Moeilijke patiënten (2)

Kenmerken toegelicht:

In het vorige blog noemde ik een paar kenmerken waardoor patiënten met psychische problemen door begeleiders of behandelaars als moeilijk worden ervaren. Die kenmerken licht ik nu nog even uit. Maar eerst een associatieve vergelijking:

In mijn cursussen gebruik ik nogal eens fietsvoorbeelden. Dat kan niet anders, want ik heb een nogal symbiotische relatie met mijn fiets. Chronische patiënten vergelijk ik dan met het rijden met een slechte fietsband. Ooit kwamen we terug van fietsvakantie en in de Achterhoek bleek de (bij vertrek) nieuwe band te zijn versleten. Dat leidde in een maïsveld bij Varsseveld – onder de rook van Lundia – tot een daverende knal. We hebben op de slechte plekken canvas geplakt. Uiteindelijk hebben we Amsterdam wel gehaald, maar echt lekker reed het niet. Je was eigenlijk steeds alert op weer zo’n knal. De problemen met de band waren chronisch geworden, ook voor mij als fietser: ik was op mijn hoede.

a) Chroniciteit. De problematiek van als moeilijk ervaren patiënten is bijna altijd chronisch. Er is sprake van tijdelijk herstel, maar er komt ook weer een terugval. Zo herhaalt volgens een onderzoek de depressie zich bij meer dan 50% van de patiënten. Bij ernstiger vormen van psychische problematiek zijn chronische patiënten dan ook eigenlijk altijd afhankelijk van de hulpverlening. Tegelijkertijd zijn er veel chronische patiënten die eigenlijk helemaal niet zitten te wachten op hulp, waardoor je soms ‘bemoeizorg’ toe moet passen. Als het probleem niet overgaat hebben hulpverleners eerder de neiging om de patiënt als moeilijk te beschouwen.

b) Afhankelijkheid. Bij mensen die afhankelijk zijn zie je vaak enerzijds de behoefte om zich (toch) los te maken van hulpverleners en anderzijds de neiging om diezelfde hulpverleners aan zich te binden (‘kom eens wat dichter bij mij uit de buurt’). Het gebeurt ook nogal eens dat er sprake is van een herhaling van zetten: zoals de relatie vroeger was met (één van) de ouders, zo wordt deze nu voortgezet richting de hulpverlener (thema’s: overdracht en tegenoverdracht). Patiënten met deze ‘spannende afhankelijkheid’ worden door begeleiders en hulpverleners vaak als moeilijk ervaren.

c) Persoonlijkheidsproblematiek. Psychiaters noemen de diagnose ‘borderline persoonlijkheidsstoornis’ vier maal zo vaak als andere diagnoses die een verband zouden moeten leggen tussen het als moeilijk ervaren gedrag en de diagnose. Daarnaast worden narcisme, de antisociale persoonlijkheidsstoornis en ernstige paranoïdie vaak genoemd.

Bijna alle als moeilijk ervaren patiënten zouden een borderline persoonlijkheidsorganisatie hebben (een term van Kernberg. Dit begrip valt niet samen met de borderline persoonlijkheidsstoornis al zijn er uiteraard wel overeenkomsten, zie mijn blog van 15 januari 2015. Het ‘ik’ van deze mensen is zó zwak dat ze niet voldoende ruimte hebben om zich in de ander te kunnen verplaatsen, ze zijn vooral bezig zelf te overleven, op dit punt zijn er grote overeenkomsten met narcisme). Eén van de kenmerken van een borderline persoonlijkheidsorganisatie is de primitieve afweer: de manier waarop we met bedreigingen omgaan. Dat leidt vaak tot een ambivalente relatie met de hulpverlener, zoals: jij móét me helpen, maar ik wil het allemaal zélf bepalen.

d) Gebrekkige mogelijkheden tot (zelf-) reflectie. Dit hangt met het voorgaande samen. Mensen die door hulpverleners als moeilijk worden ervaren hebben vaak niet de mogelijkheid om naar hun eigen aandeel in de problemen te kijken, het ligt altijd aan de ander.

Eén van mijn stellingen is dat moeite met reflectie vaak te maken heeft met de basis van alle emotionele ontwikkeling: de hechting.

Omdat één van de doelen van de geestelijke gezondheidszorg is om mensen naar zichzelf te leren kijken (wat bij deze cliënten dus niet lukt) worden ook de doelen van de behandeling niet behaald en zitten we weer in de vicieuze cirkel van de chroniciteit. En meteen ook bij het onderwerp van het volgende blog in deze serie: wie ben jij als begeleider of behandelaar?

(informatie deels ontleend aan een literatuuronderzoek in het Maandblad Geestelijke volksgezondheid MVG 07/2). 

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s