Autisme en hechting (2)

Het kijken naar de ogen heeft een belangrijke sociale en emotionele waarde. Al direct na de geboorte is de baby sterk gericht op de ogen van zijn moeder. Deze natuurlijke gerichtheid blijft de gehele babytijd bestaan. Het spreekwoord luidt dat de ogen de spiegel van de ziel vormen. Dit zou dus kunnen betekenen dat kinderen die minder oogcontact hebben ook minder ‘leren’ over hoe mensen ‘van binnen’ in elkaar zitten.

4. Simon Baron Cohen heeft veel onderzoek gedaan naar de wijze waarop jonge kinderen bij volwassenen veiligheid zoeken. Omdat kinderen met autisme minder op de ogen letten, checken ze ook minder of iets OK is. Kinderen lezen aan de ogen van mamma af of het veilig is. Ze kijken bijvoorbeeld naar een vreemd voorwerp, kijken dan naar mamma of het ‘goed’ is en pas als mamma het heeft bevestigd is de kust veilig. Volgens Simon Baron Cohen zouden kinderen die die check niet doen eerder autisme ontwikkelen (dit is een discussiepunt: ontwikkel je autisme of was het er al). Als kinderen geen geruststelling ontlenen aan de ouders betekent dat ook dat ze meer met hun eigen angsten blijven zitten. Dit zou (mede) kunnen verklaren waarom er bij kinderen met autisme veel vaker sprake is van een hoog angstniveau (promotieonderzoek Bonny van Steensel, 2013).

5. Mensen met autisme zijn meer gericht op beweging en detail, dan op het totaalbeeld. Als we analyseren waar kinderen met autisme op letten dan kunnen ze geobsedeerd zijn door het bewegen van de lippen tijdens het spreken of het knipperen van de ogen. Ze kunnen ook geïntrigeerd zijn door een pukkeltje op de wang of een piercing in het oor. Ze letten op (of zijn afgeleid door) andere thema’s, waardoor het algemene relationele contact minder centraal komt te staan. Ze leren daardoor minder van de bedoeling van de ander: de opbouw van de Theory of Mind loopt vertraging op.

Een verklaring waarom de overgang van vloeibaar voedsel naar vaster voedsel bij kinderen met autisme vaak zo moeizaam verloopt is het feit dat de meeste kinderen het eerste vaste voedsel weliswaar vreemd vinden, maar de stem en de geur van hun moeder stellen hen gerust. Baby’s met trekken van autisme zouden veel meer letten op de ‘afwijking’ (het eten klopt niet) en zich daardoor niet meer gerust laten stellen door de stem, de houding en de geur van hun moeder.

6. Later, als de taalontwikkeling op gang komt, is de gesproken taal voor kinderen (en volwassenen) complex en abstract. Gunilla Gerland schrijft: “Jullie spreken een andere taal dan ik, jullie hebben het over ‘misschien’ en ‘straks’, dat zegt mij helemaal niets. Wat is misschien, wat is straks?” Daar komt bij dat we ons ook veel van andere ‘vaagtaal’ bedienen, zoals taalgrappen en dubbele betekenissen. Kinderen pikken dat geleidelijk op en voelen ook aan als iets een grapje is. Dat is voor kinderen met autisme allerminst vanzelfsprekend.

Het betekent dat zinnen die door andere kinderen – ondanks het impliciete taalgebruik – goed worden begrepen voor mensen met autisme nauwelijks betekenis hebben. Er wordt wel gesproken, de woorden zijn bekend, maar de betekenis wordt niet gepakt. Het betekent dat er voor het kind veel onduidelijk blijft. Daardoor wordt de verbale aansluiting gemist. Deze gemiste aansluiting zet de hechting onder druk.

(wordt vervolgd)

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s