeg ik me af: ‘was hij niet té stil?”

Om tot gezonde hechting te komen zijn veel contactmomenten en interacties nodig. Ouders en kind moeten elkaar steeds weer tegenkomen om elkaar goed te leren kennen. Veel contact is een voorwaarde voor gezonde hechting.

Autisme is niet hetzelfde als een hechtingsstoornis. Autisme maakt wel de ontwikkeling naar gezonde hechting meer kwetsbaar. Marc Serruys (2013) spreekt in dit verband treffend van ‘fragiele gehechtheid’.

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s