Selectief mutisme (2)

Ik heb verschillende intelligente jonge kinderen gezien die nauwelijks spraken bij vreemden. Zoals een peuter van drie jaar die – toen ik een uurtje op moest passen – geen enkel woord heeft gezegd. Ze deed wat ik haar vroeg (de poes eten geven, de straat vegen, duploblokken bouwen), maar haar mond zat op slot.

Een ander meisje (5 jaar oud) zei drie uur lang niets toen ze met haar ouders bij ons op visite was.

Beide ‘dames’ zijn nu pubers. Je zou niet denken dat ze ooit weinig hadden gesproken, want nu zitten ze niet om een woordje verlegen.

Stoppen met spreken

Bij selectief mutisme is een opmerkelijk verschijnsel dat het spraken in vreemde situaties nogal eens stopt op de leeftijd van drie en vijf jaar (als het kind zich meer bewust is van de omgeving), maar wordt pas later als probleem herkend.

Veel van deze kinderen zijn op deze leeftijd erg verlegen tegen vreemden, en spreken op school de eerste maanden niet, of alleen fluisterend.

Dit verschijnsel komt vooral veel voor onder kinderen van immigranten (Rutter and Lord, 1987). In de meeste gevallen gaat dit over, maar in zeldzame gevallen duurt dit langer dan een jaar, en spreken we van selectief mutisme.

Er is naast het selectief mutisme vaak sprake van andere emotionele stoornissen, en achterstanden in de spraak- en taalontwikkeling.

Sociaal-emotionele problemen

Als bijkomende problemen worden volgens diverse auteurs de volgende sociaal-emotionele problemen gevonden:

  • een zeer hechte, symbiotische relatie met de moeder, waarbij de moeder moeite heeft om conflicten met het kind aan te gaan, en uit angst voor protesten teveel toegeeft. In verband hiermee ook:
  • weigeren naar school te gaan of schoolfobie, door moeder gesteund;
  • koppigheid en negativisme, vooral optredend wanneer de nauwe band met de ouders verbroken dreigt te worden;
  • weinig contact met leeftijdgenoten, hierin zijn zij timide, apathisch en hebben de neiging zich terug te trekken;
  • een achterstand in ontwikkeling en intelligentie, en bij ongeveer de helft van de kinderen een achterstand in de taalontwikkeling;
  • zindelijkheidsproblemen komen veel voor bij deze kinderen;
  • in zeldzame gevallen vindt men dwangmatig gedrag, hyperactiviteit en tics.

Na een trauma?

Hoewel het vaker voorkomt dat een kind na een ongeluk of traumatische gebeurtenis een poosje niet meer praat, komt het zelden voor dat dit zich ontwikkelt tot een blijvend verschijnsel.

Om deze stoornis te kunnen onderscheiden van autisme, verstandelijke beperking, auditieve problemen of spraakstoornissen is het nodig vast te stellen dat het kind kan spreken en daar ook bewijs voor te hebben, bijvoorbeeld een opname met een verborgen microfoon. Als het kind zich bewust is van de aanwezigheid van een vreemde kun je niet ‘meten’ wat er aan de hand is.

Zo’n opname biedt ook de mogelijkheid de taal te analyseren, en het taalniveau vast te stellen. Daarnaast is de aanwezigheid van goed taalbegrip en het reageren op taal een middel om tot de diagnose te komen. Bij kinderen die het Nederlands als tweede taal verwerven, zoals kinderen van immigranten, is dit tamelijk gecompliceerd. Zoals al genoemd komt selectief mutisme bij deze kinderen vaker voor.

Saïd zwijgt op school

Voorbeeld van een kind met selectief mutisme (bron: zie de titel onder aan dit blog):

Saïd is een zoon van Marokkaanse ouders. Vanaf zijn eerste schooldag sprak hij op de kleuterschool geen woord. Hij lachte zelfs geluidloos. Wel reageerde hij goed op opdrachten, en deed alles mee in de groep. Na twee jaar werd hij verwezen naar een school verbonden aan een Pedologisch Instituut.

De volgende inzichten bleken van belang:

Saïd leeft in een gesloten, Marokkaans gezin. Hij heeft een sterke band met zijn moeder, die ongelukkig en boos is over haar bestaan in Nederland. Moeder zwijgt vaak tegenover haar man, en Saïd is bang voor zijn vader, en praat niet tegen hem. Saïd is loyaal aan zijn moeder in het afwijzen van de Nederlandse cultuur en taal.

Om het zwijgen te doorbreken werd een programma opgezet. Hierbij werd uitgegaan van de situatie thuis, en als uitgangspunt genomen dat er thuis Nederlands geleerd moest worden door moeder en zusjes. Beide ouders willen hieraan graag meewerken, zij vinden het van groot belang dat Saïd op school gaat spreken.

Eerst kwam er een begeleider in huis en met behulp van plaatjes werd het Nederlands geoefend met het gezin. Saïd deed hieraan mee. Na enige tijd werd dit spel op school voortgezet, met de logopediste erbij. De thuisbegeleider trok zich terug, en er werd eerst een klasgenoot bijgehaald, en daarna werden er per les meer kinderen bij betrokken. Het spel werd voortgezet in de tussenruimte tussen de klassen, en tenslotte in de klas.

Saïd begon nu ook antwoord te geven op vragen en zachtjes spontaan te spreken. Hij toont een verbazingwekkend hoog niveau van taal en uitspraak.  De huisbezoeken en de getoonde interesse hadden een heel gunstige invloed op de gezinsverhoudingen. Hierdoor was Saïd in staat het zwijgen op te geven. Ook lijkt het erop dat Saïd een eenmaal begonnen gedrag, namelijk op school zwijgen, niet meer wist te doorbreken, en daarbij geholpen moest worden.

 

Uit: Kinderen met taalontwikkelingsstoornissen, Leen van den Dungen en Margreet Verboog (Coutinho, 1991 / 1998)

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s