Omgang met moeilijk invoelbaar gedrag (3)

Psycho-educatie

Een interactionele prothese is in dit verband een ‘kan niet’. Het gaat om een stukje psycho-educatie. Het toedichten van vijandige intenties aan anderen is één van de kenmerken van een psychose. Hoe graag de ouders ook zouden willen: daar viel nu niets aan te doen. Zoals je bij een oorontsteking veel pijn aan je oor hebt, zo hoort bij een psychose de pijn van de afwijzing. Het was belangrijk dat de ouders zich realiseerden dat Merel daarmee haar ouders niet als persoon, als vader en als moeder afwees. Ze waren juist ontzettend belangrijk voor haar. Dat was zelfs –paradoxaal genoeg – de reden waarom ze nu zo boos leek op haar ouders.

Gepaste afstand

Het tweede aspect was dat ouders moesten leren om ‘de oude intimiteit’ los te laten. In plaats van meer nabijheid had Merel gepaste afstand nodig. De neiging die (vooral) moeder had was om haar dochter in de watten te leggen. Dat deed ze door allerlei ‘lokmiddelen’ in te zetten.

Dat was vroeger ook gebeurd. Merel was een meisje met een moeilijk temperament. Het had de ouders heel wat moeite gekost om een beetje een goede pasvorm in de opvoeding te vinden. Zo was Merel een moeilijke eter. Het menu was jarenlang grotendeels bepaald geweest door wat Merel lekker vond, ‘zo kreeg ze tenminste nog een beetje binnen’. Dat beeld moesten de ouders nu loslaten: op die manier konden ze niet meer voor hun dochter zorgen.

Taken verdelen

Het derde aspect betrof de samenwerking tussen beide ouders. Daar kwam oud zeer bij naar voren. Merel had zóveel tijd en energie gevraagd van moeder, dat vader zich wel eens op een zijspoor voelde gezet.

Heel veel dingen die vader graag had gedaan hadden thuis niet gekund, omdat Merel het niet leuk vond. Een reis naar een ver land zat er niet in, want Merel wilde niet in een vliegtuig en wilde geen ander eten. Dat verklaarde ook de boosheid op zijn vrouw, uitgerekend na  het moment dat Merel haar moeder buiten de deur had gezet. Toen vader dat begreep zag hij ook in dat zijn vrouw op dat moment geen uitbrander, maar juist een arm om de schouder nodig had. De situatie van hun dochter was een gegeven die hen beiden diep raakte. Ze zouden ook beiden moeten werken aan een oplossing. Ouders kwamen tot de conclusie dat er een betere taakverdeling moest komen. Vader moest meer zichtbaar worden, en moeder moest meer afstand inbouwen en dat beiden rekening zouden houden met de grotere behoefte aan emotionele ruimte voor Merel.

Dat wil ik, wat wil jij?

Tenslotte gingen de ouders aan de slag met de vraag ‘Dat wil ik, wat wil jij?’ (Jesper Juul). Ouders moesten leren om actief te luisteren naar Merel – zonder zich direct bedreigd te voelen. Het kwam neer op het beter leren omgaan met een lage expressed emotion.

Tegelijkertijd moesten ze leren om hun eigen grenzen aan te geven. Vooral moeder had de neiging om ‘volgend’ te zijn, vanwege de angst om haar dochter te verliezen. “Als ik maar genoeg doe wat zij wil raak ik haar niet kwijt”. Maar juist daardoor legde moeder een –goedbedoelde – zware emotionele hypotheek op het welzijn van haar dochter. Merel had behoefte aan ouders die emotioneel duidelijk waren: ‘dat wil ik, wat wil jij’?

Het zicht wordt beter

Het was voor de ouders bijzonder om te ervaren dat juist de grotere duidelijkheid en het steviger grenzen stellen de afstand tussen hen en hun dochter kleiner maakte. Kennelijk was er sprake van een passende interactionele prothese. De kwetsbaarheid van Merel was niet verdwenen, maar het zicht was wél beter geworden.

 

 

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.