Loslaten: een emotionele opdracht (2)

“Wie zijn kind vasthoudt op het moment dat de tijd gekomen is om het los te laten, maakt verdere groei naar individuatie problematisch”. Aldus Chiel Egberts.

Theodor Lidz beschrijft een jongen die wordt opgenomen in een psychiatrische instelling. Zijn moeder probeert nog van alles voor haar zoon te regelen. Maar op een gegeven ogenblik valt de deur in het slot. Een aantal dagen later is het bezoekuur. De zoon krijgt een doos met ingepakte bonbons. Voor het idee van het personeel zien de bonbons er niet zo netjes verpakt uit, net of ze open zijn geweest. Ze ontdekken dat de moeder in ieder zilverpapiertje een boodschap voor haar zoon heeft gewikkeld: ‘doe je wel iedere dag een schone onderbroek aan?’, ‘doe je op zondag je stropdas om?’ ‘denk je dinsdag aan de verjaardag van oma?’ poets je twee keer per dag je tanden?’

Bescherming en strijd

Kenmerkend door de meeste ouders is dat ze het kind willen beschermen. Karakteristiek voor de meeste kinderen is dat ze hun autonomie willen bevechten. Die strijd is niet ongezond. Waarschijnlijk is het zelfs zo dat juist dat bevechten van je eigenheid op deze leeftijd van aanzienlijke invloed is op wie je als volwassene zult worden.

Maar hoe zit dat dan bij kinderen met een verstandelijke beperking? Opvallend is dat zij vaak hun eigenheid niet bevechten. Ze kiezen er opvallend voor om verzorgd te worden. Ze doen een appél op hun ouders om beschermd te worden en te blijven.

Ouders van een verstandelijk gehandicapt kind

En hoe zit het met ouders van een kind met een handicap? Als in mijn studietijd schreef Wolfensberger over een ‘arrest in the life cycle’. Iedere keer als leeftijdgenoten van jouw kind een stap verder maken, moet je als ouder constateren dat jouw kind die stap niet maakt. Leren lopen, gaan praten, voor het eerst naar school, de puberteit, het op eigen benen gaan staan, trouwen. Dat betekent ook dat iedere natuurlijke nieuwe fase in de ontwikkelingslijn bij kinderen met een verstandelijke beperking ‘anders’ verloopt dan bij andere kinderen.

Mijn vader schreef er ooit een column over: hoe een moeder iedere keer weer in de put zat als haar vriendinnen vol trots vertelden over de prestaties die hun kinderen behaalden.

Onbegrip

Ouders van kinderen met een verstandelijke beperking maken veel onbegrip mee. Vaak moeten ze iedere keer weer vechten voor de juiste ondersteuning, voor een goede diagnose. Of ze ervaren dat de omgeving meent dat de gedragsproblemen van het kind zijn te wijten aan pedagogisch falen.

Emoties

Helen Feartherstone noemt de volgende kenmerkende emoties bij ouders met een gehandicapt kind:

  • a) bezorgdheid (‘hoe gaat het als ik er niet ben?’)
  • b) boosheid (tweeledig: vanwege de handicap van het kind en/of van het zich niet begrepen voelen
  • c) eenzaamheid (‘leed isoleert’)
  • d) verdriet
  • e) schuldgevoelens
  • f) twijfel aan zichzelf

Het is deze combinatie aan emoties die maakt dat ouders moeilijker kunnen loslaten. Ouders hebben vaak moeten ervaren dat anderen hun kind niet goed begrepen (of ze hebben in ieder geval dat gevoel gehad). Iedere keer als je merkt dat er iets ‘gemist’ is in de zorg voor je kind roept dat ook weer schuldgevoelens op: ‘had ik het toch maar thuis moeten houden?’

Daarnaast zijn verdriet en schuldgevoel emotionele tweelingen: ze lopen dwars door elkaar heen.

Uithuisplaatsing

Er komt nog iets anders bij. Vooral in het verleden hebben ouders nauwelijks de kans gehad om afscheid te nemen van hun kind. Van de ene op de andere dag werden ze als ouders uitgeschakeld.

