Zelfbewustzijn en zelfkennis (4)

Lichaamsbesef als onderdeel van het eigen ik

Een baby van drie maanden oud, is verbaasd over zijn eigen bewegende handjes. Aanvankelijk heeft hij niet eens het besef dat die handjes bij hemzelf horen. Hij kan zichzelf pijn doen zonder te beseffen dat hij dat zelf deed (tikje in het gezicht, krabben).

Door eindeloos te herhalen ontdekt de baby oorzaak en gevolg. Een actieve baby (temperament) ontdekt dat doorgaans vaak sneller. Je moet namelijk veel oefenen om je lichaam te leren begrijpen.

Ontwikkeling bij kinderen met een verstandelijke beperking

Kinderen met een verstandelijke beperking ontdekken dat later, deels omdat ze vaal minder actief zijn, voor een ander deel omdat de betekenisverlening veel langzamer verloopt. Daarnaast hebben kinderen met een verstandelijke beperking vaak de neiging om zich terug te trekken als het spannend wordt (de menstekeningen door mensen met een verstandelijke beperking laten vaak ook op latere leeftijd een sterk vertraagd lichaamsbesef zien).

Schema’s

Door ervaring leer je dus hoe je lichaam in elkaar zit. Je gaat ontdekken dat je eigen handelen jou zelf ook pijn kan doen. Er zijn kinderen die dit niet leren en bijvoorbeeld in de gymzaal iedere keer weer tegen de muur aanlopen. Dat zag ik o.a. bij sommige kinderen in een instelling voor kinderen met complexe autistische problemen. In de gymzaal waren alle wanden bekleed omdat de kinderen er geen besef van bleken te hebben hoe hun lichaam in elkaar zat.

Deze fysieke problemen die leiden tot neurologische verstoringen zijn ook bekend bij kinderen die ernstig verwaarloosd werden en geen ruimte kregen om voldoende te bewegen (bijvoorbeeld in verwaarlozende kindertehuizen).

Op een gegeven ogenblik wordt de ervaring opgeslagen in de hersenschors. Er ontstaan vastgelegde ‘schema’s in het hoofd’: zo zit mijn lijf in elkaar. Ook bij ernstige trauma’s blijven die schema’s aanwezig: een geamputeerd lichaamsdeel toch pijn kan blijven doen.

Gevoelige lichaamsdelen

De meest gevoelige lichaamsdelen rond het besef van het eigen lichaam zijn in de kinderleeftijd het hoofd (lippen, mond, oren, ogen) én de handen. Pijn aan die lichaamsdelen wordt als meer extreem ervaren.

Dit is ook van belang voor huisartsen en tandartsen: bij de vroege ontwikkeling komen lichaamssignalen ‘anders’ door. Dat vraagt dus om een vertaalslag.

Lichaamsbesef van de peuter

De peuter heeft rond twee jaar al een redelijk volgroeid lichaamsbesef. Hij kan bij zichzelf en op de spiegel allerlei lichaamsdelen aanwijzen. Hij weet ook dat het zijn neus, zijn armen en zijn benen zijn.

Handelingen rond dat lichaam zijn echter nog complex, omdat besef en doen twee verschillende zaken zijn. Daarom wordt de trui soms over de benen aangetrokken, of twee benen in één broekspijp.

Tijdens een onderzoek laat ik Mike zichzelf verstoppen. Mike is een 18-jarige boom van een kerel. Tot mijn verbazing verstopt hij zijn hoofd in de kast terwijl de rest van zijn lichaam zich buiten de kast bevindt. Hij is er van overtuigd dat ik hem niet kan vinden, want hij kan mij ook niet zien.

Het jezelf wassen is onmogelijk: peuters weten nog niet dat ze een achterkant hebben.

Over het tanden poetsen moeten we het maar helemaal niet hebben: daar is de peuter (zelfstandig) nog helemaal niet aan toe.  Poetsen is bij een tweejarige al helemaal een ingewikkelde klus, of het nu mét of zonder spiegel is.

Foto en spiegel

Jonge peuters hebben vaak een obsessie voor de spiegel. Het is ook verbazing: ben ik het nu wél of ben ik het nu niet? Hoe kan het dat ik twee keer ben? Dat zit dus op de grens van het ik-lichaams-besef.

Jonge peuters hebben vaak ook moeite om zichzelf op foto’s te herkennen. Als ouders het (voor) zeggen imiteren ze dat, maar ze weten nog niet ‘echt’ dat zij het zijn (ze herkennen wel hun eigen jas, maar niet zichzelf). Vanaf 1½ jaar oud begint het kind meer het besef te hebben dat hij zelf op de foto staat. Maar dat wordt ook vaak ingeprent door de ouders. De peuter hoort ook aan de toonzetting dat ‘hij het moet zijn’.

De zogenaamde prepsychotische cliënten kunnen door de spiegel bang worden, omdat ze zichzelf kunnen verliezen. Soms heb ik wel eens het advies gegeven om de spiegel af te dekken omdat de cliënt zichzelf in zijn eigen spiegelbeeld helemaal kwijt raakte.

Onderzoek met de spiegel: de rode neus

Psycholoog Lewis deed onderzoek met kinderen voor de spiegel.

* Stap 1: het kind herkent zichzelf voor de spiegel

* Stap 2: de neus wordt ongezien rood gemaakt. Kinderen van 15 maanden grijpen niet voor de spiegel naar hun neus. Ze herkennen zichzelf al wel, maar niet de onderscheiden lichaamsdelen. Ze hebben dus ook niet door dat het hún neus is die rood is.

* Stap 3: kinderen van twee jaar zien wel dat het hun neus is.  Ze grijpen wel naar hun neus. Daarna kijken ze weer in de spiegel.

Peuters beneden de 15 maanden grijpen niet naar de eigen neus, bijna alle kinderen van 2 jaar wél. Dat zag Lewis als een signaal van ik-besef: dat is mijn neus.

Kinderen van twee jaar hebben ook al het besef dat zij zelf op de film staat die wordt afgedraaid. Als er een ander kind op de film staat hebben ze de neiging om minder actief te zijn. Ook dit wordt gezien als een ontwakend ik-besef. “Ik ben in beeld”. 

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s