Zelfbewustzijn en zelfkennis (6)

Doe ik dat?

In de vroege ontwikkelingsfase leert het kind door lichaamgebonden te ervaren. Daarbij spelen vooral de nabijheidszintuigen, maar geleidelijk ook meer de vertezintuigen een rol.

De volgende stap is het besef dat het iets voor elkaar krijgt. Als ik hier tegen tik hoor ik een geluid. Dit oorzaak en gevolg roept een gevoel van almacht op: “Dat heb ik voor elkaar gekregen”.

De stap die daarna volgt is: en zo moet het gaan. Dus na het zich realiseren dat het de veroorzaker is ontstaat als vervolgstap het kunnen plannen. Met als bijbehorend besef: ‘Mastery’ (volgens kinderpsychiater Kagan): ik kan de boel onder controle houden.

Het is niet alleen de ervaring die kinderen helpt om tot dit besef te komen. Er speelt ook rijping in mee. De neurologische bedrading moet klaar zijn. Ook het geheugen speelt een rol mee. Het kind moet het verleden vast kunnen houden, besef hebben van het heden en vooruit kunnen zien naar wat er komen gaat. Voor al die aspecten heb je neurologische verbindingen nodig.

Bén ik dat?

En nu komt het onderzoek van Lewis met de spiegel (zie een eerder blog). Nog even in de herhaling:

  1. Het kind herkent zichzelf voor de spiegel
  2. De neus wordt ongezien rood gemaakt. Kinderen van 15 maanden grijpen niet voor de spiegel naar hun neus. Ze herkennen zichzelf al wel, maar niet de onderscheiden lichaamsdelen. Ze hebben dus ook niet door dat het hún neus is die rood is.
  3. Kinderen van twee jaar zien wel dat het hun neus is.  daarna weer in de spiegel kijken: kinderen van beneden de 15 maanden grijpen niet naar de eigen neus, bijna alle kinderen van 2 jaar wél = besef: dat is mijn neus.

Kinderen van twee jaar hebben ook al het besef dat zij zelf op de film staat die wordt afgedraaid. Als er een ander kind op de film staat hebben ze de neiging om minder actief te zijn. Dit wordt gezien als een ontwakend ik-besef.

Signalen van ik-bewustzijn:

Begeleiders vertellen mij regelmatig dat cliënten helemaal van slag raken als een andere cliënt een correctie krijgt. Dit heeft mijns inziens te maken met onvoldoende ik-besef. Deze cliënten hebben geen gevoel van onderscheid tussen jou en mij. Ze vallen samen met de ander.

Sommige cliënten kunnen zelfs heel angstig worden, alsof ze niet meer verder bestaan als de wereld niet meer voorspelbaar is. Ze zoeken dan ook een correctie op of een vertrouwde plek om toch weer te kunnen bestaan. Dit past volgens mij bij het ik-besef van de jonge peuter.

In de taal markeert het gebruik van het woord ‘ik’ de overgang naar het zelfbewustzijn. De peuter noemt zichzelf niet meer ‘jij’ (stap 1), ook niet meer Bertje, maar opeens heeft hij het over ‘ik’.

Inzicht in de wensen van anderen

Het onderscheid met de (behoeften van de) ander is nog onvoldoende. Het eigen ik is zó dominant dat het nog geen zelf is. Er wordt nog geen onderscheid gemaakt met de behoeften van de ander. Een motivering als: “Zou jij het fijn vinden als jouw speelgoed wordt afgepakt?” heeft bij peuters geen enkele zin.

De peuter kan ook nog helemaal niet tegen zijn verlies. Een spelletje kunnen verliezen is een signaal dat het zelf zich aan het ontwikkelen is. Dan stort je wereld niet meer in als je verliest.

Jongen-meisje

Peuters leren onderscheid te maken tussen het  ontwikkelt ook het onderscheid tussen jongen en meisje.

Meer samen

De oudere peuter wil nog steeds wil aandacht van zijn ouders. Hij vindt het wel vervelend als het broertje aandacht krijgt. Toch leert hij er mee om te gaan. Hij blijft bestaan, ook als het broertje nu aandacht krijgt.

Samenspelen met leeftijdgenoten is nog wel moeilijk

De peuter heeft nog onvoldoende door dat de ander pijn heeft

De peuter heeft nog geen zicht op eigen ‘afwijkingen’ (er anders uit zien dan andere kinderen is nog niet erg).

De peuter kan nog geen rollenspel spelen. Als hij verkleed is en je vraagt waar Dennis is, zegt hij meteen: “Ik ben hier!”

De peuter kan nog niet de gek met zichzelf steken.

De bovenstaande thema’s zouden (mede) een check kunnen zijn bij het bepalen van de vraag of er sprake kan zijn van een zelf.

 

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s