Ooit interviewde ik een moeder van een jonge vrouw met een ernstige verstandelijke beperking. Voor dat vraaggesprek had ik twee uur uitgetrokken. Uiteindelijk duurde het gesprek een hele dag. De moeder kon me tot in detail vertellen wat ze de dag van de plaatsing van haar kind op de instelling had meegemaakt. Wat voor weer het was, welke vogels ze had gezien, hoe de deur in het slot sloeg. Daarna had ze haar kind zes weken niet mogen zien.

Hoezo: een natuurlijk proces van loslaten? Deze moeder stond bij de begeleiding bekend als een overbezorgde moeder. Maar als je dit verhaal plaatst in de context van het natuurlijke loslaten, hoe ziet het er dan uit?

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

2 thoughts on “Loslaten: een emotionele opdracht (2)”

  1. @ Kitty: Er mist een woord: ze kiezen er opvallend vaak voor om verzorgd te worden. Dat is idd wat kort door de bocht geformuleerd, want wat is ‘kiezen’? Daarvoor moet je een stukje ‘ik’ hebben ontwikkeld. Wat ik bedoelde is dat kinderen binnen de normale ontwikkeling vaak hun zelfstandigheid bevechten (ze willen bijvoorbeeld op onderzoek uit, eigen dingen ervaren, grenzen verleggen). Kinderen met een verstandelijke beperking doen dat uit zichzelf veel minder en doen dus meer een appél op de opvoeder om verzorgd te worden. Het ‘zelluf doen’ staat bij hen vaak minder centraal, maar meer het ‘jij moet je helpen’.

  2. Ik blijf hangen bij het zinnetje ´ZE KIEZEN ER OPVALLEND VOOR om verzorgd te worden´.
    Verzorgd worden, is dat binnen de context een keuze? Om een keuze te kunnen maken, moet je overwegingen kunnen maken en relaties zien, bv. oorzaak-gevolg … in hoeverre kan iemand met een beperking dat overzien, wat er gebeurt als hij ervoor kiest om niet verzorgd te worden??
    Of is er iets anders dat de keuze bepaalt, bv. een (gering) besef van kwetsbaarheid of onbekwaamheid?
    Wat is de achterliggende gedachte om dat opvallend te noemen?
    Is het niet (bio)logisch dat een zwakkere de bescherming een verzorging zoekt van een sterkere?

    `Arrest in the life circle´ / ´leed isoleert´…. ook lastig voor de omgeving… met elkaar zoeken naar een manier om er mee om te gaan. Er zijn geen pasklare strategieën…
    Wij kwamen met tien onervaren ´kersverse moeders´ regelmatig samen, met de baby´s erbij, om enthousiast van alles uit te wisselen over voeden en opvoeden. Na een jaar bleek één van de kinderen het zeldzame syndroom van Rett te hebben. Steeds meer hersencellen vielen uit…. met alle gevolgen van dien. Het raakte me diep en het heeft best veel emoties opgeroepen bij ons allemaal, te zien wat er gebeurde met negen dribbelende dreumesen en één die letterlijk stil viel. En hoe één van ons door het lot gedwongen werd om sneller los te laten dan ze eigenlijk wilde. Want het kindje kwam al snel in een instelling en in een rolstoel terecht. Die instelling betrok moeder wel bij alles trouwens. We hebben ervaren hoe belangrijk het samen delen en dragen was en heeft het leed niet geisoleerd.

    De zilverpapiertjesactie en laatste alinea: het is altijd goed om het van meerdere kanten te bekijken, vaak zijn we te snel met ´oordelen´. Vragen we niet wat werkt, maar besluiten we dat het zus of zo moet werken. Protocol, automatische piloot… i.p.v. aandacht en vriendelijkheid.
    Ouders moeten ook begeleid worden, mensen hebben er vaak geen idee van wat het betekent om ´verbroken´ te worden van je kind, om wat voor reden dan ook. Wat ik me dan afvraag is… hebben dat soort instellingen dan niet iemand in het team die ouderbegeleiding verzorgt? Of is dat wegbezuinigd?

    Echt heel belangrijk dat er ruimte is voor het stap voor stap maken van overgangen en wennen aan het je kind niet constant bij je hebben. Erkennen dat loslaten een emotioneel proces is, spreekt de noodzaak ervan niet tegen.
    Je kunt het eigenlijk opvatten als rouwprocessen die doorlopen moeten worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s